Recensie | De magie van harmonie

VERSLAG - Waarin de auteur de recent verschenen biografie ‘De Magie van Harmonie’ over econoom en ex-minister van Financiën Johan Witteveen bespreekt. 

In augustus 1973 verscheen er een artikel in Time Magazine met de kop: ‘A Mystic at the IMF’. De kersverse Managing Director van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) was tevens actief binnen de Soefibeweging, een mystieke stroming die zijn oorsprong heeft in de islam. Die mysticus was de econoom Johan Witteveen. Witteveen had al een behoorlijke carrière in Nederland achter de rug en was gaandeweg ook steeds hoger gestegen binnen de Soefi-gelederen.

In ‘De Magie van Harmonie’, de net verschenen autobiografie van Witteveen, neemt hij ons mee langs zijn carrière en langs zijn spirituele levensloop en laat hij zien hoe beide met elkaar vervlochten zijn. Zijn leven – dat de Depressie, Tweede Wereldoorlog, en vele andere crisis omspant – staat in het teken van de juiste balans tussen het innerlijke en het uiterlijke leven. Die harmonie heeft hem ver gebracht.

Het is een eerlijk, ontwapenend relaas. We lezen over zijn jeugd tijdens de Depressiejaren, zijn introverte karakter, zijn bijzondere maar overwerkte vader. We lezen over hoe hij zich als toch wat cerebraal ingestelde man probeert te verhouden tot zijn op het gevoel opererende, artistieke vrouw en hoe hij ook zijn carrière op zijn gezin probeert af te stemmen.

Die carrière begon vlak na de oorlog als een van Tinbergen’s vertrouwelingen, die begonnen was met het optuigen van het Centraal Planbureau (CPB). Witteveen wordt vervolgens lector, hoogleraar en rector magnificus aan de Nederlandse Economische Hogeschool (later de Erasmus Universiteit).

Gaandeweg wordt hij actief voor de VVD waarvoor hij in 1958 de Eerste Kamer in gaat. Zijn vader raadt hem dat af. ‘Je hebt nu zo’n heerlijk leven als hoogleraar, waarom zou je die politiek ingaan? This is a point of no return.’ En daar zou hij gelijk in hebben. Witteveen zou niet meer terugkeren in de wetenschap. Hij wordt eerst minister van Financiën (kabinet-Marijnen, kabinet De Jong), leidt het IMF tussen 1973 en 1978, en bekleedt vervolgens tal van functies in het bedrijfsleven.

Wat het Soefisme precies is, wordt enigszins duidelijk. Het Soefisme heeft wat Witteveen betreft een universalistische boodschap: alle religies hebben een mystieke kern en zijn daarin één. Ze beschouwen ons ware wezen als een ‘ongedeeld deeltje’ van het ‘goddelijke licht’ en de mens moet door zijn ego, tegenstellingen en beperkingen heen leren kijken om dat goddelijke te zien. Wie dat lukt krijgt veel meer ‘consideratie’ voor zijn medemens.

Via meditatieoefeningen wist ook Witteveen meer afstand en consideratie te krijgen. Hij leert de grote problemen waar hij mee bezig was los te laten, en die afstand hielp hem om ‘ineens de juiste oplossing’ voor problemen te vinden. Witteveen zou uiteindelijk de hoogste rang bereiken binnen de Soefibeweging – die overigens niet zonder ego’s en interne conflicten is, zo blijkt uit het boek.

De ondertitel van ‘De Magie van Harmonie’ is ‘Een Visie op de Wereldeconomie’. Witteveen’s visie is dat landen met financiële overschotten, zoals China, India en Brazilië, via het IMF steun moeten gaan verlenen aan landen met tekorten zoals Spanje en Italië. Het zou de eurocrisis kunnen oplossen. Hij is zelfs op negentig jarige leeftijd nog hoogstpersoonlijk zijn plan komen brengen naar Washington, naar de huidige IMF topvrouw, Christine Lagarde.

Witteveen is eigenlijk een Keynesiaan die in principe voor de vrije markt is, maar waar wel op strategische punten moet worden ingegrepen. Interessant is zijn voorstel voor een ‘wiebeltax’, een flexibilisering van de belangrijkste belastingen om de conjunctuurcyclus af te remmen. Het is kort ingevoerd geweest begin jaren ’70, maar nu hoor je er niemand meer over.

De lezer krijgt het vermoeden dat Witteveen eigenlijk niet echt thuishoort bij het commercieel-liberalisme van de VVD. Of niet meer thuishoort. In de jaren ’60 pleitte Witteveen nog voor commerciële televisie en reclame. Inmiddels is hij overtuigd geraakt van ‘de ongunstige invloed van de commerciële televisie’ en stelt hij zelfs een belasting op televisiereclame voor.

Witteveen hekelt ook het ontbreken van spiritueel besef bij leiders in het bedrijfsleven, wat volgens hem tot korte termijndenken, overdreven ambitie en onevenwichtige afwegingen leidt. De explosief toegenomen beloningen dragen hieraan bij. ‘Zulke onredelijk hoge inkomsten kunnen ook geen werkelijke bevrediging schenken: het is een roes waarin de bedrijfsleiders met elkaar concurreren.’ Meer spiritualiteit zou volgens Witteveen een bredere, betere belangenafweging mogelijk maken, waarin medewerkers, klanten en andere relaties, maar ook milieueffecten worden meegenomen. Witteveen vindt zelfs dat de overheid een prijs moet instellen voor idealistische leiders in de financiële sector.

Wat jammer is, is dat Witteveen eigenlijk geen concrete voorbeelden geeft waaruit blijkt hoe spiritualiteit dan precies zou werken. De wetenschappelijke en politieke functies, maar ook de talloze commissariaten die hij heeft bekleed, worden eigenlijk te oppervlakkig, te opsommerig, behandeld. Een paar mooie casussen, met beslissingen die Witteveen anders zou nemen dan anderen, zou de lezer meer grip geven op dat heilzame harmoniedenken. Voor alsnog blijft hangen dat Witteveen er vooral zelf veel aan heeft gehad en dat hij als evenwichtiger mens overal goed kon functioneren. Maar dat is al heel wat.

Foto Andere Tijden

Reacties zijn uitgeschakeld