Ondernemen en toezicht

“Kan iemand mij dat kunstje even leren, risicoloos geld verdienen?”  Enneus Heerma was als politicus in Amsterdam opgegroeid en daar krijg je de scherpte van de straat van. Het was in de jaren negentig, in een vergadering op het departement van VROM, waar de eerste narigheid werd besproken, waar de verzelfstandigde woningcorporaties in beland waren.

Heerma zelf vond het allerminst een drama: als je meer ondernemerschap wilt, moet je niet vreemd opkijken dat er wel eens iets verkeerd loopt. Daar moet je wel iets aan doen, maar een ontsporing wil niet zeggen dat je hele systeem fout is. Sindsdien is er wel vaker wat geweest, maar veel is het niet en de drama’s die de tegenstanders van de verzelfstandiging voorspelden zijn uitgebleven.

Maar de zelfstandige woningcorporaties konden surfen op de golf van waardestijgingen in het vastgoed, de ellende begint nu. Het is een plausibele tegenwerping. Maar zou het? Wat is er precies mis met Vestia in Rotterdam, de grootste woningcorporatie in Nederland? Vestia heeft met derivaten gepoogd het risico van rentestijging te neutraliseren, maar verloren omdat de rente extreem daalde. Dat wijst niet op rare goklust. Wat is er fout gegaan?

De oplossingen zijn er al weer, voordat er iets helder is: meer en strenger toezicht. Vestia en topman Staal hebben de schijn wel tegen: Vestia opereerde solistisch en Staal was een onmatige verdiener. Maar in de vakwereld is Vestia bekend als een goede en sociale huisvester, bij collega-instellingen en gemeenten. Het kan dus wel iets ingewikkelder zijn, dan het lijkt.

Buitenhof had een goed idee: we nodig Kromwijk uit, de oud-directeur van Woonbron, die voor zijn coprporatie ooit een groot schip kocht, dat uiteindelijk door kostenstijgingen bijna de ondergang van Woonbron werd en hem tot aftreden dwong. De basisvraag aan hem was: kun je dit soort problemen voorkomen met scherper toezicht?

“Gaat het probleem van Vestia over de gehele sector?” werd Kromwijk gevraagd. Deze ontkende dat en meende dat het een bijzonder incident was. Het was de enige keer dat ik het oneens met hem was. Ik zou gezegd hebben: ”ja, natuurlijk. Ondernemen, ook maatschappelijk ondernemen, lukt niet zonder risico. Zoals de hooggeleerde zegt: ‘een vrije markt zonder faillissementen is een onmogelijkheid.’ “

Over die kwestie hadden we ook discussies in beleidvormende bijeenkomsten bij VROM: moeten we leven met de gedachte dat een woningcoproratie wel eens failliet zou kunnen gaan en is dat erg? Uiteindelijk vonden we van wel: de garanties op leningen zorgden voor een triple A status voor corporaties en hun financieringen, dus het WSW (waarborg fonds sociale woningbouw) was vrij essentieel voor de prijs van het uiteindelijke product. (sociale woonruimte). Met het CFV (centraal fonds volkshuisvesting) als toezichthouder en eventuele saneerder was de ‘verfondsing’ van de sociale woningbouw compleet. De reconstructie van de Bijlmermeer toont aan dat het systeem wel iets kan.

Maar de hybriteit lijkt onbegrepen. Heerma wilde zelfstandigheid en meer marktwerking in de sector, maar ook trouw aan de maatschappelijke doelstelling. Woningcorporaties zijn ondernemers, maar “maatschappelijke”ondernemers, met een ideële doelstelling. Dat betekent dat er een vorm van toezicht moet zijn. De ingrediënten daarvan:

  • Heldere wet- en regelgeving
  • Mankracht en deskundigheid bij de inspectie
  • De bedoeling dit werk jaren vol te houden.

Hoe zit dat? De positie en taakafbakening van de woningcorporaties zijn niet helder, door de schaalvergroting is er onvoldoende deskundigheid bij de controleurs, de inspectie van de corporaties is steeds opnieuw onderwerp voor bezuinigingen geweest.

Betekent dat dan dat er niets gebeurt? Natuurlijk niet. Er is een behoorlijk zwaar inspecterend regime. Ik noem:

  • Intern: de raad van commissarissen en de externe accountant
  • Extern: de toetsing door CFV en WSW
  • Extern: relaties met belanghouders en de openbaarheid.

De werkelijkheid hiervan is heel behoorlijk: de accountant doet weken onderzoek en rapporteert in een managementletter die ook naar de Raad van Commissarissen gaat, de jaarstukken zijn openbaar en worden door CFV geanalyseerd en bekeken, WSW maakt sommen en komt met een volume aan investeringen, dat kan worden gewaarborgd. Kortom, ook als je solist bent, zoals Vestia, is er nog een behoorlijk stevig regime, waarin bekeken wordt wat je doet.

De vraag is: wat heeft in dit systeem niet voldaan? Heeft de accountant het probleem niet gezien?  Hebben CFV en WSW niets gezien? Heeft de RvC niks gezien? Was het botte pech? Komen we niet verder dan een Wellinkje?

Het lijkt mij dat er eerst vragen moeten worden beantwoord, voordat de oplossingen worden binnen gekruid. “Meer toezicht?” Dat lijkt mij zeer de vraag; maar het is wel nuttig precies te weten wat de toezichthoudende functies hebben gezien en gedaan. “Terug naar de kerntaak dan?”  Maar als niet helder is of Vestia van de kerntaak is afgedwaald, is dit geen zinvolle gedachte. “Is Vestia te groot gegroeid?” Dat zou kunnen.

Kromwijk riep een boeiende vraag op, die meer aandacht verdient: de taken van corporaties zijn steeds complexer geworden. Misschien is het werk in een moderne ketenbenadering wel beter te doen, als je kleiner bent. Misschien moeten we, net als in het onderwijs, eens denken aan “dé-fuseren”? Het is een trend die je ook bij vakbonden ziet; kleiner, transparanter, samenwerkend. Aedes bezint wat af; het zou mooi zijn als deze strategische richting eens als uitgangspunt zou worden genomen. Grote schaal heeft wel voordelen; maar het is maar de vraag of efficiency er bij hoort. En sociale effectiviteit vinden we tegenwoordig weer vrij wezenlijk.

  1. 1

    Zo veel onderzoek is er niet voor nodig om te concluderen dat de raad van commissarissen en het toezicht volkomen gefaald hebben. Het jaarverslag 2010 geeft daarvoor voldoende aanknopingspunten:

    Van de vijf leden van de RvC zijn “twee leden benoemd op bindende voordracht van de huurdersorganisaties en één lid is benoemd op bindende voordracht van de Ondernemingsraad van Vestia.”
    “Het actief treasurybeleid heeft er in 2010 toe geleid dat Vestia de A1-status van het Centraal Fonds Volkshuisvesting (CFV) heeft verkregen. In 2009 was dit nog nipt de C-status.”
    “Het bestuur, een vertegenwoordiging van de raad en enkele sleutelfunctionarissen van Vestia, hebben op verzoek van het Centraal Fonds Volkshuisvesting meegedaan aan een pilot
    Gedragsscan Compliance en Governance. De resultaten waren goed.”
    “De raad heeft zich de vraag gesteld (sic) of zij voldoende inzicht heeft in en kennis heeft van het financiële beleid en uitkomsten, en het beleid en resultaten van de treasury.”
    “De raad heeft, mede op grond van de opvatting van de accountant terzake, haar vertrouwen uitgesproken als het gaat om het in control zijn van Vestia op het gebied van de treasury. Het bestuur heeft de accountant gevraagd voor het jaar 2010 expliciet aandacht te schenken aan het treasurybeleid van Vestia door middel van extra gerichte onderzoeken. De raad heeft Vestia gecomplimenteerd met het behaalde resultaat en met het verslag.”

  2. 2

    @ Cor Mol; met wat meer kennis van zaken is jouw knip en plak lijstje een stuk minder duidelijk.

    Twee voorbeelden:

    “Het actief treasurybeleid heeft er in 2010 toe geleid dat Vestia de A1-status van het Centraal Fonds Volkshuisvesting (CFV) heeft verkregen. In 2009 was dit nog nipt de C-status.”

    De leek zou denken dat er financieel gerommeld is om een A-status te krijgen. Het tegenovergestelde is juist waar. De C-status (bestaat inmiddels niet meer) gaf aan dat een corporatie naar z’n vermogenspositie te weinig investeerde. Vestia werd dus verweten door de toezichthouder dat ze té solvabel was! A1 is tegenwoordig de hoogste financiele status die haalbaar is (daarnaast nog A2, B1 en B2; waarbij B1 zorgelijk is en B2 problematisch).

    “twee leden benoemd op bindende voordracht van de huurdersorganisaties en één lid is benoemd op bindende voordracht van de Ondernemingsraad van Vestia.”
    Je doet voorkomen dat hierdoor tante Corry uit Rotterdam-Zuid en een medewerker van de klantenservice in de RvC plaats hadden. Dat is niet zo. Commissarissen op voordracht van bewoners en medewerkers moeten voldoen aan dezelfde kwaliteitseisen als alle andere commisarissen, maar hebben speciale aandacht voor de belangen van diegenen die zij vertegenwoordigen. Daar lijkt me niets mis mee. Als je nou aantoont dat Vestia geen enkele commisaris had die verstand heeft van financiën, dan heb je een punt.

    Het probleem bij Vestia is trouwens ook niet terug te vinden in het jaarverslag over 2010, simpelweg omdat het probleem lijkt te zijn ontstaan in de loop van 2011. Het is mij onduidelijk waarom de derivatenportefeuille in dat jaar zou zijn verdubbeld ten opzichte van de schuldenlast waarvoor het de risico’s moest afdekken. En waarom daar niet op is ingegrepen door het toezicht.

  3. 3

    Lees ook: peter verhaar op nu.nl

    Het werkelijke drama is dat er net als bij de banken en pensioenfondsen ook een echte door het Ministerie van Binnenlandse Zaken aangestelde toezichthouder is: het Centraal Fonds Volkshuisvesting (CFV). Had deze club het Vestia-derivatenprobleem kunnen voorzien? De directeur, zeg maar de Wellink van het CFV, van der Moolen wil niets zeggen. Flauwekul natuurlijk. Het is hun taak om dit te zien, sterker nog, ze wisten er gewoon van af.

  4. 4

    “Vestia heeft met derivaten gepoogd het risico van rentestijging te neutraliseren, maar verloren omdat de rente extreem daalde. Dat wijst niet op rare goklust.”

    Wanneer de derivaten in verhouding zouden zijn geweest met de renterisico’s van de financiering, was er niks aan de hand. Maar dat waren ze niet, ze waren veel groter en daarmee rare goklust. Waarom? Wellicht om een eerder verlies weg te werken? Dat het mogelijk was zo’n grote gok te nemen laat zien dat er echt iets mis was met het bestuursmodel én het toezicht. We hebben het niet over de aanschaf van een lullig pandje van 10 miljoen, maar over het innemen van een miljardenpositie. Voor een systeem dat niet mag omvallen, een onacceptabel risico. Dus is controle achteraf niet voldoende, maar moet je de handelingsvrijheid vooraf inperken (bv een door de overheid voorgeschreven bestuursstructuur en mandaatregeling) en zorgen dat de beschikbare handelingsvrijheid voldoende is om je taak goed uit te voeren (zoals de WSW er een van is).
    Wat mij betreft dus het einde van het corporatiestelsel als zelfstandige bedrijfstak. Dan maar helemaal in overheidshanden? Nee, vooral niet. Ik zie meer iets voor me waarin corporaties moeten handelen in overheidskaders en waarbij hun onafhankelijkheid binnen die kaders is gewaarborgd doordat beleggers ook een deel van de financering gaan verzorgen, bv door fiscale stimulering. Daarmee voorkom je dat de politiek kan graaien in de kas van de sector of anderszins een te grote invloed op de bedrijfsvoering krijgt.

  5. 5

    Vestia staat trouwens helemaal niet bekend als een goede en sociale huisvester. Het is dan wel niet de ergste, maar in R’dam en buitenregio zeker niet de beste of meest sociale. Sterker nog, vaak is het maar lastig om Vestia iets gedaan te laten krijgen waar andere corporaties een stuk toeschietelijker zijn.

  6. 6

    Competente reacties: alle lof. Ik heb het jaarverslag er niet bij gehad, ook niet een reeks. Waar het mij om ging was dat er een systeem van checks en balances bestaat en ook bedoeld is en dat er dus collectief is gefaald.
    Het tweede punt dat ik wilde maken is dat van Kromwijk: zijn er niet rijken van zonnekoningen in ontwikkeling en moeten we dat willen? Wie wil kan de geconsolideerde cijfers van Aedes bekijken: het aantal corporaties neemt af, het aantal woningen blijft vrijwel constant, het aantal corporatiemedewerkers per verhuurde woning stijgt.
    Met andere woorden: het effect van de schaalvergroting in het beheer is negatief: de efficiency vermindert door de schaal!!