Imema’s, nabo’s of streepjes-Nederlanders?

De begrippen ‘allochtoon en autochtoon’ hebben hun beste tijd gehad. Wat zijn alternatieven en wat kunnen we zeggen in alledaagse gesprekken?

Is imema het nieuwe woord voor allochtoon? Freek de Jonge zal in zijn verkiezingsconference gedoeld hebben op het besluit van de WRR en het CBS om in hun publicaties voortaan te spreken over ‘inwoners met een migratieachtergrond’ (Freek: ‘driepoot’) en ‘inwoners met een Nederlandse achtergrond (imena, ‘tweepoot’). De tweedelingen ‘allochtoon en autochtoon’ en ‘westers en niet-westers’ zijn aan vervanging toe omdat:

De migranten zijn inmiddels zo verschillend qua herkomstland en migratiemotief dat ze niet meer onder de overkoepelende termen ‘allochtonen’ of ‘westers’ en ‘niet-westers’ zijn te vangen. Deze labels hebben daarnaast een uitsluitende en onderschikkende werking. De term ‘allochtoon’ (‘van een ander land’) is bovendien onjuist voor de tweede generatie om­dat die in Nederland is geboren.

Nabo’s en fobo’s

In het maartnummer van Sociologie Magazine vraagt sociologe Leen Sterckx zich af of de nieuwe termen nu wezenlijk anders zijn: het voorstel om ‘allochtoon’ te vervangen door ‘inwoners met een migratieachtergrond’ miskent immers nog steeds dat veel kinderen van migranten wel degelijk een Nederlandse afkomst hebben.

Sterckx bespreekt vervolgens het voorstel van socioloog Arjen Leerkes voor een dynamisch perspectief waarbij de gekozen benamingen moeten weerspiegelen dat “het in Nederland geboren en getogen zijn zorgt voor overeenkomsten ongeacht de herkomst van ouders”. Leerkes stelt voor te spreken over ‘nabo’s’ (native born) van Nederlandse (of Marokkaanse/…) herkomst en ‘fobo’s’ (foreign born) van Marokkaanse (of Nederlandse/…) herkomst.

Maar dit perspectief vertrekt nog steeds vanuit migratie en integratie, aldus Sterckx, “waarbij iemand van ‘vreemde’ origine wordt toegevoegd aan Nederland en daar al dan niet, na verloop van generaties, in oplost”. Sterckx stelt dan ook voor te gaan spreken over ‘streepjes-Nederlanders’: Marokkaanse Nederlanders, Canadese Nederlanders – of andersom. Zelfidentificatie moet volgens Sterckx de basis vormen voor de indeling van mensen. Het is alleen nog even zoeken naar een acceptabele naam voor de categorie ‘etnische Nederlanders’, merkt ze tot slot op.

Relevantie

Misschien zijn er inderdaad betere alternatieven, maar ik zou in deze discussie meer de nadruk willen leggen op het ‘relevantie-criterium’. Volgens de WRR moet een onderscheid naar landen of regio’s “informatief en relevant” zijn voor de vraag die de statistieken of het onderzoek beogen te beantwoorden. Een onderscheid naar herkomst als het gaat over schoolprestaties kan dan zinvol zijn, maar de categorie ‘niet-westers’ is niet informatief en relevant, omdat niet alle groepen leerlingen die in deze categorie vallen in dezelfde mate problemen ondervinden.

In dat licht is het niet goed te begrijpen waarom het CBS in een recent bericht over de toename van het aantal bijstandsontvangers toch weer onderscheid maakt tussen westerse en niet-westerse migratieachtergrond. De toename in bijstandsontvangers is toe te schrijven aan meer bijstandsontvangers ‘met een niet-westerse achtergrond’ maar er staat ook dat het voor een “aanzienlijk deel” gaat om vluchtelingen met een uitkering. Het was hier volgens mij dus zinvoller geweest de bijgaande grafiek anders uit te splitsen zodat we kunnen zien wat het aandeel van vluchtelingen is. Dat vertelt een net iets ander verhaal en is bovendien een veel specifiekere categorie dan ‘niet-westerse migratieachtergrond’.

Alledaagse gesprekken

Daarnaast zou ik ervoor willen pleiten het ‘relevantie-criterium’ ook te gebruiken voor alledaagse gesprekken. Het valt me op dat het heel gangbaar is om als we iets vertellen over een persoon daarbij te melden wat iemands (vermoedelijke) etnische achtergrond is. Maar vaak is die achtergrond helemaal niet relevant en informatief. Als je vertelt over het gesprek dat je had met een taxichauffeur over politiek, waarbij het onderwerp Wilders onvermijdelijk lijkt, dan kan het relevant zijn te melden dat de taxichauffeur een Marokkaanse achtergrond heeft. Als je vertelt over je gesprek met een platenverkoper is het niet relevant te melden dat hij – vermoedelijk – van Antilliaanse afkomst is, tenzij het over Antilliaanse muziek ging misschien. En voor het gesprek zelf: de vraag “Waar kom je vandaan?” stellen aan iemand met een donkere huidskleur of die een hoofddoek op heeft, als daar verder geen enkele aanleiding toe is, is ronduit irritant.

Soms vraag ik mensen waarom het belangrijk was te melden dat de persoon over wie we praten werd geïntroduceerd als een “Marokkaan” of “Pool” of wat dan ook. Meestal word ik dan wat glazig aangekeken. Of ik krijg de vraag terug of ik dan vind dat we ook niet meer het geslacht van iemand mogen melden. Nee, dat vind ik niet. Ik heb hier bewust geschreven over sociologe Sterckx, omdat ik denk dat vrouwelijke wetenschappers te weinig in beeld zijn.

In plaats van een automatisme zou het een afweging moeten worden, waarbij het wel of niet melden van bepaalde kenmerken voor een belangrijk deel te maken heeft met het bestaan van negatieve stereotiepe beelden, en dat speelt meer bij etnische achtergrond. Het heeft geen zin bepaalde woorden te verbieden, maar we kunnen op zijn minst gaan experimenteren met het ‘relevantie-criterium’ in het alledaagse taalgebruik.

  1. 2

    Ja hoor, daar heb je weer de social justice warrior code. Wat maakt het nou uit wanneer iemand vraagt naar waar je wortels liggen? witte mensen hebben die interesse zelfs onderling. Vooral wanneer blijkt wanneer je niet in het streek accent past. Big deal. Je bent eigenlijk vrij onbeschoft wanneer je daar direct je over aangevallen voelt.

  2. 3

    De chinees om de hoek die er al 30 jaar zit is bij mij een chinees, ook al spreekt hij vloeiend plat en eet hij stampot.
    Als ik in Amsterdam kom ben ik een simpele boer/dierenbeul of bedenken die sociologen ook een ander begripvoller begrip?
    Voor de rest, je hebt leu , potleu en stömpkes.
    Sociologen zijn stömpkes.

    De vraag “Waar kom je vandaan?” stellen aan iemand met een donkere huidskleur of die een hoofddoek op heeft, als daar verder geen enkele aanleiding toe is, is ronduit irritant.

    Dat is dan zijn of haar probleem en niet die van de vragensteller.

  3. 6

    @3: De Chinees bij mij om de hoek woont ook al dertig jaar in Nederland, maar spreekt echt heel slecht Nederlands. Het is dan ook ontzettend makkelijk voor deze mensen om in mijn stad uitsluitend in je eigen cirkeltje rond te draaien.

    Ja, ik heb ook een anekdote!

  4. 7

    Wanneer mensen al 3 generaties is een parallelle samenleving wonen, gebrekkig Nederlands spreken en zich oosters kleden (hoofddoekje/boerka, man in jurk, etc.) dan is dat voor mij een allochtoon. Parallelle-cultuur-Nederlander mag ook, als dat beter ligt bij Social Justice Warriors.
    Maar uiteraard ligt het probleem bij de (boze?) witte man die de verkeerde benamingen gebruikt.

  5. 8

    @1-7: Misschien heb ik iets gemist, maar volgens mij is de discussie of hoe je iets benoemt relevant is al lang voorbij, toch? Het antwoord daarop is dat het relevant is. Maar ik laat me graag door middel van bronnen overtuigen dat de wetenschappelijke consensus daarover is verschoven.

    Wat ik persoonlijk interessanter vind @0, ook gezien bovenstaande reacties, is hoe we dit voor elkaar gaan krijgen. Veel mensen zullen niet bereid zijn die afweging te gaan maken, en het vereist een mindset die misschien op de plekken waar het het meeste nodig is niet aanwezig is.

    De overheid heeft denk ik meer macht. Zij heeft immers ook de term allochtoon geïntroduceerd. Maar ze moet uitkijken dat ze niet nog een keer dezelfde fout maakt door een woord te gaan gebruiken dat nog niet bestaat of op zichzelf staat.

    Dat vind ik zo sterk aan “streepjes-Nederlanders” (grappige omschrijving overigens). Het is lastig om er een scheldwoord van te maken.

  6. 9

    @8 Inderdaad. Wie zo regeert heeft inderdaad niet begrepen waarom het gaat zoals, wat hier bewezen wordt. Ik heb Duitse voorouders maar daar wordt ik nooit op aangesproken omdat je dat nergens aan kan zien of horen (in mijn naam).

    Welk woord je ook kiest, het zal op den duur altijd een negatieve klank krijgen – hoe goed bedoeld ook – en men zal de behoefte voelen om een nieuw woord te bedenken, een nieuw eufemisme.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

| Registreren