Gratis meesterwerk: Het huis Lauernesse

RECENSIE - Deze zomer bespreekt Marc van Oostendorp elke donderdag een gratis te downloaden meesterwerk uit de Nederlandse geschiedenis. Deze week: ‘Het huis Lauernesse‘ van A.L.G. Bosboom-Toussaint, uit 1840.

Een moeder ging niet lekker dood, aan het begin van de zestiende eeuw. De reformatie kwam over Nederland beuken en scheurde gezinnen uit elkaar. De een raakte er door Luther van overtuigd dat de kerk terug moest naar de wortels, de ander dacht dat de enige hoop voor de mensheid lag in een strenger katholicisme. En de verbitterde ruzies die dat opleverde werden tot aan het bed van moeder met fysiek geweld uitgevochten.

Lees toch allemaal Het huis Lauernesse van de schrijfster A.L.G. (‘Truitje’) Bosboom-Toussaint! Het beschrijft hoe verwarrend en angstaanjagend die reformatie was, hoe moeilijk het was voor allebei de partijen – van de Utrechtse vrouw die stiekem een katholieke priester ontving omdat haar bekeerde man het niet mocht weten, tot en met haar zus die moest toezien hoe haar man, Jan de Bakker, op de brandstapel werd gegooid vanwege Luthersanisme. Het doet wat de mooiste romans doen: het laat je alle kanten van het verhaal zien en werkt vooral daarom zo hartverscheurend. Een goede romanschrijver begrijpt iedereen, hoe oneens ze het ook met elkaar zijn.

De aangrijpendste twee personen zijn zonder twijfel Jonkvrouwe Ottelijne van Lauernesse (een slot dat in de zestiende eeuw in de buurt van Utrecht lag) en haar geliefde, Aernoud Bakelsz, een Utrechtse burger die aan het begin van het boek met haar (en dus boven zijn stand) zal trouwen, maar die haar afwijst als hij ontdekt dat ze ketters geworden is. En die uiteindelijk zelf  ten onder gaat aan die afwijzing – gek van verdriet, van niet kunnen kiezen tussen zijn rechtzinnigheid en zijn oprechte liefde.

Het huis Lauernesse wordt wel gezien als een pleidooi voor de oud-Nederlandse waarde van tolerantie. Het is dan wel een pleidooi dat zelfs  begrip probeert op te brengen voor degenen die niet zo tolerant waren.

Voor de lezer uit 2013 komt daar nog een interessante laag overheen: dit verhaal uit (ongeveer) 1522 wordt verteld door een vrouw uit (ongeveer) 1840 – Truitje Toussaint was een hervormde vrouw die na een roerig liefdesleven getrouwd was met de schilder Bosboom en die prachtige, dikke romans schreef die nu jammer genoeg bijna niemand meer leest.

In het boek spreekt Toussaint haar lezers en haar lezeressen geregeld aan.

Het is interessant om te zien wat voor verschil ze maakt – wanneer spreekt ze tegen de lezers en wanneer tegen de lezeressen? De laatsten haalt ze er bijvoorbeeld bij wanneer ze uitgebreid gaat beschrijven wat sommige personages aanhadden, en op een ander moment om ze aan te spreken op de ‘duizend’ romans die ze allang gelezen hebben en die hun ervaring geven hoe dat zit.

Vrouwen waren in de negentiende eeuw wezens die de hele dag romans zaten te lezen om geïnformeerd te raken over de kleding van de zestiende-eeuwse adel.

Tegelijk is de boodschap uit de zestiende eeuw een heel andere. Er zijn onder de vrouwen net zo goed schurken als helden en onschuldige slachtoffers als onder de mannen. Er is een haatdragende verraadster, een zeer moedige vrouw en een meisje dat het ook allemaal niet zo goed weet – net als er gokgrage monniken, edele bisschoppen en jongens onder de plak van hun moeder zijn.

Naar aanleiding van een andere roman, Majoor Frans, is weleens gediscussieerd over de vraag hoe feministisch Bosboom-Toussaint precies was. Volgens mij maakt Het huis Lauernesse daar veel over duidelijk. Terwijl ze net deed of ze haar lezeressen trakteerde op wat onschuldig gebeuzel over halskraagjes, liet ze hen ondertussen zien hoe vrouwen enkele eeuwen eerder geheel en al voor zichzelf konden denken – en bereid waren de liefde van een man te versmaden als die eiste dat ze zich geheel aan hem en zijn geloof onderwierpen.

Zoals de reformatie in de zestiende, zo kwam het feminisme eraan in de negentiende eeuw. Bosboom-Toussaint was van allebei een voorstander, maar voorzichtig – en voorzichtig omdat ze zoveel inlevingsgevoel had. Dat is de kracht van het weergaloze Huis Lauernesse.

Volgende week: E. du Perron. Het land van herkomst.

  1. 1

    Absoluut een leuke en inspirerende serie.

    En je dan ook realiseren dat dit soort boeken met de hand werd geschreven, gecorrigeerd en met losse letters werden gezet en gedrukt. De boeken werden getransporteerd met paard en wagen.

    En dan de narede lezend (ik kon het even niet laten):

    Nog heb ik een woord aan mijne Katholijke landgenooten, aan mijne vrienden onder hen. Dat ik een Werk als dit ondernemen durfde, is wel het sterkste bewijs voor hunne verlichting, voor hunne verdraagzaamheid. Het woord Hervorming alleen reeds moet hun hard in de ooren klinken; maar het is het woord der Geschiedenis, en zij kennen haar zoowel als ik. Waar ik grove bevooroordeeldheid of fellen partijhaat bittere en lage woorden in den mond geef, zij zullen weten te scheiden den eisch van den toestand en het bijzonder gevoelen van de autheur, die hiermede een afscheid neemt van hen en van geheel haar publiek, met dankzegging voor vroegere toegeeflijkheid en belangstelling, en met de bede om zacht te zijn voor haren eersten Nederlandschen roman, die bewijst, hoe zeer zij zich heeft trachten te voegen naar een uitgedrukt verlangen.

    Welk een relativering. Zouden katholieken echt zo verdraagzaam en verlicht zijn? Zou Bosboom-Toussaint verlicht zijn?

    Mooi hier weer op gewezen te worden, dank.