De boze blanke man laat zich niet bezweren

Drie manieren om de boze blanke man te bezweren; en waarom ze stuk voor stuk zullen falen.

ANALYSE – Ineens was hij er: de boze blanke man. En ineens wil iedereen hem spreken. Gelukkig is hij overal te vinden. Het begrip reikt van de anonieme reaguurder op internet, via de Trump-stemmer in de VS, tot aan die krasse knar in Overijssel die voor de camera in drie woorden uitlegt wat hij vindt van al het gedoe rond Zwarte Piet.

Het blijkt te gaan om een mondiaal probleem dat door de media jarenlang genegeerd is. Gelukkig komt daar in rap tempo een eind aan. Overal weerklinkt een welgemeend mea culpa, en journalisten stromen de laatste tijd massaal uit over stad en land, om het authentieke geluid van de boze blanke man te registreren.

Dat schuldgevoel heeft zelfs geleid tot een nieuwe vorm van journalistiek. De boze blanke man moet niet alleen gehoord worden, hij moet ook geholpen. ‘Constructieve journalistiek‘ heet dat. En de journalist moet daarbij niet alleen schrijven wat er mis is en hoe hard er gekankerd wordt – daar wordt de blanke man alleen maar nóg bozer van – maar moet ook oplossingen opzoeken en aandragen, voor de boze blanke man.

‘Constructieve journalistiek’

Een mooi voorbeeld was te vinden in het persbericht bij de conferentie, afgelopen vrijdag 2 december, van de opleiding journalistiek van de Hogeschool Windesheim in Zwolle. Die was gewijd aan ‘constructieve journalistiek’. Dat persbericht opende met een mooie belofte:

Alle redacties van Nederland worstelen vandaag de dag met de Boze Witte Man. Geven we hem voldoende aandacht, bevragen hem wel kritisch genoeg, bestaat hij wel? Het antwoord van veel journalistieke media is dat zij al aandacht schenken aan wat de ‘gewone man’ er van vindt. Daarmee wordt de Boze Witte Man een plekje gegeven, maar meer ook niet.

Het kan ook anders. Door te werken met constructieve elementen geeft een journalist burgers niet alleen een podium, maar kan hij ze ook betrekken bij het nadenken over oplossingen. Exit Boze Witte Man?

Dat vraagteken aan het slot kan zeker geen kwaad. ‘Betrekken bij het nadenken over oplossingen…’ terwijl de boze blanke man allang weet wat er moet gebeuren. Wat in dit persbericht naar boven komt, is het misverstand dat de boze blanke man dom is. Dat hij eens goed moet leren luisteren. Kortom, de voor velen geruststellende gedachte dat ‘nieuw rechts’ identiek is met onderbuikgevoelens, terwijl de gevestigde politiek overeenkomt met rationeel denken.

De boze witte man wil echter helemaal niet ‘betrokken worden’ in een proces waarbij de goedgebekte, door hem geminachte elite de spelregels heeft bepaald. Het probleem is dat zijn ‘constructieve’ oplossingen voor de politiek onaanvaardbaar zijn.

De Leitkultur beschermen

Toch zijn er ook deskundigen die luisteren. Neem de Duits-Nederlandse socioloog Ruud Koopmans, in zijn bijdrage in De Volkskrant van zaterdag 3 december. Kern van zijn betoog:

Sinds de Tweede Wereldoorlog wordt van democratische natiestaten verwacht dat ze geen onderscheid maken op grond van de culturele achtergrond van hun inwoners – tenzij het de erkenning en bescherming van culturele minderheden betreft – en niet langer een specifieke cultuur privilegiëren. In de huidige geglobaliseerde wereld is die opvatting niet langer houdbaar. Ook meerderheidsculturen hebben speciale rechtsbescherming nodig.

Waarna hij het voorbeeld geeft van een Amerikaanse hoogleraar die op bezoek komt en in ‘onze’ Zwarte Piet het Amerikaanse stereotype van de blackface meent te herkennen. Ten onrechte, vindt Koopmans uiteraard. Hier dient de cultuur dus tegen beschermd te worden.

Merkwaardig dat Koopmans beweert dat natiestaten na de Tweede Wereldoorlog cultureel blind waren. Die oorlog leidde (na de nodige gruwelijke volksverhuizingen) juist tot het ontstaan van monoculturele naties, waarin de overgrote meerderheid de resterende minderheden haar culturele wil op kon leggen.

Het ideaal van de cultureel neutrale staat waar hij het over heeft, heeft maar plaatselijk en slechts kort bestaan, pakweg in West-Europa in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw. En ze riep vrijwel onmiddellijk een tegenreactie op.

Zo rond het jaar 2000 was het naïeve ideaal van de ‘multiculturele samenleving’ alweer op zijn retour. De staat trapte op de rem, ging eisen stellen aan de vers gearriveerde culturele minderheden. Maar dat maakte geen einde aan de zichtbare aanwezigheid van deze ‘vreemden’ en ook niet aan de angst dat zij de autochtone bevolking zouden verdringen.

Koopmans heeft oog voor deze zorgen van de boze blanke man, en pleit tot slot van zijn bijdrage (net als de Canadese filosoof Will Kymlicka) voor het maken van een onderscheid tussen ‘oorspronkelijke’ minderheden (zoals de Friezen) en ‘nieuwe’. Die laatste, die vaak nog elders een thuisland hebben, dienen zich méér aan te passen, want zij kunnen zich in cultureel opzicht ‘rijkelijk bedienen’ van alles uit hun land van herkomst. En desnoods kunnen ze ook nog vertrekken. Tegenover dergelijke immigranten heeft de staat, aldus Koopmans, het recht de eigen cultuur te ‘privilegiëren’ (da’s een deftig woord dat Koopmans waarschijnlijk verkiest boven ‘opleggen’).

Maar een dergelijke buiging zal de boze blanke man waarschijnlijk niet tot rust brengen. Koopmans spreekt van ‘ook rechtsbescherming nodig hebben’. Dat bevoorrechten van die vreemde culturen blijft dus bestaan. Het enige dat de staat moet doen is de veldwachter sturen wanneer een stelletje raddraaiers een kinderfeest verstoren.

Koopmans pleit voor méér staat, met méér beleid ter bescherming van cultuur, plus een volstrekt onwerkbaar onderscheid tussen oude en nieuwe minderheidsculturen, met een thuis dan wel ergens óf nergens (voor Surinamers, thuis in Nederland én Suriname, moet dit voorstel een gruwel zijn). De boze blanke man wil iets totaal anders.

Ontkenning

Naast de therapeutische behandeling, en het verstikkend ‘beschermen’ van de boze blanke man, is er nog een derde mogelijkheid: ontkennen dat hij bestaat.

Dat doet de Amerikaanse hoogleraar Mark Lilla in een bijdrage aan de New York Times (vertaald en verschenen in de NRC van 6 december). Het is zo’n typisch Amerikaans betoog, dat opent en sluit met anekdotes ‘hoe het vroeger was’, met een vermanend vingertje naar de hysterische politieke correctheid op de Amerikaanse colleges en uiteraard staat Lilla ook heel even, en heel politiek-correct, stil bij de ‘afstotelijke’ uitkomst van de verkiezingen. Daartussendoor geeft hij Hillary Clinton een veeg uit de pan, vanwege haar appelleren aan haar zogenaamde verwantschap als vrouw met vele minderheidsgroepen. Een tactiek die volledig heeft gefaald.

Lilla verwerpt de whitelash-theorie, die zegt dat Trump het pessimisme en de machteloosheid van de boze blanke man via racisme heeft opgezweept en om heeft weten te zetten in een overwinning. De klasse der boze witte mannen (een groep die steeds kleiner wordt en waarvan de Democraten hoopten dat deze verkiezingsrace de laatste stuiptrekking was) bleek uiteindelijk veel groter dan gedacht – en ‘hij’ was vaak een vrouw, en ook vaak een immigrant. Volgens Lilla hebben de democraten daarom een ‘post-identiteitsliberalisme’ nodig:

‘Dat liberalisme moet zich richten op een verbreding van zijn basis door een beroep op de Amerikanen als Amerikaan te doen en de problemen te beklemtonen waar zij in overgrote meerderheid mee te maken hebben. Het moet de natie aanspreken als een natie van burgers die in hetzelfde schuitje zitten en elkaar moeten helpen.’

Leraren, zo vervolgt hij, moeten geëngageerde burgers vormen, en de pers moet zich ‘verdiepen in de delen van het land die veronachtzaamd zijn en in alles wat daar van belang is, vooral de godsdienst.’ Lilla’s analyse laat zien dat de Democraten nog een hele lange weg te gaan hebben.

Zijn ‘oplossing’ komt er simpelweg op neer dat de Democraten de boze blanke man moeten terugveroveren op de Republikeinen, en wel door ze te negeren. Door een beroep op de eenheid van de natie. Ze moeten de boze witte man ervan overtuigen dat hij samen met de grootverdieners, de immigranten en alle anderen waar hij tegen fulmineert… in hetzelfde schuitje zit.

En de pers moet zich verdiepen in veronachtzaamde streken. Die moet ons de boze blanke man laten zien. Als betrof het een ontdekkingsreis door donker Afrika! Zeer somber stemmend is zijn opmerking ‘vooral de godsdienst’. Blijkbaar denkt Lila dat een conservatieve religieuze overtuiging een grote rol speelt. Ook hier treffen we weer die tegenstelling tussen de irrationele ‘zij’ versus de rationele ‘wij’.

De boze blanke man heeft echter geen behoefte aan betuttelende ‘constructieve’ oplossingen. Hij wil niet ‘ook’ beschermd worden en hij is al helemáál niet van plan om zijn grieven opzij te zetten ter meerdere eer en glorie van een plots nationalistisch geworden Democratische partij. Hij wil aan het stuur trekken. En dat is precies wat er de komende jaren gaat gebeuren. Daar, en in Europa.

It’s gonna be a bumpy ride.

  1. 1

    Ze moeten helemaal niet betrokken worden bij dingen of genegeerd worden, ze moeten bevochten worden. De typische eigen-cultuur-eerst boze blanke man is de vijand.

  2. 2

    De Boze Blanke Man is weer een typische frame uit het onheilig huwelijk tussen erg rechts en erg links. Het komt de eerste groep goed uit dat alle BBM-en bij hun groepje gerekend worden, want dan lijken ze veel groter en hebben ze meer invloed.

    De tweede groep vindt zichzelf de beschermheilige van alles en iedereen die gediscrimineerd wordt of gediscrimineerd zou zijn geweest als ze 100 jaar geleden geleefd zouden hebben en heeft daarin de BBM als grote vijand gevonden en het is dus in hun belang dat die zo veel mogelijk wordt bespot.

    En zie daar, de journalist trapt erin en gaat op zoek naar iets wat niet bestaat, maar vindt het wel. Je mag een mooi verhaal immers niet kapotchecken.

    Nee, de BBM bestaat niet, net zomin als de vrouw of de Turk. Maar laten we elkaar vooral bang maken.

  3. 3

    Mark Lilla heeft gelijk. Wel ben ik het met je eens dat het de vraag is of de revolutionaire geest nog terug in de fles kan, zodat mogelijk de Democraten en Republikeinen kunnen doen wat ze willen maar de ‘boze witte man’ niet meer naar hen terug wil. Wat dat betreft doet me je stukje over het sowieso niet meer willen spelen volgens de spelregels van de eilte denken aan het marxisme dat bv. de vakbonden afwees als ‘socialisme voor kapitalisten’ omdat het onderhandelen over arbeidsloon en -omstandigheden gewoonweg het spelletje spelen volgens het liberaal-kapitalisme behelst en zo juist de revolutie smoort.

  4. 5

    @4: Haha. :)

    De marxistische filosoof Slavoj Zizek heeft trouwens de term ‘cultureel kapitalisme’ geïntroduceerd: het kapitalisme exploiteert alle culturen c.q. het multiculturalisme (‘lang leve elke achterlijke cultuur!’) is slechts een ander woord voor het huidige kapitalisme. Het kapitalisme incorporeert zo de vroegere kerk: het houdt mensen tegelijk arm en dom (d.m.v. het bejubelen en in stand houden van alle niet-westerse achterlijke culturen).

  5. 6

    Omdat ik zelf als jongere een marxist was (of nog erger: een anarchist), vind ik het sowieso erg interessant dat tegenwoordig marxisten/extreem-links eenzelfde kritiek leveren als dat rechts dat doet (maar die intellectuele linksen kunnen het vaak wel academischer/beter verwoorden dan de onderbuik-rechtsen). Eerder voelde ik me verwant met de neoconservatieven, die ook vaak een marxistische achtergrond hadden, maar tegenwoordig doen zelfs de echte marxisten mee, niet in de laatste plaats omdat ook zij al tot extreem-rechts worden gerekend door politiek-correct links (die zo hard aan hun cultureel-kapitalistische dictatuur timmeren door elk ander geluid te diskwalificeren)!

    Neem bv. Maarten Boudry, die uitdrukkelijk links is maar aldoor in de extreem-rechtse hoek wordt geduwd omdat hij (net als Zizek) nog in universele redelijkheid i.p.v. de postmoderne quatsch gelooft. Inmiddels richt ook hij zich vooral tegen de verstikkende politieke correctheid die elke kritische geest als een ‘racist’ buiten spel probeert te zetten en die zo alle redelijkheid en vrije debat vernietigt (en Boudry is een meester in het verzinnen van goede metaforen zoals het ‘wafelijzermodel’ en de ‘kniepeesreflex’):
    http://www.demorgen.be/opinie/de-kniepeesreflex-van-de-politieke-correctheid-b6b0e5f7/

  6. 7

    @6: Is Boudry toevallig ook een meester in het neerpennen van quatsch?

    Nu racisme langzaamaan uit de westerse samenleving aan het verdwijnen is, volgens betrouwbare peilingen, hebben bepaalde academische strekkingen besloten om hun favoriete schimpterm semantisch op te rekken, zodat ze hem onverminderd kunnen benutten als intimidatietechniek.

    Langzaam aan het verdwijnen, maar nog immer op schrikbarend hoog niveau? ;)

  7. 8

    @7.

    Het is niet meer zo gek als vroegere tijden. Tegenwoordig zie je op internetfora van kranten en andere weblogs Jan met de Pet reageren als ‘ik vind dat er genoeg vluchtelingen zijn opgevangen door Nederland, maar ik ben geen racist ofzo’.

  8. 9

    Je kunt ‘m belachelijk proberen te maken, en het speelt allicht in Nederland minder dan op andere plekken in de Westerse wereld, en de oorzaak van de BBM heeft misschien wel een culturele exponent, maar door de bank genomen zijn de problemen van de BBM gewoon economisch van aard. Wees dan ook niet zo disingenuous om dat niet te vermelden. Het met z’n tweeen moeten rondkomen met in totaal zes banen, daar waar je weet dat je vader nog gewoon in z’n eentje het hele gezin onderhield met veertig uur werken, is inderdaad niet leuk. En als je dan ziet hoe de mondialisering en automatisering om zich heen grijpt, iets waar jij part noch deel aan hebt, dan kun je het wel eens benauwd krijgen.

    Ik snap het wel: het is gewoon een kwestie van totale onbekendheid met de situatie, gekoppeld met een zeker gebrek aan empathie. Marcel Hulspas heeft helemaal geen financiele afgrond om in te kijken; heeft ‘ie ook nooit gehad. Zelfs toen ‘ie zijn pretstudie deed, lepende Vadertje Staat braaf al zijn kosten op. Dus voor iemand als hij, *moeten* alle problemen wel culturele problemen zijn. Voor iemand als hij *zijn* er geen andere verklaringen.

    GDP is up!