Saaie feiten en wilde fabels over het IPCC

ACHTERGROND, ANALYSE - Wie weigert breed geaccepteerde wetenschap te accepteren ontkomt niet aan een beetje complotdenken. Zonder complottheorie is het immers niet te verklaren waarom een grote meerderheid van de deskundigen vast zou houden aan wetenschappelijke opvattingen die vooral door buitenstaanders worden bestreden.

Hoewel degenen die zich verzetten tegen wetenschap het vaak ontkennen, is het onmiskenbaar voor wie hun verhalen leest of hoort: er zit altijd een flinke dosis complotdenken in verweven. De hoofdrolspeler in complottheorieën over klimaatwetenschap is steevast het klimaatpanel van de Verenigde Naties, het IPCC. De volgende punten maken duidelijk waarom die complottheorieën zo onzinnig zijn:

  • Het IPCC voert geen klimaatonderzoek uit.
  • Het IPCC heeft geen enkele klimaatonderzoeker in dienst.
  • Het IPCC bouwt geen klimaatmodellen.
  • Het IPCC betaalt geen klimaatonderzoek.
  • Het IPCC bepaalt geen beleid.
  • Het IPCC kan de conclusies van klimaatonderzoek op geen enkele manier beïnvloeden.

Het IPCC heeft als taak om de actuele stand van zaken in het klimaatonderzoek samen te vatten. Dat klimaatonderzoek wordt uitgevoerd door wetenschappers die werken aan honderden wetenschappelijke instituten over de hele wereld. Elk instituut werkt op zijn eigen manier. Sommige zijn publiek, sommige zijn privaat, sommige worden sterk aangestuurd door de politiek van hun land, sommige helemaal niet, kortom: het gaat zoals het in de wetenschappelijk wereld overal gaat. Niets of niemand kan al die instituten en de wetenschappers die er werken allemaal dezelfde kant op sturen. Behalve dan de wetenschap zelf: de theoretische kennis over de werking van het klimaat en de waarnemingen die daarmee in overeenstemming zijn. Als een grote meerderheid van de wetenschappers het ergens over eens is – en er mogelijk zelfs gesproken wordt van consensus – dat komt dat omdat ze het wetenschappelijk bewijs overtuigend vinden.

Er is dus geen enkele reden om verhalen over een klimaatcomplot, al dan niet geregisseerd door het IPCC, serieus te nemen. Het is natuurlijk ook een absurde gedachte dat duizenden wetenschappers samen zouden spannen om de wereld een enorm probleem aan te praten. Waarom zouden ze? Er zijn meer dan genoeg andere redenen om onderzoek te doen naar het klimaat. Er zijn genoeg economische sectoren (landbouw en voedingsmiddelenindustrie, toerisme, om er maar enkele te noemen) die kunnen profiteren van een betere voorspelbaarheid van klimaatvariaties. En ook overheden zouden er gebruik van kunnen maken, bijvoorbeeld om beter te kunnen anticiperen op risico’s van extreem weer, of natuurbranden, of overstromingen. Alle reden dus om klimaatonderzoek te doen, ook als er geen menselijke invloed zou zijn. Voor veel wetenschappers is trouwens nieuwsgierigheid de belangrijkste drijfveer: ze willen meer begrijpen van de werking van het klimaatsysteem, gewoon omdat het zo’n interessant onderwerp is. En wie zit er nou eigenlijk op een groot klimaatprobleem te wachten? Er zijn genoeg andere wereldproblemen om aan te pakken. De suggestie die je nog wel eens hoort dat regeringen een klimaatprobleem zouden “bestellen” bij de wetenschap slaat helemaal nergens op. Politici hebben meer dan genoeg andere onderwerpen op de agenda staan. En klimaatbeleid een hoge prioriteit geven is al decennialang niet bepaald een makkelijke route naar electoraal succes.

De realiteit van het IPCC is een stuk saaier dan de complotfabels. Maar toch nog best interessant, voor wie wil snappen hoe de wereld echt in elkaar zit, tenminste. Wat cijfers. De inkomsten en uitgaven van het IPCC lagen in 2017 rond de 5 miljoen Zwitserse Frank. Dat is ongeveer 4,4 miljoen Euro. Dat geld wordt vooral besteed aan vergaderingen. En het secretariaat, waar 13 mensen werken, wordt ervan betaald. De voorzitter en vice-voorzitters vallen hier buiten. Die worden betaald door de twee initiatiefnemers van het IPCC, de Wereld Meteorologische Organisatie (WMO) en het VN-Milieuprogramma (UNEP). Het inhoudelijke werk, het schrijven van rapporten, wordt gedaan door duizenden wetenschappers die daarvoor niet worden betaald door het IPCC. De organisatie van dat schrijfwerk wordt gedaan door het IPCC Bureau, dat 34 leden telt die zijn gekozen door de deelnemende landen.

Het IPCC werd in 1988 opgericht door WMO en UNEP, nadat de Algemene Vergadering van de VN deze organisaties in 1987 had gevraagd om een actieve rol te spelen op het onderwerp klimaatverandering. In 1988 werd de oprichting door de Algemene Vergadering bekrachtigd. De opdracht aan het IPCC luidde:

To initiate action leading, as soon as possible, to a comprehensive review and recommendations with respect to:
(a) The state of knowledge of the science of climate and climatic change;
(b) Programmes and studies on the social and economic impact of climate change, including global warming;
(c) Possible response strategies to delay, limit or mitigate the impact of adverse climate change;
(d) The identification and possible strengthening of relevant existing international legal instruments having a bearing on climate;
(e) Elements for inclusion in a possible future international convention on climate.

Het IPCC kreeg dus opdracht om te rapporteren over klimaatverandering en niet, zoals nog wel eens wordt beweerd, om zich te beperken tot alleen maar de menselijke invloed op het klimaat. Het zou in de praktijk trouwens weinig uitmaken. Menselijke en natuurlijke invloeden op en verandering van het klimaat zijn immers alleen te verklaren vanuit dezelfde (natuur)wetenschappelijke kennis van hetzelfde klimaatsysteem. Begrip van het een kan niet bestaan zonder begrip van het ander. Want het draait uiteindelijk allemaal om hetzelfde: de energiebalans bovenaan de atmosfeer van de aarde, de factoren die daarop van invloed kunnen zijn en de gevolgen van veranderingen daarin.

Toch kan het IPCC de realiteit van de menselijke invloed op het klimaat niet negeren. Want de opdracht beperkt zich niet tot rapporteren over oorzaken en mogelijke gevolgen van klimaatverandering, maar gaat ook over mogelijke strategieën om klimaatverandering te vertragen of te beperken en over relevante juridische instrumenten en elementen die van belang kunnen zijn voor internationale afspraken. Dat zijn zaken die direct gekoppeld zijn aan menselijke invloed. Het is dus begrijpelijk dat de menselijke invloed wel expliciet wordt genoemd in de “Principles Governing IPCC Work”:

The role of the IPCC is to assess on a comprehensive, objective, open and transparent basis the scientific, technical and socio-economic information relevant to understanding the scientific basis of risk of human-induced climate change, its potential impacts and options for adaptation and mitigation.
IPCC reports should be neutral with respect to policy, although they may need to deal objectively with scientific, technical and socio-economic factors relevant to the application of particular policies.

De samenvatting voor beleidsmakers (Summary for Policy Makers, of SPM) is waarschijnlijk het meest gelezen en meest bekritiseerde deel van een IPCC-rapport. En waarschijnlijk ook het deel dat de auteurs de meeste hoofdbrekens bezorgt. Niet alleen omdat het niet eenvoudig is om de enorme hoeveelheid wetenschappelijke kennis beknopt en toegankelijk samen te vatten. Maar ook omdat de tekst van dit deel een rapport goedgekeurd moet worden door alle aangesloten landen. De wetenschappers moeten hierover dus in discussie met overheidsdelegaties. Inmenging van overheden zou hier dus op de loer kunnen liggen. (Over het onlangs verschenen rapport SR15 ging het verhaal dat sommige landen de conclusies in de SMP probeerden af te zwakken. Het Earth Negotians Bulletin van het International Institute for Sustainable Development geeft een uitgebreid verslag van de besprekingen.) Eventuele beïnvloeding zal vooral over de toon gaan, want de inhoud van de SPM moet wel in overeenstemming blijven met de onderliggende rapporten. Aan de wetenschappelijke onderbouwing valt dus niet te tornen.

Fragment uit de toespraak van voorzitter Frank Ikard voor de jaarvergadering van het American Petroleum Institute in 1965. Bron: Benjamin Franta, Nature Climate Change

De oprichting van het IPCC kwam natuurlijk niet uit de lucht vallen. Het broeikaseffect was al lang onomstreden wetenschap en al in 1896 had Arrhenius laten zien dat menselijke broeikasgasemissies het klimaat zouden kunnen beïnvloeden. In de eerste helft van de 20e eeuw werd de analyse van Arrhenius door andere wetenschappers bevestigd en waarschuwden sommigen, zoals Guy Callendar, al voor de risico’s van door mensen veroorzaakte klimaatverandering. Maar er waren ook tegengeluiden en, misschien dat wel vooral, onverschilligheid. Een belangrijk puzzelstuk werd geleverd door Charles David Keeling, die in 1958 de CO2-concentratie op Mauna Lao, Hawaï begon te meten. De Keeling curve liet al snel een stijging van die concentratie zien, wat duidelijk maakte dat de natuur niet alle menselijke emissies opnam. Van de bezwaren die waren aangedragen tegen het idee van Arrhenius bleef, ook door de voortschrijdende kennis van de atmosferische fysica, steeds minder overeind. Volgens een recent artikel in Nature Climate Change waarschuwde voorzitter Frank Ikard van het American Petroleum Institute de industrie al in 1965 voor het klimaateffect van het gebruik van fossiele brandstoffen. In 1979 concludeerde een commissie onder leiding van Jule Charney in een advies aan de Amerikaanse regering dat er een significante opwarming van het klimaat te verwachten viel als gevolg van menselijke broeikasgasemissie. Ze zagen geen enkele aanwijzing waarom die opwarming, die volgt uit relatief elementaire fysica, niet op zou treden.

Het IPCC hoefde in 1988 dus bepaald niet te beginnen vanuit een kennisvacuüm. En het was ook zeker niet zo dat de Algemene Vergadering niets omhanden had en daarom besloot maar eens wat aandacht aan het klimaat te geven. Het is eerder zo dat de verzamelde wereldpolitici deden wat politici meestal doen als een vervelende kwestie onontkoombaar dreigt te worden: deskundigen vragen om een adviesrapport. Een advies dat dieper op de materie in zou moeten gaan dan het Charney-rapport, of het minder bekende vervolg dat in 1982 werd geschreven door een panel onder leiding van Joseph Smagorinsky, opgesteld door wetenschappers van over de hele wereld. Met als devies: “policy relevant, not policy prescriptive”. Voor dat advies hoeft het IPCC de klimaatwetenschap niet opnieuw uit te vinden: men baseert zich juist op de actuele stand van de wetenschap.

Het eerste IPCC-rapport verscheen in 1990. Er was door honderden wetenschappers aan meegewerkt. Zoals dat sindsdien altijd het geval is geweest. Het samenstellen van zo’n groot team van auteurs is geen eenvoudige klus. Het IPCC vraagt aan alle aangesloten landen en aan zogenaamde waarnemende organisaties (een lange lijst van intergouvernementele en non-gouvernementele organisaties, van Greenpeace tot OPEC en de Internationale Kamer van Koophandel tot het Wereldnatuurfonds) om auteurs voor te dragen. Uit die voordrachten worden door het IPCC Bureau zo divers mogelijke teams samengesteld, met auteurs uit alle werelddelen, uit arme en rijke landen, mannen en vrouwen. Wie buiten de selectie valt krijgt het verzoek om in een later stadium mee te werken als expert reviewer.

Maar om expert reviewer te worden hoeft iemand niet voorgedragen te worden door een regering of andere organisatie. Iedereen die dat wil kan zich daarvoor aanmelden. Al die expert reviewers krijgen de kans om commentaar te leveren op de eerste versie van een rapport. En de auteurs kunnen dat commentaar niet zomaar terzijde schuiven. Elke opmerking wordt beantwoord en dat wordt allemaal gepubliceerd.

proces IPCC rapport

Niets is volmaakt en er is altijd wel ergens nog wat verbetering mogelijk, maar het is best lastig om te bedenken hoe het nog zorgvuldiger en transparanter zou kunnen. Een nadeel van die transparantie is wel dat er zoveel informatie op de website van het IPCC staat dat het soms lastig is om iets te vinden. En ondanks alle zorgvuldigheid sluipt er toch wel eens een foutje in een rapport. Daarom heeft het IPCC een procedure waarmee iedereen zo’n foutje kan melden. Blijkt er iets niet te kloppen, dan wordt dit gemeld als erratum.

De vondst van enkele foutjes in het vierde assessment report (in regionale hoofdstukken van het deel van Werkgroep II, over “Impacts, Adaptation and Vulnerability”) was in 2010 aanleiding voor de VN en het IPCC om aan de Interacademy Council te vragen de werkwijze kritisch onder de loep te nemen. Dit gebeurde tegen de achtergrond van de hetze die in 2009 tegen enkele klimaatwetenschappers was gestart op basis van gestolen e-mails van de Climatic Research Unit van de universiteit van East-Anglia. Naar aanleiding van het IAC-rapport werden de organisatie en de werkwijze op een aantal punten nog verder aangescherpt.

Zorgvuldigheid en transparantie gaan onvermijdelijk samen met massa’s regels en procedures. Die maken een organisatie log en bureaucratisch. Misschien zelfs wel saai. Het zal bij veel mensen minder tot de verbeelding spreken dan verzinsels over een groot klimaatcomplot. Voor wie van spannende verhalen houdt is het misschien wel jammer dat dat ook echt verzinsels zijn. Maar voor wie het belangrijk vindt dat de wereldpolitiek goed geïnformeerd wordt over de risico’s die we nemen met het klimaat is de saaie realiteit goed nieuws.

  1. 1

    Het beste argument tegen de complottheorie is dat alle landen mee moeten doen. Ze zouden bv allemaal hun temperatuurreeksen moeten vervalsen en klokkenluiders elimineren. De grootste vijanden van elkaar doen op dit gebied dan wel netjes mee zeker?

  2. 3

    Dank voor deze opheldering. Vanwaar overigens die ‘government review’ voorafgaand aan de final draft? Zit daar geen risico voor beïnvloeding van de interpretatie van resultaten van wetenschappelijk onderzoek?

  3. 4

    @3

    De precieze details over alle procedures heb ik niet direct paraat. Maar volgens mij is het heel gebruikelijk dat bij een internationale organisatie zoals het IPCC er uiteindelijk wil iets is dat door een algemene vergadering goedgekeurd moet worden. In dit geval is dat de Summary for Policymakers.

    Er zitten wel twee kanten aan die government review. Aan de ene kant kun je het zien als bemoeienis van overheden met de inhoud van het rapport. Aan de andere kant kunnen ze minder makkelijk om een rapport heen als ze dat eerst zelf hebben goedgekeurd. Goedkeuring geeft een rapport dus wel een extra status.

    De mogelijkheden voor beïnvloeding zijn vrij beperkt, omdat de SPM wel in overeenstemming moet zijn met de onderliggende rapporten. En daar hebben regeringen geen zeggenschap over. Onzinnige beweringen toevoegen, of belangrijke wetenschappelijke resultaten verdraaien of weglaten kan dus niet.

  4. 5

    Ik zie het IPCC als een opvolger van de Club van Rome en de Assessment Reports als een vervolg op Limits to Growth.
    Limits to Growth is door velen als irrelevant terzijde geschoven omdat het menselijk vernuft wel een oplossing zal vinden (koude kernfusie, kolonisatie van Mars enz.). Grappig is dat de cijfers waarop het IPCC zich baseert voortkomen uit datzelfde optimistische beeld van het menselijk vernuft.

    Persoonlijk sta ik versteld van het menselijk vernuft om totaal onrendabele activiteiten, zoals de winning van teerzandolie en het ondersteunen van biobrandstof-projecten, in stand te houden.

  5. 6

    @5

    Ik zie het IPCC als een opvolger van de Club van Rome en de Assessment Reports als een vervolg op Limits to Growth.

    De Club van Rome is een particuliere, ideële organisatie. Het IPCC rapporteert, onder de vlag van de VN, over de stand van de wetenschap. De parallel die je trekt is nogal kort door de bocht.

    Grappig is dat de cijfers waarop het IPCC zich baseert voortkomen uit datzelfde optimistische beeld van het menselijk vernuft.

    Onzin. Die cijfers komen niet voort uit “een beeld” maar wel uit werkelijk menselijk vernuft: de wetenschap.

    Even voor de zekerheid: je bent toch nog wel op de hoogte van het onderscheid tussen scenario’s en voorspellingen? Daar ben je namelijk al regelmatig op gewezen. Net als op het feit dat de wetenschap (en dus ook het IPCC) rekening houdt met onzekerheden.

  6. 7

    @6:

    Onzin. Die cijfers komen niet voort uit “een beeld” maar wel uit werkelijk menselijk vernuft: de wetenschap.

    De emissiescenario’s, die het IPCC, hanteert zijn niet gebaseerd op wetenschap, maar op verwachtingen, prognoses. Verschillende auteurs zijn van mening dat die emissiescenario’s onrealistisch zijn.

    Als de prognoses voor broeikasgasemissies gebaseerd zijn op verkeerde aannames, dan zijn ook alle berekeningen en simulaties op basis van die foutieve prognoses, waardeloos.

    De mondiale winning en het verbruik van steenkool zijn al aan het afnemen. De winning en daarmee ook het verbruik van aardolie lijkt niet verder te kunnen toenemen. Dit zijn extra aanwijzingen dat er iets mis is met de emissiescenario’s waar het IPCC mee rekent.

  7. 10

    @9

    Goed, nog één poging dan. Het IPCC rekent verschillende scenario’s door. Die onmogelijk allemaal uit kunnen komen. Omdat ze verschillend zijn. De bewering dat er “iets mis is” met één zo’n scenario omdat het niet uitkomst is dus bullshit. Omdat, ik zeg het nog maar een keer, die scenario’s verschillend zijn en dus onmogelijk allemaal uit kunnen komen. Dat is je al eindeloos vaak uitgespeld. Wie weet helpt het dat ik het nu nog drie keer heb herhaald je om het een week of wat te onthouden. Al maak ik me daar ook weer niet al te veel illusies over.

  8. 11

    @10:

    De bewering dat er “iets mis is” met één zo’n scenario omdat het niet uitkomst is dus bullshit.

    De scenario’s lopen door tot 2100: we weten nog niet of ze zullen uitkomen.
    Deskundigen achten de scenario’s onrealistisch.
    Je kunt de mening van de deskundigen natuurlijk gewoon naast je neerleggen.

    die scenario’s verschillend zijn en dus onmogelijk allemaal uit kunnen komen.

    Wetenschappers, die zich verdiepen in de winning van fossiele brandstoffen, komen tot de conclusie dat vrijwel alle scenario’s, die het IPCC presenteert (voortkomend uit een zeer optimistische beeld van het menselijk vernuft), onrealistisch zijn.
    ik beweer niet dat ze allemaal zullen uitkomen. Ik beweer dat ze geen van allen zullen uitkomen.

  9. 12

    @11: Ik begrijp uit de aard van de scenario’s dat er altijd meer of minder onzekerheden in zitten. Het gaat om gefundeerde inschattingen die aanknopingspunten bieden voor beleid: als we dit doen dan kan er dat gebeuren.
    Met zekerheid stellen dat de scenario’s geen van alle uitkomen klinkt dan tamelijk ridicuul.
    @4: Dank voor de aanvullende info. Ik hoop dat volledige openheid over deze stap risico’s van inmenging kan voorkomen.

  10. 13

    @11: “we weten nog niet of ze zullen uitkomen.”
    We weten wel degelijk zeker dat ze niet uit zullen komen. Op zijn best kan er eentje van uitkomen, waarmee de anderen per definitie niet uitkomen. Verder doen die scenario’s er niet zo heel veel toe, het gaat uiteindelijk vooral om de daadwerkelijke uitstoot en die leidt op het huidige niveau al tot de nodige klimaatverandering voor 2100.

  11. 14

    @12

    De realiteit zal naar alle waarschijnlijkheid ergens tussen het hoogste en het laagste scenario uitkomen. En als de wereld zich aan het klimaatakkoord van Parijs houdt zouden de emissies niet zo ver boven het laagste scenario van het laatste IPCC-rapport moeten komen. Maar daar zou ik geen vergif op innemen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

| Registreren