Servië tussen Rusland en de EU

Serie:

De oorlog in Oekraïne zet in Servië de politieke verhoudingen op scherp. Het land opteert nog steeds  voor het EU-lidmaatschap. Maar het weigert mee te gaan in de sancties van de EU tegen Rusland, net als in 2014. Servische vrijwilligers vechten in Oekraïne aan de kant van de Russen. Op 3 april zijn er verkiezingen. Het is de vraag of de kiezers het Poetin-vriendelijke beleid van president Aleksandar Vučić en zijn  Servische Progressieve Partij (SNS) zullen afstraffen.

Broedervolk

Servië is naast Belarus het enige Europese land dat Rusland geen sancties op wil leggen. Ondanks de waarschuwingen voor de consequenties die dat standpunt kan hebben voor de verdere procedure voor toelating tot de EU. Vorige week verklaarde de parlementsvoorzitter Ivica Dacic na een gesprek met de Russische ambassadeur: ‘Servië zal zich laten leiden door zijn nationale belangen, en dat impliceert dat Servië geen sancties zal opleggen aan Rusland. Servië zet zich in voor het respecteren van het internationaal recht en zal zich altijd inzetten voor vrede.’ Russen worden met name door het orthodox-christelijke deel van de bevolking gezien als broedervolk met dezelfde Slavische roots. Daarnaast is er de afhankelijkheid van Russische energiebronnen en rekent Servië op de politieke steun van Rusland als lid van de VN-Veiligheidsraad in zijn geschil met de voormalige provincie Kosovo.

Die verbondenheid met Rusland heeft er acht jaar geleden al toe geleid dat jonge Serviërs zich meldden om te vechten aan de kant van de separatisten in de Donbas regio. En dat gebeurt nu weer. De Servische nationalist Bratislav Zivkovic die in de regio is gebleven liet begin maart al weten dat de eerste nieuwe Servische vrijwilligers waren gearriveerd. In vreemde krijgsdienst treden is ook in Servië strafbaar, maar in 2014 kwamen de vrijwilligers er met voorwaardelijke straffen van af. Ook uit het Servische deel van Bosnië zijn toen vrijwilligers naar Donetsk gereisd. Het is zorgwekkend als we bedenken dat deze mannen met oorlogservaringen terugkeren in een land waar de conflicten tussen Serviërs en Bosniërs en tussen Serviërs en Kosovaren steeds hoger oplopen.

Populisten en nationalisten

De vervroegde parlementsverkiezing op 3 april kunnen worden gezien als een correctie op de vorige verkiezingen in 2020. Die werden geboycot door de oppositie vanwege het volledig gebrek aan vertrouwen in een eerlijk verloop. Daaraan vooraf ging een lange reeks massale protesten van de voltallige oppositie tegen het autoritaire regime van Vučić. Begin dit jaar zijn de kieswetten gewijzigd. Wie de lijst van negentien deelnemende partijen langs loopt ziet nogal wat populisten en nationalisten. Bij de extreemrechtse Servische Radicale Partij (SRS) doet Vojislav Seselj weer mee, een door het Haagse Joegoslavië tribunaal veroordeelde oorlogsmisdadiger. Volgens een Servische wet zou hij niet eens mee mogen doen, maar die wet is op hem nooit toegepast. Seselj verloor in 2020 zijn zetel omdat zijn partij de kiesdrempel niet haald. Hij hoopt nu terug te komen met vurige pleidooien voor steun aan Poetin.

Vervuiling versus energietransitie

Aan de linkerkant is er een recent gevormde groene coalitie onder de naam Moramo (Wij moeten). De coalitie geeft een stem aan de massa’s die de afgelopen maanden hebben geprotesteerd tegen vergunning voor het Brits-Australische mijnbouwbedrijf Rio Tinto dat in de Jadarvallei de grootste lithiummijn van Europa wil vestigen. Servische milieu-organisaties en plaatselijke actiegroepen verwachten grote schade aan rivieren en landbouwgrond door de extreem vervuilende mijnbouw. Onder druk van het massale protest is begin dit jaar de vergunning ingetrokken. Maar milieuactivisten vrezen dat Vučić daar na de verkiezingen weer op terugkomt. Er wordt nu een onderzoek gedaan naar de milieueffecten. Pijnlijk is wel dat de zeldzame aardmetalen die Rio Tinto wil delven van groot belang zijn voor de energietransitie: lithium voor de accu’s van elektrische auto’s en boraten voor windturbines en zonnepanelen. De Servische regering hoopt een oplossing te kunnen vinden om te profiteren van deze ook in geopolitiek opzicht zo belangrijke bodemschatten.

De buren werken niet mee

Aan de vooravond van de verkiezingen maakte President Vučić zich deze week boos op zijn buren Montenegro en Kosovo. Servische inwoners van deze landen wordt het moeilijk gemaakt om daar hun stem uit te brengen. Montenegro wil niet verder gaan dan stemmen toelaten op de ambassade in Podgorica en een consulaat elders in het land. De Kosovaarse premier Kurti eist dat Servië eerst een verzoek indient bij zijn regering. Hij vindt dat Servië zijn land nog steeds behandelt als de provincie die het vroeger was. Westerse diplomaten hebben de weigering van Kurti veroordeeld. Zij zien het als een schending van de rechten van een minderheid. Vučić kondigde op een verkiezingsbijeenkomst sancties aan tegen beide landen. Nu wel.

Reacties (1)

#1 Janos

Interessant stuk!