‘Eigenlijk ben ik, als het erop aankomt, een behoorlijk dapper mens’, zei Merel Pauw (artiestennaam Elmer) halverwege Zomergasten. Dat dacht ik nu ook. Hier zat iemand die hyperbewust is van zichzelf, die het liefst de hele avond in een hoekje zit te gamen om zichzelf te beschermen tegen de boze buitenwereld, en die toch had besloten de sprong in het diepe te wagen en op deze avond haar ziel en zaligheid op tafel te leggen.
‘Je moet toe bewegen naar waar je bang voor bent’, zei ze. En dat deed ze. Vol overgave. En tegelijkertijd vol twijfel.
Dat Merel Pauw een vat vol tegenstrijdigheden is, blijkt al uit haar naam, waarin twee zo verschillende vogels samenkomen: de bescheiden merel en de ruimte opeisende pauw. De merel en de pauw wisselden elkaar op deze mooie zomeravond continu af. Zodra de pauw teveel op de voorgrond trad, greep de merel in (handen voor de ogen, hoofd op tafel, relativeren geblazen). Kreeg de merel de overhand, dan besloot de pauw van zich te laten horen.
De avond begon bescheiden met een fragment uit How to with John Wilson over smalltalk. Het mereltje beschreef zichzelf als een alien die de gebruiksaanwijzing over hoe je koetjes en kalfjes bespreekt, niet had gekregen. Maar juist omdat ze die gebruiksaanwijzing mist, maakt de pauw die andersheid graag expliciet. Vandaar Elmer, haar alter ego met plaksnor. “Ik voel me comfortabel als ik de weirdo ben”, zei ze, “als ik met tien-nul achtersta en niemand nog iets van me verwacht, dan kan ik juist mijn grillige zelf zijn.” Door meteen te vertellen dat je moeite hebt met iets wat voor andere mensen heel simpel is, zeg je natuurlijk ook: deze avond zal niet aan oppervlakkigheid ten onder gaan.