Tijd voor nieuw leiderschap in Europa

Vandaag plaatsen wij een bijdrage van Arno Uijlenhoet: zelfstandig bestuurskundig adviseur en bestuurslid van Newropeans, een Europese politieke beweging voor meer democratie in Europa die in 2009 gaat meedoen aan de verkiezingen voor het Europees Parlement. Newropeans doet in alle Europese landen mee aan de EU-parlementsverkiezingen en is derhalve de eerste échte pan-Europese partij. In april gaan er teams van Newropeans leden het land in om mensen te ontmoeten die interesse hebben om zich actief aan Newropeans te verbinden. De kickoff vindt vrijdagavond 28 maart plaats in Amsterdam met als thema ‘Freedom of speech, use it or loose it!’ (20.00 Haarlemmerstraat 124, Amsterdam, entree gratis graag opgeven via [email protected]).

Waarom Europa meer dan ooit behoefte heeft aan politieke eenwording.

Introductie
Nu de regeringsleiders het in Lissabon eens zijn geworden over het Hervormingsverdrag, lijkt de politieke kou uit de lucht die ontstond toen Frankrijk en Nederland het grondwettelijke verdrag in 2005 wegstemden. Al eerder besloot het kabinet om, in lijn met de meeste andere EU-landen, het nieuwe verdrag niet meer via een referendum aan de kiezers voor te leggen. Intussen heeft ook de Tweede Kamer in ruime meerderheid ingestemd met het nieuwe verdrag. Geen discussie meer over het Europese besturingsmodel, zo was de teneur. Europa is een feit en moet vooral langs inhoudelijke weg zijn meerwaarde bewijzen. De ratificatie van het Hervormingsverdrag lijkt daarmee nog slechts een formaliteit.
Wie denkt dat met het Hervormingsverdrag het dossier Europa gesloten kan worden heeft het echter mis. Met het Hervormingsverdrag wordt het tekort aan democratische legitimiteit van Europa namelijk niet opgelost. Hoezeer politici uit vooral het politieke midden ons anders doen willen geloven, verkeert Europa nog steeds in een morele en institutionele crisis.

Morele en institutionele crisis
De druk om Europa meer macht te geven (ten kosten van de lidstaten) neemt toe in een wereld waar problemen en uitdagingen steeds vaker een continentale of mondiale dimensie hebben. Het verleden heeft dat duidelijk gemaakt. Aangejaagd door ontwikkelingen als de opkomst van nieuwe democratieën in Midden- en Oost-Europa, oorlog op de Balkan, economische globalisatie, internationaal terrorisme en een dreigende energiecrisis, nam het proces van Europese eenwording sinds de val van de Muur in 1989 een nieuwe vlucht. Het stabiliteitspact en de Euro werden geïntroduceerd, het aantal lidstaten werd uitgebreid van 15 naar 27, de samenstelling van de Raad en het Parlement veranderde door de komst van de nieuwe lidstaten, taken op het gebied van economisch beleid, werkgelegenheidsbeleid, buitenlandsbeleid, veiligheidsbeleid en milieubeleid werden aan de EU overgedragen en meer en meer veto’s werden afgeschaft om besluitvorming in de Raad doorgang te laten vinden.

Te denken dat de Europese Unie in deze nieuwe hoedanigheid door voornamelijk nationale parlementen kan worden gecontroleerd is een farce. Wie conform het Hervormingsverdrag een meer politiek Europa wil, zal de controle op de macht ook op dat niveau moeten regelen. Dat is een logica die in het bedrijfsleven vanzelfsprekend is. En kijk maar hoe president Sarkozy van Frankrijk nu al preludeert op een mogelijke toekomstige rol van Tony Blair als voorzitter van de Raad van Ministers. Europese politiek heeft zo zijn eigen dynamiek die vanuit de nationale parlementen niet valt te beteugelen.

Maar het is nog erger. Het is niet meer een kwestie van of we een politiek Europa willen. Het politieke Europa is er al. Sinds de val van de Muur is Europa bezig geweest om de eigen toekomst vorm te geven. Daar was op zichzelf niets op tegen. Alleen hebben onze nationale politieke elites verzuimd de burger van de Unie in dit proces te betrekken. Hierdoor is niet alleen een democratisch tekort ontstaan, maar ook een tekort aan legitimiteit. Burgers van Europa hebben het gevoel gekregen dat hen iets wordt opgedrongen zonder dat zij daarom hebben gevraagd. Bovendien hebben de nationale politieke elites de implicaties van het proces van Europese eenwording voor de soevereiniteit van de lidstaten gebagatelliseerd. Door feitelijk te ontkennen dat Europa in de jaren na de val van de Muur in zijn wezen is veranderd, hebben zij bijgedragen aan een morele en institutionele crisis in Europa en daarmee aan een crisis in onze democratie.

Met name kleinere landen als Nederland hebben aan relatieve machtspositie moeten inboeten. In het Europa van de 15 was Nederland, als mede oprichter van de EU en als grootste van de kleinere landen, nog relatief invloedrijk. Nu Europa is uitgegroeid tot een Unie van 27 landen, behoort Nederland definitief tot de groep kleinere landen. Daar komt nog bij dat met de invoering van gekwalificeerde meerderheidsbesluiten onze mogelijkheden om een veto in te dienen kleiner zijn geworden. Met 27 lidstaten, waarvan er zes groot zijn en de andere 21 relatief klein tot zeer klein, is hierdoor de machtsbalans binnen de Raad van Ministers definitief verschoven ten gunste van de grote landen.

Alternatief
Hoe nu verder? Om tegemoet te komen aan het politieke karakter van Europa en om het democratische tekort van Europa op te lossen, zullen de burgers van Europa een centrale rol in de politieke besluitvorming moeten gaan spelen. Dat kan feitelijk alleen door de machtsbalans in Europa te verschuiven ten gunste van het Europees Parlement. Niet om van Europa een federatie of superstaat te maken, maar om de controle op de macht waarover Europa nu reeds beschikt, beter te organiseren. Het gaat niet om meer of minder Europa, maar om een beter Europa. Het is echt een misvatting te denken, dat een sterker Europees Parlement een Europese superstaat tot gevolg heeft. Het tegendeel is het geval: Door het ontbreken van een waar volksvertegenwoordigend en controlerend lichaam op Europees niveau, kan Europa juist zulke ongebreidelde ontwikkelingen doormaken zoals de afgelopen jaren te zien hebben gegeven. Alleen een volwaardig Europees Parlement kan de regeldrift van de Europese Commissie aan banden leggen en een democratisch tegenwicht bieden aan het ondoorzichtige onderhandelingsproces in de Raad van Ministers.

Bovendien doet een sterk Europees Parlement ten principale geen afbreuk aan de positie van de lidstaten. Die is en blijft gewaarborgd in de unieke Sui Generis-constructie. Deze samenwerkingsconstructie kenmerkt zich door het feit dat de lidstaten alleen vrijwillig bevoegdheden aan Europa afstaan, dat veranderingen in verdragen alleen bij unanimiteit kunnen worden doorgevoerd en dat lidstaten het recht hebben om zich uit de Unie terug te trekken. Hierin onderscheidt Europa zich fundamenteel van een federaal land als de Verenigde Staten. Waar het om gaat is dat, met het oog op een beter bestuurbaar, transparanter en meer democratisch Europa, de invloedslijn van de lidstaten binnen de huidige Europese constructie voor een deel wordt verlegd van de Raad van Ministers naar het Europees Parlement.

Dit zou betekenen dat de Raad van Ministers zich alleen nog met die onderwerpen bezighoudt waarover bij unanimiteit, met instemming van alle lidstaten, moet worden besloten. Te denken valt aan zaken als de totstandkoming van nieuwe verdragen, het beschikbaar stellen van lange termijn budgetten en het bewaken van de subsidiariteit binnen de Europese Unie. Bevoegdheden die vragen om besluitvorming bij gekwalificeerde meerderheid, worden overgedragen aan de Commissie. In een alternatief Europa zou de Raad van Ministers de positie moeten krijgen van ‘change agent’ en niet van een soort tweede regering naast de Commissie, zoals op basis van het Hervormingsverdrag wordt voorgesteld (met een vaste voorzitter en een buitenlandcoördinator). De voornaamste taak van de Raad zou er in gelegen moeten zijn te controleren of de Europese Unie zich houdt aan de eigen verdragen.

Ter compensatie van de beperktere, maar niet minder voorname rol van de Raad, zou de positie van Europees Parlement in zijn geheel moeten worden versterkt en de stem van de lidstaten daarbinnen explicieter zichtbaar gemaakt moeten worden. In de huidige situatie komen veel europarlementariërs door hun onduidelijke mandaat onvoldoende uit te verf. Dit kan verbeterd worden door in een hervormd Europees Parlement een helderder onderscheid te maken tussen het niveau van de lidstaten en die van de Unie. Zo zou het Europees Parlement kunnen worden opgesplitst in een nationale kamer of Senaat en een Uniekamer. Dit impliceert wel dat de volksvertegenwoordigers op het niveau van de Unie alleen een Europees mandaat krijgen; Geen exclusieve banden meer met de nationale politieke achterban. Maar de introductie van Europese lijsten en Europese politieke partijen.

De Europese Commissie krijgt in dit voorstel de positie van ‘regering’. Zij krijgt een breder takenpakket, aangevuld met die terreinen waarover tot nu bij gekwalificeerde meerderheid in de Raad wordt besloten. Vergelijkbaar met de Nederlandse situatie komt deze regering tot stand op basis van een meerderheid in het parlement. Het Parlement kan de regering of leden van deze regering naar huis sturen. Gegeven de delicate machtsbalans in de Europese Unie, lijkt het logisch wanneer ook de Raad van Ministers enige invloed behoudt bij de totstandkoming van een ‘regering’. Een ‘regering’ zou met andere woorden niet alleen moeten rusten op een meerderheid in het parlement, maar ook instemming van de Raad moeten genieten. Om de werkzaamheden van de Raad van Ministers te kunnen controleren en om de Raad een platform te bieden om zich te verantwoorden over gemaakte keuzes, zou er aan gedacht kunnen worden om een soort van ‘congres’ in het leven te roepen, samengesteld uit leden van de nationale parlementen en het Europees Parlement. Daar waar het Europees Parlement gaat over het beleid binnen de kaders van de geldende verdragen (‘going concern’), zou het ‘congres’ het primaat moeten krijgen bij besluiten die inbreken op deze verdragen en daarmee op de verhouding tussen de Unie en de lidstaten.

Een dergelijke constructie biedt de burger veel meer helderheid over hoe besluiten worden genomen, hoe deze besluiten worden gecontroleerd en wie waarover naar wie verantwoording aflegt. Aan de andere kant blijven de individuele lidstaten in positie door de herpositionering van de Raad, de introductie van een nationale kamer in het Europese parlement en de introductie van een ‘congres’.

Leiderschap
Om dergelijke nieuwe verhoudingen in Europa te realiseren is leiderschap nodig. Niet alleen bij onze politici, maar vooral ook bij de burgers van Europa. Zij zullen moeten inzien dat het Europa van vandaag alleen zo is geworden omdat zij buiten het politieke spel zijn gehouden. Hoe tegenstrijdig het ook lijkt, om als burger meer invloed in Europa te kunnen uitoefenen, zal de hegemonie van nationale politieke en maatschappelijke elites moeten worden doorbroken. Uit bijziendheid en angst om aan macht te verliezen, frustreren zij namelijk bij voorbaat de betrokkenheid van burgers bij de besluitvorming in Europa. Het doembeeld van een Europese superstaat wordt gebruikt om de burger een rad voor ogen te draaien om zo ruimte te creëren voor een ondoorzichtig onderhandelingsproces met een resultaat waarin burgers zich veelal niet herkennen. Dat daarmee de geloofwaardigheid van de politiek wordt ondermijnd en voeding wordt gegeven aan populisme thuis, nemen nationale politieke elites op de koop toe. Om te voorkomen dat zij in de toekomst wederom voor voldongen feiten worden geplaatst, zullen de burgers van Europa zich daarom tegen wil en dank op Europees niveau politiek moeten gaan organiseren in trans-Europese politieke bewegingen. Alleen dan kunnen de burgers de grip op hun eigen toekomst herwinnen.

De vraag hoe we verder moeten in Europa is uiteindelijk geen wetenschappelijke of politieke, maar een morele en ethische. De vraag gaat over wie we zijn als burgers van Europa, over onze wil om boven onze beperkingen uit te stijgen en deel te nemen aan de vorming van een gezamenlijke Europese toekomst. We moeten niet bang zijn voor deze vraag, maar hem verwelkomen als een mogelijkheid om bij te dragen aan een historische verandering in Europa: Voor een nieuwe vorm van politiek die de burger centraal stelt. Wederom, zoals we al vaker hebben gezien in de Europese geschiedenis, is het aan de burgers van Europa zelf, om de zo fel bevochten democratische verhoudingen opnieuw veilig te stellen.

Wie de morele en institutionele crisis in Europa wil bezweren, ontkomt er niet aan om Europa meer politiek en democratisch te maken. Omdat het Hervormingsverdrag definitief een structurele claim legt op de nationale soevereiniteit van de lidstaten, heeft Europa juist nu, meer dan ooit, behoefte aan politieke eenwording. De verkiezingen voor het Europees Parlement in 2009 vormen in dit licht een belangrijke mijlpaal. Nu het Hervormingsverdrag een gelopen race lijkt te zijn, bieden de verkiezingen de burgers de eerstvolgende gelegenheid om zich uit te spreken over de huidige Europese politiek en over de gewenste richting voor de toekomst. De keuze is duidelijk: 1) Gedeeltelijk terugtrekken uit Europa zoals de SP en de PVV voorstaan, 2) doorgaan op de huidige weg van ondoorzichtige onderhandelingen zonder betrokkenheid van de burger zoals het CDA, de PvdA, de VVD en de Christen Unie willen of 3) investeren in een transparant en democratisch Europa waarin de burger wordt betrokken bij de besluitvorming, zoals een nieuwe trans-Europese politieke beweging als Newropeans voorstaat. De keuze is aan de burger, maar er lijkt geen twijfel over mogelijk: Het is hoog tijd voor nieuw leiderschap in Europa, het is tijd dat de burgers van Europa hun democratische rechten opeisen door zich op trans-Europees niveau politiek te organiseren.

Dit artikel verschen al eerder op de site van Newropeans.

  1. 2

    Die roep om democratie in de EU is leuk. Bekt ook lekker. Alleen, ik denk dat mensen niet geinteresseerd zijn in kwesties die op Europees niveau worden behandeld.

    Een voorbeeld helpt om dit te illustreren. De telkens teruglopende opkomst bij de verkiezingen voor het EP en het feit dat daarbij nog steeds volgens nationale partijvoorkeuren wordt gestemd, is zo’n voorbeeld. De redenen hiervoor zijn divers, maar het ligt voor de hand om te stellen dat mensen inzien dat de dingen die hen echt bezig houden en dat zijn niet de richtlijnen, verordeningen en meer van dat. Dat is hun pensioen, de ziekenzorg, de voorzieningen, de belastingen. Dingen die niet op Europees niveau worden besloten en dat ook niet zullen worden. Zolang de EU daar niets over heeft te zeggen en in feite dus geen superstaat is, zal de kiezer het laten afweten. Pas als het daadwerkelijk een superstaat is geworden, heeft het EP nut. Democratie en met name meer democratie in de EU is derhalve een wassen neus.

  2. 4

    Nee, eigenlijk niet. Misschien is het beter om te accepteren dat de burger niet zit te wachten op discussies over beleidsvoorstellen die hen alleen indirect raken. En van daaruit de democratische controle op de EU binnen in de lidstaten te versterken, door de nationale parlementen.

    Juist de mogelijkheid voor lidstaten om ondoorzichtig en via consensus te opereren, zorgt er voor dat de uitkomsten over het algemeen gedragen worden door de lidstaten. Een grotere democratische macht zal dit proces alleen maar verslechteren.

  3. 5

    We moeten dus het federalisme met federalisme bestrijden? Ik vind de hele insteek nogal wollig en de zoveelste “Europa, best belangrijk”-uiting.

    Maar op zich worden er best goede voorstellen genoemd. Vooral dat de minsterraad een soort “Vaste Kamer-commissie” moet worden en meer macht voor het EP: daar kan ik mij zeker in vinden. De analyse is goed, maar die hebben we al zo vaak gehoord en van de verkeerde mensen (te weten onze regering, die ook te pas en te onpas zich verdedigt met het argument dat iets van “Brussel” moet.)

  4. 6

    Maar nu wakkeren een Europese Commissie en een Europese Raad alleen maar euroscepsis aan, ik denk dat democratisering van Europa wel degelijk de onderbuiken van de navelstaarders tot rust kan brengen.

  5. 7

    @ 6

    Neem je een onderbuik weg door iets democratischer te maken? Of faciliteer je daarmee de onderbuik?

    Ik denk zelf het laatste. Het enige dat dat eventueel op zou lossen, is om Europa en de lidstaten meer los te trekken. Dit doet Europa en dit is voor de lidstaten. Maar dat heet een federatie en dat mag niet.

  6. 8

    @vosje: ik heb wel eens het idee dat er veel meer op EU niveau wordt besloten dat de gemiddelde burger denkt. Dat komt volgens mij voornamelijk omdat nationale regeringen, die een groot deel van hun tijd besteden aan het “vertalen” van europese regels naar lokale wetten, doen alsof ze de wetten zelf bedacht hebben.
    Stap 1 is dus: laat er maar eens lijstje komen van wetten die dit jaar zijn aangenomen, met bij elk van die wetten een referentie naar de originele europese regelgeving waar van toepassing.
    Volgens mij zou dat best even schrikken zijn, maar dan hebben we wel gelijk door hoeveel de EU nu eigenlijk bepaald.

  7. 9

    Die term alleen al fascineert mij:

    Onderbuik.

    Het suggereert een soort pervers sexueel genoegen, een aangeboren neiging die maar ternauwernood onderdrukt kan worden. Het suggereert impliciet dat racisme lekker zou zijn.

    Het impliceert tevens dat als het niet gecontroleerd zou worden het gaat woekeren. Gewone mensen denken met hun onderbuik en dat moet bestreden worden. Links feodalisme bijna; wantrouwen voor gewone mensen die zo maar iets vinden. Voor je het weet ontspoort het!

  8. 12

    @7: Waarom praten we steeds van onderbuiken? Er zijn genoeg weldenkende mensen die de ondemocratie van de EU een doorn in het oog is. Ik kan niet anders dan concluderen dat die ruim 60% tegenstemmers bij het referendum slechts in minderheid onderbuiken waren (dat percentage komt ook helemaal niet overeen met het aantal stemmen dat de zogenaamde onderbuikpartijen halen).

    Dat nationale parlementen geen goede democratische controle blijken op EU-beleid is inmiddels wel genoegelijk bewezen lijkt me, dus dan moet het maar op de normale manier: democratie op hetzelfde niveau als waar het beleid gemaakt wordt: Het Europese.

    Daarom kan ik me goed vinden in een versterkt Europees parlement en ben ik zelfs voor afschaffing van de Europese raad. In Nederland worden de belangrijkste beslissingen immers ook niet genomen door een vergadering van afgevaardigden van de gedeputeerde staten.

    Ik denk zelfs dat zo’n ontwikkeling nodig en passend is bij het huidige bevoegdheidsniveau van de EU.

  9. 13

    Wellicht heeft niemand van de Newropeans gehoord, en dat is geen wonder. Informeert u bij Wikipedia:

    http://en.wikipedia.org/wiki/Wikipedia:Articles_for_deletion/Newropeans

    “This group is quite unknown and unrelevant, it hasn’t ever run in an election yet, it has no influence whatsoever, and the (very little) ‘fame’ they have is a result of their PR service.”

    Newropeans doen helemaal niet “in alle Europese landen mee aan de EU-parlementsverkiezingen”. Ze zijn veel te klein en onbetekenend daarvoor. Dan zit er niets anders op, blijkbaar, dan een beetje meeliften op Wilders-controverses, met een bijeenkomst over de vrijheid van meningsuiting.

  10. 14

    Intussen heeft ook de Tweede Kamer in ruime meerderheid ingestemd met het nieuwe verdrag.

    Wat? Wanneer is dat gebeurd dan? Heb ik het gemist? Is Artikel 91 dit keer maar gewoon helemaal genegeerd? Of is er met tweederde meerderheid voor gestemd nadat de PvdA ons keihard had voorgelogen over het referendum?

    Doe mij optie 2) maar: zo snel mogelijk weg uit de EU.

  11. 15

    Behoorlijk eens met 12.

    MBT inzicht in de feitelijke europese besluitvorming, misschien dat die collega’s van GC in staat zijn om een Europese Parlando te maken?
    Danwel een duidelijker link maken tussen onze nieuwe, en aangepaste wetgeving en de Europese richtlijn die er achter zit?

    Verder op zich een goed initiatief newropeans, maar ik ben bang dat dit juist ten koste zal gaan van die paar kleine partijen die vergelijkbare ideeen hebben; zou zonde zijn om juist GL en D66 uit Europa te laten vallen.

    Vraag is dan ook of Newropeans niet effectiever zou zijn als beweging dan als partij?

  12. 16

    Het probleem met het overhevelen van bevoegdheden en macht van Nederland naar de EU is dat je niet precies weet aan wie je nu de bevoegdheden hebt overgeheveld. De EU breidt zich immers steeds uit en niemand weet waar het stopt. Dat maakt het voor mij onmogelijk om te bepalen of ik voor of tegen het overhevelen van bevoegdheden ben.

  13. 17

    Ik kan me wel vinden in de ideeën, maar helaas is Newropeans een one issue partij. Het Europese parlement heeft momenteel toch al te veel te zeggen om op een partij die maar over een onderwerp een mening heeft te stemmen.

  14. 18

    Nationalist, regionalist of wereldburger ? Dat probleem wordt binnen tien jaar opgelost voor redelijk lange tijd.

    Als de huidige financiele + energie + grondstoffencrisis doorzet, dan wordt Regionalist de main stream. Dat is denkend aan blokken a la China, Rusland, Europa, Amerika. Dat zullen de spelers worden die allianties blijven aangaan om de rest te kunnen blijven exploiteren. Op punten van steun, financien, energie, grondstoffen, industrie.

    Dat gevecht is al volop bezig, ook al middenin die paar oude maar recente (vooral uit Entbruederungoverwegingen) stammende nationalistische afscheidingsbewegingen, Azie, Z-Amerika, Cuba.