Kunst op Zondag | De mens achter de drol

Een mens is meer dan de som der delen. Dat wordt wel eens vergeten door mensen die anderen denken te kennen, louter op beoordeling van huid of haar.

Willen we een kunstenaar leren kennen dan is aanschouwing van een zelfportret niet voldoende. Het traditionele zelfportret is niet meer dan een pasfoto, een selfie. Maar kunstenaars laten soms op geheel ander wijze (delen van) zichzelf zien. Afgietsels van lichaamsdelen, zelfs lichaamsvocht, mogen we zeker zien als ego-documenten, maar kennen we dan de kunstenaar?

Neem nu ‘Merde d’artista’ (‘poep van de kunstenaar’, hierboven afgebeeld) van Piero Manzoni, momenteel te zien in het Stedelijk Museum Schiedam.

Volgens de principes van de ‘Arte povera’ heeft Manzoni het zelfportret ontdaan van alle overbodige poeha en teruggebracht tot wat volgens hem essentiële weergaven van zijn persoon konden zijn: vingerafdrukken (“the fingerprint is the only sign of the personality that can be accepted”), zijn adem (“breathing my soul into an object that becomes eternal…”), zijn faeces (“if collectors want something intimate, really personal to the artist, there’s the artist’s own shit, that is really his”).

Wie meer van de kunstenaar tot zich wilde nemen kon (in 1960) gekookte eieren eten waarop zijn duimafdruk was aangebracht. Maar kent men dan de mens achter de drol?

Nee. We weten wel wat meer over ’s mans visie op de relatie tussen kunstenaar, kunstwereld en publiek (sober, niet duur, intiem), maar de persoon volledig doorgronden doen we niet.

Bij de volgende bijzondere zelfportretten is dat niet anders. We zien een statement, een belangrijk deel van de persoonlijkheid van de kunstenaar. Dat is ook genoeg. We hoeven niet alles van elkaar te weten. Wat we hier zien is al mooi genoeg.

Marc QuinnSelf (1991). Zijn eigen bloed, gegoten in een vorm van zijn eigen hoofd, vervolgens bevroren. Symbool voor een periode in zijn leven waarin hij besefte afhankelijk te zijn van andere connecties om te kunnen overleven (trek de stekker uit de koeler en het zelfportret wordt niet meer dan een plasje bloed). De herhaalde werken (1996, 2001, 2006 en 2011) zijn tevens symbool voor het voortschrijden van zijn leven. Hier zie je zijn ‘Self’ uit 2006.

De meeste kunstenaars gaan niet zo ver om eigen lichaamsdelen, lichaamssappen of excreties letterlijk voor hun werk te gebruiken. Vaker wordt door middel van afgietsels een ‘partieel zelfportret’ gemaakt.

Caspar Berger maakt zelfportretten op basis van zijn huid (“het membraam tussen het persoonlijke binnenste lichaam en de niet-persoonlijke buitenwereld”) en skelet (“fundament van het fysieke lichaam én drager van onze ‘eeuwig identiteit’, d.w.z. van iets wat we zijn zelfs lang nadat onze tijd is verstreken”).

Caspar BergerImago – Zelfportret 5 (2007).
cc Flickr Peter photostream Zelfportret 5 IMAGO, Caspar Berger 2007

Yuichi Ikehata fotografeert zichzelf, maakt met ijzerdraad en gips allerlei structuren, en voegt daar delen van zijn foto’s aan toe. Zo ontwerpt hij nieuwe afbeeldingen van zichzelf. In zijn eigen woorden: “Met fracties van de werkelijkheid een fictieve wereld maken”.

We moeten niet alles waarbij de kunstenaar haar of zijn eigen lichaam als exposeert als zelfportret zoals hierboven beschreven. Soms is het niet meer dan ‘materiaalgebruik’. Bijvoorbeeld bij het werk van Milena Naef – haar eigen lichaam in marmer in Fleeting Parts (2016) en Ronda Pondick – afgietsel van haar gebit in Mine (1994-95) en Dirt head (1997).

Tot slot: De kunstenaar achter de drol heeft te kort geleefd om mee te maken dat de werkelijkheid zijn waarheid heeft ingehaald. ‘Arte povera’ of niet, de blikjes poep die wat hemzelf betreft de niet onaardige prijs van 30 gram goud mochten kosten (vandaag zou dat zo’n 1115 euro zijn), werden op verschillende veilingen verkocht voor bedragen variërend van 124.000 tot 275.000 euro.

  1. 3

    Waarom zou je de kunstenaar moeten kennen? Ik weet dat de waarde van kunst grotendeels bepaald wordt door de bekendheid van de maker, maar dat maakt het er niet interessanter op, en ook niet kunstzinniger.

  2. 4

    Citaatje uit de NRC van 8 maart n.a.v. het overlijden van performancekunstenaar Carolee Scheemann:De mooiste ode aan Scheemann komt voor in de film The Big Lebowski (1998). Daarin doet Julianne Moore haar na, als kunstenares Maude, die naakt aan een kabelbaan door haar atelier zoeft terwijl ze een doek bespat met menstruatiebloed. Ze legt het een verbijsterde Dude uit:’Mijn kunst is omschreven als sterk vaginaal, wat mannen stoort.