Senatoren als politieke pokerchips
van Simon Otjes
Op 30 augustus kondigde Paul Rosenmöller (PRO) aan niet meer verkiesbaar te zijn bij de volgende Eerste Kamerverkiezingen. Acht jaar lang zat Rosenmöller in de Senaat. Wat heeft hij de afgelopen acht jaar gedaan? Natuurlijk heeft Rosenmöller niet stilgezeten. Als senator diende hij 40 moties in, dwong hij acht toezeggingen af en stelde hij twee vragen. Maar het handwerk van een parlementariër was niet het belangrijkste deel van Rosenmöllers functie: hij was de afgelopen acht jaar met name een belangrijke pokerchip voor Jesse Klaver.
De wet van Noten
De rol van Eerste Kamerleden in Nederland lijkt niet zozeer het maken van een eigen afweging, maar om bij onderhandelingen tussen Tweede Kamerfracties en kabinetten, die sinds Rosenmöllers lidmaatschap van de Eerste Kamer daarin geen meerderheid hebben gehad, als pokerchips te worden ingezet.
De reden hiervoor is dat Eerste Kamerleden vrijwel altijd hetzelfde stemmen als hun collega’s in de Tweede Kamer. In Den Haag staat dit bekend als de Wet van Noten. Dat komt deels omdat Eerste Kamerleden dezelfde opvattingen hebben als Tweede Kamercollega’s van dezelfde partij en vanuit die opvattingen naar wetten kijken. Tegelijkertijd zijn er ook praktischere factoren die een rol spelen: Eerste Kamerleden zijn deeltijdpolitici zonder ondersteuning, die geen tijd hebben om in detail over wetsvoorstellen en begrotingen te onderhandelen. Ze volgen hun collega’s omdat die een geïnformeerd en afgewogen oordeel hebben gevormd.