Respect!

‘Op een ethische manier met politici omgaan’. Dat was gisteravond de kern van wat Naema Tahir betoogde bij Pauw en Witteman. Want politici zijn bezig met ‘de meest belangrijke beslissingen in onze samenleving’ en hun taak wordt ‘verziekt’ door journalisten die ‘allerlei belachelijke brutaliteiten’ naar voren brengen.

Ek verwerp dit met die minagting wat dit verdien, om maar eens een rechtse staatsman – de Afrikaner B.J. Vorster – aan te halen. Tahir betoogt min of meer een terugkeer naar het verleden, toen je nog overal in huis schone handdoeken ophing voordat de dokter op huisbezoek kwam, toen de plaatselijke kinderlokker nog Mijnheer Pastoor werd genoemd en toen ministers en staatssecretarissen nog excellentie heetten.

Hoe zij het werk van de politiek op een voetstuk plaatst en daar respect, ja zelfs ontzag voor vraagt, doet ernstig denken aan de situatie in Italië, waar respect voor de Instituties van de Staat eisen een bijna Pavlov-achtige rechtse reactie is op al diegenen die te kritisch zijn. En waar afgevaardigden, senatoren, ministers en staatssecretarissen met de titel Onorevole – “Eerbiedwaardige” – worden aangesproken.

Tot 22 januari 2011, toen hij in cassatie definitief werd veroordeeld tot zeven jaar gevangenisstraf voor concorso esterno in associazione di tipo mafioso – zeg maar het als niet-maffialid bijdragen aan georganiseerde misdaad – werd senator Salvatore Cuffaro dus aangesproken als “Eerbiedwaardige”. Al was hij door zowel de rechtbank als het hof reeds veroordeeld. En hij is de enige Onorevole niet die ongeveer zo eerbiedwaardig is als een bankovervaller – dat weet iedere Italiaan.

Dit paternalistische gesmijt met titels heeft wel het effect dat discussies over zowel inhoud als vorm veel moeizamer verlopen. Politici wanen zich oppermachtige halfgoden en journalisten mogen kruimels rapen buiten het parlementsgebouw. In Italië hoef je als politicus helemaal geen respect te verdienen – je kunt het afdwingen op grond van je ‘gewichtige’ functie en je connecties bij de kranten en omroepen waar de journalisten voor werken.

Die kant willen we niet op. Een Nederlandse politicus is geen halfgod maar een aanspreekbare persoon, geen excellentie maar mijnheer of mevrouw. De nadelen zijn inderdaad dat ook de Rutgers je kunnen aanspreken, en dat er een relatie tussen pers en politici lijkt te zijn ontstaan die iets te close is. Toch kan een goed politicus respect en afstand creëren zonder de hulp van commissies om ongewenste sujetten te weren, en zonder terug te vallen op titulatuur en hooghartigheid.

Voor Onorevole Salvatore Cuffaro moet in Nederland geen plaats zijn.

  1. 2

    “Respect wordt moeizaam verdiend en is totaal niet vanzelfsprekend.”

    Naema Tahir geeft met zo’n oproep blijk van een naïviteit die zelfs een kind niet heeft en een absoluut gebrek aan kennis van het functioneren van politici in Nederland.

  2. 3

    Er is een balans tussen oprechte critici de mond snoeren enerzijds en een hekel hebben aan de riooljournalistiek anderzijds. Dat we de ene kant niet willen, wil niet zeggen dat we de andere kant wel willen. Ja, je kunt een fatsoenlijk debat blijven voeren en oprechte critici ruimte blijven bieden hun scherpe blik op de maatschappij te laten slaan en tegelijk irritante relschoppers als Rutger Castricum diezelfde vrijheid niet laten misbruiken. Evenzo betekent het weren van Rutger Castricum niet meteen dat we alle eerlijke critici ook monddood maken.

    Nuance, je zou het eens moeten proberen.

  3. 4

    Stalin en ook Mao hadden geen probleem met het aanhoren van afwijkende meningen, mits het maar geen onfatsoenlijke meningen waren van onfatsoelijke mensen.

    Wat zei president Mao tse Tung? Hij dicteerde – stelling 410 uit zijn Rode Boekje – dat het een goede politiek was om in kunst en wetenschap honderden (verschillende) bloemen te laten bloeien. En wat deed hij toen mensen zo stom waren dat van hem te geloven en hun mond openden?

    Substitueer hier en daar naar eigen inzicht voor de namen van Mao en Stalin die van Ginnekin en Castriccum, en zie wat je krijgt resp. wilt.

  4. 7

    Tahir betoogt min of meer een terugkeer naar het verleden, toen je nog overal in huis schone handdoeken ophing voordat de dokter op huisbezoek kwam, toen de plaatselijke kinderlokker nog Mijnheer Pastoor werd genoemd

    Dat is ook het gevoel dat ik er bij krijg, maar voor de eerlijkheid: dat is nergens wat ze letterlijk betoogd hebben.