Eenheid van kabinetsbeleid: wat houdt dat in?

van Prof.Dr. Bert van den Braak In het debat over de regeringsverklaring werden twijfels geuit over de eenheid van het kabinetsbeleid. Dat gebeurde toen vicepremier Fleur Agema op X had gereageerd op de door premier Dick Schoof uiteengezette lijn ten aanzien van het door vrouwen dragen van de hijab. De vraag kwam op of Agema (PVV) zich wel kon vinden in die lijn. 1. Grondslag Eenheid van kabinetsbeleid is een kernwaarde in het staatsbestel. Ministers moeten met één mond spreken (en daarnaar handelen). Het beginsel is neergelegd in Grondwet en het reglement van orde van de ministerraad. Artikel 4, 3e lid van de Grondwet bepaalt dat de ministerraad beraadslaagt en besluit over het algemeen regeringsbeleid en de eenheid van dat beleid bevordert. Artikel 12, lid 2 van het reglement van orde van de ministerraad bepaalt dat geen minister tegen besluiten van de ministerraad handelt. Dat vormt de kern van het sinds 1848 bestaande homogeniteitsbeginsel. Een minister mag in de ministerraad tegen een besluit stemmen, maar kan zich er daarna ofwel bij neerleggen (en loyaal uitvoeren) ofwel opstappen. 2. Ministerraad De bepalingen lijken zich primair te richten op de ministerraad. Het is dan ook diverse malen voorgekomen dat een minister zich niet kon verenigen met een besluit in de ministerraad en daarna opstapte. Dat was bijvoorbeeld het geval in 1972 toen de DS'70-minister Drees en De Brauw tegen de invulling van bezuinigingen keerden en in 1980 toen minister Andriessen vond dat er meer moest worden bezuinigd. In 1993 bleven de minister Alders en d'Ancona wel aan, hoewel zij tegen een besluit over behoud van vliegveld Zestienhoven (Rotterdam) hadden gestemd. Eerder, in 1947, bleef minister Vos (PvdA) aan, hoewel hij tegen het besluit had gestemd tot militaire actie in Indonesië. Toen staatssecretaris van Economische Zaken Mona Keijzer zich in 2021 keerde tegen een in de ministerraad genomen besluit over het coronatoegangsbewijs stapte zij niet op. Er volgde, na overleg tussen premiers en vicepremiers en de minister van Economische Zaken, echter wel ontslag. 3. Buiten de ministerraad Ook buiten de ministerraad moet sprake zijn van eenheid van beleid en daarbij gaat het niet alleen om concrete besluiten. Uitspraken van ministers kunnen het beeld van een verdeeld kabinet oproepen, zoals in 1959 toen de dat jaar aangetreden premier De Quay een wijziging van het beleid ten aanzien van Nieuw-Guinea leek aan te kondigen. Hij moest zijn woorden terugnemen. In december 1986 sprak VVD-vicepremier Rudolf de Korte op een partijbijeenkomst uit dat de VVD tegen een staatsbezoek van koningin Beatrix aan keizer Hirohito van Japan was. Het voornemen daartoe was door premier Lubbers aan de ministerraad meegedeeld, maar er was nog geen besluit over genomen. De VVD-ministers hadden pas via berichtgeving in De Telegraaf van het plan gehoord. Premier Lubbers vond dat De Korte voor zijn beurt had gesproken en daarmee de eenheid had doorbroken. Tijdens een debat in de Tweede Kamer op 2 december kapittelde Lubbers De Korte met de woorden: "Dit valt in de categorie: eens maar niet weer". In 1978 was de eenheid ver te zoeken toen minister Kruisinga (Defensie) in de Tweede Kamer tijdens een debat over de NAVO de Nederlandse houding ten aanzien van mogelijke ontwikkeling van de Neutronenbom uiteenzette. Kruisinga vond dat Nederland zich daartegen moest keren. Zijn ook aanwezige collega Van der Klaauw (Buitenlandse Zaken) deelde die mening niet en trachtte Kruisinga tevergeefs het kabinetsstandpunt te laten verwoorden. De ministerraad koos niet lang daarna de zijde van Van der Klaauw. Kruisinga trad af. Zestig jaar eerder maakten twee ministers zelfs 'ruzie' achter de ministerstafel in de Tweede Kamer. Het ging om de uitvoer van kaas naar (oorlogvoerend) Duitsland. Minister van Landbouw Posthuma had die uitvoer goedgekeurd, maar zijn collega Treub van Financiën had de douane opdracht gegeven de uitvoer te voorkomen. De ruzie kon worden bijgelegd en beide ministers bleven aan. 4. Wat als het misgaat? De regels over eenheid van beleid zijn op zich helder, zeker waar het kabinetsbesluiten betreft. Het kan nu eenmaal niet zo zijn dat een minister niet meewerkt aan een genomen besluit of er, na een besluit, een afwijkende mening op na houdt. Dat neemt niet weg dat er toch wel enige ruimte is, zeker in de aanloop van besluitvorming of aan het einde van de kabinetsperiode in de aanloop naar verkiezingen. Niet alles komt bovendien in de ministerraad of leidt tot besluitvorming. Toen (demissionair) minister Nawijn zich in 2003 vóór invoering van de doodstraf uitsprak, werd hem dat echter wel ernstig kwalijk genomen. Als ministers elkaar openlijk gaan tegenspreken, dan ligt een conflict op de loer. Dat was het best te zien in een debat tijdens het kabinet-Balkenende IV over mogelijke verlenging van de vredesmissie in Afghanistan in 2010. Een dag na het debat vergaderde de ministerraad en werd het conflict zichtbaar bij de stemming. Doorbreking van de eenheid van kabinetsbeleid is vaak de opmaat tot conflict. Of van die doorbreking sprake is, is echter niet altijd helder. Dat geldt ook voor de actie van Agema. Het is echter zeker een grensgeval en die grens kan een volgende keer zo maar worden gepasseerd. Dit artikel verscheen eerder bij het Montesquieu Instituut.

Door: Foto: © Rijksoverheid Kabinet Schoof bordesfoto - foto Valerie Kuypers

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Foto: Bayview Home (2007) - MJMonty (cc)

Slimmere zonnepanelen

OPINIE - Het laatste jaar is er veel te doen geweest over zonnepanelen. Eerst over de plannen van het Kabinet Rutte IV om de salderingsregeling geleidelijk af te schaffen. Een voorstel dat verworpen werd door de Eerste Kamer. Vervolgens doordat de nieuwe coalitie van PVV, BBB, NSC en VVD in het hoofdlijnenakkoord van plan is de salderingsregeling in 2027 in een klap af te schaffen. Tegelijkertijd wil de politiek voorkomen dat bezitters van zonnepanelen negatieve prijzen doorgerekend krijgen. Zelfs bij een overschot aan stroom moet het energiebedrijf een ‘redelijke vergoeding’ betalen. Mij lijkt het (als bezitter van zonnepanelen) alleszins redelijk dat het energiebedrijf me een euro per kilowattuur in rekening brengt als dat de kosten zijn die ze moeten maken om van de stroom af te komen…

Ondertussen zitten energiebedrijven niet stil en brengen de meesten kosten in rekening bij klanten met zonnepanelen, dat gebeurt in de vorm van hoger vastrecht, een vast bedrag per maand, een gestaffeld vast bedrag per maand (hoger naarmate je op jaarbasis meer kilowattuur saldeert) of een vergoeding per teruggeleverde kilowattuur. Of een combinatie hiervan. Het wordt er in ieder geval niet overzichtelijker van.

Terugleververgoeding zonnepanelen

Dat energiebedrijven kosten in rekening brengen bij klanten met zonnepanelen is echter begrijpelijk. De sterke groei in het aantal zonnepanelen en de salderingsregeling zorgt er namelijk voor dat het verschil tussen de vergoeding die ze klanten moeten geven voor op zonnige dagen teruggeleverde stroom en de kosten voor het leveren van stroom op niet zonnige dagen sterk stijgen.

Foto: Plenaire zaal Tweede Kamer, foto Dassenman, CC BY 4.0 via Wikimedia Commons.

Openbaar zomerreces

De Tweede Kamer, als organisatie, hecht er aan bij elk zomerreces te benadrukken dat de volksvertegenwoordigers niet (de Kamer herhaalt: n i e t) acht weken lopen, zitten of liggen te niksen.

Het zomerreces is twaalf werkdagen oud en de Kamerleden hebben, met een gemiddelde van zes per werkdag, al 72 brieven van de regering toegestuurd gekregen. De regering werd op haar beurt bestookt met 102 schriftelijke vragen van de parlementariërs. Dat is een gemiddelde van 8,5 per werkdag.

We gaan er gemakshalve maar even vanuit dat dit niet betekent dat de Tweede kamer net een tandje harder werkt dan de regering.

Dat de Tweede Kamer er veel aangelegen is geruchten van zomerluiheid te ontzenuwen blijkt uit een nieuwsbericht van 17 juli. Daarin “vertellen vijftien Kamerleden, van elke fractie iemand, hoe zij de afgelopen periode beleefd hebben en wat zij zoal ondernemen tijdens dit zomerreces”.

Onderaan het bericht staat nog dat we de Tweede Kamer op Instagram kunnen volgen en wekelijks een video kunnen bekijken waarin Kamerleden vertellen over hun bezigheden tijdens het zomerreces.

In deze video op Instagram “vertellen Joost Eerdmans (JA21), Marieke Koekkoek (Volt) en Henk Vermeer (BBB) wat ze gaan doen de komende weken”. En op een andere video vertellen Thierry Baudet (FVD), Sarah Dobbe (SP) en Ines Kostić (PvdD) welk debat van de afgelopen tijd hen het meest is bijgebleven.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Recensie Zomergasten met Eric van der Burg

COLUMN, RECENSIE - Vlak voordat Zomergasten begon, maakte Joe Biden per Tweet bekend dat hij zich terugtrok als presidentskandidaat. Volgens zomergast Eric van der Burg zou het niet veel uitmaken. De Republikeinen stonden immers met een landslide voor, dat konden de Democraten nooit meer inhalen. Alsof de komende drie maanden niet meer dan genoeg tijd biedt voor Trump om zijn eigen glazen in te gooien. En alsof de partij van Eric van der Burg niet zelf aan den lijve heeft ondervonden dat binnen twee weken kansen 180 graden kunnen keren. 

De uitzending was kortom nog maar twee minuten aan de gang of ik twijfelde al aan het politieke inzicht van Eric van der Burg. Terwijl hij in de politiek zit. Tot voor kort als staatsecretaris van Justitie en Veiligheid met als portefeuille Asiel en Migratie, om precies te zijn. Gelukkig zou het geen politieke uitzending worden, beloofde Peter van Ingen, de o.g. der Zomergastenpresentatoren, die voor één keer terug op zijn honk was omdat Adriaan van Dis aan zijn gezondheid moest denken.

Toen Peter van Ingen nog de vaste Zomergastenpresentator was, vond ik het nooit echt prettig om naar hem te kijken. Geregeld bekroop mij een gevoel van plaatsvervangende schaamte. Door zijn wat onhandige interviewstijl kreeg hij het soms zelfs voor elkaar om ruzie te krijgen. Met Ischa Meijer bijvoorbeeld, die de uitzending min of meer overnam. En met de Zuid-Afrikaanse cineast Ian Kerkhof, omdat Peter van Ingen een fragment porno noemde terwijl het volgens Ian Kerkhof grote kunst was. 

Kunst op Zondag | Podcast Destructie als Discours

1911 Roelof Antoon Sigrist was afgekeurd als matroos. Boos als hij daarover was wilde hij zich wreken op het rijk en bewerkte Rembrandts ‘Nachtwacht’ met een mes.

1975 ‘De Nachtwacht’ werd weer bewerkt, nu met een broodmes.
1978 In het Van Goghmuseum werd in één maand tijd tot tweemaal toe werk van Van Gogh besneden. ‘La Berceuse’ en ‘Zelfportret met grijze hoed’.

1986 Gerard Jan van Bladeren bewerkte Barrett Newmans ‘Who’s Afraid of Red, Yellow and Blue III’ met een mes.
1989 Een man wil aandacht voor zijn moeilijke situatie en snijdt in het portret van prinses Maria Henriette Stuart, geschilderd door Bartholomeus van der Helst.

1990 ‘De Nachtwacht’ is weer de klos en werd besproeid met zwavelzuur.
1996 In het Stedelijk Museum spuit Alexander Brener een groen dollarteken  op het schilderij ‘Suprematisme 1920-1927’ van Kazimir Malevich.
1997 Van Bladeren doet het nog een keer. Hij bewerkt ‘Cathedra’ van Barrett Newman met een stanleymes.

1999 Dezelfde man die in 1990 ‘De Nachtwacht’ met zwavelzuur bespoot, takeldet in het Stedelijk Museum Picasso’s  ‘Femme nue devant le jardin’ met een aardappelschilmesje toe.
2006 Hans-Joachim Bohlmann spoot aanstekerbenzine op “Schuttersmaaltijd ter viering van de Vrede van Munster’ van Bartholomeus van der Helst. Voor hij het doek ook in brand kon steken werd hij overmeesterd.

Nederland voor de superrijken

Deze week praat de G20 over een Braziliaans voorstel voor een internationale minimumbelasting voor superrijken.

Op tafel ligt een rapport van de Frans-Amerikaanse econoom Gabriel Zucman.

‘Zucmans boodschap, in het kort: de circa 3.000 miljardairs van deze wereld betalen – inderdaad – relatief fors minder belasting dan de gemiddelde burger. En de beste manier om dit aan te pakken is een internationale minimumbelasting voor ultrarijken. Particulieren die 1 miljard dollar of meer bezitten, betalen dan jaarlijks 2 procent van hun vermogen. Brazilië nam dit voorstel van harte over.

Closing Time | Sadness

Djiin maakt volgens eigen zeggen “psychedelische stoner rock”, geïnspireerd op progressieve rock uit de jaren ’70, met af en toe wat krautrockinvloeden, doom en de ‘zware’ periode van Black Sabbath.

Vorige Volgende