Wie is er begonnen? Deel 2

OPINIE - Geweld komt vaak van mensen die zelf slachtoffer zijn van onrecht, betoogt Ruud Welten. Welnee, betoogt Hans Achterhuis in een tweede essay, als we zo gaan redeneren, kan iedereen erop los slaan.

In een reeks avonden van Studium Generale Utrecht en artikelen in Trouw gaat Denker des Vaderlands, Hans Achterhuis, in gesprek met Tegendenkers. Maandag vond het eerste gesprek plaats in een volle aula van het Academiegebouw in Utrecht.

Hans Achterhuis omschreef geweld als ‘het min of meer met opzet toebrengen of dreigen toe te brengen van schade aan mensen of voorwerpen’. In zijn magnum opus ‘Met alle geweld’ beschrijft hij de vele zichtbare verschijningsvormen van geweld. Maar, vroeg Tegendenker Ruud Welten zich af, hoe moeten we omgaan met de vele onzichtbare vormen van geweld die in onze maatschappij aanwezig zijn? Er is veel onzichtbaar geweld dat inherent is aan de moderne welvaart. Met een versluierende term uit het leger noemde Welten dat ‘Collateral Damage’: bijkomstige schade. Beveiliging, bureaucratie, intimidatie en sociale ongelijkheid lijken onze samenleving vredig te houden, maar zorgen structureel voor bijkomstige schade. Al zien we dat niet graag onder ogen.

Gisteren kon je het essay van Ruud Welten lezen. Vandaag antwoordt Hans Achterhuis.

HANS ACHTERHUIS

Wanneer ik het belang van ‘tegendenken’ moet uitleggen, neem ik graag het thema van het geweld als voorbeeld. In een ver verleden zijn mijn opvattingen over geweld dankzij twee ‘tegendenkers’ fundamenteel veranderd. De eerste was de Nederlandse filosoof Cornelis Verhoeven. In 1975 verscheen mijn bundel ‘Filosofen van de derde wereld’, waarin ik de denkbeelden van Ernesto Che Guevara en Mao Zedong over geweld positief belichtte. Zowel de Cubaanse als de Chinese revolutionaire leider bepleitte een bevrijdingsoorlog om het gewelddadige juk van de westerse kapitalistische economie af te werpen. Geheel in de progressieve geest van die tijd werd mijn boek lovend ontvangen en beleefde het druk na druk.

Er klonk één dissonant: in het toenmalige weekblad De Tijd verweet Verhoeven mij dat ik te kritiekloos een gewelddadig activisme omarmde. Alle juichende recensies over mijn boek ben ik vergeten, maar de opmerkingen van Verhoeven droeg ik jaren met mij mee.

Ze hielpen mij op beslissende wijze om mijn opvattingen langzamerhand te veranderen.

Dat laatste gebeurde ook dankzij de kleine studie ‘Over het geweld’ van Hannah Arendt. Dit boek was vooral tegen mijn toenmalige idool Jean-Paul Sartre gericht. Omdat ik de gewoonte heb in de marge van de boeken die ik lees opmerkingen te krabbelen, kan ik mijn leesproces uit die tijd terughalen. “Interessant” en “scherpzinnig” staat er in de kantlijn. Maar ik stuit ook op boze opmerkingen, omdat ik mijn op Sartre gebaseerde visie niet zo snel wilde opgeven, al had ik geen goede argumenten om de kritiek van Arendt te weerleggen. Die werkte dan ook langzaam door, wat ten slotte resulteerde in mijn dikke studie ‘Met alle geweld’.

In dit boek nam ik definitief afscheid van de mijns inziens gevaarlijke ideeën over structureel geweld dat onze wereld zou kenmerken. Die term danken we aan de Noorse polemoloog Johan Galtung. Geweld is volgens hem “de oorzaak van het verschil tussen het potentiële en het actuele, tussen wat zou kunnen zijn en wat is”. Overal waar mensen in hun zelfontplooiing worden beknot, heerst volgens Galtung dus geweld. Alleen in een toekomstige, bevrijde samenleving kan dit geweld worden opgeheven.

Daar moet je dan ook de strijd voor aangaan.

Liever dan deze utopische definitie hanteer ik tegenwoordig een beperkte omschrijving. Geweld is “het min of meer met opzet toebrengen of dreigen toe te brengen van schade aan mensen of voorwerpen”.

Wat is volgens mij het gevaar van een allesomvattende definitie van geweld? Allereerst is het meestal zo dat iemand die overal, los van menselijke intenties, geweld ontwaart, impliciet of expliciet oproept tot tegengeweld. Dat werd zichtbaar bij de Rote Armee Fraktion in Duitsland in de jaren zeventig en bij de vele revolutionaire en soms ronduit terroristische bewegingen die Sartre met zijn analyses ondersteunde.

Steeds zou de ander die men bestreed en vaak doodde – of dat nu om een christen-democratische politicus in Italië of een werkgeversvoorzitter in Duitsland ging – begonnen zijn met het geweld. Het eigen terroristisch geweld zou niet meer zijn dan een antwoord op het primaire geweld van de ander. En men meende het alomtegenwoordige structurele geweld te moeten bestrijden door het eigen, slechts secundaire tegengeweld. Op deze wijze interpreteerde de Franse filosoof Derrida nog de aanslagen op de Twin Towers en het Pentagon.

Een tweede bezwaar tegen deze visie op structureel geweld ligt voor mij in het gegeven dat in onze rechtsstaat het geweldsmonopolie bij de overheid hoort te liggen. Alleen de staat heeft het recht om gewelddadige overtredingen van de rechtsorde met tegengeweld te bestraffen en te bestrijden. Dit is een kostbare historische verworvenheid. Wanneer mensen menen dat hun ideeën over structureel geweld tot actie zouden moeten leiden, moeten ze de politiek ingaan om de overheid te overtuigen dat ze hiertegen dient op te treden.

In de derde plaats is geweld een zwaar en beladen woord dat je niet lichtvaardig moet gebruiken. Filosofisch hebben we het hier over een performatief begrip. Wie het woord ‘geweld’ uitspreekt, doet meestal geen neutrale constatering, maar roept op om er iets tegen te doen, er een eind aan te maken. Gelukkig beschikken wij over andere termen om uitdrukking te geven aan gevoelens over maatschappelijke zaken die ons niet aanstaan: onrechtvaardigheid, uitbuiting, discriminatie, onderdrukking, onverantwoordelijkheid. Dit soort woorden kunnen we beter gebruiken om onze verontwaardiging over maatschappelijke misstanden te formuleren dan door het begrip ‘geweld’ erop te plakken.

Een voorbeeld. Het feit dat een grootscheepse renovatie van 40.000 woningen in Rotterdam-Zuid niet doorgaat door financiële speculaties van de goed betaalde directeur van Vestia, de betrokken woningcorporatie, maakt mij boos. Tienduizenden mensen blijven in vaak erbarmelijke woonomstandigheden vastzitten, terwijl de hiervoor verantwoordelijke prinsheerlijk in zijn villa op Bonaire verblijft.

Voor mij is dit onrechtvaardig en ik meen dat het onverantwoordelijke handelen van zowel de directeur als de toezichthouders bestraft moet worden. Toch zal ik niet roepen dat het hier om geweld gaat. Wie dat doet, verschaft een boze Rotterdamse buurtbewoner een vrijbrief om naar Bonaire af te reizen om persoonlijk tegengeweld uit te oefenen.

Door deze bezwaren heb ik afstand genomen van het verleidelijke begrip van structureel geweld. Tegelijkertijd blijf ik twijfelen, omdat ik onderken dat er in bepaalde situaties, bijvoorbeeld in het vroegere Algerije of in de huidige door Israël bezette Palestijnse gebieden, wel degelijk sprake is van zoiets als structureel geweld. Juist vanwege dit soort aarzelingen blijf ik tegendenkers als Ruud Welten nodig hebben om mijn ideeën te onderzoeken en eventueel te veranderen.

 

  1. 1

    Volgens mij is iedereen zelf verantwoordelijk voor het geweld dat door hem of haar gepleegd wordt. Door de overheid of bevelhebbers opgedragen, groepsdynamiek, en andere excuses of verzachtende omstandigheden ontslaan mensen niet van de eigen verantwoordelijkheid, of het nu een ME-er is, een hooligan, of de held van Haren.

  2. 3

    Alleen de staat heeft het recht om gewelddadige overtredingen van de rechtsorde met tegengeweld te bestraffen en te bestrijden.

    Voor mij zit het probleem van de in dit stuk beschreven visie in de door mij aangehaalde quote. De auteur schrijft zelf al dat er een probleem zit met bv de Palestijnse kwestie waar wel degelijk iets als structureel geweld bestaat. Zuid-Afrika was kort geleden ook een mooi voorbeeld van structureel geweld en er zijn er meer te noemen.

    Als je de geschiedenis in gaat zijn er veel meer voorbeelden van structureel geweld te vinden. Veelal onderdrukking van volkeren. Slavernij is er ook zo een. Ook de institutionalisering van geweld – het bewust creëren van legers en oorlogen – om de economie een duwtje te geven is in de geschiedenis niet ongewoon. De kruistochten zijn aardige voorbeelden.

    Hoewel de ideale situatie mooi is om naar toe te groeien en een mooi richtpunt is om naar toe te leven, ben ik persoonlijk van mening dat vertrouwen op de staat van de verdediging van individuele rechten – als individu en van de groep waar het individu behoort – onterecht is gebleken. Slechts in hele korte momenten in de geschiedenis en als filosofisch richtpunt heeft dit denken geldigheid. Als individu zou ik er van dag tot dag niet op vertrouwen. De staat laat het individu – en de groep waartoe dat individu behoort – te vaak in de kou staan.

    Tot slot heeft de idee van geweldsmonopolie van de staat ook iets manipulatiefs, zo van : rustig blijven, niet slaan, ik zorg voor je. De huidige protesten in Spanje en Madrid zijn de meest actuele voorbeelden waar het protest en het geweld in mijn ogen legitiem zijn.

    Er zit structureel geweld in de samenleving. De vraag is voor mij hoe daar mee om te gaan (gegeven een rechtvaardigheid van dat geweld), niet hoe je dit kunt wegdrukken of ontkennen.

  3. 5

    Zij stellen helemaal foute vragen.
    Ten eerste ben ik bij mij geboorte volledig vrij. Ik mag alles doen, zelfs de hele wereld vernietigen.
    http://www.mihai.nl/2010/04/13/waarom-zou-ik-de-wereld-niet-vernietigen/
    Slechts als ik een overlevingsinstinct heb (doodsangst), ben ik bang dat de anderen mij eerst zullen doden, dus ik heb een belang om mijn vrijheid op te geven. Dus ik heb niet meer de vrijheid om iedereen te vernietigen, maar ik heb een vrijheid om iedereen een systeem op te leggen (met dwang en geweld). Dit systeem garandeert ieders veiligheid. Dit systeem houdt ook in dat ik anderen de vrijheid heb om hen een rechtssysteem op te leggen, waarin grote conflicten definitief worden besloten door neutrale derden (rechters). Als de andere weigert om mee te werken aan het ontstaan van een dergelijk rechtssyteem, ben ik alweer vrij om alles te doen wat ik wil doen. Ik ben op dat moment de ultieme rechter, die zelf kan beslissen of ik het recht heb op leven, op zelfverdediging, wanneer anderen een gevaar zijn voor mijn leven, en welke maatregelen ik mag nemen. Dus geweld is alweer toegestaan. Ik heb een stuk aan Sargasso opgestuurd, met een uitgebreidere versie van dit argument.

  4. 6

    @Mihai Martoiu Ticu
    Als iedereen zo denkt als jij heeft iedereen zijn individuele recht en ontken je de samenleving als essentieel behorend bij de mens. Een opmerking op basis van wat je hier nu schrijft. Je hebt het over recht, rechtvaardigheid en rechters.

    Ik ben op dat moment de ultieme rechter, die zelf kan beslissen of ik het recht heb op leven, op zelfverdediging, wanneer anderen een gevaar zijn voor mijn leven, en welke maatregelen ik mag nemen.

    Rechters interpreteren wetten. Dat is waar het begrip rechtsstaat, wat in het logje wordt gebruikt, mee samenhangt.

    Geen wet, geen rechtsspraak.

    Recht is interpretatie of toepassing van wet. Dat gaat niet altijd synchroon aan rechtvaardigheid (eventueel gevoel van). Het is waar het gevoel voor rechtvaardigheid asynchroon is met de rechtspraak waar de idee van Achterhuis fout gaat. De fout in de idee van Achterhuis is de onderliggende onfeilbaarheid van wet en recht. En een soort ontkenning van – in voorkomende gevallen – een rechtvaardigheid.

    En verder maar even je stuk afwachten.

  5. 7

    Mijn huidige bijdrage richt zich nominaal tot Dl. Welten (Dl.1), maar gaat impliciet en expliciet ook Achterhuis (Dl 2) aan. Wat van de een niet klopt, kan in dit geval dan makkelijk aan de ander worden doorgegeven. Mede uit het oogpunt van actualiteit deze plaatsing hier.

    Onderwerp van ‘Wie is er begonnen? Deel1, door Welten,
    is gezien de materie en de tijdspanne aangeroerd, en het morele inzicht daardoor gevergd zo gigantisch dat je je met er in welke ook zin critiek op te leveren, alleen maar belachelijk zou maken. Je kunt het artikel in zijn geheel natuurlijk bijvallen en dat zal de auteur wel blij maken, maar een toeziend publiek zal alleen maar 2 dwazen zien.

    Wel kun je om zo te zeggen iets zinvols over de buitenkant van W. opstel beweren, namelijk dat het kadert in een modern-Westerse traditie, die maar niet ophoudt met te janken van: wij zijn begonnen, wij deugen niet, weg met ons! Wortel van deze gedachtegang lijkt mij te vinden in het formeel afgezworen Christendom dat cultureel geworden persoonlijke zelfverachting aanbeveelt.

    Maar ik wil toch ook wel wat preciezer op de inhoud van ‘Wie is er begonnen?’, ingaan, op een onderdeel eruit, op Sartre. Door die Fransman toont de auteur zich geïmponeerd / geïnspireerd, en zou met die filosoof W.’s bijdrage kunnen vallen of staan. Ik reken op vallen. Wie is Sartre, wat deed-ie?

    In de WO II werd Frankrijk door Duitsland bezet. Een wrede periode van de Franse Geschiedenis begon.

    In Parijs, in zijn stamcafé, was Sartre bezig, denk ik met het uitwerken van zijn filosofie. Voor zover hij niet door zijn vriendin Simone werd geoccupeerd. Want van een verzetje hield hij wel, maar voor existentieel Verzet tegen de bezetters van zijn land had Sartre geen tijd. Of in ieder geval is er niets van bekend dat Sartre zich met het redden van Joden o.i.d. bezig hield. Bescheiden?

    Bekend is wel dat hij als Duits krijgsgevangene ontslagen, in Parijs een baan kon krijgen als leraar filosofie aan het Lycée Condorcet, waar hij de plaats innam van een ontslagen joodse leraar. Nooit gehoord dat S. daar een moreel / existentieel probleem mee had.

    In 1944 Frankrijk ondanks Sartre bevrijd, kwam hij met zijn Existentialisme op de proppen.
    Opwindende filosofie in dat bruisende, spannende Parijs met zijn soldaten, zwarte handel en Juliette Gréco. Een beetje te laat eigenlijk.
    Hij ontpopte zich verder als linkse intellectueel en maakte zich te schande in het infame proces van de Franse Communistische partij tegen de Russische ‘Ik verkoos de Vrijheid’ dissident Victor Kravchenko.

    Zijn laatste jaren verknoeide S. met het folderen of zoiets voor Maoistisch secten en met het opnemen vóór en keihard liegen ten gunste van de zwaar-criminele Baader meinhof terroristen. Terroristen, niet te verwisselen met Verzetstrijders (zoals Jean Moulin † 1943)

    Het komt mij voor dat Sartre in Dl. I van zijn leven faalde, dat hij dat later inzag en voelde, en in dL II van zijn bestaan het tekort uit het eerste wilde goed maken. Met als resultaat dat hij – 2 x fout – existentieel gezien zijn hele leven verpeste .

    Nu nog de Westerse beschavingsgeschiedenis aan die kerel ophangen, is idioot.

  6. 8

    @Hpax
    Zo te zien heb je Sartre aangewezen als iemand die geleerd heeft van zijn fouten en daar anderen deelgenoot van maakt.
    Je kunt niet zeggen dat hij er niet over heeft nagedacht, maar hij had wat meer tijd nodig om tot een conclusie te komen en ernaar te handelen; de oorlog was toen al voorbij.
    Dat je hem een klootzak vindt zegt mij niet dat zijn ideeën en gedachten niet deugen of onbruikbaar zijn als startpunt voor eigen overdenkingen.

  7. 10

    @HansR
    Het is waar dat als er wetten bestaan, dan moeten die wetten ook rechtvaardig zijn. Wij hebben in Roemenië Ceausescu de kogel gegeven omdat de wetten onrechtvaardig waren. Maar het eerste wat je moet hebben, is neutrale partijen die conflicten bemiddelen. Trouwens, het is niet altijd nodig dat er wetten bestaan. In stammen waren er oudere wijze mensen die onderlinge conflicten definitief gingen oplossen door te zeggen wie gelijk had. En ook in het Engelse systeem ging ook zo’n beetje. Men stelde eerst rechters aan en de wet werd ondertussen gemaakt, door de uitspraken van de rechters.

    Wat betreft het voorbeeld van Achterhuis met de corruptie, als de bankiers voldoende corrupt zijn en de regering niks doen, dan zal het op een bepaald moment hetzelfde niveau zijn als in Roemenië voor de revolutie. Dan zal het volk in opstand komen.

  8. 12

    @ Asterix c 8
    ‘Zo te zien heb je Sartre aangewezen als iemand die geleerd heeft van zijn fouten en daar anderen deelgenoot van maakt.’

    Laat ik vooropstellen dat iedereen moreel kan falen en de verschrikkelijkste dingen kan doen. Daar is mee te leven en van jouw fouten kunnen anderen leren, en dat werkt het best als je ook eens heel existentieel toegeeft dat je er naast hebt gezeten. Wie niet, per slot van rekening, en helden waren altijd al schaars. Alleen lafaards kunnen helden worden.

    Maar zoals ik het zie, heeft Sartre niet van zijn fouten geleerd. Of lijkt het er nog het meest op dat hij wel voelde of zelfs inzag dat hij ze had gemaakt, maar het zichzelf niet kon toegeven. Daarna volgde een verdringingsproces en het zijn de daaruit voortvloeiend verkeerde uitkomsten waarvan hij anderen deelgenoot heeft gemaakt. En ze er niet voor gewaarschuwd.

    Ook lijkt duidelijk dat Sartre’s strijd vóór het proletariaat, vóór Baader meinhof, zijn verraad aan de Vrijheid (Kravcheko), verplaatsingen of ‘remplacenten’ zijn van de objecten waarvoor door S. te vechten het moreel wél de moeite waard zou zijn geweest.

    Sartre’s laatste flirt met ‘Mao-isme’ was het definitieve fiasco van zijn project.

  9. 16

    Je hebt gelijk dat het niet over Haren gaat (sorry was mijn fout).

    De discussie gaat over het gebruik van geweld, en of dat al dan niet gerechtvaardigd is. Welten haalt daarbij Sartre aan. Welten had het over het idee van Sartre over geweld. Je kan het met dat idee eens zijn of niet, en je kunt proberen karaktermoord op Sartre te plegen, omdat je het met zijn idee niet eens bent. Maar als je wil beweren, dat Welten heeft geprobeerd de persoon Sartre ter discussie te stellen, probeer je recht te praten wat krom is.

    M.a.w. wie is er dus begonnen van een discussie over de al dan niet rechtvaardigheid van geweld een discussie over de persoon Sartre te maken?

  10. 17

    @Pedro#16
    Zal ik het antwoord dan maar geven : dat was HPax zelf die bij de naam Sartre als een stier om zich heen begon te meppen (reactie 3 op 2 bij het stuk van Welten). In dit draadje doet hij het wat uitgebreider nadat jij hem onder Welten al had terecht gewezen. Maar HPax is een zuiger dus die gaat door.

  11. 18

    Het feit dat een grootscheepse renovatie van 40.000 woningen in Rotterdam-Zuid niet doorgaat door financiële speculaties van de goed betaalde directeur van Vestia, de betrokken woningcorporatie, maakt mij boos. (…) Toch zal ik niet roepen dat het hier om geweld gaat. Wie dat doet, verschaft een boze Rotterdamse buurtbewoner een vrijbrief om naar Bonaire af te reizen om persoonlijk tegengeweld uit te oefenen.

    Is dat zo? Als een boze buurman mijn auto in elkaar rost met een honkbalknuppel vanwege een parkeerdispuut, valt dat als ‘geweld’ te kwalificeren. In ieder geval volgens Achterhuis’ eigen definitie. Maar met die kwalificatie geef ik mezelf toch nog geen vrijbrief om hetzelfde te doen met de auto van mijn boze buurman?

    Er zitten dus een paar (misschien wel heel veel) onuitgesproken vooronderstellingen in de redenering van Achterhuis, dat we op moeten passen met het benoemen van structurele roof, dwang en vernedering als geweld omdat dit tegengeweld legitimeert.

    Jammer dat hij die niet uitwerkt, want volgens mij is dat het veld waar het er om gaat spannen.

  12. 20

    ”Er zitten dus een paar (misschien wel heel veel) onuitgesproken vooronderstellingen in de redenering van Achterhuis, (…) “

    Inderdaad, #18. Zie ook de veronderstelling dat de staat een soort hemelse arbiter is (‘tweede bezwaar’, cfr. #3), in plaats van een speelbal van belangen waarbij (uiteraard) de belangen van minderheden of andere kwetsbare groepen geneigd zijn aan het kortste eind trekken. (N.B. juist de mensen waar Ruud Welten expliciet over spreekt in zijn opstel.)