Donald Trump voert twee lijnen die elkaar inhoudelijk uitsluiten, al worden ze door zijn aanhang gepresenteerd als één samenhangende visie. Aan de ene kant klinkt de claim dat de Verenigde Staten Groenland zouden moeten “veiligstellen”, desnoods via militaire annexatie, omdat het eiland strategisch cruciaal zou zijn in een wereld waarin Rusland agressiever opereert en het Noordpoolgebied militariseert. Groenland als buffer, als vooruitgeschoven radarpost, als onmisbare schakel in de verdediging van de VS. Veiligheid, dreiging, realpolitik.
Aan de andere kant staat zijn houding tegenover Oekraïne. Daar verdwijnt diezelfde veiligheidslogica plotseling als sneeuw voor de zon. Oekraïne mag volgens Trump best territorium inleveren, moet vooral stoppen met “zeuren” en vormt eerder een last dan een frontlinie om datzelfde Rusland waar de VS zo bang voor zegt te zijn te stoppen. Russische expansie wordt daar behandeld als een regionaal ongemak, iets waar de Verenigde Staten hun vingers liever van aftrekken. De boodschap is helder: solidariteit eindigt waar het politiek onhandig wordt.
Die twee posities laten zich lastig combineren zonder flinke intellectuele gymnastiek. Wie werkelijk gelooft dat Russische machtsuitbreiding een existentiële dreiging vormt, kan Oekraïne onmogelijk reduceren tot een bijzaak die wél aan Rusland overgeleverd kan worden. Oekraïne ligt letterlijk aan de rand van Europa en functioneert als barrière tegen verdere Russische invloed. Groenland ligt strategisch interessant, zeker, al vormt het vooral een lange-termijnfactor in arctische machtsprojectie, die prima – misschien nog wel beter – kan worden verdedigd door alle landen die er omheen liggen, en ik noem maar wat, het bondgenootschap dat al zeggenschap heeft over het eiland. Wie veiligheid serieus neemt, begint daar waar de dreiging vandaag concreet is, niet bij hypothetische scenario’s over zeeroutes over twintig jaar.