Kunst op Zondag | Woorden

Elke verandering genereert een massa woorden. De bezuinigingen op de kunsten generen nog steeds een stroom aan debatten, symposia, lezingen en artikelen, want ‘de kunst’ en de kunstenaar moet zich beraden op een veranderende positie.

In geouwehoer huist geen kunst

Kunst op Zondag gebruikt doorgaans weinig woorden, want ‘in geouwehoer huist geen kunst’. Deze stelling, vrij naar een citaat van Jan Schaefer, dat in 1978 op een verkiezingsposter pronkte, zul je komend jaar hier vaker terugzien. Want ook in 2013 zullen ongetwijfeld weer veel woorden aan kunst worden besteed en met deze stelling proberen we die woorden op hun waarde te schatten.
Jan Scheafer parodie drie

Grote woorden

Het regeerakkoord had weinig woorden nodig om de waarde te schatten:

“Kunst en cultuur zijn van grote waarde voor de samenleving”. Rutte II bood een paar doekjes voor het bloeden, nadat eerder flink is gesneden in kunst en cultuur. Vervolgens regende het ambitieuze kunstenplannen, waarin minder geld aan meer waarde werd gekoppeld, de kunstenaar tot ondernemer werd benoemd en de relatie met het publiek nader werd beschouwd.

Bitt.fallJulius Popp.


Verwo(o)rding

Het woord staat soms tussen publiek en kunst. Je moet minstens een LOI-cursus hebben gevolgd om te begrijpen hoe kunst wordt beschreven in museumcatalogi en kunstrecensies. Met de eerder genoemde Jan Schaefer in gedachten, die van politici en ambtenaren heldere, klare taal eiste, gaat Kunst op Zondag in 2013 kijken of degenen die tot taak hebben kunst te beschrijven, er in zullen slagen bruggen te slaan tussen kunst en publiek.

Ron Terada – The words don’t fit the picture.
cc Flickr patrick h. lauke’s photostream Ron Terada The words don’t fit the picture

Kunst spreekt voor zich

Kunstenaars moeten werken en niet spreken of schrijven. Als ze al het woord nemen, kunnen ze dat het beste doen in hun werk zelf, zoals de voorbeelden in dit artikel laten zien. Maar nu de discussie over de positie van de kunst nog volop gaande is, moeten kunstenaars die discussie niet mijden.

Dat doen ze ook niet. De Schiedamse Ketelfactory lanceerde vorig jaar het tijdschrift Kunstwordtterugkunst. Motief? “In een tijd waarin er voor de kunst veel op het spel staat, lijkt het noodzakelijk een nieuw podium te creëren waarin kunstenaars en schrijvers zelf verantwoordelijkheid nemen voor kunst”.

Mogen kunstenaars ter verantwoording worden geroepen over hun werk en hun positie in de samenleving? Jazeker, zolang het geen botte afrekening is, maar een goed gesprek. Ook daartoe zal Kunst op Zondag in 2013 een poging doen.

Ron Terada – it is what it is it was what it was
cc Flickr MummerMemes' photostream Ron Terada it is what it is, it was what it was

Meer weten is woorden eten

In 2013 “zullen de effecten van de bezuinigingen voor de gesubsidieerde sector zichtbaar worden”, schreef het kabinet in haar ‘Feiten en cijfers over de cultuursector’.

Toni Burgeringdichtregel van Gerrit Kouwenaar.
© Toni Burgering dichtregel Kouwenaar

Kunst op Zondag gaat kijken of stijgend museumbezoek, de talloze initiatieven om kunst in etalages te kijk te zetten en de immer hardwerkende kunstenaar die feiten en cijfers zullen beïnvloeden. En ja, dat zal met wat meer woorden gepaard gaan, dan u tot nu toe gewend was. Het liefst de woorden van kunstenaars, curatoren, galeriehouders, kunstrecensenten en beleidmakers, die we af en toe zullen vragen te reageren op de stelling ‘In geouwehoer huist geen kunst’.

De afbeelding boven dit artikel is werk van Barbara Kruger, te zien in het Stedelijk Museum. Centraal in dit werk is een citaat uit ‘1984’ van George Orwell: “If you want a picture of the future, imagine a boot stamping on a human face—forever”.

  1. 2

    The moment an artist takes notice of what other people want and tries to supply the demand he has no further claim to be considered as an artist. He becomes a dull craftsman, a prostitute just to entertain the bourgeoisie, he ceases to be an artist….a stiff bereft of life pushing up the daisies it’s metabolic processes history off the twig kicked the bucket shuffled off his mortal coil run down the curtain and joined the bleedin’ choir invisibile..he becomes an ex- artist

  2. 3

    @2: Je kent je literatuur, hè? Dat is uit The soul man under socialism (1891) van Oscar Wilde, in een vertaling van P.C. Boutens hier te lezen.
    Bijna een eeuw later is de discussie die Wilde daar aanslingert nog steeds van kracht. Op één punt heeft hij zijn gelijk gekregen: de staat dient zich niet te bemoeien met kunst.

    Daarbij stelt hij dus ook dat het publiek zich er niet mee moet bemoeien. Hij schildert het publiek af als een stel zieligerds, die wat betreft de kunst slecht opgevoed zijn en er dus niets aan kunnen doen dat ze kunst op de juiste waarde kunnen schatten.

    Misschien is er dankzij Wilde en anderen op dat gebied in de loop der jaren wat veranderd. Kunsteducatie is een wijd verspreid fenomeen in Nederland, dat nu echter wordt bedreigd door de bezuinigingen.

    Er is publiek dat wil weten hoe ze kunst op waarde moeten schatten. Dertig jaar geleden waren er in Rotterdam avonden waar componisten over hun werk vertelden en het werk te horen was en die avonden zaten bomvol. Er zijn heden ten dage vele dans-, theater-, muziek- en filmvoorstellingen waar een expert inleidingen geeft en ook die zijn druk bezocht. Het Gemeentemuseum Den Haag heeft ook een Kunst op Zondag, waar een bevlogen verteller rondleidingen geeft en kunst duidelijk maakt aan publiek.

    Er is bij het publiek dus wel zekere behoefte “opgevoed” te willen worden. De hedendaagse Pierre Janssens doen daar hun best voor. Maar heeft de kunst zulke ‘”tolken” wel nodig? Waarom doet de kunstenaar het zelf niet?

    Ik schreef dat een kunstenaar zich wel mag verantwoorden, niet in een botte afrekening, maar in een goed gesprek. Natuurlijk ga ik er daarbij vanuit dat de kunstenaar zijn individuele scheppingskracht niet inlevert. Dat zou inderdaad dodelijk zijn en geen boeiende kunst meer opleveren.

    Maar ik stel graag het idee ter discussie dat goede kunst alleen voort kan komen uit het isolement van een door een enkel individu bewoond atelier en het “aan de man brengen” van kunst aan anderen wordt over gelaten.

  3. 4

    @2:
    Nu weet ik toch zeker dat ik in vele musea “miljoenen-doekjes” e.d. heb gezien die in opdracht zijn gemaakt.

    Persoonlijk heb ik niet veel op met wat “men” kunst noemt.
    Ik vindt iets mooi of lelijk in esthetische vorm of het raakt me emotioneel; een combinatie zal meestal het geval zijn.

    Verder:
    Dit jaar hoop ik nog een (kunt)foto te kunnen zien van het gevallen “anti-cultuur-kabinet” ;-)

  4. 6

    @3 en @5

    Wilde en de parrot- sketch inderdaad, for art’s sake nog-es-an-toe. En de discussie blijft:

    Art provides opportunity for every individual who is desperate for change in an oppressive society to contribute towards such, to oppose a society which demands the complete conformity and subservience of its “citizenry.” If Wilde proclames himself as a “Socialist with an artistic vision towards Utopia”, then his principle of “Art for Art’s Sake” is a complete contradiction. That incestuous attitude towards Art sickens me!

  5. 7

    @6: Ik hoop in 2013 aan te kunnen tonen (ptfrrr, ’t lijkt wel een KoZ-kunstenplan…) dat veel kunstenaars zich niet verschuilen achter het “kunst om de kunst”-principe en dat ze ook geen ‘wereldvreemde’ mensen zijn die zich, al dan niet bewust, buiten de samenleving plaatsen.