Goed volk | Een middeleeuwse wereldkroniek

COLUMN - In de Romeinse tijd en gedurende Middeleeuwen werden gebeurtenissen en historische feiten chronologisch genoteerd in zogenaamde annalen, de libri annales. Deze jaarboeken waren thematisch van opzet. Ze behandelden bijvoorbeeld ontstaansgeschiedenissen van Rome en andere Italiaanse steden, of later de stichtingsgeschiedenissen van kloosters. Naast deze specifieke thema’s werden gebeurtenissen als natuurrampen en oorlogen beschreven. Vanaf de achtste eeuw n.Chr. werd de inhoud uitgebreider en ontwikkelden de annalen zich tot kronieken.

Wereldkronieken

Vanaf de Late Middeleeuwen en met name na de uitvinding van de boekdrukkunst ontwikkelde zich een specifiek soort kroniek: de wereldkroniek. Deze heeft twee hoofdeigenschappen: ze bevatten stukken geschiedschrijving die uit de hele (toenmalig bekende) wereld afkomstig zijn en soms zelfs een poging tot een integrale geschiedschrijving, en ze laten de geschiedenis beginnen bij Adam en Eva of soms de geboorte van Jezus Christus. Na de eerste helft, in wezen een parafrase van de Bijbel, gaat het verder met de geschiedenis van Byzantium, de opvolger van het oorspronkelijke Romeinse Rijk.

De wereldkronieken werden in de regel geschreven in opdracht, waardoor de inhoud niet bepaald objectief en genuanceerd is: vaak diende de opdrachtgever goed uit de verf te laten komen. Ook werden ze in de regel in het Latijn geschreven, maar ze werden al snel vertaald, soms door dezelfde schrijver, en uitgegeven als incunabel (wiegendruk), met wel of niet met de hand ingekleurde illustraties.

Neurenbergse Wereldkroniek: een deel van de bijbelse geschiedenis

Neurenbergse Wereldkroniek: een deel van de bijbelse geschiedenis

Een van de oudste voorbeelden uit de Lage Landen is de veertiende-eeuwse wereldkroniek van heraut (een soort ceremoniemeester voor ridderplechtigheden en toernooien) Beier. Een andere, nog onlangs als bloemlezing heruitgegeven, wereldkroniek is de Florarium temporum (“het vloemhof der tijden”), geschreven tussen 1464 en 1472 door Nicolaus Heydelbergensis alias Nicolaas Clopper jr., een monnik uit het Augustijner klooster Mariënhage bij Eindhoven.

Ook in het Duitse taalgebied floreerde de Weltchronik. Een van de oudste exemplaren is de Chronicon, de wereldkroniek van Regino van Prüm, geschreven in Trier in 907. Regino laat zijn wereldkroniek niet beginnen bij Adam en Eva maar bij de geboorte van Christus. Tot 814 maakte hij gebruik van oudere kroniekschrijvers zoals Beda Venerabilis en Paulus Diaconus. Tussen 814 en 870 steunt hij op een onzekere overlevering. Vanaf dan maakt hij gebruik van zijn eigen waarneming. Na 906 werd het Chronicon tot 967 voortgezet door Adalbert van Maagdenburg.

Neurenbergse Wereldkroniek: de Joodse heldin Judith met het hoofd van Holofernes

Neurenbergse Wereldkroniek: de Joodse heldin Judith met het hoofd van Holofernes

De Neurenbergse Wereldkroniek

De meest verspreide wereldkroniek is het Liber Chronicarum van Hartmann Schedel uit 1493, ofwel de Neurenbergse Wereldkroniek. De auteur zelf noemde zijn boek overigens Opus de historiis etatum mundi. Het werd gedrukt in het Latijn en het Duits, in een oplage van naar schatting 1400-1500 (Latijn) en 700-1000 (Duits) exemplaren. Daarvan zijn er momenteel nog 1287 (Latijn) en 343 (Duits) exemplaren over. Het is dus zeker niet zeldzaam en originele drukken duiken dan ook regelmatig op veilingen op waarvoor er al snel tussen de 50.000 en 100.00 euro voor moet worden betaald.

Het boek telt afhankelijk van de uitgave rond de 350 pagina’s (er bestaat ook een roofdruk) en is bijzonder ruim geïllustreerd. Het werd gefinancierd door de Neurenbergse zakenlieden Sebald Schreyer (1446-1520) en zijn schoonzoon Sebastian Kammermeister (1446-1503). Financieel werd het boek overigens geen succes.

De schrijver van de kroniek, Hartmann Schedel (1440-1514), was een inwoner van Neurenberg. Hij studeerde in Leipzig van 1456 tot 1462 en behaalde daar de graad van Magister Artium (“Master of Arts”). Vervolgens trok hij naar het Italiaanse Padua waar hij in 1466 afstudeerde in medicijnen en vervolgens terugkeerde naar Neurenberg om daar als stadsarts werkzaam te zijn.

Zijn grote passie was echter boeken. Zijn privébibliotheek, die voor het grootste deel nog intact is, telde 370 manuscripten en 670 gedrukte boeken, een enorm aantal voor de tijd. Deze bibliotheek vormde de basis voor zijn Liber Chronicarum. Hij baseerde zich onder meer op Jacobus Philippus Foresti da Bergamo (1434-1520), wiens Supplementum Chronicarum, uitgegeven in Venetië in 1483, bijna woord voor woord werd overgeschreven, hetgeen in die tijd normaal was. Nadrukkelijk moet vermeld worden dat het boek het meest bekend is om zijn ruim 1800 illustraties dan om zijn woordelijke inhoud.

Het boek werd gedrukt door Anton Koberger (1440-1513) te Neurenberg, een van de belangrijkste drukkers van het toenmalige Duitsland. Voor de talrijke illustraties waren Michael Wohlgemut (1434-1519) en Wilhelm Pleydenwurff (c. 1450-1494) verantwoordelijk. Albrecht Dürer (1471-1528) was van 1486-1489 een leerling van Wohlgemut en het is dus niet onmogelijk dat Dürer in diverse illustraties in de Neurenbergse Wereldkroniek de hand heeft gehad, hoewel dit door bepaalde wetenschappers wordt ontkend.

Inhoud

De wereldgeschiedenis is in de Neurenbergse Wereldkroniek verdeeld over acht tijdperken, te beginnen bij de schepping zoals beschreven in Genesis. Het vijfde tijdperk eindigt bij de geboorte van Jezus Christus. Het zesde tijdperk beschrijft de tijd van Jezus’ rondwandeling op aarde tot de tijd van Schedel zelf en stopt dus rond 1490. Hierna wordt de draad van de Bijbel weer opgepakt en gaat het zevende tijdperk over de Antichrist, terwijl het achtste en ultieme tijdperk aanvangt met de Dag des oordeels. Hierna volgt nog een addendum met de beschrijving van een aantal steden en landen.

Deze indeling volgt de periodisering van de wereldgeschiedenis in aetates mundi (leeftijden van de wereld) van Augustinus. Deze verdeelt het tijdsverloop sinds de schepping in zes perioden naar analogie met de schepping die plaatsvond in zes dagen vooraleer God ging rusten. Deze wereldleeftijden werden een gemeenplaats in het historische werk in de Middeleeuwen; annalen, kronieken en andere geschiedschrijvingen maken frequent gebruik van deze tijdsindeling. De Rijmbijbel van Jacob van Maerlant em de Historia Scholastica van Petrus Comestor zijn die op dezelfde wijze gestructureerd.

Neurenbergse Wereldkroniek: Bamberg

Neurenbergse Wereldkroniek: Bamberg

Illustraties

Zoals gezegd ligt de grootste waarde van het boek in de illustraties. Hierbij moeten wel een paar kanttekeningen worden gemaakt.

De houtsneden tonen taferelen uit het Oude en Nieuwe Testament, illustraties van antieke en middeleeuwse historische gebeurtenissen en een reeks stadsgezichten van onder meer Augsburg, Bamberg, Basel, Buda(pest), Constantinopel, Florence, Jeruzalem, Keulen, Maagdenburg, Napels, Neurenberg (over twee pagina’s), Rome, Ulm en Wenen en van niet meer bestaande steden zoals Troje en Carthago. Het boek bevat ook een dubbelblad kaart van Europa en een grote wereldkaart naar Ptolemaeus waarop Scandinavië, Oost-Azië en zuidelijk Afrika ontbreken.

Neurenbergse Wereldkroniek: de wereldkaart van Ptolemaeus

Neurenbergse Wereldkroniek: de wereldkaart van Ptolemaeus

Van de 1809 illustraties uit de oorspronkelijke druk zijn om geld te besparen slechts 645 houtsneden gebruikt. Zo kon dezelfde afbeelding op wel elf verschillende plaatsen gebruikt worden, hetgeen vooral met de portretten van keizers, koningen en pausen is gebeurd.

Het meest betrouwbaar zijn nog de stadsgezichten, want die waren voor de tijdgenoten (enigszins) verifieerbaar. Het valt op dat de getrouwheid van de stadsgezichten omgekeerd evenredig is met de afstand tot Neurenberg. Alle afbeeldingen van Beierse steden zijn duidelijk naar de werkelijkheid vervaardigd. Op het stadsgezicht van Florence zijn de Ponte Vecchio en het Palazzo Vecchio te herkennen en op die van Venetië, gebaseerd op een houtsnede van Erhard Reuwich uit 1486, is duidelijk de San Marco te ontwaren. Landschappelijke voorstellingen in de Latijnse uitgave van Frankenland, Beieren, Polen en Turkije laten ons daarentegen steeds hetzelfde landschap zien.

  1. 1

    Aan het eind van de 15e eeuw kwam de discussie over de oude zonde + onzedelijkheid en nieuwe + betere wegen in te slaan op een hoogtepunt. Het werk van o.a. Dürer, Grien, Giorgione en Titiaan getuigt daarvan.

    Ik ben daarom zeer benieuwd naar “steeds hetzelfde landschap”. Dat kon wel eens steeds dezelfde boodschap bevatten.