Taalbeleid op twee benen

Met D66 kun je alle kanten op, als het om taalpolitiek gaat. Tot een jaar of vijf geleden was de partij nog een groot voorstander van het Engels in het hoger onderwijs. Het kon bij wijze van spreken allemaal niet Engels genoeg, leve de grote kosmopolitische wereld waarin die taal ons, en met name onze universiteiten, zou laten opstijgen. De laatste jaren leek dat omgeslagen: zoals alle andere partijen was D66 heel kritisch over de internationale instroom van studenten – die inderdaad ook soms uit de hand leek te lopen, in de zin dat de buitenlandse studenten soms geen woonruimte konden vinden en er tentenkampen moesten worden ingericht – en meende de partij dat dit kon worden verwerkelijkt door Engelstalige opleidingen aan banden te leggen. Robbert Dijkgraaf kwam als het ware uit Princeton om hier als minister de basis te leggen van de Wet Internationalisering in Balans – een wet die overigens nog steeds niet in werking is getreden. Ruim baan We zijn nog maar een paar jaar verder, en inmiddels is de vlag weer heel anders gaan hangen. De nieuwe minister van OCW, Rianne Letschert, is al jaren een van de grote tegenstanders van het aan banden leggen van de verengelsing. Als bestuurder van de zeer internationaal ingestelde Universiteit Maastricht heeft ze zich er herhaaldelijk in heel duidelijke bewoordingen tegen uitgesproken. Daar komt bij dat de internationalisering van het hoger onderwijs sinds een paar jaar al niet meer zo’n onbeheersbaar probleem is dat nodig in balans moet worden gebracht. De aanwas aan internationale studenten is aanzienlijk afgenomen. Het heeft er dan ook alle schijn van dat de Wet Internationalisering in Balans in ieder geval een heel ander karakter zal krijgen. Er is in het regeerakkoord wel sprake van ‘bindende bestuurlijke afspraken met onderwijsinstellingen over capaciteit van anderstalige opleidingen en regionale draagkracht, waar nodig met een numerus fixus voor Engelstalige bachelors’, maar dat klinkt op het eerste gehoor misschien daadkrachtig, maar betekent feitelijk niet veel. Het regeerakkoord leest als: ruim baan voor het Engels. Voorthinkelen Nu zijn er ook niet zo veel rationele argumenten tegen Engelstalige opleidingen. Mensen en samenlevingen kunnen best meer dan één taal aan, en wat je in het Engels leert is over het algemeen ook prima in het Nederlands toepasbaar. Ik geef zelf ook een cursus aan buitenlandse studenten (Writing for Non-Specialist Audiences) en voor mij is dat een hoogtepunt in de week: interessante mensen van over de hele wereld die om uiteenlopende reden ervoor gekozen hebben een tijdje in Nijmegen door te brengen. En Nederlandse studenten doen net zo goed mee in zulke groepen en schrijven de prachtigste essays in het Engels. Laat mensen zich maar in twee talen ontwikkelen! Een goede universiteit heeft een been in de samenleving én een in de internationale wereld. Het kabinet-Schoof miskende dat tweede been en wilde op het eerste voorthinkelen. Maar nu moeten we ineens weer totaal op het andere been gaan staan. In het nieuwe regeerakkoord staat geen woord over het Nederlands. Het is een en al internationaal excellent onderzoek en startups en wat je zoal hebt, maar van de ambitie om ook een groep jonge mensen op te leiden die zich voortreffelijk kan uitdrukken in de landstaal, is nu ineens niets meer over. Als onderwijs in het Nederlands genoemd wordt, dan gaat het óf over asielzoekers – die moeten natuurlijk wel zo snel mogelijk Nederlands leren, als is onduidelijk wie dat dan betaalt – óf over kinderen met een taalachterstand. Het Nederlands is in dit wereldbeeld een taal van de onderklasse, het Engels is voor de werkelijk succesvollen. Dat lijkt mij nu ook weer geen verstandig beleid. Het is net alsof de gedachte dat alle ballen op één taal gegooid moeten worden, maar niet kan worden uitgeroeid. Terwijl het natuurlijk best samen kan gaan: hoogwaardige bacheloropleidingen in het Nederlands, waarin ervoor wordt gezorgd dat studenten ook een aardig mondje buiten de deur spreken, én hoogwaardige bacheloropleiidngen in vreemde talen als (vooral) het Engels, waarin studenten ook leren om vaardig te worden in het Nederlands. Wij, de losers, zijn solidair geweest met onze collega’s van de Engelstalige opleidingen Psychologie, toen die een paar maanden geleden gesloten dreigden te worden. Gegeven het soort argumenten dat zij gaven – dat het nodig was omdat zij tot de wereldtop behoorden – is niet heel erg waarschijnlijk dat zij ooit voor de talenopleidingen zullen opkomen. Degenen die het belang van taal zien, zijn andermaal op zichzelf aangewezen. Maar we gaan door. Een Nederlandse universiteit zou met twee groepen moeten praten: met de internationale wetenschap én met de mensen in de buurt. Daar horen minstens twee talen bij, niet één.

Foto: copyright ok. Gecheckt 02-03-2022

Anglicismen zijn niet altijd onschuldig

OPINIE - De bovenstaande advertentie, geplaatst in De Volkskrant door de Tilburgse universiteit, figureerde vandaag nogal opvallend in mijn sociale-media-filterbubbel. U kunt de reacties uittekenen want de verwijten zijn de laatste maanden nogal voorspelbaar: je gaat toch niet in een Nederlandse krant aan een Nederlands publiek iets uitleggen in het Engels?

Eerlijk is eerlijk: de weerzin tegen de verengelsing is ten dele irrationeel. We leven nu eenmaal in een globaliserende wereld. Ik schrijf dit op een Japanse computer, rechts van me ligt een Chinese mobiele telefoon en links staat mijn koffie (Braziliaans) in een mok uit Jordanië. Dat onze taalwereld eveneens globaliseert, is alleen maar logisch. Van de andere kant: computers, telefoons en koffie koop je zelf. Op de verengelsing heb je daarentegen geen vat terwijl de taal, meer dan een koffiemok, een soort huis is waarin je woont. Verandering ligt dan gevoelig.

Veel veranderingen zijn echter niet van dien aard dat je je er zorgen om moet maken. Ja, “planetoïde” is nauwkeuriger dan “asteroïde”. En er is geen noodzaak te spreken over “transhumance” als je al het woord “verweiding” hebt. Echt ernstig vind ik zulke verschuivingen echter niet.

Maar een enkele keer aarzel ik. Soms is de weerzin tegen verengelsing misschien niet helemaal irrationeel. Eén voorbeeld zet althans mij aan het denken: de “natie-staat” die de laatste tijd zo vaak in het nieuws is. De staat dus waarbinnen één volk woont. Die heette vijfentwintig jaar geleden nog gewoon “nationale staat”.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Het Engels is geen lingua nullius

OPINIE - Het onderzoeksgebied van de Britse taalkundige Robert Philipson is de rol van het Engels in de internationale wereld, en hij steekt daarbij zijn mening niet onder stoelen of banken. Hij is ertegen dat het Engels die rol vervult. Zware woorden schuwt hij daarbij niet; zo gebruikt hij regelmatig de term linguicism, die hij dan gelijk stelt aan racism, sexism en classism: de discriminatie van mensen vanwege hun moedertaal.

Ook in zijn nieuwste artikel, Myths and realities of ‘global’ English (€; gratis manuscript hier), neemt hij geen blad voor de mond. Hij zet de zaken op scherp en dat maakt zijn betoog interessant. Volgens Philipson is het niet alleen een ‘mythe’ dat het Engels een neutrale taal voor internationaal gebruik zou zijn, maar is die mythe het product van decennia, zo niet eeuwen van doelbewust beleid van de Britse en Amerikaanse overheden. Hij haalt bijvoorbeeld Churchill aan, die in 1946 in Amerika zei:

But I do not see why we should not try to spread our common language even more widely throughout the globe and, without seeking selfish advantage over any, possess ourselves of this invaluable amenity and birthright. (…) Such plans offer far better prizes than taking away other people’s provinces or lands or grinding them down in exploitation. The empires of the future are the empires of the mind.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Nederlands afschaffen in de publieke sfeer?

COLUMN - Eenheidsprijzen MaatschappijMarc van Oostendorp gaat in op voor taalkundigen onverwachte vragen die ‘het publiek’ gesteld heeft aan de Nationale Wetenschapsagenda.

Taalkundigen denken het volgende over ‘leken’: dat ze denken dat spelling hetzelfde is als taal. Dat hun wetenschappelijke belangstelling zich beperkt tot de etymologie. Dat ze geobsedeerd zijn door het verval dat ze overal om zich heen menen te zien.

Maar wie zou er durven beweren dat er uit ‘het brede publiek’ geen onverwachte vragen kunnen opborrelen nadat hij de volgende vraag gelezen heeft?

Wanneer kan het Nederlands afgeschaft worden in de publieke sfeer?

Het is nog steeds vrij gebruikelijk dat er bij publieke aangelegenheden Nederlands gesproken wordt, ook binnen universiteiten. Dit vormt echter een groot probleem voor talentvolle buitenlandse wetenschappers, zowel in het dagelijks leven als aan de universiteit. Zij worden door de taalbarrière uitgesloten van veel besluitvorming binnen de universiteit en daarbuiten.

Ook als docent zijn ze slecht in te zetten, aangezien veel vakken nog in het Nederlands worden gegeven. Hierdoor zullen veel jonge talentvolle onderzoekers uitwijken naar bijvoorbeeld de Verenigde Staten of Engeland, waar de internationale taal van de wetenschap wel algemeen gehanteerd wordt. Persoonlijk heb ik al te veel verhalen hierover gehoord. Is het mogelijk om het Engels in te voeren als officiële taal, en het gebruik hiervan bij belangrijke publieke zaken verplicht te stellen? Dit lijkt me essentieel als we nog mee willen doen met de top van de wetenschap, die zich nu eigenlijk alleen bevindt in Engelstalige landen.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Verdwijnt het Nederlands?

COLUMN - nwa_logo_nlMarc van Oostendorp gaat in op voor taalkundigen onverwachte vragen die ‘het publiek’ gesteld heeft aan de Nationale Wetenschapsagenda.

Is het opvallend dat veel van de vragen aan de Nationale Wetenschapsagenda gaan over de toekomst? Misschien niet. Als ik iets van een andere discipline wil weten zal dat ook vaak gaan over die tijd waar niemand iets vanaf weet. Heeft het nog zin om mij als oude man uit te sloven met rijles of komt de zelfbesturende auto er harder aan dan ik kan leren schakelen? Zullen we ooit de muizen uit huis kunnen weren zonder ze dood te maken? Kunnen we ooit door stijlanalyse vaststellen of Caesar platvoeten had?

En toch zijn het precies dat soort vragen waarbij je als taalkundige met de mond vol tanden staat. Vragen als:

Gaat het Nederlands uiteindelijk verdwijnen en zo ja, wanneer?

Taal is veranderlijk. De Nederlandse taal is altijd een mengelmoes geweest van Nederlandse, Duitse, Engelse, Franse en Spaanse woorden. Met name het Engels nestelt zich sneller dan ooit in onze taal. Bij hoeveel procent buitenlandse woorden kan je de Nederlandse taal niet meer een zelfstandige taal noemen? Gaat het Nederlands uiteindelijk verdwijnen en zo ja, wanneer?