Sociale verbindingen op lokaal niveau

ANALYSE - De rol van openbaar bestuur lijkt het bevorderen van sociale verbindingen op lokaal niveau te zijn. Maar krijgt het daar met de aankomende gedecentraliseerde taken nog wel de kans voor?

Gemeenten zien de decentralisaties dichterbij komen en proberen zich voor te bereiden. Dat gebeurde ook in mijn gemeente, op een vrije zaterdag, in een sfeervolle oploop van raadsleden, ambtenaren en college. De problematiek en de wijze waarop men die probeert in de vingers te krijgen, zijn van algemene aard.

De Wmo-methodiek (Wet maatschappelijke ondersteuning) wordt  gepresenteerd als een omwenteling in het denken. Maar is dat zo? We gaan beter naar de burgers luisteren. Maar deden we dat dan niet? We gaan problemen oplossen. Maar deden we dat dan niet? We gaan goedkoper werken en we krijgen meer tevredenheid. Maar lukte ons dat eerder niet?

Het is goed de bestaande praktijk kritisch tegen het licht te houden. Mensen hadden vroeger een recht op een voorziening en dat bracht bureaucratie en te hoge kosten met zich mee. Je kunt zoeken naar een oplossing voor een probleem en doorgaans gaat dat simpeler en goedkoper. En levert het tevreden burgers en familieleden op.

Alleen: de gemeente moet op gezaghebbende wijze de schaarse middelen verdelen, de rechten van de burger en zijn behandeling door de overheid worden getoetst aan het gelijkheidsbeginsel via de onafhankelijke rechtspraak. Toedeling van rechten moet dus gestandaardiseerd en transparant gebeuren. Maar wie transparantie vraagt, oogst formulieren.

Pieter Winsemius gebruikt er het begrip “schurende logica” voor. Je kunt wel vinden dat de gemeente pragmatisch moet zijn en problemen moet oplossen, maar helaas verdragen pragmatisme en bureaucratische standaarden zich slecht.

Doel, budget, resultaat

Prima gedachte, terug naar een globaal doel en een budget en afrekening op resultaat, niet op een activiteit. Daarvoor hoeft de consultant geen hoog tarief in rekening te brengen. Maar pogingen tot modernisering falen wanneer we niet beter inzicht hebben in de reflexen van ons systeem. Problemen ontstaan wanneer we dingen niet dichtregelen. De ontevreden burger, het lastige raadslid, de rechter die ongelijkheid ziet, allen werken in de richting van standaarden, schotten in budgetten, formulieren.

Over die aspecten gaat het in veel discussies maar weinig. We hebben een nieuwe lijn uitgevonden en als we die met elkaar vasthouden, komt het wel goed met de decentralisaties, zo lijkt het algemene gevoel. Het is een mooi gevoel, dat liever niet ondermijnd moet worden. Maar het is ook een beetje naïef. Want de zuinig rijksheren hebben wel de besparingen ingeboekt. Dat is niet zo bijzonder. Het gebeurt vaker dat het rijk bezuinigt over de rug van de gemeenten.

Nakende problemen

Wat zijn de problemen, die om de hoek liggen te wachten? Het is geen gemakkelijke lijst:

–          De gemeenten krijgen voor 20 miljard aan taken, maar voor  slechts 16 miljard aan middelen: bezuinigen moet meteen geld opleveren, want de nood is hoog.

–          De gekantelde werkwijze laat zich slecht budgetteren, slecht bewaken en beheersen, dus risico op overschrijdingen, tekorten en  nieuwe bureaucratie.

–          De noodzakelijke kennis over de cumulerende werking van de veranderingen en bezuinigingen, zowel in budgettermen als in druk op de organisatie, ontbreken.

–          De rijksvisie op de bestuurlijke ontwikkeling is ambivalent; kritisch ten aanzien van samenwerking en WGR+, wel graag 100.000+ gemeenten, wel informeren over samenwerkingswensen. Maar wat gaan we doen?

–          Experimenten doe je als je iets wilt weten: maar dan moet je van te voren precies formuleren wat dat is en met wie je het wilt bereiken. Anders herken je het resultaat niet goed.

Bestuurscultuur en samenleving

In het weekend dacht ik verder na. Is er niet iets meer aan de hand? Dat we voortdurend kijken naar grenzen tussen overheid en individu en voortdurend een nieuw beloop van die grenzen definiëren lijkt logisch. Dat doe je in een verzorgingsstaat, met steeds nieuwe mogelijkheden , maar ook steeds stijgende kosten als probleem.

Of is het ernstiger? De samenleving koerste tot dusver in de richting van individualisering en verzelfstandiging. Een collega van het platteland zei dat samenwerking bij de oogst vroeger heel gewoon was en dat iedereen lette op het meisje met het Down-syndroom van de buren, waardoor dat kind een normale rol kon spelen.  Herkenbaar. Of is het een nostalgische verwijzing naar hoe mooi de wereld vroeger sociaal in elkaar stak?

Ontdekken we dat we door individualisering en verzelfstandiging  sociale kwaliteiten hebben zoek gemaakt, die we moeizaam moeten terugveroveren op de instituties en de vereenzaming? En wat is dan de rol van een gemeentebestuur met een gedecentraliseerd sociaal domein?

Binnenlandse Zaken

De bewindsman van BZK, Plasterk, weet het wel. De schaalvergroting zal de kwaliteit verbeteren, dus laten we gemeenten en provincies op een hoop vegen. Het is een beetje oppervlakkig en een beetje gemakkelijk. Het is niet zo gemakkelijk een sluitende redenering of een overtuigend onderzoek te vinden bij de opvatting dat schaalvergroting heilzaam zal werken.

Maar misschien is dat ook niet de juiste discussie. De rol van het openbaar bestuur lijkt niet meer het faciliteren van de individualisering en verzelfstandiging, maar het bevorderen van sociale verbindingen op lokaal niveau. Waarom? Omdat de professionele zorg onbetaalbaar wordt en er weer ruimte moet komen voor naastenliefde en medemenselijkheid?

Als ik de leiding had bij BZK zou ik niet zo hangen aan die schaalvergroting, maar proberen de discussie te bevorderen over die sociale dimensies van het openbaar bestuur. Kunnen we met moderne ICT de zorg anders organiseren? Wat moet het openbaar bestuur daar aan bijdragen? Kunnen wijken, dorpen en centra zo functioneren dat sociale verbanden spontaan groeien?  Ik denk dat er antwoorden op deze vragen zijn, maar dan moet de ambtelijke inzet wat veranderen.

  1. 2

    “De rol van openbaar bestuur lijkt het bevorderen van sociale verbindingen op lokaal niveau te zijn.”

    Nee hoor.

    “Maar krijgt het daar met de aankomende gedecentraliseerde taken nog wel de kans voor?”

    Gelukkig niet.