De VVD: regeren is belangrijker dan besturen
In 2012 voerde de VVD campagne met de leus “Niet doorschuiven maar aanpakken”. Veertien jaar later verklaarde Dilan Yeşilgöz dat een al jaren bekend probleem met de hypotheekrenteaftrek vanaf 2031 vooral iets is voor een volgend kabinet. De VVD heeft kennelijk een nieuwe definitie van daadkracht ontwikkeld: problemen aanpakken, maar pas als iemand anders verantwoordelijk is, ooit.
De VVD is sinds 2010 onafgebroken regeringspartij. In die zestien jaar is ze verworden tot een machtspartij pur sang, waarbij het behoud van politieke invloed en de bescherming van gevestigde belangen steeds nadrukkelijker de boventoon voeren. Regeren is een doel op zichzelf geworden. Ingrijpende keuzes zijn vooral interessant zolang ze de eigen achterban weinig kosten.
Neem de woningmarkt. Terwijl starters zich blauw betalen en woningzoekenden jarenlang vastzitten, weigert de VVD iedere wezenlijke aantasting van de hypotheekrenteaftrek. De Nederlandsche Bank pleit juist voor afbouw van fiscale stimulering van het eigenwoningbezit, naast uitbreiding van het woningaanbod. De VVD presenteert het behoud van die stimulering als een overwinning en komt met maatregel na maatregel voor de happy few die de woningmarkt alleen maar verder ontregelen. Neem de jubelton, die vooral kinderen van vermogende ouders hielp en het overbieden stimuleerde. Of de startersvrijstelling in de overdrachtsbelasting, waarvan volgens onderzoek van de Universiteit Maastricht tot 90 procent van het voordeel bij verkopers belandt. En wat stelde de VVD in 2025 doodleuk voor? Opnieuw belastingvrij schenken voor een koopwoning. Wie rijke ouders heeft, krijgt extra mogelijkheden om andere kopers te overbieden. Wie die ouders niet heeft, mag de hogere huizenprijzen betalen.