Kunst op Zondag | Dichtregels

Wat vind u de mooiste dichtregel? In het kader van de komende Poetry International vragen de Rotterdamse vuilniswagens om nieuwe dichtregels. Gedichten bij het vuilnis, je moet er maar op komen.

cc Flickr FaceMePLS Roteb Bergweg Rotterdam
‘Soms kom ik mezelf tegen
en dan zeg ik niet eens gedag’
(Peter Oole)

Waar je ook op kan komen zijn de vele muren die van dichtregels of complete verzen voorzien moeten worden. Menig gemeente heeft daartoe wel eens een wedstrijdje uitgeschreven en inwoners gevraagd hun favoriete gedicht of zelfbedachte dichtkunst in te sturen.
cc Flickr FaceMePLS Gedicht Bonaireplein Leiden

Wij houden niet zo van wedstrijdjes, maar van dichtregels kunnen we niet genoeg krijgen. Kunt u ons helpen aan een Sargassolijst ‘Mooiste dichtregels’?

Zelden vind ik een heel gedicht mooi, vaker raakt me een dichtregel die toevalligerwijs mijn pad kruist (op een vuilniswagen, op een muur, op een monument of op straat). Zeker, in de buitenruimte zijn genoeg bekende gedichten en dichtregels te vinden. “Alles van waarde is weerloos” (Lucebert) ís een schitterende zin, zo onovertroffen dat het pure jaloezie moet zijn geweest die kunstenaar Jack Segbars tot een andere dichtregel dreef.
cc Flickr FaceMePLS Kunst Lange Hilleweg Rotterdam

Zelden vind ik een heel gedicht mooi, vaker raakt me een enkele dichtregel of strofe in het gedicht zelf. Velen dwepen met een stukje Leo Vroman (uit het gedicht ‘Vrede’).

Kom vanavond met verhalen
hoe de oorlog is verdwenen,
en herhaal ze honderd malen:
alle malen zal ik wenen

Maar ik vind deze mooier, vooral omdat zo’n oude zin (1954) vandaag nog zo krachtig kan zijn:

Liefde is een stinkend wonder
van onthoofde wulpsigheden
als ik voort moet leven zonder
vrede, godverdomme, vrede

Awel, graag uw favoriete dichtregels. Heeft u ze ergens in de buitenruimte gevonden, doe er dan een afbeelding bij (indien voorhanden). Uiteraard vermeld u de dichter en het gedicht waar de regel of strofe thuishoort.

Hooguit drie per inzender graag en genummerd naar voorkeur (1 vind u de mooiste, 2 ook schitterend maar ietsjes minder en 3 een zin die we niet mogen missen, doch overtroffen door de vorige twee). De nummers 1 geven we 10 punten, de nummers 2 krijgen 8 punten en de nummers 3 krijgen zes punten.

Op die manier hopen we tot de Sargassolijst “Mooiste dichtregels” te komen. Uitslag volgt op nader te bepalen tijdstip.

  1. 1

    Het was een vrouw. Het schip dat zij bevoer kwam
    langzaamaan stroom af door de brug gevaren.
    Zij was alleen aan dek, zij stond bij ’t roer,

    en wat zij zong hoorde ik dat psalmen waren.
    O, dacht ik, o dat daar mijn moeder voer.
    Prijs God zong zij, Zijn hand zal u bewaren

  2. 2

    Zelden vind ik hele gedichten mooi maar jouw zin trok me over de streep: Zelden vind ik een heel gedicht mooi, vaker raakt me een enkele dichtregel of strofe in het gedicht zelf.

    Mijn zin is:

    De Zee, de Zee klotst voort in eindeloze deining

    Uit De Zee van Willem Kloos.

    Ooit jaren geleden, na een dagje zeevissen vanuit Scheveningen, dat door zeeziekte volledig aan mij voorbij was gegaan, op het bord geschreven door mijn docent Nederlands zonder verder commentaar.

    Ik ben de regel nooit vergeten. Dat zegt iets over de ervaring van de zeeziekte, dat zegt iets over de kracht van de regel. Daarbij zegt de geïsoleerde regel iets over de continuïteit van natuur, van de wereld.

    De geïsoleerde regel is krachtig en prachtig.
    Het gedicht zelf is weer waardeloos en te ambitieus.

    Al met al, jouw vraag trok bij mij de la van deze strofe weer open. Derhalve maar geciteerd.

  3. 4

    Ook een glimlach van mij, naar Sikbock en naar PJ voor een fijne KOZ. Van mij geen gedicht, alleen aandacht voor een prachtig initiatief in Leiden. Tot 2005 werden er op veel blinde muren gedichten geschilderd, in de originele taal en vertaald in het Nederlands. Je kan je laten verrassen als je omhoog kijkt.

    http://www.muurgedichten.nl/

  4. 5

    Bezoek aan de afdeling voor wonderen

    Ik wacht in de steriele ruimte tot ik aan de beurt ben.
    De zoemer gaat en ik loop door een aluminium poort
    de helverlichte ruimte in waar men mij uitkleedt en betast
    tot men uitgevogeld heeft welke engel ik was
    en welk wonder daarbij hoort.

    Een uur later sta ik weer buiten: brandschoon
    alsof de eerste les op het gymnasium zo begint,
    ik heb een tas in mijn hand en de sneeuw vonkt
    op mijn blote voeten. Er wacht visite op me, thuis.
    Het is machtig koud tussen mijn oren.

    Martijn Benders
    Uit: “Wat koop ik voor jouw donkerwilde machten, Willem” (2011)

  5. 6

    DIEPZEELIED

    ‘K was ooit meer min dan meermin.
    Nu ben ik lang geen min meer,
    Daar ik mijn liefste meer min,
    Dan’t oud beroep van min. Meer
    Dan meerman is hij, meer min-
    Nestreel, die nu mijn min meer
    Waardeert dan goud, en meer min-
    Naar ook, die mij, ex-min, meer
    Bemint dan elke meermin.
    O, hij is lang geen min meer-
    Man, die ik min of meer min!
    Plons…

    Van Leonard Huizinga.

    Goed voor het relativeringsvermogen. Het leven is tijdloos en een grap. Mijn eerste kennismaking met een gedichtje. Toen pas kwam ik erachter dat taal ook leuk kon zijn.

  6. 7

    Lastig hoor! Je moet eigenlijk nooit iemand naar de beste vragen.

    1. “En ons steeds even laten verbazen over onze omgeving
    Zoals Jayden in de vorm van een baby
    Kijkt, maar spreekt niet
    Observeert egoloos, het lijkt levenloos
    Maar ik weet dat hij van ons hier het meest ziet”

    2. “Ik heb nooit geloofd dat ik liefde verdien”

    3. “Is het puur onvermogen of gewoon gebrek aan liefde?”

  7. 8

    1. en heeft hij nooit geweten hoe machteloos ik hem heb liefgehad. (Sterfbed, Jean Pierre Rawie)
    2. Slurp vet en plunder (Sieg Heil & Limousines, Bart Chabot)
    3. buiten het dagelijks contact met ijdeltuiten staat mij te wachten: tweemaal vergaderen en tussendoor de lunch gebruiken met een kletsmajoor (Agenda, Martin Veltman)

  8. 9

    #6 doet mij realiseren, dat Annie M.G. Schmidt zeker niet mag ontbreken in dit lijstje. Ik heb getwijfeld over De Orrekiedor. Maar ga toch maar voor De spin Sebastiaan.

    Wie niet is opgegroeid met dit gedicht is geen echte Nederlander. Als waterscheiding in moeilijke tijden:

    Dit is de spin Sebastiaan.
    Het is niet goed met hem gegaan.
    […]
    Na een poosje werd toen zoëven
    dit berichtje doorgegeven:
    Binnen werd een moord gepleegd.
    Sebastiaan is opgeveegd.

  9. 11

    @7: Graag ook de herkomst a.u.b.
    Hier is de vraag of songteksten ook poëzie zijn. De schrijver van dit artikel meent van wel.
    Voor de andere lezers: de drie dichtregels die Anton hier toon zijn van Typhoon, die volgens de schrijver van genoemd artikel “ver voorbij gaat aan de clichés van Lange Frans en Baas B“.

    terzijde: Heet je echt Anton of heb je je vernoemd naar Anton de Kom?

  10. 12

    @4:
    Dit m.i. ontroerende gedicht van Maria Neeltje Min (Ik heb het bundeltje nog) heeft het ook tot muurgedicht “geschopt”

    Waar het die vuilniswagens betreft:
    Hoe moet poëtisch “shit happens” beschrijven? ;-)

  11. 13

    @8: Zo heb ik de inzendingen het liefst. Makkelijk om een lijst mee samen te stellen (dus nummer, dichtregel, naam dichter en bundel). Voor zover dat mogelijk is natuurlijk.

  12. 14

    Ik vind – en ik claim geen originaliteit – “De Dapperstraat” van Bloem erg mooi. Het gedicht is ter plekke ook op de muur aangebracht.

    https://mainzerbeobachter.files.wordpress.com/2013/08/dapperstraat_1.jpg

    Dit Amsterdamse gedicht kan mooi op de vuilniswagens in Rotterdam, om – afhankelijk van je perspectief – te zeggen dat Amsterdam vuilnis is of te zeggen dat poëzie flauwe interstedelijke rivaliteiten overstijgt.

    [Edit] Ik woon in de Amsterdamse Dooie Dichters-buurt (Oud-West), waar ze van alle dichters inmiddels gedichten op de muur hebben. Ik weet niet wie het organiseerde, maar ze hebben een gelukkige keuze van fragmenten gehad.

  13. 15

    Zoals het kwam, uit het oneindige,
    neerdaalde uit de hemel,
    het in de bergen ging ruisen, en begon
    te dansen van beek naar beek,
    het zich wiegend een weg zocht in
    de rivier door de vallei,
    zoals het oud werd en traag en eindelijk
    de zee vond en verdween
    in wat daar lag, in zichzelf.

    Uit ‘Water’ van Rutger Kopland

  14. 16

    Ik ben geen grote poëziekenner, maar ik heb wel wat met Slauerhoff. Ik vind eigenlijk ook dat je geen regels uit gedichten moet isoleren.

    La voyageuse:

    In Singapore is zij aan boord gekomen,
    Vlak voor het vertrek, met dertig stuks bagage.

    Het is de eerste regel van het gedicht, en het schept meteen verwachtingen. Die worden nog sterker bij de volgende zin:

    De eerste nacht doorspookte ze al de dromen
    Van een matroos, gemonsterd onder gage.

    Spoiler: het loopt met deze dwaze matroos niet goed af.

  15. 17

    @14: Ehm…nee. Bedankt. We hebben zelf al een gedicht.

    Rotterdam is niet te filmen
    De beelden wisselen te snel
    Rotterdam heeft geen verleden
    en geen enkele trapgevèl

    Rotterdam is niet romantisch
    heeft geen tijd voor flauwekul
    is niet vatbaar voor suggesties
    luistert niet naar slap gelul

    ’t Is niet camera-gevoelig
    lijkt niet mooier dan het is
    Het ligt vierkant hoog en hoekig
    gekanteld in het tegenlicht

    Rotterdam is geen illusie
    door de camera gewekt
    Rotterdam is niet te filmen
    Rotterdam is vééls te ècht

    Gewoon op elke vuiliswage een regel of couplet en klaar ben je