Democratische verantwoording, integriteitsrisico’s en grote militaire uitgaven. Een historisch perspectief

van Dr. Ronald Kroeze Enkele weken voor de NAVO-top berichtte de NOS: "Nederlanders opgepakt voor corruptie bij NAVO-aanbestedingen". Een aantal functionarissen, waaronder een Nederlands oud-ambtenaar van Defensie was opgepakt vanwege omkoping en fraude bij de aanschaf van militaire drones en munitie.[1] In het belang van het onderzoek zal er de komende tijd weinig over worden bericht. Mede daardoor raken dergelijke voorvallen snel uit beeld. De geschiedenis kent echter veel voorbeelden van integriteitsaffaires rondom grootschalige defensie-uitgaven. Sterker, aanbestedingsprocedures in de defensie- en luchtvaartindustrie behoren samen met offshore-projecten tot de meest corruptiegevoelige.[2] Hoe valt dat te verklaren? En welke inzichten levert een nadere blik op de geschiedenis op? Deze vragen zijn des te relevanter nu op de onlangs gehouden NAVO-top in Den Haag een historische stijging van de defensie-uitgaven, tot 5% van het BNP, is afgesproken. Dat gebeurt een jaar nadat wereldwijd al de grootste stijging van de defensie-uitgaven sinds de jaren negentig werd geconstateerd.[3] Alleen al in Nederland zullen in de komende jaren tientallen miljarden extra worden uitgegeven aan defensie.[4] Die uitgaven komen bovenop eerdere besluiten voor de aanschaf van fregatten (€ 5-8 miljard) en onderzeeërs (€ 4-6 miljard), evenals munitie en Leopardtanks (€ 1-2,5 miljard) in reactie op de Rusland-Oekraïneoorlog. Een tweede reden om stil te staan bij dit onderwerp is de complexiteit ervan. Uit historische casuïstiek blijkt dat integriteitsrisico’s bij militaire uitgaven niet alleen gaan over simpele vormen van omkoping, maar ook over een inefficiënte besteding van belastinggeld, (on)doorzichtige besluitvormingsprocedures en gebrekkige verantwoording. Bovendien veranderen integriteitsnormen door de tijd heen. Ten derde raakt het onderwerp aan een kernvraagstuk van democratische orde: wat geldt als een (on)verantwoorde inzet van publieke middelen? ‘Oorlogsprofiteurs’ en drastische opschalingen tijdens oorlogen Historisch gezien is een oorlogssituatie een voedingsbodem voor militaire aanbestedingsaffaires. Berucht zijn de debatten over ‘oorlogsprofiteurs’; over individuen en bedrijven die financieel profiteerden van de handel en verkoop van producten – niet in de laatste plaats oorlogsmateriaal - tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918).[5] Een oorzaak was de gehaaste opschaling van het leger en de daarmee gepaard gaande, snel stijgende staatsuitgaven. Bedenk daarbij dat bijvoorbeeld het Duitse leger in een gemiddelde slag meer granaten afschoot dan tijdens de gehele Frans-Duitse oorlog (1870-71). Ook in Engeland was er al snel sprake van grote wapen- en munitietekorten en werd er drastisch opgeschaald. Daar stegen de militaire uitgaven in een paar jaar tijd van enkele honderden miljoenen pond tot ruim boven het miljard (40% van het BNP). Een speciaal megaministerie – het Ministry of Munitions onder leiding van Loyd George – werd in 1915 opgericht om de aanschaf en productie te coördineren. De output steeg, maar het ministerie werd ook bekritiseerd vanwege verspilling, misbruik en het verlenen van al te lucratieve orders. Dat brengt ons bij een tweede voedingsbodem voor integriteitskwesties als snel wordt opgeschaald in tijden van oorlog: (het risico op) belangenverstrengeling. Dit werd tijdens de Eerste Wereldoorlog in de hand gewerkt door de wens dat de oorlog politieke verschillen tenietdeed en dat niet de markt maar een innige samenwerking van leger, industrie en overheid het meest efficiënt zou zijn. Parlementair debat en controle golden als vertragend, kritiek in de media als onpatriottisch. Censuur volgde in haast alle landen. In het semi-autocratische Duitse keizerrijk ging die zover dat een goed gesprek over wat er misging pas na de oorlog op gang kwam. Toen raakte het echter vermengd met gevoelens van onvrede over de afloop van de oorlog en wierp zo een schaduw over de jonge Weimar-republiek. Het stilzwijgen van integriteitsvragen bleek geen goed recept te zijn geweest.[6] De vraag naar mens en materieel was van een nog grotere omvang tijdens de Tweede Wereldoorlog. In de Verenigde Staten stegen de federale uitgaven van onder de 5% naar bijna 45% van het BNP in 1944, ofwel naar meer dan een biljoen dollar. Als leider van de Westerse geallieerden en als ‘arsenal of democracy’ moesten de VS een inhaalslag maken na jaren van isolationisme om Nazi-Duitsland en Japan te kunnen verslaan. In die tijd maakte senator Harry Truman een tour door Amerika om de uitgezette orders en productielocaties te inspecteren. Hij zag allerlei voorbeelden van verspilling en misbruik. President Franklin D. Roosevelt twijfelde over de noodzaak maar nog tijdens de oorlog werd een ‘Special Committee to Investigate the National Defense Program’ onder voorzitterschap van Truman ingesteld. Truman stelde: “There will be no attempt to muckrake the defense program, neither will the unsavory things be avoided. The welfare of the whole country is at stake in the successful conclusion of our national defense policy. Where there has been so much haste in the expenditure of such enormous sums there are bound to be leaks and mistakes of judgment. Many people believe in both patriotism and profits, but sometimes, unfortunately, profits come first with them.” De door Truman geleide parlementaire onderzoekscommissie legde onder andere bloot dat door het leger ingehuurde aannemers excessieve bedragen ontvingen, dat duurbetaalde vliegtuigmotoren voor de luchtmacht niet functioneerden en dat vertegenwoordigers van wapenproducenten hoge vergoedingen kregen. Truman werd gewaardeerd om zijn kritische houding die de verspilling van miljarden hielp voorkomen. Hij bouwde veel krediet op en volgde in 1945 Roosevelt op als de 33e president van de Verenigde Staten. Dit voorbeeld toont ook iets anders: de inherente spanning tussen democratie en oorlogvoeren. De eerste vereist zorgvuldige controleprocedures, openbaarheid en betrokkenheid van politieke stakeholders om draagvlak te waarborgen, maar tijdens een oorlogssituatie neemt de druk toe om deze principes terzijde te schuiven, want oorlog vereist discretie, efficiëntie, daadkrachtige hiërarchische beslisstructuren en eensgezindheid (rally around the flag) om de vijand moreel en materieel te kunnen verslaan.[7] Debatten na 1945 stonden nog meer in het teken van hoe deze twee uitersten te verenigen. Hogere democratische eisen en complexere orders na 1945 De ervaringen met nazidictatuur en oorlog maakten dat de democratie veel nadrukkelijker werd gewaardeerd in het Westen na 1945. Nieuwe oorlogen dienden zich echter alweer aan. In Nederland eiste de koloniale oorlog tegen Indonesië een snelle opschaling van het leger. Na het einde daarvan in 1949 was het vooral de Koude Oorlog die om grote uitgaven vroeg. Als lid van de NAVO en onder druk van de Amerikanen besloot de Nederlandse politiek het toen ongekende bedrag van fl.1,5 miljard aan defensie te besteden, ofwel 6,5% van het BNP.[8] Enkele jaren later brak het eerste grote naoorlogse aanbestedingsschandaal uit – de Helmenaffaire (1958-1960) – toen uitkwam dat de voor veel geld aanschafte helmen en gasmakers van ondeugdelijke kwaliteit waren. Tevens bleek dat door vertegenwoordigers en militairen aan deze transacties was verdiend. Een Tweede Kamercommissie onder leiding van Theo Koersen – de Commissie Onderzoek Militair Aankoopbeleid (COMA) – deed onderzoek. De commissie constateerde geen structurele corruptie maar wel enkele misstanden en deed voorstellen voor de verbetering van het aanschafbeleid en de controle daarop door parlement en Algemene Rekenkamer.[9] Het meest beruchte militaire aanbestedingsschandaal uit de Nederlandse geschiedenis is de Lockheedaffaire (1976). Nadat de eerste geruchten over mogelijke omkoping van prins Bernhard vanuit Amerika waren overgewaaid, stelde het kabinet-Den Uyl (1973-1977) een commissie van drie onafhankelijke onderzoekers aan. Deze Commissie van Drie stelde vast dat prins Bernhard – naast prins-gemaal tevens actief als lobbyist en inspecteur-generaal van het leger – in ruil voor het vragen en deels ook ontvangen van geld van het Amerikaanse Lockheed de regering had gepoogd te beïnvloeden voor de aanschaf van vliegtuigen. Nadien werd ook een Commissie voor het Onderzoek naar het Aanschaffingsbeleid op het gebied van defensiemateriaal en de Controle daarop (COAC) ingesteld. Deze parlementaire onderzoekscommissie analyseerde de aanschaf van 105 Northrop F-5 gevechtsvliegtuigen in 1967.[10] Er werd wederom geen systematische corruptie geconstateerd, maar wel gebreken en integriteitsrisico’s: militairen die beslissingen namen zonder toestemming van de minister, de invloed die uitging van lobbyisten, machtige internationaal opererende defensiebedrijven en andere NAVO-regeringen, in het bijzonder de VS. Daardoor verliep het aanschafproces onverantwoord rommelig. Bovendien werd de Kamer nauwelijks geïnformeerd. Zelfs niet over het feit dat het goedgekeurde budget van fl. 605 miljoen met fl. 65 miljoen zou worden overschreden. De aanbevelingen van COMA en COAC zouden in de jaren tachtig, steeds duidelijker hun beslag krijgen. Dat gebeurde in het kielzog van de parlementaire enquête naar het faillissement van Rijn-Schelde-Verolme (RSV) in 1983/84. Die enquête ging over gebreken bij de besluitvorming omtrent de miljardensteun aan het verliesgevende RSV. Tijdens het onderzoek kwam ook mogelijke corruptie bij Marineorders naar boven, zoals bij de aanschaf van fregatten voor Indonesië en onderzeeboten voor Taiwan. De meest relevante bijvangst was de enorme kostenoverschrijding inzake de aanschaf van nieuwe onderzeeboten van de Walrusklasse voor de Nederlandse marine. Een nader onderzoek van de Rekenkamer naar de ‘Walrusaffaire’ wees op een kostenoverschrijding van honderden miljoenen.[11] Er werd lering uit getrokken: nadien werden grotere militaire aanbestedingen nauwkeuriger onder de loop genomen door de Rekenkamer en parlement. Laatstgenoemde gebruikte daarvoor een nieuwe regeling ‘Grote Projecten’ om extra controlemomenten en informatie af te dwingen, zoals gebeurde bij de aanschaf van de F-16 en de Joint-Strike Fighter (JSF).[12] Aanbestedingsprocedures werden daarna ook verder aangescherpt, ook onder druk van de EU. Maar die procedures bevatten, om het nog complexer te maken, ook weer allerlei uitzonderingen.[13] Bekijken we deze naoorlogse zaken in samenhang dan worden andere voedingsbodems voor integriteitsaffaires inzichtelijk. Ten eerste zorgde de hernieuwde grote uitgaven tijdens de Koude Oorlog als onderdeel van de NAVO-taakstelling voor risico’s. Ten tweede was daar de toenemende omvang, technische complexiteit en het grensoverschrijdende karakter van de ontwikkeling en productie van militaire producten, en hoe daarop, ten derde, in een democratie controle kon worden gehouden. Afgenomen tolerantie voor corruptie sinds Lockheed Tot slot levert een nadere blik op de Lockheedaffaire zicht op nog een andere voedingsbodem voor integriteitskwesties: de afgenomen tolerantie voor giften en commissies bij het realiseren van grote orders. Het bleek immers dat Lockheed wereldwijd ruim 200 miljoen dollar aan commissies had betaald aan functionarissen om orders binnen te halen. Weliswaar verbood bestaande wetgeving dat niet expliciet, maar de omvang en geraffineerdheid van het ‘Lockheed-model’ werd gezien als immorele vorm van omkoping, politiek destabiliserend en concurrentievervalsend. In reactie hierop werd de Foreign Corrupt Practices Act (FCPA) in 1977 afgekondigd, waarmee een verbod op omkoping van buitenlandse ambtsdragers werd ingesteld. Tevens stelde de FCPA extra eisen aan de interne en externe controle van de boekhouding om het verdoezelen van omkoping en witwassen tegen te gaan. In de jaren negentig diende de FCPA als voorbeeld voor het OESO-anticorruptieverdrag dat deelnemende landen, waaronder Nederland, verplicht om nationale anticorruptie-wetgeving aan te passen. Nadien is het aantal vervolgingen voor omkoping bij grote orders, waaronder defensieorders, toegenomen. Zo werd de bouw van marineschepen door het Nederlandse Damen voorwerp van onderzoek naar omkoping. Bovendien werden de afgelopen jaren zeer hoge boetes uitgekeerd, zo kreeg het Britse defensiebedrijf BAES-industries in 2010 een megaboete van 400 miljoen dollar voor omkoping bij de verkoop van defensiemateriaal aan Saudi-Arabië. Concluderende opmerkingen Historisch bezien zijn er verschillende oorzaken aan te wijzen die het risico op integriteitskwesties bij defensieorders vergroten. Een haastige en snelle opschaling van het militair potentieel in tijden van oorlog en de grote sommen belastinggeld die daarmee zijn gemoeid. In dergelijke tijden neemt de kans ook toe dat er geld aan tussenpersonen wordt betaald om voorrang te verkrijgen bij het binnenhalen van schaarse militaire producten of dat er te veel geld wordt betaald, met verspilling en misbruik van publieke middelen tot gevolg. Ook een innige publiek-private samenwerking uit efficiëntie-overwegingen doet de risico’s op belangenverstrengeling toenemen, evenals besloten lobbywerk en geheimhouding bij aanbestedingen, om concurrenten en de vijand zo min mogelijk informatie te verschaffen. Na de Tweede Wereldoorlog kwam daar als extra voedingsbodem nog de toegenomen complexiteit van de ontwikkeling en productie van militaire goederen bij. Daarnaast verminderde de tolerantie voor omkoping als reactie op het Lockheedschandaal in de jaren zeventig. Tegen deze achtergrond wordt de aloude inherente spanning tussen zorgvuldige, transparante en verantwoorde democratische besluitvorming en het kordate en daadkrachtig optreden dat oorlog voeren vereist, eerder groter dan kleiner. Toch is er ook ruimte voor een positieve noot. De afgelopen decennia hebben onderzoekscommissies de complexiteit van het vraagstuk inzichtelijker gemaakt, zijn er lessons learned-rapporten gepresenteerd,[14] zijn de parlementaire verantwoordingsstructuren verbeterd en is de aanbestedings- en anticorruptiewetgeving aangescherpt. Hiervan kunnen nu de vruchten geplukt worden. Ook vanuit het besef dat de oorsprong van de parlementaire democratie voor een belangrijk deel is gelegen in de wens tot betrokkenheid bij en controle op de besluiten over overheidsuitgaven, opdat ze procedureel zorgvuldig zijn en voor legitieme doeleinden worden ingezet. Dergelijke historische inzichten kunnen in het achterhoofd worden gehouden in deze tijden van hernieuwde drastische opschaling van de defensie-uitgaven en enkele maanden voor Prinsjesdag waarop de begrotingen worden gepresenteerd. Zo bezien, is de onlangs overeengekomen stijging van de uitgaven op de NAVO-top ook een gewichtig moment in de geschiedenis van de parlementaire democratie. Dit artikel verscheen eerder in De Hofvijver (uitgave van het Montesquieu Instituut) van juni 2025. Ronald Kroeze, is hoogleraar en directeur van het Centrum voor Parlementaire Geschiedenis, Radboud Universiteit. Noten: [1] https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2025/05/14/onderzoek-navo-corruptie/ [2] Frank Badua, “Laying down the law on Lockheed: how and aviation and defense fiant inspired the promulgation of the Foreign Corrupt Practices Act of 1977”, Accounting Historians Journal, 1 Juni 2015; 42 (1): 105–126. https://doi.org/10.2308/0148-4184.42.1.105 [3] https://www.sipri.org/media/press-release/2025/unprecedented-rise-global-military-expenditure-european-and-middle-east-spending-surges [4] Zie ook Kamerstukken, 2024-2025, 28676, nr. 504, 20 mei 2025: ‘Brief van minister van Defensie aan de voorzitter van de Tweede Kamer’, https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2025Z09887&did=2025D22695 [5] Ronald Kroeze, Een kwestie van politieke moraliteit. Politieke corruptieschandalen en goed bestuur in Nederland, 1848-1940 (Hilversum 2013), hoofdstuk 3. [6] Ronald Kroeze en Annika Klein, ‘Governing the first world war in Germany and the Netherlands, Journal of Modern European History, 2013. [7] Peters, Dirk, and Wolfgang Wagner. 2011, “Between military efficiency and democratic legitimacy: Mapping parliamentary war powers in contemporary democracies, 1989–2004” Parliamentary Affairs 64 (1): 175-192. https://doi.org/10.1093/pa/gsq041. [8] Carla van Baalen en Jan Ramakers (red.), Het kabinet-Drees III. Barsten in de brede basis (Den Haag 2001), 206-215; Bert van den Braak, ‘Omstreden defensie-uitgaven?’, 20 juni 2025, column parlement.com https://www.parlement.com/id/vmo7eejb6hpb/column/onomstreden_defensie_uitgaven [9] Kamerstukken II, 1959-1960, 6450, nr. 3, pp 1-45. ‘Verslag van de van de Commissie Onderzoek Militair Aankoopbeleid (COMA)’. [10] Kamerstukken II 1976-77, 14511 nr. 2, pp. 1-43. ‘Verslagen van de bijzondere commissie voor het onderzoek naar het aanschaffingsbeleid op het gebied van defensiemateriaal en de controle daarop (COAC)’. [11] Ronald Kroeze, De herontdekking van de parlementaire enquête. Het RSV-schandaal en de transformatie van de democratie (Amsterdam 2025). [12] Kamerstukken II, 2018-2019, 26 488, nr. 447: Rekenkamer-rapport Lessen van de JSF. Grip krijgen op grote projecten voor aanschaf Defensiematerieel, 6 maart 2019. [13] ‘Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied’, https://wetten.overheid.nl/BWBR0032898/2019-04-18 [14] Zoals de Rekenkamer-rapporten naar de aanschaf van de F-16 en JSF, zie noot 12.

Quote du Jour | ‘Het probleem is dat racisten macht krijgen’

De Britten zijn in de ban van het oplaaiend racistisch geweld in Noord-Ierland.

In The Guardian staat vandaag een achtergrondartikel onder de titel: ‘Riots and racism: why is the UK burning?

John Drury, hoogleraar sociale psychologie aan de Universiteit van Sussex, was mede-auteur van een analyse van de rellen in 2024 die volgden op de moord op drie meisjes in Southport, Merseyside, door een dader die direct na de moord ten onrechte werd voorgesteld als asielzoeker. “Dit zijn collectieve racistische aanvallen,” zei Drury over de gebeurtenissen in Belfast en Southampton. “Wit slachtofferschap is een enorm krachtige mobiliserende factor. Het is een empirische vraag hoeveel van die deelnemers werkelijk geloven in dit witte slachtofferschap. Sommigen gebruiken het als excuus, maar sommigen geloven oprecht dat het deel uitmaakt van hun ideologie. Dat noemen we modern racisme.” Drury zei dat er de afgelopen jaren sprake is geweest van een normalisering van giftige anti-immigrantenretoriek, versneld door mensen online die aanvankelijk anoniem hun ideeën konden verspreiden, maar zich nu gesterkt voelen, niet alleen door stemmen aan de periferie, maar ook door de gevestigde media en politici. “Als je kijkt naar wat er met Brexit is gebeurd, dan zie je dat er een bekende betekenis aan de Brexit-stemming werd gekoppeld: het was een xenofoob referendum,” zei Drury. “We zagen direct daarna een piek in haatmisdrijven op basis van ras en etniciteit, omdat mensen het gevoel hadden dat ze niet alleen waren – ‘Veel mensen in het land denken zoals ik’ – en dat is precies wat deze mensen nu denken. Dus ja, we hebben een probleem met racisme, maar het is meer dan dat. Het is het probleem dat racisten macht krijgen.”

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Foto: Edu Raw on Pexels

Elon Musk: De biljonair, democratie en de armste vier miljard

Elon Musk is na de beursgang van SpaceX waarschijnlijk de eerste biljonair ter wereld geworden. Zijn vermogen zou door de notering boven de 1,1 biljoen dollar uitkomen, vooral door zijn belang in SpaceX. Het bedrijf haalde bij de beursgang 75 miljard dollar op en wordt nu gewaardeerd rond de 1,77 biljoen dollar. Ja, biljoen. Duizend miljard. Een miljoen miljoen. De Washington Post omschreef Musks nieuwe status terecht als rijkdom “op papier”, want het grootste deel van dat vermogen bestaat uit aandelenwaarde, verwachtingen en marktprijs.

De meest kaakzakkende vergelijking komt van Oxfam. In 2024 had de armste 46 procent van de wereldbevolking, 3,8 miljard mensen, samen een nettovermogen van 890 miljard dollar, omgerekend naar prijzen van januari 2026. Bij een vermogen van 1 biljoen dollar bezit Musk dus meer dan bijna de helft van de mensheid samen. Eén man boven bijna vier miljard mensen. Eén beursnotering boven het gezamenlijke bezit van complete continenten aan armen, schuldenaren, huurders, flexwerkers, landlozen en mensen die vooral worden meegeteld wanneer economen een grafiek over armoede nodig hebben.

De beursgang van SpaceX gaat daarmee minder over ruimtevaart dan over een economie waarin fictieve waardering echte macht produceert. Musks biljoen ligt nergens in een kluis. Het is geen stapel geld die hij morgen zonder gevolgen kan opnemen. Het bestaat grotendeels uit aandelen die alleen deze waarde houden zolang beleggers, banken, analisten, indexfondsen en markten blijven geloven dat SpaceX later nog meer waard wordt. De armste 3,8 miljard mensen leven met materiële tekorten.

Foto: Jannik on Unsplash

Het WK hoeft van de FIFA helemaal niet uitverkocht te zijn

Bij berichten over mogelijke lege stoelen tijdens het WK gaat de discussie meestal over de hoogte van de ticketprijzen. Die prijzen zijn hoog, en volgens de FIFA wordt de organisatie daartoe gedwongen. Dat weten we inmiddels wel. Interessanter is een andere vraag: wat als volle stadions simpelweg geen prioriteit zijn?

Dat klinkt misschien vreemd voor een sportorganisatie. Je zou verwachten dat het grootste voetbaltoernooi ter wereld er alles aan doet om iedere beschikbare stoel te vullen. Volle tribunes zorgen voor sfeer, betere televisiebeelden en een overtuigend bewijs dat het WK leeft onder supporters. Toch is dat alleen logisch als het doel daadwerkelijk een vol stadion is, en voor de FIFA hoeft dat niet zo te zijn.

Een organisatie die vooral naar inkomsten kijkt, hoeft niet iedere stoel te verkopen. Sterker nog, het kan financieel aantrekkelijker zijn om minder kaartjes te verkopen tegen hogere prijzen dan een stadion tegen lagere tarieven vol te krijgen. In dat model vormen lege stoelen geen probleem. Ze zijn een geaccepteerd neveneffect van een strategie die op maximale opbrengst is gericht.

Dat maakt de berichtgeving over onverkochte kaarten en woekerprijzen ook minder verrassend. Het grootste voetbaltoernooi ter wereld kampt niet met een tekort aan belangstelling. Het kampt met een tekort aan mensen die bereid of in staat zijn de gevraagde prijs te betalen. Dat zijn twee heel verschillende dingen.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Palestijns land geveild in Londen?

In Londen moet zondag het ‘Grote Israëlische Vastgoedevenement‘ plaatsvinden. Volgens het promotiemateriaal zullen er adviseurs aanwezig zijn die advies geven over de aankoop van onroerend goed, woningen aanprijzen als “uw droomhuis” en ondersteuning bieden bij “belangrijke levensplanning in Israël”.

De Britse regering staat onder toenemende druk om het ​​evenement te verbieden dat reclame maakt voor de verkoop van illegaal bezet Palestijns land op de Westelijke Jordaanoever. 

Dinsdag riepen parlementsleden de Britse minister van Buitenlandse Zaken, Yvette Cooper, op om het evenement te verbieden, nadat ze net sancties had aangekondigd tegen bedrijven en individuen die Israëlisch kolonistengeweld mogelijk maken. Het Liberaal-Democratische parlementslid Calum Miller merkte op dat de panden in Gush Etzion te koop werden aangeboden. “Dit is Palestijns land dat op straat in onze hoofdstad wordt geadverteerd, verhandeld en verkocht”, zei hij. 

Foto: Ahmed Almakhzanji on Unsplash

Activisten Gaza hulpkonvooi in Libië in hongerstaking

In een gevangenis voor migranten in Benghazi (Libië) zijn tien leden van de Global Sumud Land Convoy in hongerstaking gegaan. Ze zijn een paar weken geleden gekidnapt door een gewapende bende die hen heeft overgeleverd aan de Libyan Arab Armed Forces (LAAF). Ze waren namens de tweehonderd deelnemers aan de hulpactie over land voor Gaza op weg naar Sirte om te onderhandelen over de doortocht van groep. Het konvooi was vast komen te zitten doordat Libische milities weigerden hen doorgang te verlenen bij een controlepost nabij Sirte, toen ze probeerden verder oostwaarts richting Egypte te reizen. Inmiddels heeft de rest van de groep de missie opgegeven en zijn de deelnemers weer thuis. In 13 landen zijn activisten nu in hongerstaking gegaan uit solidariteit met de ‘Sirte 10’. 

Amnesty International heeft de onmiddellijke vrijlating van de gevangengenomen activisten geëist. Volgens de in Benghazi gevestigde “Libische regering”, die gelieerd is aan de LAAF had het konvooi niet de vereiste juridische procedures gevolgd en miste het de benodigde vergunningen voor toegang tot en verplaatsing binnen het land. Een lid van het juridische team van Global Sumud Flotilla vertelde Amnesty International dat de groep maandenlang had samengewerkt met de relevante autoriteiten en garanties had verkregen voor een veilige doorgang van het konvooi. De tien onderhandelaars werden op 2 juni voorgeleid aan de procureur-generaal in de Libische stad Benghazi, nadat ze meer dan zeven dagen geen rechter of aanklager hadden gezien. Ze werden beschuldigd van “assembly without authorization”. Hun detentie werd met nog eens tien dagen verlengd. Global Sumud meldt dat de vrijwilligers geen juridische bijstand hebben gekregen, dat de communicatie met hen werd verbroken en dat ze onder psychologische druk zijn gezet. Sommigen werden zelfs gedwongen verklaringen in het Arabisch te ondertekenen zonder dat deze werden vertaald. 

Foto: "Greenwash Guerillas _G106048" by fotdmike is licensed under CC BY-NC-ND 2.0

Greenwashing, een rekentruc en nepwetenschap van Big Agro

LONGREAD - door Hans Custers – Ik hoef onze lezers niet te vertellen dat het verbranden van fossiele brandstoffen weliswaar de belangrijkste oorzaak is van antropogene klimaatverandering, maar niet de enige. De landbouw levert ook een aanzienlijke bijdrage, onder meer door ontbossing en de uitstoot van broeikasgassen als methaan en lachgas. De problematiek zit voor een groot deel aan het begin van de productieketen, bij individuele boerenbedrijven. Voor veel van die bedrijven is het ondoenlijk om op eigen kracht een omslag te maken, onder meer omdat ze onder druk staan om zoveel mogelijk te produceren tegen zo laag mogelijke kosten. De marges zijn vaak klein, en dus kunnen boeren zich ook niet veel risico’s permitteren, zoals experimenteren met andere technieken. Laat staan dat ze stevig kunnen investeren in onderzoek en ontwikkeling.

Boerende koe

Een boerende koe. Tekening: Marije Mooren.

Claims van agrireuzen

Verderop in de productieketen zitten grote bedrijven die veel meer mogelijkheden hebben. Ze zouden de boeren, waar ze immers van afhankelijk zijn, kunnen ondersteunen bij de verduurzaming, die zo hard nodig is. Veel grote vlees- en zuivelbedrijven wekken ook graag de indruk dat ze dat doen. Daarbij overdrijven ze regelmatig flink, blijkt uit een recent gepubliceerd onderzoek. De onderzoekers keken naar de duurzaamheidsclaims die de 35 grootste bedrijven ter wereld in die sector deden in de periode 2021-2024. Een bedrijf viel af omdat het helemaal geen claims deed en een ander omdat het alleen publicaties in de Chinese taal had uitgebracht.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Closing Time | Crionics

Ah! Een black metal-band die een obscuur nummer van Slayer covert! Wat wil een mens nog meer? Abigor waagt zich hier aan Crionics, van het Slayer-debuut Show No Mercy. Cultuur met een hoofdletter C (jammer dat we die categorie niet hebben).

Foto: Diloba, CC BY-SA 4.0 , via Wikimedia Commons Pro Choice demonstration Den Haag 15 november 2025 02

Vrouwen zijn nog steeds geen baas in eigen baarmoeder

Ruim vijftig jaar geleden eisten de Dolle Mina’s met de iconische leus ‘Baas in eigen buik’ het recht op abortus op. Na een felle politieke strijd werd abortus uiteindelijk gelegaliseerd, maar het staat ook in het Wetboek van Strafrecht. Hoe kan dat en hoe beïnvloedt dat het zelfbeschikkingsrecht?

“Het is een draak van een wet”

Laten we beginnen met de feiten: abortus staat in Nederland nog steeds in het Wetboek van Strafrecht. Juridisch gezien is het strafbaar, tenzij artsen voldoen aan de voorwaarden van de Wet afbreking zwangerschap. Van een expliciet ‘recht op’ is dus geen sprake.

Rechtswetenschapper Fleur van Leeuwen noemt het een draak van een wet, die illustreert hoe we in dit land abortus benaderen. “We hebben in Nederland een liberale abortuspraktijk, maar dat hebben we dankzij artsen die bereid zijn die zorg te verlenen, niet omdat er een recht op abortus bestaat,” stelt ze. Wie een zwangerschap wil afbreken, moet dus eigenlijk de juiste zorgverlener treffen of daar actief naar op zoek gaan. Er zijn vrouwen die onbedoeld zwanger raken en naar een huisarts gaan, die vervolgens weigert. Dat betekent dat je naar een kliniek moet of naar een online portaal voor medicatie.

Daarnaast legt de wet volgens Van Leeuwen opvallend veel nadruk op controle. Een arts moet beoordelen of iemand de keuze voor een abortus weloverwogen maakt. “Er zit ook een zeker paternalisme in om na te gaan: laten we eens even checken of jij wel zeker weet wat je doet,” stelt ze. Daarmee suggereert de wet impliciet dat mensen niet volledig over hun reproductieve leven kunnen beslissen.

Closing Time | Spheres

De laatste tijd heb ik enkele vage experimentele death space opera metal met jullie gedeeld. Best vet. Echter: vroeger (zeg, halverwege de jaren 90) werd er ook muziek gemaakt die met enige fantasie in dit genre ligt – al waren de nummers beduidend minder lang.

Enter Spheres, van Pestilence. De voorganger van dat album, Testimony of the Ancients, is een absoluut hoogtepunt in de geschiedenis van de death metal. Net een tikje experimenteel en daarom opvallend, ongelooflijk hoog muzikaal vakmanschap, artwork en teksten die perfect aansloten bij de sfeer die de muziek, uitstekende song writing. Maar dan Spheres: dat tikje experimentele werd zéér experimenteel, het werk werd niet begrepen door het grootste deel van de toenmalige death metal scene, en na het album hing Pestilence de gitaren voor een heel aantal jaar aan de wilgen.

Quote du Jour | Natuursloop

QUOTE - De natuur in Nederlandse zoetwatergebieden laat na decennia van herstel opnieuw een zorgelijke achteruitgang zien. Dat concludeert het Wereld Natuur Fonds Nederland dinsdagochtend. Waar deze gebieden jarenlang als lichtpuntje in de Nederlandse natuur golden, lijkt de positieve ontwikkeling van de laatste jaren te zijn omgeslagen.

He, omgeslagen. Verdorie. En  het ging al zo slecht.

… Vanaf 2010 was er nog maar mondjesmaat sprake van verbetering en inmiddels is er in sommige gebieden zelfs weer een daling zichtbaar.

Closing Time | R.I.P. Anthony Head

Er gaan opeens wel erg veel hele grote, de afgelopen weken. Gister was er hier terecht aandacht voor de dichter Lieke Marsman. Op 1 juni jongstleden verwisselde de illustrator/kunstenaar John Blanche het tijdelijke voor het eeuwige – hij had met zijn werk een ongelooflijke impact op de manier waarop fantasy en science fiction verbeeld worden, tot op de dag van vandaag. De beste man verdient eigenlijk een eigen KoZ, maar aangezien ik vermoed dat er allemaal copyright zit op zijn bekendste werken zou ik zeggen klik vooral hier.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Volgende