Tijd voor onze eigen revoluties

‘Bij al die mensen die nu zo enthousiast over Egypte doen vraag ik me af waar ze de afgelopen jaren waren.’ Zomaar een tweet op de avond van 11 februari, nadat Mubarak was afgetreden en Twitter inderdaad zinderde van hoopvolle opwinding. De tweet raakte bij mij een snaar, ook al was ik evenzeer als nogal wat anderen blij met wat verdacht veel op een geslaagde revolutie leek, een vreedzame bovendien. Hoe diep gaat ons idealisme als wij vooral de twitterende toeschouwers van andermans bloed, zweet en tranen zijn: anderen die in democratie geloven terwijl deze bij ons vooral een langgerekte geeuw oproept?

De Arabische opstanden van de afgelopen maanden hebben in het Westen allerlei verschillende gevoelens losgemaakt. Sympathie en euforie bij wie zijn eigen voorkeur voor vrijheid en democratie weerspiegeld ziet in anderen, moslims nog wel. Wantrouwen en cynisme, onder degenen die maar niet kunnen geloven dat ook Arabieren en islamieten democratische hervormingen wensen, al definiëren zij deze wellicht anders dan wij in het Westen zouden doen. En verscheurende dilemma’s voor wie zoals Obama het twijfelachtige genoegen heeft om ook daadwerkelijk in te kunnen grijpen. De keuze dus tussen passiviteit of interventie, waarbij welke stap dan ook zal worden bekritiseerd.

Ooit waren westerse idealisten bereid hun leven te wagen voor andermans goede zaak. Zo trokken zo’n 700 Nederlanders in de jaren dertig naar Spanje om de Republiek te verdedigen tegen de fascisten van Franco, die weer door Hitler en Mussolini werd gesteund. Driekwart eeuw later lachen we meewarig om FARC-soldate Tanja Nijmeijer, Twentse guerrillera in Colombiaanse dienst. Terecht misschien gezien het dubieuze karakter van de FARC. Maar toch geeft het te denken dat ook het vaak vreedzame en alleszins gerechtvaardigde verzet in de Arabische wereld vanuit Nederland vooral meelevende tweets oogst. Plus lauwe steun voor de politici en voor de militairen op expeditie in Libië aan wie wij ons idealisme hebben uitbesteed. De Canadese intellectueel Michael Ignatieff noemt dit ‘televisie-ethiek’, waarbij de grondhouding tegenover leed-ver-weg een mix vormt van voyeurisme, gemakzucht en mededogen.

In precies die houding voelde ik mij dus betrapt op 11 februari. Mijn gêne heeft zich in de maanden erna alleen maar verdiept. Een explosieve estafette trekt aan onze ogen voorbij: van Tunesië via Egypte naar Libië, en van Jemen via Bahrein weer terug naar Syrië. What’s next? vragen wij ons bijna verveeld af, met afstandsbediening en Iphone binnen handbereik. It better be good… Laat één ding duidelijk zijn. Ik bepleit hier niet een grandioze comeback van de Internationale Brigades, noch kritiekloze steun aan operatie Odyssee Dawn. Mijn punt is dat als we graag idealist willen zijn, we ons maar beter inzetten waar de nood het hoogst is en het effect het grootst. Dat is hier in Nederland.

Dat van die nood klinkt misschien vreemd. Wij hebben immers niks om voor te vechten, zo hoor je vaak. Fout. Onze morele decadentie zit ‘m erin dat we niet zien wat we bezitten en dreigen te verspelen. Dat geldt voor de vernietiging van het milieu, die zowel kabinet als veel kiezers negeren in de behoefte aan ongebreidelde consumptie. Het geldt voor het verspillen van welvaart, waarbij we als makke schapen toekijken hoe topbestuurders zich verrijken met miljoenenbonussen die ook voor de aanpak van armoede zouden kunnen worden gebruikt. En het geldt voor de democratie-als-kijkspel, waarin burgers de mogelijkheid om zelf mee te doen en misstanden recht te zetten maar al te vaak inruilen voor debatten die show zijn en issues die dienst doen als hype van de dag.

Op het gevaar af te preken als een oudtestamentische donderprofeet … We hebben alles en doen alsof het niets is. Des te triester dat we zoveel aandacht besteden aan een partij die het broeikaseffect ontkent, ongevoelig is voor andermans armoede en democratie opvat als een soort free fight. Een partij die ook nog de toon weet te zetten met non-issues als dubbele nationaliteit, het dragen van een boerka of het al of niet reiken van de moslimhand. Er is niks mis met een politiek die gebaseerd is op angst, als deze vrees tenminste gerechtvaardigd is. Zoals de zorg om de opwarming van de aarde. Heel anders ligt dat met de angst van moslimextremisten en islamofoben voor elkaar: een paranoia die niets oplost maar vooral escaleert en afleidt van waar het werkelijk om zou mogen gaan.

Het goede nieuws is de les van de Arabische Lente dat zelfs in de meest mistroostige situaties verandering mogelijk blijkt zodra mensen zien wat wezenlijk is. Voor hen is dat het verdrijven van hun dictator, het perspectief van werkelijk vrije verkiezingen, het verlagen van brandstof- en voedselprijzen ook. Voor degenen voor wie welvaart en democratie de gewoonste zaak van de wereld zijn, zou het kunnen neerkomen op milieubehoud, aanpak van armoede en het doen herleven van democratie. Dat alles zou zelfs in Nederland een revolutie zijn.

Remko van Broekhoven publiceerde onlangs ‘Verbeter de wereld, begin om half elf – idealisme voor realisten’.

  1. 5

    Ja, grappig hoor, zo’n stukje dat in het begin nog niet weet waar het zal eindigen, en dat het dan toch uitkomt waar je wilt, en het dan een gewetens-essay noemen. Trouwens: niets doen is ook wel degelijk tegelijkertijd iets doen, ofwel niets doen is niet niets doen. (Paradox van de uitgesloten derde heet dat.)