Groundhog Day: niets vergeten, niets geleerd

Dit is het laatste college, gehouden op 24 november in de reeks: “Wie heeft schuld aan de crisis”. Volgende week is er geen college maar een forum. De docent is deze keer niet Ewoud Engelen maar Karel Williams. Williams is de hoofdauteur van het boek, “After the Great Complacence”. Hij werkt in Groot Brittannië en hij vertelt het verhaal daarom vanuit een Brits perspectief. In het college verslag staan dus verwijzingen naar Britse instanties, politici en onderzoek.

De laatste tijd wordt sommige politici verweten dat zij niet naar de markt maar naar de kiezer luisteren. De commentaren in de kranten gaan over Duitsers die geen geld over hebben voor het Europese noodfonds (EFSF) en die weigeren de Europese Centrale bank (ECB) als lender of last resort te laten functioneren. Of het gaat over Italianen die niet willen hervormen dan wel over Grieken die – o help democratie – een referendum willen houden over de noodzakelijke hervormingen.

Maar je kunt er ook op een andere manier naar kijken: net als vóór de crisis laten de politici zich nog steeds leiden door de financiële industrie. Het lukt de financiële lobby daardoor steeds weer om noodzakelijke hervormingen te blokkeren of af te zwakken.

Het resultaat is dat we in een soort time loop zitten, net als in de film Groundhog Day, waarin de hoofdpersoon elke ochtend op 2 februari om zes uur wakker wordt. Elke dag gebeurt exact hetzelfde, zo nauwkeurig zelfs, dat de hoofdpersoon de gebeurtenissen van de dag tot op de seconde kan voorspellen. Net als in de film kunnen we constateren dat de politiek niets heeft geleerd maar ook niets is vergeten.

Groundhog Day: niets vergeten, niets geleerd

Het beste voorbeeld hiervan is New Labour. Volgens Gordon Brown in zijn Mansion House speech is 2006 “een van de meest succesvolle jaren ooit”:

And just as two years ago we promoted the action plan for liberalizing financial services across Europe, I can tell you that the Treasury is now working… to ensure that the forthcoming European financial services white paper signals a new wave of liberalization. […]

In 2003, just at the time of a previous Mansion House speech, the WorldCom accounting scandal broke. And I will be honest with you, many who advised me including not a few newspapers, favoured a regulatory crackdown. I believe that we were right not to go down that road which in the United States led to Sarbanes–‐Oxley, and we were right to build upon our light touch system… fair, proportionate, predictable and increasingly risk based…”

En hier is Ed Balls, de woordvoerder van financiën van Labour in het Lagerhuis na het uitkomen van het Vickers report. Hij meldt dat de financiële industrie in veilige handen is bij Labour:

[W]e must be careful not to throw the baby out with the bath water. Yes, we need radical reforms to the banking system to protect customers and taxpayers and support the wider economy. But we must also get the balance right and ensure reforms are pursued internationally to protect the hundreds of thousands of British jobs dependent on financial services. And we must stand up for Britain’s interests in the European Union, because we cannot defend jobs at home by retreating to the sidelines abroad.

And while I support an international tax on financial transactions, doing it only in Europe and not including major financial centres such as New York risks real damage to the City…our Prime Minister and Chancellor should push for a “Robin Hood Tax” with the widest international agreement”.

Let op hoe hij zegt dat de Tobin belasting (Robin Hood Taks) er alleen komt als iedereen het doet. Dan weet je zeker dat het dus nooit zal gebeuren. Lees zijn hele verhaal: Don’t cripple the City.

Er is veel veranderd sinds 2007: Van hoogconjunctuur met 3% groei per jaar zijn we gegaan naar een dubbele recessie (dubbel dip recession), een verloren decennium en mogelijk zelfs erger. Maar er is ook weinig veranderd: in 2011 zijn de uitgangspunten en prioriteiten van de leidende elite is nog steeds dezelfde:

  1. 1. Aandeelhouderswaarde: het primaat van de aandeelhouderswaarde staat niet ter discussie, ondanks de hoge risico’s die bedrijven nemen om maar voldoende rendement per aandeel te kunnen genereren.
  2. 2. Her-regulatie: een kleine elite beslist over de manier waarop hervormd moet worden. De koers wordt niet door democratische besluitvorming maar door bureaucratische stammenoorlogen bepaald. In het Verenigd Koninkrijk is dit gevecht gewonnen door de Bank of England.
  3. 3. Geen publieke controle over de markt: de markt wordt maar heel gedeeltelijk onder controle gebracht. Grote financiële conglomeraten zijn niet opgebroken. Het probleem van het schaduwbankieren is niet opgelost. De scheiding tussen spaarbanken en handelsbanken is onvolledig.
  4. 4. Toename van krediet: de ongecontroleerde kredietexpansie gaat nog steeds door. Vóór 2008 gebeurde dat op basis van vastgoedhypotheken en de derivaten daarop, na 2009 via de Bank of England die een ultra los monetair beleid voert: 0.5% rente voor banken + 275 miljard pond voor quantitative easing (geld bij drukken), terwijl anderzijds hard wordt bezuinigd op overheidsuitgaven. Dit is een bizarre oplossing voor een balance sheet recession.

Hoe oefent de elite haar macht uit? De essentie daarvan is haar vermogen om noodzakelijke hervormingen af te zwakken. Zolang de elite aan de macht is kan zij het volk dwingen om elke dag weer opnieuw hetzelfde te beleven, net als Bill Murray in de film. Elke dag wordt hij wakker om 6 uur als Sonny and Cher de klokradio zingen: “I’ve got you babe”. Zolang er niets grondig verandert heeft de elite ons in haar macht.

Experts versus lobbyisten

Experts en technokraten zijn belangrijk want zij adviseren de politiek die de hervormingen moet uitvoeren. Veel Angelsaksische experts zijn vóór de crisis arrogant en gemakzuchtig: ze denken dat het huidige beleid een herhaling van de jaren dertig zal voorkomen. We maken dezelfde fout toch niet een tweede keer? De crisis kwam dus onverwacht. De reactie daarop is verschillend: er zijn structurele hervormers en radicale hervormers.

De structurele hervormers

Mario Monti en Ben Bernanke zijn goede voorbeelden van structurele hervormers. Zij zijn de Aspergers of the imagination. Zij richten zich op zaken als flexibilisering van de arbeidsmarkt. Op een bijeenkomst ter gelegenheid van de 90e verjaardag van Milton Friedman in 2002 zegt Ben Bernanke het volgende:

Let me end my talk by abusing slightly my status as an official representative of the Federal Reserve. I would like to say to Milton and Anna: regarding the Great Depression. You’re right, we did it. We’re very sorry. But thanks to you, we won’t do it again

Een van de redenen dat de Grote Depressie zo diep was en zo lang duurde, was dat men niets deed om de banken te redden en men te lang vasthield aan de goudstandaard. Die fouten zullen we nu niet meer herhalen, zegt Bernanke. Dit is motivatie van TARP (Troubled Asset Relief Program) waarmee de banken werden ondersteund in 2008 en quantitative easing door de FED en de Bank of England. Wat men geleerd heeft van het verleden zijn technocratische oplossingen en de crisis wordt dus gezien als een technisch probleem.

Ook doen de structurele hervormers voorstellen om een nieuwe crisis te voorkomen. In Bazel III wordt bepaald dat banken hun financiële buffer moeten vergroten tot 7%. In de Verenigde Staten wil men de “Volcker rule” toepassen. De regel verbiedt te speculeren op eigen rekening. Ook wil men de scheiding tussen handelsbanken en spaarbanken weer herstellen.

Men wil banken “normaliseren”, de financiële sector moet weer voldoen aan de regels die ook voor andere sectoren in de economie gelden, waar meer concurrentie is en de kans groot is dat je failliet gaat. Het “casino bankieren” moet geïsoleerd worden van de rest van de banken die weer vooral intermediair moeten zijn tussen spaarders en bedrijven die geld nodig hebben. De banksector moet weer dienstbaar zijn aan de rest van de economie.

De radicale hervormers

Er zijn experts die door de crisis radicaal van inzicht zijn veranderd, zoals Andrew Haldane van de Bank of England. Zij stellen grote hervormingen voor die op weerstand stuiten. Een van de problemen is de omvang en aard van de financiële sector: in het Verenigd Koninkrijk vier keer het BNP. Bovendien is het een oligopolie: vier grote banken verdelen 75-80% van de Britse markt.

Hervormen is extra moeilijk omdat banken een aanzienlijk deel van hun inkomsten verdienen met niet-rente inkomsten: gemiddeld 40%

Haldane beschuldigt de banken ervan dat zij hun verdiensten kunstmatig hebben opgeblazen door veel geld te lenen. Banken worden niet beoordeeld op hun Return on Assets (ROA)– winst per geïnvesteerde dollar – maar op hun Return on Equity (ROE) – de winst afgezet tegen eigenvermogen. Omdat banken een extreem laag eigenvermogen aanhouden en omdat ze grote risico’s nemen is hun ROE erg groot (zie college “Het nieuwe bankieren” voor uitgebreidere uitleg). De verdiensten worden in eigen zak gestoken ten koste van de aandeelhouders en de maatschappij.

Haldane concludeert daarom dat het principe van shareholder value niet meer werkt. Hij stelt daarom radicale hervormingen voor: kapitaalbuffers moeten worden opgevoerd tot 20%, belastingvoordelen voor banken moeten worden afgeschaft, de aandeelhouders moeten meer invloed krijgen op het beleid van de banken en banken moeten worden aangestuurd op basis van ROA en niet ROE. Dit is radicaal anders dan de voorstellen van de structurele hervormers: Haldane stelt dat de financiële industrie juist anders behandeld moet worden dan de rest van economie.

Grenzen aan de hervormingen

Maar wat experts ook voor stellen: zij lopen tegen de grenzen aan van wat politiek haalbaar is, en wat dat is wordt bepaald door de lobby van de financiële sector.

In de Verenigde Staten kan de financiële lobby grote invloed uitoefenen op de wetgeving door het zwakke partijsysteem. Als gevolg hiervan is de Dodd-Frank wet teveel verwaterd met compromissen en uitzonderingen. Ook in het Verenigd Koninkrijk weet een sterke lobby de hervorming af te zwakken. In de EU spelen vooral nationale sentimenten een rol: politici zijn vooral bezig met het beschermen van nationale belangen en nemen het op voor “hun eigen banken”.

Bricolage

In andere sectoren van de econome werkt regulatie wel goed. Dat het wel kan blijkt uit regelgeving in de auto-industrie, landbouw of voedselindustrie – het is wel degelijk mogelijk om externe beperkingen op te leggen aan de markt.

Bricolage in de kunst: Frank Vagnone, Crane Art Center in Philadelphia, PA.

In de financiële industrie is regelgeving echter alleen maar input voor bricolage: de banken vinden manieren om de regels te omzeilen en zelfs naar hun hand te zetten. De Bazel-2 regels bijvoorbeeld hebben er toe geleid dat banken door middel van securities twijfelachtige posten buiten de balans plaatsten. Nieuwe wetgeving, zoals de Dodd-Frank wet die vol met uitzonderingen zit, luidt alleen maar een nieuwe fase in van bricolage.

Financiële afhankelijkheden

In Europa duurt de crisis zo lang omdat er te weinig leiderschap is en de politiek heeft weinig controle heeft over de gebeurtenissen. Merkel heeft weinig speelruimte omdat de Duitse kiezer tegen de overdracht is van grote sommen naar het EFSF of ECB. Maar moet je haar kwalijk nemen dat zij naar de kiezer luistert en niet naar de markt? Een van de grootste obstakels op dit moment is dat de ECB niet mag optreden als lender of last resort om Zuid-Europese obligaties op te kopen.

In het geval van een faillissement zijn de gevolgen zo groot door de grote financiële afhankelijkheden tussen Noord en Zuid. Het is onduidelijk wat de gevolgen zijn van een Grieks faillissement op de Noord-Europese banken die te lage kapitaalbuffers hebben.

Als echter een faillissement wordt vermeden zijn draconische bezuinigen en hervormingen nodig in Zuid Europa. Hierdoor krimpt de economie en de bevolking zal zich heftig verzetten tegen deze maatregelen.

Democratisch tekort

Op dit moment is er geen verbinding tussen het boze volk en de elite. Progressieve politiek kan niet in een vacuüm werken: er moet een verbinding zijn tussen de burger en linkse intellectuelen en hervormers, bijvoorbeeld via politieke partijen. Dit was wel het geval na 1945, en daarom was de wederopbouw zo succesvol. Toen konden de oplossingen die werden voorgesteld door technocraten als Keynes en Beveridge wel worden uitgevoerd omdat het breed geaccepteerd werd door de bevolking. De grote volkspartijen – Liberals of Labour- waren in staat om de voorstelen van technokraten om te zetten in beleid: er was een democratisch platform voor de hervormingen.

Nu denkt slechts 19% van de Britten denkt dat banken goed geleid worden, tegen 90% in 1983. Ook in de Verenigde Staten is grote weerstand tegen “Wall Street” bij Democraten en bij Republikeinen. De weerstand tegen het gevoerde beleid komt nu vooral tot uiting in de Occupy beweging. Wat daarbij opvalt is dat er geen verbinding is met links in de politiek:

So here we have a social Left which does not coincide with the political “Left”. The latter has been absorbed by economic elites to such an extent that it is difficult to distinguish between the recommendations of the big business groups and the decisions of the politicians. The narrow filter of party democracy impedes meaningful participation. This is why it is now time to get our imagination rolling and seek new forms of articulation which reinvent the political community, putting our collective intelligence to the test. “(Communiqué from Universidad Nómada, posted 22 May 2011 by anti-cuts space)

Het probleem is dat er geen verbinding is tussen de kritische technokraten en de protestbewegingen. Haldane is expert op het gebied van veilig bankieren en heeft een goede reputatie. Maar zijn voorstellen worden niet uitgevoerd omdat hij geen enkele politieke invloed heeft. Er is geen verbinding tussen experts en de protestbeweging.

Centrum linkse partijen zijn niet in staat om een werkelijk alternatief voor de hervormingen te formuleren, zij blijven steken in “bank vriendelijke” hervormingen. Linkse partijen zouden een bondgenoot moeten zijn van de burger maar zijn dat niet omdat zij nog te veel belang hechten aan de financiële industrie. Daarnaast zijn ze vaak ook afhankelijk van donaties uit de ze sector. Linkse partijen vertegenwoordigen op dit moment vooral Links in de grote steden, het zijn geen volkspartijen meer. Links is op dit moment niet instaat om uitdrukking te geven aan de opstand onder de bevolking.

In wezen is deze crisis een gevolg van het niet functioneren van de democratie. Bij verkiezingen kan het volk de regering wel wegsturen maar het maakt niets uit: de nieuwe regering heeft dezelfde banden met de financiële industrie en gaat van dezelfde principes uit. Het probleem is niet alleen een gevolg van de grote macht van de financiële industrie, het is ook een gevolg van de slechte werking van de democratie.

Volgende week is er geen college maar een paneldiscussie. Het panel bestaat uit vertegenwoordigers uit de wetenschap (een econoom), de journalistiek, de politiek, de toezichthouderij en de bankwereld. Er is dan gelegenheid om vragen te stellen.

Tenslotte

Tijdens de vraag & antwoord sessie na afloop wordt Karel Williams gevraagd hoe hij denkt dat de crisis zich verder zal ontwikkelen. Dat is onverspelbaar, maar Williams denkt wel dat de crisis binnen 2 of 3 weken de volgende fase in zal gaan, before Christmas. Waarschijnlijk zullen Duitsers toegeven op het punt van de Lender of last Resort functie van de ECB.

Ewald Engelen brengt aan het eind nog ter herinnering dat de Grote Depressie een decennium heeft geduurd en eigenlijk pas door de Tweede Wereldoorlog is beëindigd. De boodschap van beide professoren is dat het eerst erger moet worden voor het beter wordt.

Wie de Groundhog Day heeft gezien weet dat het goed afloopt, maar dan moeten we wel iets veranderen.

De banken in het nieuws
Herman Wijffels presenteerde vrijdag 25 nov in Nieuwsuur het rapport van het Sustainable Finance Lab Kijk wat hij te zeggen heeft de problemen. Zal dit de problemen oplossen? Zijn het wel de juiste vragen eigenlijk?

Mij vallen een aantal zaken op:
1. De nadruk op de bonussen. Als je oppervlakkig luistert is het of de hoogte van de bonussen – het graaien van de bankiers – het grootste probleem is.
2. De hoop die wordt uitgesproken, ook al geloven ze er eigenlijk niet meer in, dat de de sector het zelf zal oplossen.
3. Het vertrouwen in de banksector is laag, zeer laag: “Bankiers zijn nauwelijks betrouwbaarder dan een 2e hands autohandelaar of politicus.”

Wonderlijk eigenlijk dat we aan banken nog steeds al ons geld toevertrouwen.


Vorige afleveringen:


Verantwoording figuren:

  1. 1

    Ach, de gewone burger hoeft zich weinig zorgen te maken. Als er onlusten mochten uitbreken, danzijn we goed daarop voorbereid. Eigenlijk mogen we die bin Laden wel dankbaar zijn.

    Een geluk bij een ongeluk, zeg maar.

    Is de Grote Depressie pas door de Tweede Wereldoorlog is beëindigd?
    Nou, zover zal het deze keer niet komen, want wie wil er nou oorlog?

  2. 2

    Bedankt voor deze bijdrage (en de 8 hiervoor).
    Ik zal me deze keer onthouden van gezeur.

    Ik heb nog wel een leestip voor je: The five stages of collapse van Dmitry Orlov en dan met name de financial collaps, waarin:
    Faith in “business as usual” is lost. The future is no longer assumed resemble the past in any way that allows risk to be assessed and financial assets to be guaranteed. Financial institutions become insolvent; savings are wiped out, and access to capital is lost.

    En natuurlijk Collapse of Complex Societies van Joseph Tainter

    Veel succes bij je volgende project.

  3. 3

    Dank je Hans en ook in het bijzonder voor de link. Ik zal het bestuderen.

    Nogmaals: je “zeurt” niet, maar waar ik bezwaar tegen maak is dat je de problemen met elkaar verward. Daarmee wil ik niet zeggen dat ze niets met elkaar te maken hebben. Het onderliggende probleem is in beide gevallen de manier waarop we onze samenleving en economie hebben georganiseerd: het (ultra-)kapitalisme en het niet goed functioneren van de democratie.