In het Chinees-Japanse machtsspel wordt de vis duur betaald
ANALYSE - Vorige week werd 1,35 miljoen euro voor een vis betaald in Japan. Achter deze absurde prijs gaat een machtsspel tussen China en Japan schuil.
De eerste gang naar de tempel, de eerste maaltijd, het eerste bad, de eerste werkdag, Japanners hechten veel waarde aan de intrede van het nieuwe jaar. Een nieuw begin, een schone lei, bidden voor geluk, gezondheid en fortuin. Daarom wordt iedere ‘eerste’ handeling uitgebreid gevierd, en vaak duur betaald. Om de goden goed te stemmen.
Zo ook de veiling van de eerste vis van het nieuwe jaar.
Op de visafslag in Tokio geldt die als het orakel voor het nieuwe zakenjaar. Een goede prijs, een goed jaar. En ja hoor, de dikste blauwvintonijn – die nu eenmaal de lekkerste sushi’s oplevert – bracht 5 januari jl. 1,35 miljoen euro (150 miljoen yen) op, een ongekende prijs voor het 222 kilo zware exemplaar. Met 6000 euro per kilo lag de prijs drie maal hoger dan vorig jaar. Geluk? Fortuin? Als de eerste veiling inderdaad een stemmingsmeter is, dan voorspelt deze uitslag niet veel goeds.
Het handjeklap was een Chinees-Japanse machtsspel op microniveau, in de schaduw van de ruzie in de Oost-Chinese Zee om de eilandjes die de Japanners Senkaku, en de Chinezen Diaoyu noemen.