serie

Kunst op zondag

Foto: Joan (cc)

De langst lopende serie op Sargasso. De kunstredactie zorgt voor wat kunsteducatie op de vroege zondagochtend. Lezersbijdragen worden zeer gewaardeerd.


Foto: Joan (cc)

Kunst op Zondag | De Dam

Misschien heeft u de Dam nu wel meer gezien dan u lief is. De locatie was van kroning tot en met de Dodenherenking niet uit het nieuws te branden. Toch is de komende maand de Dam een bezoek waard. Op 7 mei start een kunstproject dat er aan herinnert hoe in 1945 op de Dam het bevrijdingfeest dramatisch uit de hand liep.

Eigenlijk zou 5 mei geen Bevrijdingsdag moeten heten, maar Capitulatiedag. En zelfs die benaming is weinig correct. Op 4 mei 1945 capituleerde de bezetter en op 5 mei zou in Wageningen de capitulatie worden uitgewerkt en ondetekend. De Duiste opperbevelhebber vroeg echter 24 uur bedenktijd en pas op 6 mei was de officiële capitulatie een feit.

De ontwapening en verplaatsing van het Duitse leger nam wat meer tijd in beslag. Zo werd Amsterdam pas op 8 mei 1945 bevrijd. De dag ervoor vond er een dramatische gebeurtenis plaats.
[kliktv]

Met het project 07:05:1945: reconstrueert kunstenaar Ronald van Tienhoven de schietpartij die op 7 mei 1945 op de Dam plaatsvond. Het project wordt geopend met een “re-enactment” van één van de taferelen zich destijds in de paniek op de Dam  afspeelden.

Nadat Duitse soldaten rond 15.00 uur het vuur openden op de menigte, vluchtten mensen alle kanten op of zochten, waar mogelijk, dekking. Onder andere achter het draaiorgel ‘Het Snotneusje’.
© Ronald van Tienhoven foto Willem Leijns 2

Foto: Joan (cc)

Kunst op Zondag | Station

ProRail en de NS liggen regelmatig onder vuur als er een trein te laat is of een wissel niet werkt. Maar over het station hoor je amper geweeklaag. Eendrachtig steken de spoorbedrijven, Rijks- en lokale overheden miljoenen euro’s steken in megalomane ‘spoorzones’.

Het  treinstation is niet langer een punt van aankomst en vertrek. Dat is op zich al dynamiek genoeg, zo schilderde Umberto Boccioni het in 1911.
cc Wikimedia Commons States of Mind The Farewells by Umberto Boccioni 1911

Het station en de hele wijde omgeving moet een dynamische spoorzone worden, waar reizen slechts een vluchtig onderdeel zal zijn van wonen, werken, winkelen en uitgaan. Dat wordt de komende dertig jaar afzien voor reizigers en omwonenden. In gigantische bouwputten veranderen continu de routes naar de perrons en liggen omwonenden wakker van de bouwactiviteiten.

De ellende wordt niet gecompenseerd met een gratis treinkaartje, maar de boel wordt af en toe ‘opgeleukt’. En u raadt het al: daar komt soms kunst bij te pas.

Zo was er in 2011 een alleraardigst project in Arnhem. Perron026, was “een plek niet alleen kan reizen, maar tevens kan beleven, verpozen, dwalen, ontmoeten en ervaren”. Leegstaande winkelruimtes werden tijdelijk beschikbaar gesteld aan beeldend kunstenaars, product designers, grafisch vormgevers en studenten van Fine Art Arnhem van ArtEZ.

Foto: Joan (cc)

Kunst op Zondag | Natuurhistorische Musea

Uw vaste Kunst op Zondag redacteur neemt twee weken rust en heeft een aantal mensen uitgenodigd gastbijdragen te leveren. Vandaag een bijdrage van één van onze vaste lezers en reacteurs, Frankw. Hij gaf eerder een mooie tip aan Kunst op Zondag, naar aanleiding van een artikel over bijzondere musea. Frank heeft vorig jaar een museum bezocht die zijn beroepsmatige én kunstzinnige interesse combineerde. Hier de gastbijdrage van Frankw.

Cognitieve Dissonantie: kunst in Natuurhistorische Musea

Bovenop een rots torent trots het ruim honderd jaar oude witte paleis boven de Middelandse Zee uit. Het Institute Océanographique in Montecarlo. Het Museum werd na 11 jaar bouwen in 1910 ingewijd door Prins Albert I. De prinselijke familie drukte met het instituut haar maritieme interesses en  aspiraties uit.
2012ladoucefrancemonaco foto Frankw

Er zijn dan ook tal van oude voorwerpen en fotos te vinden van mariene onderzoeksexpedities. Het belangrijkste onderzoeksschip van het instituut was de Pourquoy Pas IV, die twee expedities naar Antarctica en verschillende expedities naar Groenland en de Arctische gebieden voer. Tijdens expedities werd onderzoek gedaan en verzameld: zeeleven, etnografica en fossielen. Van 1957 tot 1988 was Jacques Cousteau de directeur.

Het museum ademt tot in de bizarste details de liefde voor de maritieme levenswereld van honderd jaar terug. Bronzen lampfittingen in de vorm van zeesterren, schitterende glazen kroonluchters in de vorm van radiolarien en kwallen, spotjes in de vorm van poliepen en modellen van reusachtige inktvissen en octopussen geven het gebouw een eigen sfeer, die het midden houdt tussen bewondering, verbazing en frivoliteit.

Foto: Joan (cc)

Kunst op Zondag | Giovanni Dalessi

Uw vaste Kunst op Zondag redacteur neemt twee weken rust en heeft een aantal mensen uitgenodigd gastbijdragen te leveren. Vandaag een bijdrage van Giovanni Dalessi, door de Stichting Kunstweek uitgeroepen tot Kunstenaar van het Jaar 2013. Giovanni reageert op de stelling ‘In geouwehoer huist geen kunst’, een stelling die in januari door Kunst op Zondag werd gelanceerd in het artikel ‘Woorden’.

In geouwehoer huist geen kunst – Kunst met een A4tje

Beeldende kunst is een vorm van communicatie en zou vooral, zoals het woord al aangeeft, via het beeld moeten communiceren.

Dat dit lang niet altijd het geval is weten we natuurlijk al heel lang. In mijn academietijd werd er al vaak en veel over gediscussieerd; “Kunst met een A4tje” noemden we het. Refererend aan de stapels A4tjes die bij de ingang van museumzalen netjes in een speciaal daarvoor ontworpen plexiglazen bakje stonden.

Op deze velletjes stond een tekst die altijd precies op het A4tje paste en waar een poging werd ondernomen om het tentoongestelde werk in zeer wollig taalgebruik voor de argeloze toeschouwer te duiden. Bijna altijd waren er na het lezen meer vragen bijgekomen dan beantwoord.

Ik heb het stellige idee dat hier een verwoede poging werd ondernomen om het werk, bij gebrek aan het eigen vermogen tot beeldend communiceren, van inhoud en lading te voorzien. Alle zaken waar de schrijver van dit A4tje zelf tegen aan liep – en dat waren er volgens mij behoorlijk wat – werden weggewerkt met de zin “…en daarbij schuwt de kunstenaar het experiment niet!”

Foto: Joan (cc)

Kunst op Zondag | Werkloos

Sluiten beeldende kunstenaars zich aan bij de groeiende rijen werklozen? Conform de Cultuurnota 2012-2016 is per 1 januari de nieuwe basisinfrastructuur in werking getreden. De aangekondigde slachting, goed weergeven in het door Kunsten ’92 opgestelde overzicht ‘Beeld van de sector’, is een feit.

Hoeveel nieuwe werklozen dat de komende tijd gaat opleveren moeten we afwachten. Er is echter heuglijk nieuws. Het aantal werkloze kunstenaars zal de burelen van de Sociale Dienst niet overspoelen.

George Segal – Depression Bread Line.
cc Flickr Vilseskogen's photostream George Segal Depression Bread Line

Zeer actuele cijfers zijn er (nog) niet, maar gegevens uit de Evaluatie van de Wet werk en inkomen kunstenaars (pdf – januari 2010) en van het CBS (werkzame beroepsbevolking in de kunsten) geven dit beeld:
Kunstenaars met uitkering

In 2011 telde het CBS nog 61.000 mensen in de categorie kunstzinnige beroepsbevolking.

Stel dat er sindsdien door crisis en bezuinigingen zo’n 4000 kunstenaars uit de boot zijn gevallen, dan zijn er, ruw geschat, 57.000 kunstenaars. Daarvan zal maximaal zo’n 6 tot 7% werkloos zijn. Er zijn dus waarschijnlijk tussen de 3.500 tot 4.500 werkloze kunstenaars.

Feit is dat een beeldend kunstenaar die nu werkloos wordt, geen kunstenaar meer is. Van 1956 tot 1 janauri 2012 behield een werkloze kunstenaar nog zijn status. Eerst dankzij de BKR (Beeldende Kunst Regeling), die achtereenvolgens werd vervangen door de WIK (Wet inkomensvoorziening kunstenaars, 1987) en de WWIK (Wet werk en inkomen kunstenaars, 2005).

Foto: Joan (cc)

Kunst op Zondag | Devotie

Paolo VéronèseNoli me tangere, schilderij, circa 1576-1588.
cc Wikimedia Commons Paolo Veronese Noli me tangere

Meer na de break…

Francisco Goya – The Devout Profession, ets, 1799.
cc Wikipaintings.org Francisco Goya The Devout Profession

Egon Schiele – Devotion, schilderij, 1913.
cc Wikimedia Commons Egon Schiele Devotion

Clive Barker – Devotion, schilderij op papier, 1997.
© Clive Barker Devotion 1997

Jan Saudek, The Deep Devotion, fotografie, 2003.
© Jan Saudek The Deep Devotion 2003

Ego Lenoard – Devotion, schilderij, jaar onbekend.
© Ego Leonard Devotion

Mode 2 –  That Pledge of Devotion, urban art, 2009.
© Mode2 That Pledge of Devotion 2009

Tiffany Trenda, Urban Devotion, performance, 2010.
[kliktv]

Heidi TailleferDetritus Of Devotion, print, 2012.
cc Flickr von Scaramouche's photostream Heidi Taillefer Detritus of Devotion

Stephen WatsonDevout, installatie van uit de Bijbel gescheurde pagina’s , 2013.
© Steve Watson Devout 2013

Foto: Joan (cc)

Kunst op Zondag | “Oh oor, o hoor”

In het kader van de Boekenweek schreven we vorige week dat lezen ook kijken is. Lezen kan ook met het oor. De Boekenweek is nog niet voorbij of het volgende CPNB-evenement staat alweer in de steigers. Over vier weken barst de Week van het Luisterboek los.

“Oh oor, o hoor”, om met de dichter Lucebert te spreken. Wie schampert over mensen die met oorplugjes aan hun i-phones gekluisterd zitten, moet er eens bij stilstaan dat ze wellicht verdiept zijn in een luisterboek.

Bij beeldende kunst en literatuur leggen we zelden het oor te luisteren. Daarom besteedde Kunst op Zondag al eens aandacht aan het oog. Lucebert had ook wat over het oog te dichten: “het oog lijkt een hefboom voor hoger en hoger / maar meer zien dan men ziet ziet men nooit”.
Dat is achterhaald. Men ziet veel meer dan men kijkt. Tegelijkertijd luistert men veel minder dan men hoort.

Een nadere beschouwing van het oor.

Saskia Griepink werkt al een paar jaar aan een oorproject. Geen oor is hetzelfde, zegt ze, ook niet van één dezelfde persoon. Een linker en een rechter oor, tegen elkaar aangehangen krijgen een vlinderachtige vorm maar het oor afzonderlijk heeft ook iets embryonaals. En zoveel oren,  zoveel verhalen daarover. Nu verzamelt ze oren, maakt er afdrukken van en ze schildert ze. Het proces is te volgen op haar weblog en van half juli tot en met half september 2013 is haar werk te zien in Huize Keijze te Denekamp (Overijssel).

Foto: Joan (cc)

Kunst op Zondag | Literatuur

De Boekenweek is losgebarsten. Een goede gelegenheid om de trilogie over kunst en boeken (deel 1 over strips, deel 2 over kunstenaarsboeken) af te sluiten met de vraag of literatuur kunst is.

De media wekken de indruk dat kunst en literatuur twee verwante, maar verschillende grootheden zijn. Bijna elke krant heeft wel een wekelijkse katern onder de noemer ‘Kunst & Literatuur’. Alle visuele kunstdisciplines worden op één hoop gegooid, proza en poëzie op de andere. Terwijl lezen toch ook kijken is.

Uitgevers huren illustratoren, grafici, fotografen en soms ook schilders in om het boek aan de mens te brengen. Leidraad lijkt te zijn dat bij een eerste druk alleen titel en naam van de auteur op de omslag genoeg is, mits de auteur grote bekendheid geniet.

Bij herdrukken, en zodra het boek in vergetelheid dreigt te raken, lijken beeldende covers echter het boek tot kunst te moeten verheffen. Zo gaat dat met klassiekers, zoals bij boeken van Harry Mulisch.
Mulisch De Aanslag covers

Zo gaat dat ook met Nelleke Noordervliet, die dit jaar het Boekenweek-essay schreef.

Nelleke Noordervliet covers De naam van de vader

Uitgevers gaan er niet vanuit dat je door de boekomslag geraakt wordt door literaire kunst, maar dat je geraakt wordt door een suggestie die je kooplust opwekt. De tentoonstelling ’20 jaar coverontwerpen’ geeft een mooi overzicht. Nog tot 21 mei te zien  in het Boekenpodium te Antwerpen.

Foto: Joan (cc)

Kunst op Zondag | Boeken

In de vorige Kunst op Zondag stelden we de vraag of strips kunst zijn. Met de Boekenweek in het vooruitzicht zouden we eenzelfde vraag kunnen stellen over boeken. Dat doen we niet, vandaag brengen we een andere stelling in: Strips, romans en verhalen mogen soms kunst zijn en soms niet, de enige boeken die altijd  kunst zijn, zijn kunstenaarsboeken.

Zowel over de oorsprong als over de definitie van wat in het Engels ‘Artists’ Books’ en in het Frans ‘Livre d’artiste’ wordt genoemd, lopen de opvattingen uiteen.
De Wikipedia definieert kunstenaarsboeken als kunstwerken, uitgevoerd in verschillende (boek)vormen. Eén van de allereerste kunstenaarsboeken zou Songs of Innocence and of Experience (1789 – 1794) van William Blake zijn. Hij illustreerde zijn gedichten zelf,  zijn vrouw verzorgde inkleurwerk en het bindwerk en ze brachten het boek in eigen beheer uit. Een pagina uit Songs of Innoncence and of Experience.
cc Wikimedia.org William Blake

De Koninklijke Bibliotheek vindt het kunstenaarsboek een typisch Frans verschijnsel en noemt als één van de eerste kunstenaarsboeken ‘La fin du monde’ (1919) van avant-garde auteur Blaise Cendrars, geïllustreerd door Fernand Léger.

Een pagina uit Fin du Monde (het boekje is hier door te bladeren).
cc Flickr Iliazd’s photostream La fin du monde de Blaise Cendrars avec des illustrations de Fernand Léger

Kunstenaarsboeken als een co-productie van schrijvers en beeldend kunstenaars komen nog tot op vandaag voor. Maar vooral na 1945 werden steeds vaker kunstenaarsboeken alleen door beeldend kunstenaars gemaakt. 
Het dichtst bij een goede definitie zit misschien Stephen Bury,  hoogleraar moderne kunsten en specialist op gebied van kunstenaarsboeken. “Kunstenaarsboeken zijn boeken of op boeken lijkende voorwerpen waarvan over de weergave de kunstenaar een hoge mate van controle heeft. Het boek is bedoeld als een kunstwerk op zich”.

Foto: Joan (cc)

Kunst op Zondag | Strips

Collega Dimitri vraagt u de mooiste strip aller tijden in te sturen. Het brengt Kunst op Zondag op een bekende discussie: zijn strips kunst?

Het verhaal gaat dat Maurice De Bevere, beter bekend als Morris, de auteur/tekenaar van Lucky Luke, het stripverhaal ooit tot ‘negende kunst’ verhief. Grafisch ontwerper en striptekenaar Joost Swarte vindt het stripverhaal de moeder van alle kunsten (interview Trouw, 2012).

Jean-Marc van Tol (van Fokke & Sukke) vindt  strips geen kunst, hooguit ‘kunstig’. Hanco Kolk (o.a. Gilles de Geus) vindt het pas kunst als je er, net als bij een mooi schilderij of boek,  ‘door geraakt wordt’ (artikel Michael Minneboo, 2009).
Van Tol en Kolk vinden niet dat een strip in een museum thuishoort. Daar trekken musea zich niets van aan. Er gaat geen jaar voorbij of er zijn wel een paar exposities die over “strips en kunst” gaan. Een greep uit de laatste twaalf jaar vind je hier.

Cartoon Ronald Oudman.
© Creative Common License Ronald Oudman Crisis

Als het al in een museum hoort, dan is een stripmuseum natuurlijk de juiste plaats  om “karikaturale kunst” te conserveren. De website en programmering van het Nederlands Stripmuseum doet vermoeden dat het hier vooral om “kunst voor de jeugd” gaat. Soortgelijke musea in omringende landen pakken dat anders aan en nemen de volwassen striplezer serieus.

Foto: Joan (cc)

Kunst op Zondag | Wiepke Poldervaart

Ook kunstenaars maken carrière. Het liefst van van klein naar groot, maar het kan ook anders. Wiepke Poldervaart ruilde zestien jaar geleden het wereldtoneel in voor het eigen atelier.

Ze was van 1984 tot 1997 artistiek leidster van Trajekt Theater. Een mengvorm van beeldende kunst en theater. De voostellingen bedacht ze zelf en kwamen tot stand dankzij medewerking van dansers, acteurs, musici, theatermakers en een legertje technici, decorbouwers en vrijwilligers. Tot op vandaag zie je op hun cv’s het Trajekt Theater prijken.

Sommige recensenten beschreven Trajekt als schatplichtig aan Hinderik de Groot  en als de ingetogen, introverte tegenhanger van soortgelijke locatietheaterprojecten als de Dogtroep, die in 2008 ter ziele ging.
In dertien jaar tijd groeide Trajekt uit tot één van de Nederlandse culturele producten die internationaal faam verwierven. Tot Trajekt in 1997 van het toneel verdween.

Nu maakt Wiepke Poldervaart schilderijen en objecten, veel kleiner van formaat dan de beelden in Trajekt. Vanaf 2 maart tot en met Pasen wijdt kunstcentrum De Kolk, te Spaarnwoude een expositie aan haar werk.

© Wiepke Poldervaart object36

Nieuwsgierig naar zo’n enorme carrièreswitch besloot Kunst op Zondag haar aan een email-interview te onderwerpen. (KoZ = Kunst op Zondag, WP = Wiepke Poldervaart).

Foto: Joan (cc)

Kunst op Zondag | Mallemolen

In de vorige Kunst op Zondag lag het accent op de dood. We keren terug naar het leven, dat ooit in een flauw liedje werd omschreven als een mallemolen.

Dat is het leven natuurlijk ook. Alles draait immers om rotatie, cycli en wervelingen. Nu maakt dat het leven nog niet tot een gekkenhuis. In essentie draait het hierom: wij denken zozeer dat alles om óns draait, dat we sinds mensenheugenis vasthouden aan de misvatting dat de zon op komt en weer onder gaat. Te mal voor woorden.

De mallemolen intrigeert. Als de carrousel waar we plezier beleven aan op palen gespietste paardjes. Als cycli van turbulente tijden. Als symbool van “kritiek op wat voor effect de menselijke beschaving op de natuur heeft?”, vraagt het Gemeentemuseum in Den Haag bij Carrousel (1988) van Bruce Nauman.

We hebben het zo druk, dat we aan elkaar voorbij gaan.

Dat symboliseert Olaf Mooij met “Mallemolen van deze tijd”, in 2002 op een rotonde in Enschede geïnstalleerd.

Kijktip: De rotonde in Nederland en over heel de wereld als een mallemolenmuseum.

Carsten Höller maakt sinds 1988 carrousels. Door snelheid en richting te veranderen van de Mirror Carrousel (2005), raken toeschouwers gedesoriënteerd en in verwarring.
cc Flickr amymyou's photostream Carsten Holler Singing Canaries Mobile and Mirror Carousel

Gefascineerd door oerkrachten als water en wind, wil Kees Machielsen die eigenzinnige en grillige bewegingen “vangen”. Op zijn website legt hij uit: “De behoefte om ‘grip’ te krijgen op deze oerkrachten en dit energiegeweld drijft mij tot het maken van beeldende kunst”.
Kees Machielsen – Carrousel (2010).
© Kees Machielsen Carrousel

Vorige Volgende