Hoe Jeroen Dijsselbloem weeffouten uit de euro haalt

VERSLAG - Vorige week maandag zat ik in de aula van het academiegebouw van de Universiteit van Utrecht. Jeroen Dijsselbloem komt praten over Europa. De zaal gonst. Ongeveer tweehonderd man wachten op de komst van de minister. Achter me zitten studenten. Ze overleggen wat ze gaan doen na hun studie. Een van de jongens hoor ik zeggen dat hij eerst maar eens gaat kijken bij een grote bank. Een verzekeringsbedrijf zit er niet in want hij heeft geen actuariaat gedaan en nu is het daarvoor te laat.

Alle leeftijden zijn vertegenwoordigd maar de meerderheid is jong en deftig gekleed, compleet met – indien van toepassing – colbertje en dasje. Als later professor Kool, die de studenten achter mij blijkbaar goed kennen, binnenkomt (Clemens Kool, hoogleraar Financieringen en Financiële markten te Utrecht), constateert een van hen dat hij als enige op het podium geen stropdas om heeft. ‘Als professor mag hij dat,’ zegt hij. Jeroen Dijsselbloem is in donker pak gehuld – het uniform van de Echt Belangrijke Mensen – en hij heeft natuurlijk wel een stropdas om, een lichtblauwe. Professor Esther-Mirjam Sent (hoogleraar economische theorie en economisch beleid aan de Radboud Universiteit) is gekleed in een vrolijke, rode jurk. Als Jeroen Dijsselbloem binnenkomt, gaat alle aandacht naar hem, maar hij gaat na het handen schudden meteen zitten en begint druk met papier te schuiven.

De avond is georganiseerd door het Studium Generale van de universiteit in samenwerking met de Werkgroep Europa van de Partij van de Arbeid. Later wordt gemeld dat een van de kandidaat-lijsttrekkers voor de Europese verkiezingen ook in de zaal zit. De eerste spreker, die de forumleden introduceert, vertelt dat Europa belangrijk is voor Nederland, maar dat hij zich er van bewust is dat er ook grote weerstand tegen Europa is. Sommigen willen dat Nederland weer zelf het heft in handen neemt. Dijsselbloem is voorzitter van de Eurogroep – de gezamelijke ministers van financieren van alle eurolanden. Hoe wil hij van de euro een gezamelijke basis maken voor een welvarend Europa? Hebben we daar nog vertrouwen in? Het woord is aan Dijsselbloem.

Sterk en sociaal hervormen

Jeroen Dijsselbloem begint zijn rede met de verontschuldiging dat hij geen speech heeft voorbereid. Hij zegt: ‘Ik heb het niet aan mijn mensen gevraagd.’ Toen hij de uitnodiging kreeg, dacht hij namelijk dat het een avond zou worden zoals hij die vroeger vaak heeft meegemaakt bij de PvdA: lange vergaderingen in achterkamertjes boven cafés waar je scherp werd ondervraagd. Ja, daar kon het hard aan toegaan, maar meestal kwam achteraf wel iemand een schouderklopje geven: ‘Goed gedaan Jeroen.’ Maar vanavond moet hij dus improviseren. Op de lessenaar liggen echter grote vellen papier met aantekeningen, dus zo onvoorbereid is hij nu ook weer niet.

Dijsselbloem probeert een positieve toon aan te slaan die is afgestemd op het publiek. Hij heeft het over de noodzaak van hervormingen die de dynamiek van de economie weer moeten herstellen, zodat ook jonge mensen een baan kunnen vinden. Alle landen moeten hervormen, ook Nederland en Duitsland. De tegenstelling tussen Noord en Zuid is helemaal niet zo groot als mensen vaak denken. De crisis van 2010 is traumatisch geweest maar Europa is daar nu van aan het herstellen.

Europa staat onder grote tijdsdruk, maar we mogen geen verkeerde maatregelen nemen. Dus niet weer op goedkoop geld vertrouwen. Van opbreken van de eurozone kan geen sprake zijn. Het devies is: concurrentiekracht en dynamiek herstellen. Landen weer in macro-economische balans brengen. Dat, kort weergegeven, is de essentie van zijn verhaal. De kernopdracht die Dijsselbloem voor zichzelf en andere Europese leiders ziet, is het gezamenlijk werken aan herstel van de concurrentiekracht van alle landen maar zodanig dat dat niet ten koste gaat van de verzorgingsstaat. Hij citeert de PvdA slogan: sterk en sociaal. Er moet – uiteraard – nog veel gebeuren. Alle drie de sprekers zullen dat die avond zeggen.

Weeffouten

Een woord dat die avond vaak valt is ‘weeffout’ – de euro heeft gebreken en daar moet wat aan gedaan worden. In tegenstelling tot Dijsselbloem is Clemens Kool daar heel duidelijk over. We moeten grote problemen oplossen. De financiële markten zijn onbetrouwbaar. Ze zijn manisch-depressief: of de markt is te positief, of – als het een beetje tegen zit – er is grote paniek. Toch moeten we daarmee rekening houden. Een ernstig probleem voor de euro is dat er geen lender of last resort is. Het is de ECB statutair verboden deze rol te vervullen. Dit betekent dat de financiële markten weten dat als een land problemen heeft er geen centrale bank is die kan garanderen dat een land haar schulden kan betalen. Dit is de belangrijkste oorzaak van de instabiliteit van de eurozone.

Een ander groot probleem is dat de eurozone geen centrale regering heeft. Dat maakt de munt erg kwetsbaar. Bij elke crisis komt namelijk de vraag op of een land uit de euro zal stappen – of zal worden gezet. Het ontbreken van centraal gezag veroorzaakt ook onevenwichtigheden. Grote en sterke landen dwingen kleine en zwakke landen tot hervormen, maar doen zelf weinig. Duitsland heeft bijvoorbeeld een groot export overschot, maar daar wordt niets aan gedaan.

Een belangrijk tekort van de euro is ook het ontbreken van een transfer mechanism. Geld van rijke delen moet op de een of andere manier naar de arme delen vloeien. Om te illustreren waarom dit noodzakelijk is maakt Kool een vergelijking met Nederland. In Nederland hebben de provincies Groningen en Brabant een groot overschot op de betalingsbalans door respectievelijk de export van grondstoffen en door de vestiging van veel technologiebedrijven. Toch geeft dit geen problemen omdat een deel van het overschot zonder morren naar de andere provincies vloeit. Dat geldt niet voor de landen in Europa: het exportoverschot van Duitsland veroorzaakt wel grote problemen. Met dit voorbeeld logenstraft Kool de belangrijkste hervormingen waarmee Dijsselbloem de crisis te lijf wil gaan: herstel van competitiviteit en macro-economische balans zullen niet voldoende zijn.

De oude en de nieuwe elite

Ik kan niet zeggen dat ik teleurgesteld naar huis ging, want ik had vooraf niet de illusie dat Dijsselbloem iets zou zeggen dat mij enige hoop zou kunnen geven. De avond maakte wel duidelijk in welke richting Europa moet veranderen – naar meer eenheid en een volwaardige centrale bank – maar tegelijkertijd was het ook een illustratie van het onvermogen van de politiek om dit bereiken. Wat het vooral liet zien was dat onze Europese leiders – want daar kunnen we Jeroen Dijsselbloem als voorzitter van de Eurogroep zeker toe rekenen – geen oplossing hebben voor wat eufemistisch de ‘weeffouten’ worden genoemd. Het blijft bij ‘hervormen’: de verzorgingsstaat afslanken en dynamisch maken en het gladstrijken van macro-economische onevenwichtigheden. Maar aan de grote en structurele problemen van de euro wordt niets gedaan. De politiek is nog op adem aan het komen van de vorige crisis en doet alsof zij dat verdiend heeft.

Ook van de aankomende elite – het publiek in de zaal – is niet veel te verwachten. Er waren wel veel vragen, maar ik heb geen fundamentele kritiek gehoord. Het was een keurige, en gezellige avond, zonder onvertogen woorden. Crisis? Hoezo crisis? Jawel, er is wel een crisis maar die werd op deze avond in ieder geval niet gevoeld. Van enige weerstand tegen Europa was geen sprake want de aanwezigen verwachtten zelf carrière te maken in Europa. Dijsselbloem heeft het vroeger in de PvdA-vergaderzaaltjes boven het café wel zwaarder te verduren gehad.

Gebeurde er dan helemaal niets? Nee, geen protest maar wel een actie. Bij de uitgang stonden mensen te folderen voor het Europees Burgerinitiatief voor een Onvoorwaardelijk Basisinkomen. Een Europees initiatief dat wel, maar het zal de eurocrisis niet oplossen.

De crisis in Europa lijkt alleen maar minder geworden te zijn, maar het is nog steeds even erg. ­De euro heeft ernstige structurele gebreken die niet gerepareerd kunnen worden door de crisismanagers die nu het Europese beleid maken. Ik zeg vaak dat de crisis in Europa nog lang niet is afgelopen en dat het eerst erger moet worden voordat het beter gaat. Het werd die avond weer bevestigd.

  1. 1

    De term “weeffout” moet de miskleun van het eurobesluit verhullen. We kunnen niet meer terug heet het en een sterke ingreep van de rijken ten koste van de zwakken wordt als onvermijdelijk opgediend. De kloof tussen arm en rijk zal verder vergroten. Vreemd dat ook “linkse” partijen zich hierin schikken.

  2. 3

    Klein punt over de Lender of Last Resort: je geeft in je stuk aan dat de ECB dit statutair niet mag zijn. Hier moet je eigenlijk aangeven dat de ECB geen LoLR voor overheden mag zijn, voor banken mag dit namelijk wel.
    En via die banken kan de ECB effectief wel een LoLR worden voor overheden: de ECB leent geld aan banken, die vervolgens overheidsobligaties kopen van hun eigen overheid tegen een lage rente. Dit is dan ook gebeurd tijdens de herfinancieringsoperaties van de ECB van eind 2011 en begin 2012. Zie bijvoorbeeld ook Willem Buiter: http://willembuiter.com/lolr.pdf.

  3. 4

    @3:

    Klopt, de EU heeft de schulden opgekocht van EU lidstaten en leent ze vervolgens geld voor hergfinanciering. En zo wordt de democratie weer een klein beetje verder uitgehold.

    Wel goed van je trouwens dat je dat verdragrechtelijk zo aangeeft!

  4. 5

    @3: Ja dat is zo, dat had ik er bij moeten zetten. Nota bene: dit is een verslag van wat Kool heeft gezegd, al is het wel in mijn woorden natuurlijk.

    Ik neem aan dat je refereert aan de het Quantitavie Easing acties van de ECB. Dit heeft zeker geholpen met het iets naar beneden brengen van de rente, maar is niet vergelijkbaar met direct LoLR aan landen. Banken lenen voor 1% om het te gebruiken om papier van (hun eigen) landen op te kopen. Dit is vooral bedoeld om de kas van banken te spekken.

    Maar het is waar het heeft de druk van de ketel gehaald, maar dit is niet de beste manier.

  5. 6

    Goed stuk. Ik heb een vraagje, wat bedoel je precies met dit:

    De tegenstelling tussen Noord en Zuid is helemaal niet zo groot als mensen vaak denken.

  6. 7

    @6: Dat moet je dus aan Jeroen Dijsselbloem vragen. Zoals ik ook al in mijn reactie op Mark Dijkstra schreef: het is een verslag. Hij doelde daarbij vooral op de noodzaak tot hervormen van de verzorgingsstaat, pensioenstelsel en zorgen voor het creeeren van ‘dynamiek’.

    Met dat laatste wordt volgens mij (maar ik kon het hem niet vragen) vooral bedoeld: het makkerlijker maken om mensen te ontslaan. De verondstelling is dat dit gunstig zal zijn voor jongen mensen – wat maar heel beperkt waar is, en op de lange duur natuurlijk vooral in het voordeel is van werkgevers. Maar dit geheel terzijde.

  7. 8

    @0: “Ik zeg vaak dat de crisis in Europa nog lang niet is afgelopen en dat het eerst erger moet worden voordat het beter gaat.”

    Laat ik nou steeds gedacht hebben dat ik degene was die dat naar voren bracht. En dat de enige kans op verandering is, dat de mensen als gevolg daarvan in opstand komen, omdat er anders ongetwijfeld weer een volgende (nog grotere) crisis “automatisch” en onafwendbaar zal komen,

    net zolang tot die verandering er wel komt.

    Heftig tegengesproken door Klokwerk en Michel die er (blijkbaar) van uitgaan dat de elite voor rede vatbaar is en dus haar privileges na wat overleg wel zal opgeven.

    Voortschrijdend inzicht na een avondje georganiseerd door het Studium Generale?

  8. 11

    @8: Nee hoor, dat zeg ik al langer. Niet omdat ik dat ik denk dat het de enige manier is of omdat het ‘moet’ om de ‘elite’ te overtuigen, maar gewoon omdat heel erg somber ben. Dat is wat ik wilde zeggen.

    Ik geloof niet het erger maken van de situatie verstandig is.