Unhappy China, bang Amerika en verward Europa

[i]GeenCommentaar heeft ruimte voor gastloggers, dit kunnen stukjes zijn die we -uiteraard met toestemming- overnemen van andere weblogs, of die via onze mail binnenkomen. Hieronder een stuk van Brechtje Paardekooper[/i].

Moge je leven in interessante tijden. Het gerucht gaat dat dat een oude Chinese vloek is. Niet waar. Maar er schijnt wel een spreekwoord te zijn: Het is beter om als hond te leven in rustige tijden, dan als mens in chaotische tijden. Misschien, gezien de Chinese historie van bloedige omwentelingen, is dat inderdaad wel waar.

Er is geen twijfel over mogelijk dat we sinds iets meer dan een jaar in chaotische maar interessante tijden leven. De verhoudingen in de wereld zijn drastisch aan het veranderen, niet in het minst door de financiële crisis. In het NRC van dit paasweekend twee artikelen die dat illustreren.

Unhappy China
Nog niet online, helaas, is een interview van Oscar Garschagen met de schrijvers van de essaybundel Unhappy China, een enorme bestseller in China. Aanleiding is natuurlijk de financiële crisis, die ook China begint te treffen. Dat wekt wrok, zeker waar die crisis voor veel mensen van Amerikaanse makelij is – en hun land tegelijkertijd maar bezig blijft Amerikaanse obligaties te kopen. De auteurs wijzen erop dat China weliswaar veel laagwaardige productie huisvest, maar bijvoorbeeld nauwelijks hoogwaardige technologische industrie heeft en vrijwel geen wetenschappelijke doorbraken bewerkstelligt.

Van de ‘werkezel van de wereld’ moet China een renpaard worden. In plaats van Amerikaanse obligaties te kopen, moet China daarom investeren in zijn eigen wetenschap en techniek. Marine en luchtmacht moeten worden versterkt, zodat wereldwijd de strijd om grondstoffen kan worden aangegaan. Dan zal China zich ook niet meer de krenking hoeven te laten welgevallen van op mensenrechten gewezen te worden, of op de bezetting van Tibet. Het boek bekritiseert ook de partij-elite die haar bindend vermogen heeft verloren. China zal moeten democratiseren, betogen de auteurs. Te lang heeft het land zich uiteindelijk afgekeerd van de wereld, is de diagnose, en als gevolg daarvan is haar macht beperkt. China moet zich opmaken om de haar toekomende plaats op het wereldtoneel in te nemen. En dat is die van wereldleider.

Niets ‘multipolaire wereld’ dus, die zo lang in zwang was. Maar de budgettaire verandering die de auteurs voorstaan, is al niet meer mogelijk. China heeft intussen zo veel Amerikaanse waardepapieren opgekocht, dat de zich niet meer uit de innige omhelzing met de VS kan bevrijden. Dat bleek wel in de aanloop naar de G20, afgelopen weken. Eén van de eerste bezoeken van de nieuw aangetreden Secretary of State Hillary Clinton was aan China. Daarbij nam zij het M-woord nauwelijks in de mond. Maar wel werd er gesproken over de Chinese positie in Amerikaanse obligaties. De Amerikanen konden gerust zijn: China blijft die vasthouden.

Vervolgens volgden er wel enige strubbelingen. De Chinese premier Wen Jiabao maakte zich ongerust over de grote Chinese positie (1000 miljard) in Amerikaanse schulden. Hij deed dit naar aanleiding van nieuwe Amerikaanse steunmaatregelen, waarbij Timothy Geithner aankondigde dat de Federal Reserve zelf Amerikaanse Treasuries zou gaan kopen om het bankenreddingsplan te financieren. Om haar afhankelijkheid van de dollar te verminderen, pleitte China voor het vervangen van de dollar als reservemunt van het IMF door een kunstmatige munt, een ‘mandje’, samengesteld uit dollar, yen, euro en pond (de zogenaamde Special Drawing Rights). Zo ver hoeft het niet te komen, suste Obama, we zullen zorgen dat de dollar op koers blijft.

China wordt dus beduidend assertiever, maar is zich ervan bewust dat ze zich in een omhelzing bevindt met de VS, die dodelijk dan wel productief kan uitpakken. Een langzaam afnemende verslaving van de Amerikaanse burgers aan Chinees krediet en wat meer spaarzin zal de verhouding langzaamaan losser maken.

En in Europa?
Tot zover China en de VS. Maar ook in Europa rommelt het. Europa ís nog de tweede economie ter wereld maar wordt ingehaald. In een prachtig stuk schetst Ben Knapen (oud-hoofdredacteur van het NRC, tegenwoordig commentator) waarom Europa zijn politieke stabiliteit dreigt te verspelen. De groep Eurolanden heeft dringend een soort economische regering nodig, schrijft Knapen – alleen al om in te grijpen als Griekenland of Ierland bijvoorbeeld hun staatschuld niet meer gefinancierd krijgen. Of om te voorkomen dat kleine landen kleine banken hebben, omdat ze niet in staat zijn om grotere banken te redden als dat zou moeten – een trend die je zich nu al ziet afspelen.

De EU bevindt zich momenteel in een toestand van wederkerig nationalisme: elke lidstaat heeft de plicht om de eigen financiële problemen te regelen, elke staat moet de soevereiniteit van de ander erkennen en negatieve gevolgen van economisch handelen voor een andere staat zoveel mogelijk vermijden. Uitgangspunten zijn gelijkberechtiging, onderlinge afstemming en wederkerige verantwoordelijkheid. Dat klinkt allemaal goed, maar het is een in Europa stilzwijgend aanvaard uitgangspunt dat uitbreiding van economisch-politieke bevoegdheden van de Europese Unie strikt wordt geweigerd.

Westenwind
In Nederland waaide de afgelopen twintig jaar permanent een ‘westenwind’, schrijft Knapen: geen land waar de globalisering meer omarmd is, ook al werkt die wellicht goed uit voor de elites maar maakt die het bestaan van de armeren vele, vele malen onzekerder. Geen land dat ijveriger nutsbedrijven privatiseerde dan Nederland, geen land waarin het Anglosaksisch kapitalisme en de macht van de aandeelhouder sterker werd verheerlijkt. De high trust society die Nederland eens was, ging door het terugtreden van de overheid en de liberalisering en privatisering echter snel teloor. En juist in Nederland wordt het verzet tegen dit soort grote internationale projecten sterker, groeit de weerzin tegen Europa en tiert het benepen nationalisme. Het argument dat de euro ons veel ellende bespaard heeft, is aan emotionele dovemansoren gericht.

Terwijl Europa, door een groot gebrek aan daadkracht, een noodzakelijke verdere integratie op economisch gebied voor zich uitschuift, is Nederland haar gezaghebbende opvattingen kwijt. “Europa is een angstproject geworden,” schrijft Knapen. (…) “En Nederland heeft er, alles bij elkaar opgeteld, geen relevante of gezaghebbende opvattingen meer over. Kan dat tot nader order ook niet meer hebben waar in enkele decennia tijds de consensus werd verspeeld.”

En dat is jammer. Want, even terug naar de machtsstrijd-annex-omhelzing waar de VS en China zich in bevinden: die strijd zal ook uitmaken welk economisch model nu eigenlijk dominant wordt in de wereld. NRC-columnist Maarten Schinkel (het NRC blijkt toch de beste krant in crisistijd) schetst het dilemma. “Het Amerikaanse model van vrijheid, kapitalisme en democratie mag dan nog steeds het beste alternatief zijn, maar het is wel kwetsbaar geworden voor kritiek – of die nu terecht is of niet. Wat is dat voor systeem waarin een elite zich onbeperkt mag verrijken, er vervolgens een puinhoop van maakt en daarna door de gemeenschap moet worden uitgekocht?”

Is het ‘Chinese model’ dan niet beter? Nee, waarschijnlijk niet, al is het eigenlijk nog niet echt getest. Zowiezo kunnen we stellen dat het milieu ernstig lijdt onder China’s groei, en dat terwijl we ook nog ergens een klimaatcrisis hebben. Daarnaast is China zeer afhankelijk van het buitenland – qua consumptie, en qua investeringen, zoals we zagen. De middenklasse eist langzamerhand inspraak en democratie, zoals het succes van ‘Unhappy China’ laat zien. En de belangrijkste reden: er is een blijvend hoge economische groei voor nodig om het gebrek aan politieke vrijheid af te blijven kopen met de belofte van welvaartsgroei, zoals Schinkel schrijft. Er zitten dus teveel onbekende gevaren aan het Chinese model. Maar ook het Amerikaanse model pakt slecht uit. De elite heeft zichzelf ongebreideld kunnen verrijken en zij ontkomt. De middenklasse en armen verliezen intussen hun baan – terwijl een fatsoenlijk sociaal vangnet in de VS geheel ontbreekt.

Rijnlands model
In het Anglosaksisch model schort het aan besef van verantwoordelijkheid voor milieu en maatschappij. Het Chinese model draait zichzelf in de knoei vanwege de benodigde groeicijfers. Er is dus een alternatief nodig. Het mildere Rijnlands kapitalisme, met haar nadruk op verantwoordelijkheid naar alle stakeholders toe, gecombineerd met het redelijk sociaal vangnet in Europa, gooit daarbij hoge ogen; juist omdat het model de belangen van alle spelers in ogenschouw neemt. En dat is nodig in een wereld die meer en meer geïntegreerd raakt. Alleen, ook hier zal een steviger consensus bereikt moeten worden over sociaal-economische politiek, net zoals aan een gemeenschappelijk buitenlandbeleid wordt gewerkt.

Verdere éénwording dus? Ja, verdomd. Nederland kampt intussen echter met een terugslag na een overdosis Anglosaksisch kapitalisme. Het zijn interessante tijden, inderdaad. Maar Nederland doet even niet mee.

Reacties zijn uitgeschakeld