Ruzie, kanker en een dode

Serie:

ACHTERGROND - Deze week in Zuid-Amerika een *kuch* feest der positiviteit *kuch*: Nicaragua en Colombia ruziën, Chávez is ziek en Niemeyer ging dood.

Fascinerende colleges vond ik het altijd, over UNCLOS, de VN-conventie over het internationale zeerecht. Rusland plant zijn vlag op de zeebodem onder de noordpool! Knokken om de Spratly’s!!  Internationale Betrekkingen-nerds zullen ook weer in hun handjes knijpen bij de recente ruzie tussen Nicaragua en Colombia. De twee landen ruzieden voor het Internationale Hof van Justitie in Den Haag – niet te verwarren met het Internationale Strafhof – over een stuk zee, waarin onder meer de Colombiaanse eilanden San Andrés en Providencia liggen.

Colombia verloor voor een groot deel het juridische gevecht en moet nu zeggenschap afstaan over een flink gebied van de prachtige “zevenkleurige” zee. De Colombianen trokken zich als repercussie terug uit het Pact van Bogotá, een overeenkomst uit 1948 waarin Amerikaanse landen toezegden de geschillenprocedure van het Internationale Hof van Justitie te accepteren. Een leuke juridische analyse van de huidige ruzie is hier te vinden; zie vooral ook de overzichtskaart op pagina 89 van het vonnis. Gedaan? En snapt u het nog? Chapeau. Voor The Economist was het schijnbaar iets te ingewikkeld: een poging tot versimpeling maakt hun overzichtskaartje minder duidelijk én minder accuraat.

Bij de oosterburen van Colombia was er ook nieuws: Hugo Chávez blijkt toch niet zo wonderbaarlijk te zijn genezen als eerder beweerd en El Comandante gaat weer voor kankerbehandeling naar Cuba. De recent herkozen president van Venezuela wees voor het eerst publiekelijk vice-president Nicolás Maduro aan als zijn opvolger in absentia. Tekenen van een permanent terugtreden? Wellicht. Niettemin zal Chávez vast verklaren dat hij weer zo gezond als een vis is na zijn terugkeer.

Tot slot een droevig bericht uit Brazilië: de befaamde modernistische architect Oscar Niemeyer overleed deze week. Niemeyer werd beroemd  door zijn betonnen constructies waarin toch rondingen en curves centraal stonden, zoals goed te zien in een slideshow van Reuters. Het levert mooie combinaties op, zeker wanneer zijn creaties omringd worden door de uitbundige natuur van Brazilië. Zoals hij zelf zegt in een bekend citaat:

“It is not the right angle that attracts me, nor the straight line, hard and inflexible, created by man. What attracts me is the free and sensual curve — the curve that I find in the mountains of my country, in the sinuous course of its rivers, in the body of the beloved woman.”

Niemeyer vergaarde daarnaast veel faam als hoofdarchitect van de nieuwe Braziliaanse hoofdstad Brasilia. Niet iedereen was over dat megaproject even eensgezind en enthousiast.

Reacties (10)

#1 Kalief

Oh dié Niemeyer. Ik even dat het om het junglemeisje ging.

  • Volgende discussie
#2 Bismarck

Een leuke juridische analyse van de huidige ruzie is hier te vinden; zie vooral ook de overzichtskaart op pagina 89 van het vonnis. Gedaan?

Ik ben het nog aan het bestuderen, maar ik denk dat er wel een paar noviteiten in zitten. Zo zie ik dat niet alleen eilanden, maar ook riffen/banken geteld worden als baseline en dus als basis voor een EEZ (er zijn wel al landen die iets gelijksoortigs claimen, maar zover mij bekend is zo’n claim nog nooit internationaal erkend, deze beslissing werkt in dit geval in het voordeel van Colombia). En verder komt de kustlijnratio om afstanden te wegen mij ook als nieuw over (deze methode werkt in dit geval in het nadeel van Colombia).

Met name de eerste beslissing lijkt me een redelijk gevaarlijk precedent. De genoemde Spratly’s zouden bij een gelijkaardige benadering alleen nog maar ingewikkelder worden (en in feite moedigt deze beslissing het bezetten van elke rots of zelfs het gebruik van drijvende containers met soldaten erop boven ondiepe banken alleen nog maar meer aan).

PS. de link naar het “overzichtskaartje” van The Economist werkt niet.

  • Volgende discussie
  • Vorige discussie
#3 Simon van Woerden

@2: Link gefixt, merci. Re: riffen – hierbij gaat het voorzover ik kan vinden enkel om ‘rifeilanden’, d.w.z. riffen die op significante wijze boven de zeespiegel uitsteken. Vond je zelf andere informatie? Zelf vond ik de conclusie van de site dat ‘regels weliswaar bekend zijn maar vaak geen uniforme toepassing mogelijk is gezien variabele jurisprudentie’ opmerkelijk. Je zou dan zeggen dat die rechtsregels aan een update toe zijn..

  • Volgende discussie
  • Vorige discussie
#4 Bismarck

@3: Tja, ook bij “op significante wijze boven de zeespiegel uitsteken” hou je nog heel wat over dat tot nu toe niet geteld wordt (denk bv. aan Rockall dat 31 meter boven zee uitsteekt, maar toch echt niet als basis voor een EEZ gebruikt wordt). Verder zie ik om Quita Sueño Bank ook een EEZ, hoewel daar bij mijn weten helemaal niets van boven de zeespiegel uitsteekt (scheepswrakken niet meegeteld).

Wat uniforme toepassing betreft: Het probleem is dat er in het verleden een aantal geschillen zijn opgelost volgens met elkaar conflicterende regels. Een update gaat dat niet oplossen, want geeft hoe dan ook voeding tot het heropenen van al lang beslechte geschillen. Overigens gaat dit geschil daar ook alleen maar aan bijdragen, aangezien die kustlijnratio (die 8,2:1 is en zich blijkbaar vertaalt in een afstandsratio van 3:1, waarom???) gewoonlijk niet wordt toegepast bij de grensbepaling (mij is zelfs geen enkel ander voorbeeld daarvan bekend).

  • Volgende discussie
  • Vorige discussie
#5 Simon van Woerden

@4: van p. 68, overweging 181 (e.v.): “one of the features at Quitasueño, namely QS 32, is above water at high tide and thus constitutes an island within the definition embodied in Article 121, paragraph 1, of UNCLOS and the other 53 features identified at Quitasueño are low-tide elevations.” Op dezelfde pagina ook een mooie, conciese beschrijving van de normale procedure: “establish a provisional equidistance/median line, then analyse whether there exist relevant circumstances requiring an adjustment or shifting of that line and, finally, test the adjusted line to see whether the result which it would produce is disproportionate.” De ratio van 3:1 wordt zover ik kan zien inderdaad niet expliciet gemotiveerd maar enkel in overweging 234 (p. 85) vastgesteld als “equitable”. Ik ga er vanuit dat dit te maken heeft met Nicaragua’s claim over het continentale plat.

  • Volgende discussie
  • Vorige discussie
#6 Bismarck

@5: Ik sta gecorrigeerd over de Quita Sueño Bank, al blijf ik erbij dat er bij de betreffende bank geen rekening is gehouden met sectie 3 van dat zelfde artikel 121, waar dat waarschijnlijk wel van toepassing was. Overigens bestaat er over die bank (en nog enkele riffen in de omgeving) ook wel enige discussie of er bij zoiets als een hoopje zand dat nauwelijks boven zee uit steekt wel van een bezit sprake kan zijn. De ICJ stapt daar naar mijn mening erg makkelijk overheen.

  • Volgende discussie
  • Vorige discussie
#8 Simon van Woerden

@6: .. en in overweging 180 (p 68) staat waarom Art. 121 lid 3 niet relevant is: “the Court notes that the whole of the relevant area lies within 200 nautical miles of one or more of the islands of San Andrés, Providencia or Santa Catalina, each of which, the Parties agree, is entitled to a continental shelf and exclusive economic zone. The Court recalls that, faced with a similar situation in respect of Serpents’ Island in the Maritime Delimitation in the Black Sea case, it considered it unnecessary to determine whether that island fell within paragraph 2 or paragraph 3 of Article 121 of UNCLOS”

  • Volgende discussie
  • Vorige discussie
#9 Simon van Woerden

Interessante en kritische visie op UNCLOS als geheel, dan nog: http://thediplomat.com/2012/05/28/the-folly-of-unclos/

  • Volgende discussie
  • Vorige discussie
#10 Bismarck

@9: Op zich interessant inderdaad, maar van de andere kant is de VS wel zelf mede schuldig aan het belangrijkste genoemde kritiek: creation of EEZs established new claims and conflicts that never before existed. De VS (en vele andere staten) profiteren namelijk van zo’n EEZ, aangezien ze olievoorraden op meer dan 12 mijl voor de kust hebben liggen. Op die manier kunnen ze toch geld verdienen aan die olievoorraad, ondanks dat het buiten hun territoriale wateren ligt, door concessies te verkopen en vervolgens alleen concessiehouders toe te staan gebruik te maken van de exclusieve rechten die zij hebben. Volgens mij doet de VS al aan die praktijk (oa.) in de Golf van Mexico. Mag ik van de auteur* begrijpen dat hij de voorkeur geeft aan het recht van de sterkste (met het idee dat de VS dat is)?

@8: Aha, ik begrijp dat het gevaarlijke precedent al bestaat en dat deze uitspraak dus “relatief weinig schade toevoegt”.

*Ik bedoel Paul S. Giarra

  • Vorige discussie