Wilders is tenminste consequent

In de huidige politiek gaat het steeds meer om de vraag hoe men zich moet verhouden tot dat wat afwijkt van ‘het gewone’. Dit leidt tot een nieuwe politieke scheidslijn: non-conformisme versus autoritarisme. In dat licht bezien is Wilders niet zo inconsequent als het lijkt, zegt Noortje Thijssen, medewerker van De Helling, het wetenschappelijk bureau van Groen Links.

Toen Maxime Verhagen en Geert Wilders nog geen bondgenoten waren, was Verhagen van mening dat de PVV-leider met twee maten meet. Op een congres van de CDA-jongeren eind 2009 zei hij dat Wilders anderen uitmaakt voor van alles en nog wat, maar boos wordt als anderen het hem niet naar de zin maken. ‘Als je zelf de vrijheid neemt om de taal van de straat te gebruiken, om een hele bevolkingsgroep keihard weg te zetten, dan moet je ook die ander de vrijheid gunnen om dat niet prettig te vinden’, aldus Verhagen[1].

Het verwijt van inconsistentie valt Wilders wel vaker ten deel. Talloze voorbeelden onderbouwen die stelling. Zo gunt hij christenen godsdienstvrijheid, maar moslims niet. De verontwaardiging was hevig toen Groot-Brittannië hem de toegang ontzegde voor de vertoning van Fitna, maar de in Engeland woonachtige en omstreden Sjeik Al-Haddad was volgens hem niet welkom in Nederland. Veroordeelde PVV-politici mogen hun Kamerlidmaatschap blijven vervullen, maar een Nijmeegse schooldirecteur die openlijk kritiek uit op Wilders moet worden ontslagen.

Links, rechts, conservatief, progressief

Anderen wijzen op de niet eenduidige positie die de PVV inneemt in het politieke landschap. Op een thema als zorg is deze partij ‘links’, als het gaat over ontwikkelingssamenwerking is zij ‘rechts’, zij neemt het op voor ‘progressieve’ waarden als seksegelijkheid en wat betreft hervormingen aan de woning- en arbeidsmarkt is zij juist ‘conservatief’ te noemen. De vraag is of deze ambivalente houding vooral illustreert dat Wilders inconsistent is of dat de geijkte politieke scheidslijnen over hun houdbaarheidsdatum heen zijn? Dat laatste is een terugkerende klacht van veel commentatoren. Wouke van Scherrenburg verzuchtte enkele jaren geleden: ‘Met al die termen kan ik helemaal niks. Links, rechts, conservatief, progressief; ik kan er niks mee.’[2]

Niet alleen de PVV, ook andere politieke partijen zijn moeilijk vast te pinnen op de twee klassieke politieke assen (links/rechts en progressief/conservatief). Dat komt omdat bijna alle partijen tegenwoordig progressief zijn, uitzonderingen als de SGP en – in mindere mate – de ChristenUnie daargelaten. Linkse, rechtse en conservatieve partijen komen op voor de progressieve waarden en idealen die meer dan veertig jaar geleden in zwang raakten. Wie is er nu nog tegen individuele autonomie, seksegelijkheid, homo-emancipatie, geloofsvrijheid, vrijheid van meningsuiting en zeggenschap? Om maar twee uitersten te noemen: GroenLinks en de PVV vinden elkaar in de omarming van deze progressieve waarden. De strijdpunten van de ‘linkse’ jaren zestig zijn tot het DNA van de Nederlandse cultuur gaan behoren.

Immigratie, integratie en islam

Toch is er een duidelijk onderscheid in de wijze waarop GroenLinks en de PVV het opnemen voor de waarden en idealen uit die tijd. Dat onderscheid komt het sterkst naar voren in de debatten over de drie i’s: immigratie, integratie en islam. GroenLinks baseert zich op de progressieve waarden vanuit een non-conformistisch ideaal. ‘Je mag zijn en worden wie je bent, al denk ik daar anders over’. De PVV grijpt diezelfde waarden aan ten behoeve van een conformistisch ideaal. ‘Je moet net zo progressief zijn als ik en de rest van Nederland’. Een grote waardering voor seksegelijkheid, homo-emancipatie en vrijheid van meningsuiting hoeft dus niet altijd samen te gaan met de acceptatie van het afwijkende.[3]

Een kwantitatieve studie van de sociologen Dick Houtman, Peter Achterberg en Jan Willem Duyvendak bevestigt dit beeld. Aan de hand van waardenoriëntaties laten zij zien dat de polarisatie over progressieve onderwerpen gestaag afneemt sinds de jaren zestig en dat de polarisatie over autoritarisme sindsdien toeneemt. Dat laatste wil zeggen ‘een autoritair verlangen om de orde in het land te herstellen door alles wat afwijkt van ‘het vertrouwde’ en ‘het gewone’ met harde hand te bestrijden’.[4] Het zijn dus andere waarden en idealen van de jaren zestig die tegenwoordig leiden tot verdeeldheid: tolerantie, ontvoogding en anti-gezag.

Een nieuwe politieke scheidslijn

Deze constatering leidt tot een nieuwe politieke scheidslijn die meer recht doet aan de inhoudelijke polarisering in het actuele debat: non-conformisme versus autoritarisme. Voor iemand die vanuit een conformistisch ideaal streeft naar zoveel mogelijk van ‘het gewone’ en ‘het vertrouwde’ kan het heel logisch zijn om christenen godsdienstvrijheid te gunnen, maar moslims niet. Het kan ook net zo logisch zijn om andersdenkenden de toegang tot Nederland te ontzeggen, maar wel boos te worden als een ander land je aan de grens tegenhoudt. En het is dan logisch dat gelijkgestemden ten alle tijden hun baan mogen behouden en dat critici uit hun ambt moeten worden ontslagen. Wilders neemt het op voor progressieve waarden als geloofsvrijheid en de vrijheid van meningsuiting, mits die zijn eigen conformistische idealen dienen. Zo bezien is het dus heel consistent van Wilders om zelf de vrijheid te nemen, maar die vrijheid niet te gunnen aan anderen die het met hem oneens zijn.

Noortje Thijssen is medewerker van De Helling, het wetenschappelijk bureau van Groen Links. Zij promoveerde gisteren op ‘De jaren zestig herinnerd: over gedeelde idealen uit een linkse periode’. Haar promotieonderzoek is te lezen bij De Helling Promoveert, waar dit artikel ook verscheen.


[1] NRC Handelsblad (2009), Verhagen: Wilders meet met twee maten, 27 november 2009

[2] Marijnissen, J. (2011), Jan Marijnissen in gesprek met Wouke van Scherrenburg, De Tribune, 47, 2

[3] Thijssen, N. (2012), De jaren zestig herinnerd. Over gedeelde idealen uit een linkse periode, Amsterdam: Vossiuspers (Te verschijnen)

[4] Houtman, D., P. Achterberg en J.W. Duyvendak (2008), De verhitte politieke cultuur van een ontzuilde samenleving, p. 61-80. In: B. Snels en N. Thijssen (red.), De grote kloof. Verhitte politiek in tijden van verwarring, Amsterdam: Boom

Foto Flickr cc ANS-online

  1. 1

    Conservatief betekent behoudzuchtig. Nederland verstikt in behoudzucht. Van progressie is nauwelijks nog sprake.

    Consistent voor je eigen, is ook consistent. Maar consistentie is ook niet alles.

  2. 5

    Heb ik nooit zo over nagedacht, dat het wetenschappelijk bureau van GL ‘de helling’ heet. Ongetwijfeld genoemd naar het vlak waarop de partij zich zo graag begeeft.

  3. 8

    Mevrouw Thijssen suggereert dat het voor een “goede” politicus dus in zijn voordeel spreekt om inconsequent of inconsistent te zijn?

    Ze gebruikt de twee woorden consequent en consistent helaas door elkaar, maar dat gebeurt wel vaker. Consistent wil zo iets zeggen als “innerlijk samenhangend”. Consequent, dat wat je doet of zegt duidelijk volgt uit je eerder geuite ideeën en er niet mee in tegenspraak is.

    Overigens geldt voor de PVV dat zij niet consistent is, als je het belangrijk vindt dat een partij duidelijk links, rechts of midden is volgens de oorspronkelijke betekenis ervan, maar wel consistent als je haar ziet als een nationaal-socialistische partij. Die is namelijk links en rechts door elkaar.

  4. 10

    Het Wetenschappelijk Bureau van Groen Links is ongetwijfeld een vat vol wijsheid, maar (geen greintje gezond verstand) zou er goed aan doen zich te verdiepen in de eigen problematiek, wat te doen met Dibi (oh ja dat was ook zo dat lost zich vanzelf op) in plaats van met het vingertje te wijzen naar andere partijen. In dit land mag vrijwel alles maar trek een broek aan of een rok, stroop je mouwen op en ga aan het werk in plaats van leunen op een ander…