Kunst op Zondag | Straatmeubilair

In de vorige artikelen ging het over museale kunst die op verschillende manieren de deur uit gaat. Hoe zit dat met kunst in het grootste openluchtmuseum, de openbare ruimte? Neem bijvoorbeeld kunst als straatmeubilair. Kun je dat zomaar als grof vuil aan de kant van de weg zetten? Sommige publieke uitingen worden ronduit verboden, bronzen en koperen beelden worden soms door dieven aan het oog van het publiek onttrokken. Maar slordigheid en vergeetachtigheid kan ook de oorzaak zijn van ‘verdwenen kunst’.  In Utrecht verdween bijna de helft van kunstwerken die de laatste decennia in de openbare ruimte zijn geplaatst. Van de 150 verdwenen werken ging 57 procent verloren bij het slopen van verouderde gebouwen en 14 procent is verloren gegaan aan criminaliteit. Van 29 procent weet de gemeente niet waar de kunstwerken zijn.  Kunst dat dienst doet als straatmeubilair dreigde in Amsterdam ineens als grof vuil te  worden weggewerkt. In de nieuwe verkeersplannen van de gemeente passen de in 1990 geplaatste verkeerspaaltjes, bankjes en lantarenpalen van Alexander Schabracq en Tom Postma niet meer. Het ijzerwerk dreigde in de Hoogovens gestort te worden. Nu wordt een deel toch behouden en gaat naar het Groninger Museum en het IJzermuseum in Ulft.

Door:

Doneer voor ¡eXisto!, een boek over trans mannen in Colombia

Fotograaf Jasper Groen heeft jouw hulp nodig bij het maken van ¡eXisto! (“Ik besta!”). Voor dit project fotografeerde hij gedurende meerdere jaren Colombiaanse trans mannen en non-binaire personen. Deze twee groepen zijn veel minder zichtbaar dan trans vrouwen. Met dit boek wil hij hun bestaan onderstrepen.

De ruim dertig jongeren in ¡eXisto! kijken afwisselend trots, onzeker of strak in de camera. Het zijn indringende portretten die ook ontroeren. Naast de foto’s komen bovendien persoonlijke en vaak emotionele verhalen te staan, die door de jongeren zelf geschreven zijn. Zo wordt dit geen boek óver, maar mét en voor een belangrijk deel dóór trans personen.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.