Thema Privacy

Verdachte transactie

COLUMN - Mooie foto hè, hierboven. Dat vond een mevrouw uit Italië ook. Ze was een boek aan het maken over de geschiedenis van Perzië en wilde deze foto daarin graag gebruiken. Dus ze mailde me en ik stuurde haar het digitale bestand. Daarna nam ze nog wat andere foto’s af en uiteindelijk stuurde ik haar een factuur voor de tijd die ik had besteed aan het zoeken naar de bestanden. Niets ingewikkelds, geen groot bedrag. Iedereen tevreden.

Tot de bank me schreef.

Sensatiebelust

OPINIE - In de Tweede Kamer hebben CDA, PvdA en GroenLinks een initiatiefwetsontwerp aangekondigd dat de verspreiding van foto’s en filmpjes van slachtoffers van ongelukken verbiedt. De partijen willen ‘het willens en wetens openbaar maken van beeldmateriaal van slachtoffers die dringend hulp behoeven of inmiddels zijn overleden’ strafbaar stellen (…) Dit fotograferen of filmen is op zichzelf al afkeurenswaardig, maar het publiekelijk delen van de beelden, wat in de praktijk veelvuldig voorkomt, is ronduit onacceptabel. Het is een daadwerkelijke inbreuk op de privacy van een slachtoffer. Op het moment dat iemand slachtoffer is geworden van bijvoorbeeld een ongeval of een misdrijf verkeert deze persoon doorgaans in een hulpeloze toestand. Op dergelijke momenten is het voor het slachtoffer zeer onwenselijk dat er beelden worden gemaakt die worden verspreid, van hem of haar in die kwetsbare toestand. Ook naasten en nabestaanden kunnen eronder lijden.’

Het wetsvoorstel is gericht op de verspreiding door particulieren via sociale media. Degene die ‘te goeder trouw in het algemeen belang’ beelden verspreidt (lees: de journalist) is niet strafbaar. Ook het maken en op de privé-telefoon bewaren van beelden wordt volgens de indieners niet verboden. Het kan immers bewijsmateriaal voor de politie opleveren. Het gaat de initiatiefnemers vooral om de sensatiebeluste verspreiding van beelden die vervolgens via sociale media eindeloos worden gedeeld.

Alhoewel ik bij de intenties van de indieners ook een vleugje opvoedingsdrang vermoed vind ik de bescherming van de privacy reden genoeg om het voorstel serieus te nemen. Maar er zijn ook wel kritische kanttekeningen bij te maken. Ik vond er twee.

Gooi maar over de schutting

COLUMN - Afgelopen donderdag hield het kabinet weer een persconferentie over corona, en kondigde aan dat mensen met ingang van deze week voortaan bij horecabezoek hun contactgegevens moeten achterlaten. Dit om te zorgen dat, mocht een bezoeker (of medewerker) later besmet blijken te zijn, andere mensen gewaarschuwd kunnen worden.

De horeca kloeg steen en been, bij monde van de branchevereniging. Het klonk vooral verongelijkt. ‘De aandacht voor corona en horeca is buiten proportie.’ Mij lijkt dat elke plek waar mensen gedurende langere tijd redelijk dicht bij elkaar zitten, zonder mondmaskers op, terwijl ze veel lachen en praten, onze volle aandacht verdient.

Maar de branchevereniging had volkomen gelijk dat het kabinet akelig summier was geweest.

Quote du Jour | Hoog risico op weigering

Quote du Jour

A group of European digital advertising associations on Friday criticized Apple Inc’s plans to require apps to seek additional permission from users before tracking them across other apps and websites.
….
The group of European marketing firms said the pop-up warning and the limited ability to customize it still carries “a high risk of user refusal.”

In de aankomende versie van Apple’s besturingssysteem voor smartphones moet aan gebruikers expliciet om toestemming worden gevraagd om hen in andere apps of websites te mogen volgen. Dat sommige marketing associaties daar tegen protesteren is niet verwonderlijk, deze maatregel is een behoorlijk risico voor hun businessmodel. Want ja, waarom zou je gebruikers duidelijk maken dat je ze op allerlei manieren profileert als je dat ook uit het zicht kan doen?

Het zal ook niet als een verrassing komen dat die associaties worden gesteund door Google en Facebook.

Mocht ik al twijfelen over mijn volgende mobiele telefoon, dan is die twijfel nu weg. Privacy heeft een prijs.

Eén miljoen toestemmingen?

Reclame bedrijf JCDecaux wil graag weten hoeveel mensen hun reclamezuilen in de publieke ruimte zien. Afgelopen week verscheen er een triomfantelijk bericht bij Marketing Tribune dat JCDecaux nu meer inzicht heeft in de hoeveelheid impressies op basis van smartphone data:

JCDecaux krijgt meer inzicht in aantallen mensen en impressies rondom zijn digitale schermen. De nieuwe methode meet namelijk nauwkeurig door middel van de smartphones van voorbijgangers.
Het mobiele panel van partner Resono bestaat uit ruim een miljoen Nederlanders die via hun smartphone meehelpen de drukte rond de digitale schermen van JCDecaux te meten.
Zij hebben toestemming gegeven dat deze gegevens verzameld worden, volledig geanonimiseerd en strikt volgens de Europese privacyregels.

Eén miljoen Nederlanders zouden dus toestemming hebben gegeven om hen te volgen. De partner van JCDecaux – Resono – meldt vol trots op hun website dat zelfs 7 miljoen Nederlanders toestemming hebben gegeven. Zie je het al voor je? Eén (of zelfs zeven) miljoen Nederlanders die toestemming hebben gegeven om hen te volgen?

Privacy als stropop

COLUMN - Minister de Jonge wil dat de telecomproviders de locatiegegevens van hun klanten aan het RIVM geven. Dat kan dan bestuderen waar mensen zich bevinden en hoe ze zich verplaatsen; dat zou helpen het virus onder controle te krijgen. Om dat mogelijk te maken, wil De Jonge de wet aanpassen; de telco’s mogen zulke data nu niet doorgeven.

Maar het is niet nodig. Er zijn al hoogst informatieve kaarten gemaakt die op grond van algemeen toegankelijke mobiele data laten zien hoe en wanneer mensen zich verplaatsen, en welke trajecten ze afleggen. Op grond daarvan kon The New York Times begin april laten zien dat thuiswerken – en dus: jezelf afschermen van besmetting – een privilege is: vooral mensen met slecht betaald werk bleven reizen, omdat hun werk meestal niet op afstand kan worden uitgevoerd.

Zonder testen geen nut

COLUMN - Nog geen twee dagen nadat het idee van overheidswege werd geopperd, betoonde half Nederland zich al voorstander van zo’n ding: een app op je mobiele telefoon die bijhoudt bij welke andere telefoons je in de buurt bent geweest, opdat mensen automatisch aan elkaar kunnen doorgeven dat ze besmet zijn geraakt, en dat jijzelf dan – omdat je in hun buurt was – maar beter in quarantaine kunt gaan. Dit als onderdeel van een exit-strategie: de manier om uit de lockdown te komen.

Er is zelfs al een slimme lijst van voorwaarden geformuleerd door mensen die de risico’s van surveillance snappen, en die privacy terdege op waarde weten te schatten. Hun credo: zorg dat zulke data uitsluitend decentraal worden bijgehouden, dat alle gegevens anoniem zijn, dat het gebruik van zo’n app vrijwillig is, en dat zo’n app per definitie tijdelijk is. Het is oprecht een goede lijst.

Alleen: zelfs met die doordachte voorwaarden mis ik een boel.

Is online manipulatie oké als het niet effectief is?

ESSAY - door Fleur Jongepier (Universitair Docent Radboud Universiteit Nijmegen).

De concepten “individu” en “vrijheid” hebben in het digitale tijdperk geen betekenis meer (Yuval Noah Harari). Omdat algoritmes “ons beter begrijpen dan wij onszelf begrijpen, kunnen ze ons manipuleren op manieren die we niet kunnen begrijpen” (Jamie Bartlett). We worden door big tech bedrijven behandeld als een massa “gebruikers” die als een kudde “samengedreven” kan worden (Shoshana Zuboff).

Poeh, poeh, nou, nou, zo kan die wel weer. Wordt de soep werkelijk zo heet gegeten als die wordt opgediend? Jesse Frederik en Maurits Martijn (hierna: team FrederikMartijn) plaatsen in een stuk in de Correspondent terecht de nodige vraagtekens. Online advertenties (dat is waar het de meesten die alarm slaan om te doen is) zijn, stellen zij, de “nieuwe internetbubbel”.

Pling! Opgepakt. Pling! Afgevoerd.

COLUMN - Driekwart jaar geleden mocht ik een namenlijst bekijken. Een lange: hij omvatte volgens de opstellers ruim 4500 mensen en hun laatst bekende huisadres. Ik bladerde, las hier en daar een paar regels, bladerde dan verder. Ik herkende wat namen. Hij natuurlijk, en ja, hij ook, dat was te verwachten, en och, was dat zijn officiële voornaam?

Viereneenhalfduizend namen: dat zijn er veel. De lijst was niet uitgeprint, hij was ouderwets getypt. Ergens in mijn hoofd klonk de vrolijke pling die typemachines maakten wanneer ze het einde van de regel naderden. Tijd om de hendel over te halen en aan de volgende regel te beginnen.