De parlementaire journalistiek is een doorn in het oog van veel Nederlandse Kamerleden, zo blijkt uit een enquête onder politici door de Amsterdam School of Communications Research (ASCoR) van de Universiteit van Amsterdam. Een paar bevindingen uit het onderzoek:
* 2/3 van de Kamerleden vindt dat de media te veel macht hebben.
* 1/2 van hen denkt dat de media bepalen welke thema’s in Den Haag belangrijk zijn.
* 1/3 van hen denkt dat parlementaire journalisten zelf macht willen uitoefenen.
* 3/4 van hen is van mening dat incidenten de politieke verslaggeving domineren.
Hoe journalisten erover denken? Klik hier, want ook zijn werden ondervraagd. Intussen rijst de vraag: als de media de thema’s bepalen, wat doen die politici in Den Haag dan eigenlijk? Vergaderen over het aantal koffiepauzes? Neuspeuterbezoeken afleggen? Heel die honderd-dagen-toernee is gewoon weggegooid belastinggeld. Leuk voor de media, maar aan thema’s levert het niets op. Die worden immers door de media bepaald. Dus niks goede ideetjes uit de samenleving omzetten in beleid. Srebrenica, Pim Fortuyn, Van Gogh, Hirsi Ali, Mabel Wisse Smit, Kutmarokkaantjes, Lingo, Schiphol, Gloeilampen!
Reacties (13)
De politici zijn zich blijkbaar nog niet bewust van de Constante van Steeph.
He wacht, bah. Niet goed gelezen… De Constante van Steeph is nog niet doorgedrongen tot de ONDERZOEKERS…
Dus de helft geeft toe dat ze hun politieke agenda laten bepalen door wat er op dat moment media aandacht heeft, zodat ze kunnen scoren ??
Tsjah, er zij hierover aardig wat onderzoeken gedaan. De een zegt dit, de ander zegt dat. Hier is een gulden middenweg:
Walgrave, S. en Van Aelst, P. (2006)
Je moet als politiek toch scoren inderdaad en dus in de media komen anders krijg je geen stemmen. En het is wel zo dat media vrij weinig aandacht besteed aan problemen die ten grondslag liggen aan ‘incidenten’.
Die staan wel op de laatste katernen van grote kranten, maar wordt beperkt gelezen. Ik kan me er dus wel wat bij voorstellen.
De Telegraaf zal nooit koppen met ‘problemen minderheden in wijken door slechte ruimtelijke ordening’ ofzo.
Wie bepaalt nu eigenlijk wiens agenda? De media bepaalt wat op de politieke agenda staat, maar wie bepaalt de agenda van de media? De maatschappij wellicht? Zo ja dat bepaalt de maatschappelijke agenda, via de media, toch de politieke agenda.
Nog belangrijker is natuurlijk … is het het onderzoek de constante van Steeph aangetoond??
@Vodka: Maar het is de vraag of het bepalen van de agenda (al dan niet via de media) voldoende is om een goede besturing/controle van het land te garanderen. Niet alles is relevant voor de media om over te schrijven. Besturen is voor een deel ook bijvoorbeeld saai boekhouden of regeltjes bewaken. Als dat genegeerd wordt, kan een deel van de basis die het goed functioneren van een land mogelijk maken, wegvallen.
De beste politici trekken zich weinig aan van de media.
En hebben hun antwoord altijd klaar op de vraag die ze willen dat ze gesteld wordt.
Op elke andere vraag komen antwoorden als.
Dat doet nu niet ter zake.
Of de Dehaene klassieker “We zullen dat probleem oplossen wanneer het zich stelt”
@ Steeph – Mijn punt is alleen dat het ASCOR onderzoek alleen aantoont hoe politici en journalisten denken dat de agenda wordt bepaald, maar dat niet duidelijk wordt hoe de werkelijke agenda nou wordt opgebouwd.
Die agenda wordt voor een deel natuurlijk door de media bepaalt, maar voor een deel ook niet. Nou is het natuurlijk wel interessant om te weten hoe journalisten en kamerleden daar over denken, zeker voor communicatiewetenschappers, maar wat voor betekenis geeft je nou aan zo’n onderzoek. Draagt dat bij aan een goed bestuur?
@Vodka: Ah, in die zin. Ja, daar heb je een punt.
Deel van het verhaal zit in het rapport van ROB (eerder besproken hier:
https://sargasso.nl/archief/2007/04/09/tweede-kamerleden-zijn-watjes
ik draai vandaag een beetje in cirkeltjes).
Maar ik ga ook dat werk dat Arjan citeert maar eens bestuderen.
In 2003 bracht de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) het rapport Medialogica uit. Grappig daaraan is dat de RMO alle moeite doet om aan te tonen hoe zeer de media de politiek beïnvloedt, terwijl in de bijlagen van dat rapport een studie van Jan Kleinnijenhuis werd opgenomen waaruit blijkt dat dit helemaal niet zo is:
Dus de media heeft een beperktere invloed dan gedacht en deze invloed heeft ook negatieve kanten doordat …
“het publieke debat (gevoerd in de media) door haast en concurrentie slordig wordt en zich fixeert op schandalen en de korte termijn. Zo kan maatschappelijk cynisme ontstaan en een verlies aan maatschappelijk vertrouwen.”
De focus ligt dus op het publieke debat dat te gehaast in de media wordt gevoerd met alle gevolge van dien (mediahypes). Daar tegenover wordt gezet dat de media zich meer publiekelijk moet gaan verantwoorden.
Van een nu zichzelf feed-backend, groepsvormend, proces weer wat meer een proces maken waarin mensen van zichzelf afhankelijk zijn lijkt me niet z’on gek idee. Want zoals het nu gaat kunnen ze het eigenlijk net zogoed scoreborden, waarbij fijn te zien is wat er landelijk en lokaal aan de hand is. Oftewel hoeveel bange burgers zich naar het stemlokaal hebben gehaast!