De Krim: recht en de stem des volks

OPINIE - Waarom beschouwen we het ten val brengen van de regering Janoekovitsj wél legaal en het afscheidingsreferendum op de Krim niet? Een analyse van Gert Jan Veerman.

Als lezer van Nederlandse kranten krijg ik als ik over het conflict rond de Krim lees, het beeld dat ‘het Westen’ het referendum op en over de afscheiding van de Krim van de staat Oekraïne als onwettig beschouwt, terwijl datzelfde Westen de impliciete volksuitspraak in Kiev en de daarmee gepaard gaande afzetting van een wettig gekozen president goedkeurde. Het Russische standpunt lijkt juist het omgekeerde in te houden. Je kunt dus zeggen: het hangt er maar van af, of wat preciezer: het hangt van het belang af wat je vindt van de juridische status van uitspraken van het volk. En ik vrees dat er weinig anders valt te zeggen: zo is het. Ik zal dit toelichten.

Er bestaat de nodige onduidelijkheid over wat ‘recht’ is. Ik vind zelf een driedeling in niveaus wel inzicht gevend:

a. ‘recht’ verwijst naar gerechtigheid en rechtvaardigheid als bovenwettelijke normen die als grond en toetssteen kunnen worden beschouwd,
b. ‘recht’ verwijst naar de bestaande positieve rechtsregels die in wetten en jurisprudentie zijn vervat,
c. ‘recht’ verwijst naar de werking van regels, naar hoe mensen omgaan met regels.

Het relatief harde recht is het positieve recht (b), maar de regels van het volkenrecht zijn meestal niet erg hard; dat geeft ruimte aan a en c.

Er bestaat de nodige onduidelijkheid over de verhouding tussen rechtsstaat en democratie. Volgens sommigen impliceert de rechtsstaat de democratie in de zin van een staatkundig systeem waarin een gekozen volksvertegenwoordiging een wettelijk gegarandeerde rol heeft. Volgens anderen zijn rechtsstaat en democratie begrippen die elk een eigen betekenis hebben. Als staatkundig kenmerk kunnen zij apart van elkaar bestaan, daar zijn voorbeelden van. Ze kunnen ook elkaars complement zijn: democratie als de basis van het staatkundig systeem, rechtsstatelijke beginselen geven nadere instructies voor de verdere inrichting ervan, moeten leiden tot een evenwicht tussen meerderheid en minderheden, tussen overheid en burgers.

Er bestaat de nodige onduidelijkheid over het recht van opstand. Daar ging o.a. het natuurrecht over. In het recht van opstand botsen niveau a en c met niveau b.

Er bestaat de nodige onduidelijkheid over het zelfbeschikkingsrecht van volken. De statenpraktijk biedt geen houvast voor de betekenis; onduidelijk is wat het begrip ‘volk’ inhoudt; onduidelijk is hoever het recht zich uitstrekt. Het recht op afscheiding wordt er door sommigen onder gerekend, maar dat botst wel met de statelijke soevereiniteit. Anderen menen dat het de verwoording is van een meer binnenstatelijk recht, inhoudende dat aan de diverse groepen binnen een staat ruimte en invloed moet worden gegeven; geen afscheiding, dus. Maar als het interne zelfbeschikkingsrecht met voeten wordt getreden, kan afscheiding gerechtvaardigd zijn. Dat lijkt wel de spanning tussen democratie en rechtsstaat.

En, Veerman, wat vind jijzelf? Intuïtief (wat niet hetzelfde is als irrationeel) kies ik voor het volgende: de Oekraïense machtswisseling was positiefrechtelijk gezien illegaal (b), maar lijkt me licht gerechtvaardigd (a) en zij is thans een feit (c); het referendum, hoezeer mogelijk ook door Russische militair-strategische overwegingen ingegeven (a), is positiefrechtelijk twijfelachtig (b), maar heeft duidelijke taal gesproken en is een feit (c). In beide gevallen heeft ‘het volk’ gesproken (al geldt zowel voor de Oekraïne als voor de Krim dat je je kunt afvragen in welke mate), in beide gevallen blijft: nu de rechtsstaat nog.

Dit artikel verscheen eerder op de website van het Montesquieu Instituut.

Gert Jan Veerman is emeritus hoogleraar Wetgeving aan de Universiteit Maastricht; hij promoveerde in 1977 op ‘Het zelfbeschikkingsrecht der naties en de rechten van de mens’.

  1. 2

    Ik begrijp niet wat “c” met “recht” te maken heeft:

    c. ‘recht’ verwijst naar de werking van regels, naar hoe mensen omgaan met regels.

    Als de werking van een regel is dat niemand zich er iets van aantrekt en iedereen met een geweer het dorp plunderen kan, lijkt mij dat niet bepaald “recht”.

  2. 3

    Wat zijn negatieve recht(sregels)?

    @0: “Er bestaat onduidelijkheid over de verhouding tussen rechtsstaat en democratie.”
    De rechtsstaat beschermt minderheden, een beperking van democratische besluiten.

  3. 4

    De omgang met regels bepaalt mede de betekenis ervan; feiten kunnen recht worden. Het gaat om de wisselwerking tussen a,b en c.
    Er wordt natuurlijk geweldig gemanipuleerd met de wil des volks, overal; het gaat er vooral om hoe erg de middelen zijn. In N.Korea denk ik ook: te erg.

  4. 7

    Verder ben ik het met #1 eens dat De officiële uitslag van het referendum geen weergave is van de wens van de bevolking van de Krim en er dus geen sprake kan zijn van “duidelijk taal”. Positief rechtelijk kan er ook geen sprake van twijfel zijn (Rusland heeft nota bene zelf in een verdrag de territoriale integriteit van Oekraïne verzekerd en gebruik of dreiging van geweld tegen Oekraïne afgezworen).

  5. 9

    @3:

    Dat is jouw voorkeur. Ik heb zelf in het verleden al meerdere malen aangegeven dat er verschillende ‘soorten’ democratieën en rechtsstaten bestaan. Op sargasso wordt je dan met pek en veren weggestuurd, dat wordt niet geaccepteerd.
    Lees bijvoorbeeld: On the Rule of Law: History, Politics, Theory pagina 91-111 (hoofdstukken: Formal Theories, Substansive Theories, The Legal Professions. van Tamanaha, B.Z.

    Hulde voor de auteur.

  6. 10

    @9: Noord Korea is een democratie. Nou ja, een iets ander soort democratie dan de onze, dat wel, maar er valt wel wat voor te zeggen, want ze noemen zich zelf ook zo.

  7. 11

    Ik denk dat democratie en rechtsstaat onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. En dat de toetssteen voor het hele systeem het omgaan met minderheden is. Zo gezien kun je vraagtekens zetten bij zowel de machtswisseling in Oekraïne als bij de gang van zaken op de Krim. Helaas verliezen democratie en rechtsstaat het van een botte machtspolitiek waaraan ook andere Europese landen en de VS zich schuldig maken.

  8. 12

    Het simpele feit dat de Krim inwoners niet eens konden kiezen voor de optie onderdeel van de Oekraine te blijven uitmaken maakt het referendum, naast de vele andere onverkwikkelijke zaken, een farce. Niet rechtsgeldig, moreel abject. Redenen 1 en 2 door de plee.

    Overigens zou de Krim mogelijk beter bij Rusland passen, maar daar hoort een politiek proces bij zoals dat destijds bij Tjecheslowakije heeft plaatsgehad.

    Wel een verfrissende manier van de auteur om naar de rechetlijke kant van de annexatie te kijken.

  9. 13

    @12: “Het simpele feit dat de Krim inwoners niet eens konden kiezen voor de optie onderdeel van de Oekraine te blijven uitmaken”…

    Dat is niet waar – maar wordt wel overal geroepen, van de NOS tot zogenaamde onafhankelijke verslaggevers. De stembiljetten laten ondubbelzinnig kiezen tussen Aansluiting bij Rusland of Onderdeel blijven bij Oekraïne.

    Is er nou niemand in het vrije westen die die stembiljetten heeft willen zien?

    Ik kan niet anders dan concluderen dat de zucht naar oorlog hier erg sterk is.

  10. 15

    @14:

    Optie 2 was deel blijven van Oekraïne volgens de grondwet van 1992. Een grondwet die nooit is aanvaard.

    Onder die grondwet zou het parlement kunnen kiezen om zich aan te sluiten bij een ander land, wat dan gebeurd zou zijn. De keuze was dus tussen onmiddellijke aansluiting bij Rusland of een paar dagen of weken wachten voor aansluiting bij Rusland

  11. 16

    @15: Het is nog erger, want in 1992 heeft de Krim zelfs twee grondwetten gekend, dus van dat ondubbelzinnig uit #13 blijft heel weinig over. Deskundigen gaan overigens inderdaad van de lezing uit die jij ook geeft. Niet dat het al te relevant is (wat de 2e optie zou worden is overigens in de aanloop naar het referendum veranderd van een ondubbelzinnig “onderdeel van Oekraïne blijven”, naar de optie grondwet 1992, om toch vooral zeker te zijn van een uitslag die hoe dan ook tot de Anschluss zou leiden), want de uitslag (en dan met name het opkomstpercentage) is gemanipuleerd en het referendum is onder militaire bezetting uitgevoerd terwijl het stemgeheim niet gewaarborgd was (onder andere door het gebruik van doorzichtige stembussen en zoals je in #14 kunt zien, ongevouwen stembiljetten).

  12. 17

    Ik sta er trouwens wel van te kijken dat er buiten Rusland mensen zijn die dat referendum serieus nemen. Alleen de voorbereidingstermijn al (op 6 maart werd besloten het referendum op 16 maart te houden) geeft al duidelijk weer dat de intentie niet was om op gedegen wijze de volkswil vast te leggen, maar om Oekraïne en de rest van de wereld zo snel mogelijk voor voldongen feiten te zetten.

  13. 20

    @15 @ @16: dat geloof ik allemaal graag – en natuurlijk is dat referendum een wassen neus en stond de suitslag bij voorbaat vast en zal het van hier tot ginder gemanipuleerd zijn – maar dat neemt niet weg dat er werkelijk de keuze *was* dat de Krim onderdeel van de Oekraïne zou blijven, al was het onder een grondwet die nooit aanvaard is en die afscheiding wettelijk mogelijk maakte.

    (@15: Het zou trouwens vreemd zijn dat als optie 2 was aanvaard, dwz onderdeel blijven naar 1992, het een uitstel van aansluiting zijn geweest: als de bevolking toch voor blijven gekozen had, was het doorzetten van aansluiting bij Rusland niet zo eenvouding geweest. Maar goed: zeer hypothetisch.)

    Hoe dan ook gaat het er mij om dat ik nergens in de westerse media, en al helemaal niet in Nederland, die optie twee ben tegengekomen. Het was een en al schandaal roepen dat er “geen keus” was. Dat nu noem ik oorlogshitsen.