Kunst op Zondag leest Anselm Kiefer

Zaterdag 8 maart 2025 is de Duitse kunstenaar Anselm Kiefer 80 jaar geworden. Ter gelegenheid van deze mijlpaal zijn er nu twee tentoonstellingen met zijn werk in Amsterdam. Het Van Gogh Museum en de buren van het Stedelijk Museum hebben samen vele zalen vrijgemaakt voor werk van Kiefer. Bij de tentoonstelling Sag mir wo die Blumen sind is een boeiende catalogus verschenen. Hierin komt de kunstenaar zelf ook aan het woord. Voor Kunst op Zondag volgt hier een recensie van deze publicatie. Het bezoek aan de exposities wordt er nog interessanter door. https://youtu.be/slRnc0MobHU?si=jvJryx0CRRA45O_4 Sag mir wo die Blumen sind De titel van de duo-tentoonstelling Sag mir wo die Blumen sind verwijst naar het anti-oorlogslied Where have all the flowers gone? Van de Amerikaanse song writer, folkzanger en activist Pete Seeger (1938). Seeger schreef het lied in 1955, in Europa werd het echt bekend toen Marlene Dietrich in 1962 er een Duitse vertaling van uitbracht: Sag mir wo die Blumen sind. In ons land heeft Jaap Fischer in 1973 een Nederlandse versie op vinyl gezet. Er bestaan anno 2025 meer dan twintig vertalingen van het lied, er is ook een versie in het Oekraïens. Speciaal voor deze dubbeltentoonstelling heeft Kiefer een nieuw werk gemaakt, gebaseerd op dit anti-oorlogslied. [caption id="attachment_357764" align="aligncenter" width="450"] Sag mir wo die Blumen sind (2027) © Anselm Kiefer, in de hal van het Stedelijk Museum © collages Wilma Lankhorst.[/caption] De hal op de eerste verdieping van het Stedelijk is gevuld met vijf wand vullende doeken waarin bloemen, soldaten, vergeten kleding en een dodelijk oorlogsslachtoffer zijn te zien. Aan de bovenrand van de werken heeft Kiefer tekstregels uit het lied geschreven, zoals ‘Sag Mir wo die Soldaten sind’, ‘Sag mir wo die Gräber sind’, en ‘Blumen wehen im Sommerwind’.   [caption id="attachment_357766" align="aligncenter" width="450"] Anselm Kiefer (8 maart 1945) in zijn atelier © foto Waltraud Forelli[/caption] Kiefer aan het woord Naast drie catalogi bevat het drukwerk drie essays en een chronologie. Het eerste verhaal wordt verteld door Anselm Kiefer zelf. Hij neemt ons mee in de voetsporen van Vincent van Gogh. Als tiener is Kiefer al geïnspireerd door het werk van Vincent van Gogh. Als hij op zijn 18de een reisbeurs krijt van de Conference of Internationally Minded Schools (CIS) kiest hij er voor om een reis te maken in de voetsporen van Van Gogh door Nederland, België en Frankrijk. Hier reist, lift hij van Parijs naar Arles. Deze reis heeft de jonge Kiefer ervaren als een initiatie, inwijding. Hij was nog nooit in het buitenland geweest, zijn ouders gingen niet op vakantie. Tijdens deze reis hield Kiefer een dagboek bij, dat blijft hij altijd blijven doen. Daarnaast had hij tekenspullen bij zich en maakte hij onderweg schetsen wat hij zag. Een deel van deze schetsen uit 1963 zijn in het prentenkabinet van het Van Gogh Museum te zien. ‘Als Van Gogh in 1887 was overleden, was hij volslagen onbekend gebleven’ Anselm Kiefer (2025 - catalogus p. 13) [caption id="attachment_357768" align="aligncenter" width="450"] Sterrennacht (1889) © Van Gogh en Sterrennacht, hommage aan Van Gogh (2019) © Anselm Kiefer © collage Wilma Lankhorst.[/caption] Kiefer geeft Van Gogh college Na deze inleiding volgt een fascinerend college over de werken van Vincent van Gogh (1853-1890). Hiervoor kiest Kiefer werken uit de laatste drie levensjaren van zijn idool. Persoonlijk hecht Kiefer niet aan de vroegere werken van Vincent van Gogh. Volgens hem zijn het de latere werken die Van Gogh wereldberoemd hebben gemaakt. ‘Van Gogh had niet de flair of het gemak van een geboren schilder’, aldus Kiefer. ‘Voor alles wat hij deed moest hij hard werken’. Datzelfde geldt voor Kiefer. Hij schrijft op p. 13 ‘In mijn werk kun je het eeuwige geworstel zien: het steeds weer vernielen van resultaten die niet voldoende waren aan wat me voor ogen staat’. In zijn essay beschrijft, nee fileert Kiefer dertien werken van Van Gogh, één tekening en twaalf schilderijen. Hij beschrijft de composities, daar is het hem ook om te doen in zijn werk. Kiefer is niet geïnteresseerd in de emotionele aspecten van Van Gogh’s leven. Hem imponeerde de rationele structuur, de zelfverzekerde opbouw van de doeken en dat terwijl Van Gogh de grip op zijn eigen leven steeds verder verliest. Kiefer is net als Van Gogh een zeer belezen man. Steeds voegt hij dichtregels toe aan zijn bevindingen in het werk van Vincent. Ik had graag enkele colleges Van Gogh van Anselm Kiefer gehad. [caption id="attachment_357760" align="aligncenter" width="450"] Kraaien boven een korenveld (1890) © Van Gogh, onder De Kraaien (2019) © Anselm Kiefer © collages Wilma_Lankhorst[/caption] Van Gogh en Kiefer Het tweede essay is van Simon Schama (Londen, 13 februari 1945). Schama is een leeftijdsgenoot van Kiefer, Schama is een internationaal bekend Britse historicus, gespecialiseerd in kunstgeschiedenis, Nederlandse, Franse en Joodse geschiedenis. Hij wordt beschouwd als een van de beste historici van onze tijd. De titel van zijn essay is ‘Van Gogh en Kiefer, een gedeelde liefde voor zonnebloemen’. Zijn bijdrage begint met een foto waarop Schama voor het grote doek ‘Die Krähen’ (de kraaien) van Kiefer staat. Net als Van Gogh’s ‘Korenveld met Kraaien’ (1890) hangen Kiefer’s Krähen nu in het Van Gogh Museum. Kiefer gebruikt vaak stro in zijn werk, zo ook in dit werk. Schama vraagt zich op p. 51 af wanneer Kiefer voor het eerst zonnebloemen zag. Zowel Van Gogh als Kiefer zijn kameraden in ‘tournesols’. De zonnebloem die met de stand van de zon meedraait is volgens Schama het duidelijkste symbool van de verwantschap tussen beide schilders. [caption id="attachment_357761" align="aligncenter" width="450"] La Berceuse (Augustien Roulin 1889) r.© Vincent van Gogh, Stijegnd, stijgend niet zinken (2016-24) © Anselm Kiefer © collages Wilma Lankhorst.[/caption] La berceuse Op verzoek van het team van het Van Gogh Museum heeft Kiefer voor deze tentoonstelling een nieuw werk gemaakt, geïnspireerd op het doek La Berceuse (Augustine Roulin, 1889). Deze installatie heet ‘Steigend, steigend, sinke nieder’, stijgen, stijgen, zink neer (2016-2024). Nieuw is niet het juiste woord het is meer ‘some thing old, some thing new, some thing borrowwed’ iets wat we vaker zien in het oeuvre van Kiefer.  In de vitrine ligt een groot, opengeslagen loden boek met daarop zonnebloempitten. Boven het boek hangt een gedroogde zonnebloem, op de kop. Elk essay wordt gevolgd door een hoofdstuk ‘catalogus’ daarin staan vele afbeeldingen van werk van Kiefer en Van Gogh. Hier zitten ook mooie detail foto’s bij. [caption id="attachment_357769" align="aligncenter" width="450"] Resurrexit (1973) © Anselm Kiefer, Collectie Stedelijk Amseterdam © collages Wilma Lankhorst.[/caption] De erkenning van Kiefer in ons land Antje von Graevenitz (Hamburg, 26 augustus 1940) is een Duitse kunsthistorica, kunstcriticus, docent en auteur. Ze is vijf jaar ouder dan Kiefer en Schama maar ook nog steeds actief op deze aardbol. Von Graevenitz neemt ons eerst mee in de jaren vijftig zestig in Europa. In Duitsland werd weggekeken van het oorlogsverleden. De Duitse kunstenaars hielden zich liever bezig met ZERO, Fluxus en kunst die geïnspireerd was op de Amerikaanse popart. Volgens Von Graevenitz verdoezelden ze  het Duitse oorlogsverleden niet, maar streefde ze andere doelen na. ‘Het Duitse publiek leek er geen moeite mee te hebben om de donkerste kant van de recente geschiedenis en elke vorm van aandacht voor de schuldvraag te negeren’ (p. 131). Kiefer zag als elfjarige beelden van de documentaire Nacht und Nebel (over concentratiekampen) van Alain Resnais. Bij de beelden waren gedichten te horen van Paul Celan (1920-1970) die als Joodse dwangarbeider de oorlog heeft overleefd. Kiefer kent bijna het hele oeuvre van Celan en gebruikt regelmatig dichtregels van Celan in zijn werken. [caption id="attachment_357763" align="aligncenter" width="450"] Reis naar het einde van de nacht (1990) © Anselm Kiefer, Collectie Stedelijk Amsterdam © collages Wilma Lankhorst.[/caption] Kiefer exposeert in het Goethe Instituut In 1973 organiseert de Zwitserse graficus en curator Johannes Gachnang een groepstentoonstelling voor hedendaagse Duitse en Nederlandse kunstenaars in Amsterdam. De expositie Bilanz einer Aktivität was te zien in het vervallen Goethe Instituut op de Herengracht in Amsterdam. Naast werk van George Baselitz en Markus Lüperts hing/stond hier werk van Anselm Kiefer. Van Kiefers’ hand hingen hier tekeningen van zolders (Notung, 1973) nu onderdeel van de collectie van Boijmans van Beuningen). Kort voor deze groepsexpositie heeft Kiefer zijn eerste solo in Amsterdam. Kiefer in Rotterdam Negen jaar later kreeg Kiefer zijn tweede solotentoonstelling ons land in Galerie het Venster in Rotterdam. Het thema van deze expositie was Heliogabal (204-222 na Chr.) voor velen (ook voor mij) nog steeds een onbekend figuur. Heliogabalus is een Romeinse keizer uit de late oudheid. Schrijver Antonin Artraud schreef in 1934 een surrealistisch boek over deze keizer. Dat verhaal fascineerde Kiefer. De gouache van Heliogabal is nu onderdeel van de collectie van het Kröller Müller Museum. [caption id="attachment_357767" align="aligncenter" width="450"] Anslem Kiefer, Bilderstreit in Museum Voorlinden 2024 © collage en foto Wilma Lankhorst.[/caption] Nederlandse musea en particuliere verzamelaars kopen Kiefer’s werk Hierna volgen enkele solo’s van Kiefer in Amsterdam (1977) en beginnen Nederlandse (privé) kunstverzamelaars werk van Kiefer te kopen. Het Van Abbe Museum organiseert in 1979 een Kiefer-tentoonstelling waarna Joop van Caldenborgh (Den Haag, 1940), eigenaar van Museum Voorlinden, zich aansluit bij de kleine groep van privé verzamelaars. Oud museumdirecteur Rudi Fuchs (Eindhoven, 1942)   kende Kiefers werk, er ontstond een vriendschap tussen beide mannen. Na Eindhoven volgde een Kiefer tentoonstelling in het Groninger Museum (1980-81) en in Rotterdam in Boijmans van Beuningen. Directeur Edy de Wilde (1919-2005) van het Stedelijk Museum in Amsterdam had in die dagen al enkele werken van Kiefer aangekocht. Ook die vroege werken van Kiefer zijn nu in Amsterdam in het Stedelijk te zien. [caption id="attachment_357765" align="aligncenter" width="300"] Sag mir wo die Blumen sind, impressie van de catalogus © Uitgeverij Tijdsbeeld (B).[/caption] Titel              Sag mir wo die Blumen sind Auteurs        Anselm Kiefer, Simon Schama en Antje von Graevenitz Uitgever       Tijdsbeeld Gent (B) Jaar               2025 Pagina’s        200 Druk             full colour met veel afbeeldingen ISBN            9789490880491 Prijs             € 34,95 De catalogus is te koop in de museumwinkels van het Van Gogh Museum en het Stedelijk, bij je favoriete boekhandel of hier online. Kijk hier voor alle details over deze tentoonstellingen en de link voor de online ticketverkoop. Vóór de opening op 7 maart 2025 waren er al 100.000 kaarten verkocht. https://youtu.be/jLKdDzdzr9M?si=k7M2J0r9KU67qebK © tekst en foto’s Wilma Lankhorst © gebruik van de foto’s met toestemming van en met dank aan Van Gogh Museum, Stedelijk Museum Amsterdam, Anselm Kiefer en alle bruikleengevers. https://youtu.be/4_EdMD-bC6o?si=TCPVPyKDDDgQBYmd  

Door: Foto: Mijn ontmoeting met Anselm Kiefer © foto Hélène Hartman.
Foto: Ian Abbott (cc)

Kunst op Zondag | Bommenwerpers

In de vorige KoZ werd even verwezen naar de B52 Lipstick bommenwerper van Wolf Vostell. En toen dacht ik: bommenwerpers, waar heb ik die meer gezien?

Ik zie ze het liefst niet. Hooguit als schroot. In 2012 deden graffiti kunstenaars er nog wat aardigs mee op een vliegtuigkerkhof in Arizona, USA. Afgedankt luchtmachttuig. Hier een restant van een militair vrachtvliegtuig, nu meer dan duidelijk gekarakteriseerd als oorlogsmateriaal.
cc Flickr Alan Wilson photostream Douglas C-117D 'Phoenix in Metal' 17177

Over dat kerkhof maakte Ahmet Ogut het filmpje ‘Things We Count’. De camera gaat langs het vliegtuig terwijl ze in het Koerdisch, Turks en Engels geteld worden.

Wat in de vliegerij ‘nose art’ wordt genoemd (kunst op de neus van vliegtuigen), is in het militair industrieel complex een manier om lollig te doen met bommenwerpers en gevechtsvliegtuigen. De meeste versieringen (pin ups) maken volslagen duidelijk dat oorlog voeren niets anders is dan macho je pik achterna lopen.
cc Flickr RV1864 photostream WW2 Nose Art

Als bommenwerpers en gevechtsvliegtuigen, non-actief, wel getoond worden, wat is dan de beste manier? Als oorlogsmonument?

Door heel ons land zijn restanten van bommenwerpers uit de Tweede Wereldoorlog te vinden, als onderdeel van monumenten ter herinnering aan de vliegers die omkwamen toen hun toestel hier neerstortte. De meesten kwamen terug van de bombardementen die ze in Duitsland hadden uitgevoerd. Op de terugweg werden sommigen door Duitse gevechtsvliegtuigen verrast.

Doneer voor ¡eXisto!, een boek over trans mannen in Colombia

Fotograaf Jasper Groen heeft jouw hulp nodig bij het maken van ¡eXisto! (“Ik besta!”). Voor dit project fotografeerde hij gedurende meerdere jaren Colombiaanse trans mannen en non-binaire personen. Deze twee groepen zijn veel minder zichtbaar dan trans vrouwen. Met dit boek wil hij hun bestaan onderstrepen.

De ruim dertig jongeren in ¡eXisto! kijken afwisselend trots, onzeker of strak in de camera. Het zijn indringende portretten die ook ontroeren. Naast de foto’s komen bovendien persoonlijke en vaak emotionele verhalen te staan, die door de jongeren zelf geschreven zijn. Zo wordt dit geen boek óver, maar mét en voor een belangrijk deel dóór trans personen.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Foto: Joan (cc)

Kunst op Zondag (KoZ) | Anselm Kiefer


Zoals ooit beloofd, deze zondagse zondag: Anselm Kiefer in het Antwerpse Museum voor Schone Kunsten.
Telkens ik het monumentale gebouw binnenga komen een pak herinneringen terug. Mijn vader staat nog ergens op een beverig 8mm filmpje wanneer hij en zijn Companions Du Route in de jaren 60 daar in de enorme hal een plek eisten voor hedendaagse kunst. “Kunst terug naar de eigen tijd!” Verrassend snel (toen werkte de loge nog) kregen ‘ze’ het toenmalige provinciale paleis van de Koning op de Meir (elke provincie heeft zijn plek om de Koning en gevolg op te vangen) om performances en allerlei andere ‘vrijheid’ uit te voeren en op te hangen. Ze rookten allemaal en zelfs nonsens had een bedoeling.
Vandaag zit er een soort showchocolatier in dat Koninklijk gebouw op de Meir. Het is van deze tijden, tegenwoordig.
In het Museum Voor Schone Kunsten op het Antwerpse Zuid (tram 8 nemen) stoot je allereerst op een loden vliegtuig. Weinig keren een zo elegante tentoonstellingsopening gezien. Op de een of andere manier zit je meteen in de stemming voor het twintigtal werken en dat is een pluim voor de ingehuurde curator
.

Meneer Anselm Kiefer zit een beetje tussen de idee- en daadkunst in. Sinds enkele decennia moet je als kijker de ervaring in plaats van het subject ondergaan: “wat doet wat in deze ruimte“, is intussen de eerste vraag die de artiest zich tegenwoordig stelt en aan u wil geven. Op elke mogelijke wijze ligt het vakmanschap onder vuur, en waar Duchamp en Warhol dat met humor en een gerichte bedoeling deden, is er natuurlijk een enorme schare mindere goden die niet aan de lokroep van het “hee dat kan ik ook“- konden weerstaan.