Graven in het culturele archief

400 jaar kolonialisme heeft sporen nagelaten in onze huidige samenleving. Toch blijven veel Nederlanders ontkennen. Hoe komen we verder? In de lezingenserie ‘Duister verleden’ een bijdrage van cultureel antropoloog prof. dr. Gloria Wekker.

Een zwarte mannelijke universiteitshoogleraar verzorgt met zijn witte mannelijke assistent onderzoeker in opleiding een cursus. In het evaluatieverslag worden de rollen omgedraaid: veel studenten nemen aan dat de witte wetenschapper de universiteitshoogleraar is. Het is een van de voorbeelden die volgens cultureel antropoloog prof. dr. Gloria Wekker (UU) laat zien dat ras nog steeds een belangrijke basis van ongelijkheid is. De oorzaken daarvan moeten we zoeken in 400 jaar imperialisme en kolonialisme.

Cultureel archief

“Ras bestaat niet, maar racisme wel.” Het is de wrange erfenis van ons koloniaal verleden. Een raciale fictie, in het leven geroepen om een Westers imperialistisch systeem van ongelijkheid te legitimeren dat 400 jaar lang bestond. Maar wie tegenwoordig naar de Nederlandse samenleving kijkt, moet toegeven dat racisme nog steeds aan de orde van de dag is. Hoewel het kolonialisme formeel voorbij is, leeft de onderliggende logica dus nog steeds voort. Hoe kan dit? Volgens Gloria Wekker heeft Nederland in al die jaren een cultureel archief opgebouwd: een verzameling historisch bepaalde ideeën, houdingen en gevoelens tegenover mensen van kleur. Geen fysiek archief dus, maar een die tussen onze oren zit, en waar we nog steeds uit putten als we het over etnische minderheden hebben.

Toch wordt er vaak gedacht dat racisme in Nederland nauwelijks voorkomt. Veel Nederlanders zien het als een buitenlandse aangelegenheid, een probleem dat uit Amerika is komen overwaaien. Die ontkenning is typisch voor hoe Nederland met het culturele archief omgaat. Het is een mythe die Wekker witte onschuld noemt, in stand gehouden door de trotse verhalen die we van jongs af aan horen, op school en in de politiek. Wekker: “We zijn een klein landje. Gastvrij tegenover minderheden, tolerant tegenover de LGBTQ-gemeenschap en blind voor kleuren – wij doen niet aan ras.” Dat dit beeld niet helemaal strookt met de historische realiteit gaat er bij veel witte Nederlanders niet in.

In de vaak verhitte reacties in het Zwarte Pietendebat zie je volgens Wekker een interessante paradox: aan de ene kant houden mensen het positieve zelfbeeld van een tolerant en niet-racistisch land in stand, terwijl ze aan de andere kant ras of etniciteit niet erkennen als samenlevingsvormend element. Oftewel: ras doet er niet toe, totdat berichten over racisme het Nederlandse zelfbeeld aantasten. Die witte onschuld weerhoudt ons ervan om ons kritisch op te stellen naar het verleden én het verleden.

Voorbij de witte onschuld

Hoe nu verder? Wekker stipt drie punten aan die aandacht verdienen. Allereerst moet er in de dagelijkse omgang niet worden weggekeken van alledaags racisme. Wees niet onverschillig en durf in te grijpen, want “silence helps the tormenter, not the tormented.” Daarnaast moeten we zoeken naar manieren om het koloniale verleden onderdeel te maken van ons collectieve bewustzijn, bijvoorbeeld door actief te herdenken. Hiermee geef je niet alleen minderheden een stem, de sporen die kolonialisme heeft achtergelaten in onze maatschappij worden zo beter zichtbaar. Wekker benadrukt dat het daarbij niet gaat om het aanwakkeren van een schuldgevoel.

Er ligt volgens Wekker ook een opdracht voor het onderwijs. Tijdens de vorige lezing in deze serie benadrukte historicus Remco Raben al het belang van wereldgeschiedenis (blog) in het curriculum, met meer aandacht voor het perspectief van (voormalige) koloniën. Het curriculum moet in alle lagen en fases van het onderwijs meer divers. Raben en Wekker vinden elkaar in een roep om een gemeenschappelijk taal waarmee we het koloniale verleden en haar doorwerking bespreekbaar kunnen maken. Een soort grammatica die zich losweekt van het huidige cultureel archief: waar zichtbaarheid, engagement en acceptatie tot gelijkwaardigheid leiden.

Dit artikel van Amber Striekwold verscheen eerder op Studium Generale Utrecht.

  1. 1

    Je eigen POV boven dat van een ander stellen is precies wat Gloria Wekker ook doet. Wekker komt altijd maar aan met anekdotes (voor mij geen volledig bewijs) of haar interpretatie van een gebeurtenis maar lijkt blind voor het feit dat we als collectief betekenis geven aan een gebeurtenis die op vele manieren in conflict staat met zichzelf. Als sociaal wetenschapper zou je toch moeten weten dat een groep zichzelf niet als racistisch hoeft te ervaren wanneer zij Zwarte Piet viert, ook al staat dat regelrecht tegenover haar eigen sociale constructie van de werkelijkheid in.

    Systemen kan je alleen veranderen door het met elkaar eens te zijn wat de regels zouden moeten zijn. En dat ga je niet redden op die beschuldigende tour en het verzonnen van constructies als ‘white privilege’ of door mensen te veroordelen tot de categorie ‘witte man’.

  2. 3

    Het is gewoon evangelisatie: alle sociale wetenschappen zijn religie in zekere zin. Niks anders dan bijvoorbeeld pinkstergemeenschappen. Komt ook uit Amerika, is ook ‘gek, anders’. Lost ook een probleem op waarvan je niet wist dat je het had. Het is een manier om ‘hip’ te doen, op een convoluted manier. Draagt, op zich, wel bij iets aan de maatschappelijke status quo (als in: het zorgt ervoor dat bepaalde mensen zich gedragen). Maar het is niet, zeker niet, ‘nuttig’: de voorspellende waarde ervan is nul.

    Een mooie die ik vandaag las op The Guardian: Political correctness is no different to religion as it is technically impossible to stick to all the rules.

    Waar al deze mensen (politiek correcten, sociale wetenschappers, religieuzen) het grootste probleem mee hebben: mensen die zich niet aan hun set van regels onderwerpen, maar die zich toch gewoon redelijk keurig gedragen. Dat bestaat eigenlijk niet, in hun wereld.