De overheid bemoeit zich niet alleen graag met wat uw lichaam verlaat aan communicatieve uitingen, maar ook met wat u in uw longen haleert aan schadelijke stoffen via sigaretten. De accijnsopbrengsten vindt Vadertje Staat uiteraard niet vervelend. Maar met een gericht ontmoedigingsbeleid moet het mogelijk zijn om de ziektebedden van de relatief snel stervende rokers vrij te maken voor de toenemende groep steeds langer levende chronisch zieken. Bedenkelijk vind ik de betutteling die spreekt uit plannen om te komen tot een volledig rookvrije horeca. Als er zo’n behoefte aan zou zijn, dan zou er heus wel een kroegbaas zo slim zijn om zich te profileren met de eerste volledig nicotineloze tent. Maar goed, aangezien veel restaurants al in een roken en niet-roken deel zijn opgedeeld, zal ook hier de nicotinestaaf uiteindelijk wel verdwijnen. Of het er gezelliger op wordt dat weet ik niet, maar mijn kleren zullen de volgende dag in elk geval niet zo stinken. De waarschuwingen op sigarettenpakjes worden ook steeds groter. Zo erg als in Australie is het niet, maar echt sfeerverhogend werkt het niet als iemand opeens de mededeling op de borreltafel legt dat hij op het punt staat de gezondheid van de anderen even (mogelijk) te gaan schaden. Of dat door het sigarettenpakje woorden als ‘kanker’ en ‘impotentie’ plotsklaps in ieders onderbewustzijn worden geslingerd. In Singapore zijn ze een stuk verder met de hele normen en waarden-discussie. Moeiteloos combineren zij al het ontmoedigen van roken met het parkeerbeleid.
