OPROEP - door Romy Santpoort, projectleider team ‘Wat werkt’ bij Movisie.
Het opvangen en helpen van mensen op de vlucht is heel normaal. Dat doen we in Nederland al eeuwenlang. De meeste mensen steunen de opvang van mensen die zijn gevlucht, ziet Romy Santpoort.
Ik hoor bij die meerderheid. Ik woon op nog geen 200 meter van een azc, een oude gevangenis die tijdelijk dienst doet als opvang. Op de muur, onder het schrikdraad staat in slordige graffiti: ‘Komt goed op een dag’. Als ik vanaf het station naar mijn huis loop, wandel ik soms even mee met iemand die op zoek is naar het azc. Je herkent zo iemand aan grote tassen of koffers, een zoekende blik en onduidelijke routebeschrijving op een papiertje in de hand.
Als je dan even naast iemand loopt, spreek je geen asielzoekers, maar mensen. Zo liep ik mee met Caro uit Brazilië. Caro hoopt op een toekomst met haar vier kinderen. Ze is haar thuisland en haar man ontvlucht, die op straat in Amsterdam leeft. Een paar weken later liep ik mee met Mohammed, een (wereldberoemde) journalist uit Gaza wiens vrouw en kinderen in Amsterdam worden opgevangen. Voor Mohammed was er geen plek in de opvang in Amsterdam. Azc’s met plek voor een gezin van 6 zijn schaars, dus moest hij, via Ter Apel, naar de gevangenis in Zoetermeer verhuizen.