1. 1

    Tengevolge van onze mogelijkheid om de taal te manipuleren, kunnen wij ook de wijze waarop het verschijnende aan ons zal gaan verschijnen, op grondige wijze beïnvloeden. Om een voorbeeld te noemen: door een wetenschappelijke taal te hanteren, constitueren wij de werkelijkheid tot wetenschappelijk denkveld. De verschijnende werkelijkheid valt niet samen met het denkveld van bijv. de natuurwetenschappen. Wij constitueren de werkelijkheid tot wetenschappelijk denkveld. Wij kunnen datgene wat wij in beschouwing wensen te nemen, afbakenen van datgene wat wij buiten beschouwing wensen te laten. Het woord is een machtig middel tot zelfbeperking die tot betere beheersing voert. Ook wanneer wij de werkelijkheid zien, betasten, proeven is er sprake van een beperking, maar deze beperking hebben wij niet zelf in handen. Vandaar mogen wij daar het woord ‘zelfbeperking’ niet gebruiken. Van de mogelijkheid tot zelfbeperking die ons dank zij de taal gegeven is of liever, die wij onszelf geven door taal te ontwerpen, leven de wetenschappen. Overigens wordt deze zelfbeperking niet uitsluitend in de wetenschappen aangetroffen. Ook de humorist en de satiricus beperken zichzelf door middel van het woord.

    R.C. Kwant, Mens en expressie, 1968

    (lees verder op http://www.humblisme.nl)

  2. 4

    Ik moet inderdaad zeggen dat de jaren 60 qua filosofie zo’n beetje voor het denken van de 20e eeuw was, wat Plato voor het denken van de Grieken was: goedbedoeld destructief. Nee, qua denken kun je de stekker er na WW2 wel uit trekken, hoewel er nog wat literaire stuiptrekken waar te nemen zijn, van een snel verouderende generatie. De beatniks draaiden vervolgens ook de literatuur de het ganzennekje om.

  3. 5

    @Caprio: Ik begrijp uit uw comments dat u niet in de ogen van Mara gekeken heeft en niet tot een verouderde generatie behoort. Kost dat wat of heeft u een bezoek aan het Wistar-Institute gebracht ;-?

  4. 6

    Het existentialisme van de jaren 60 met al zijn betweterigheid en zelfingenomenheid voelt goed, maar smaakt bitter.

    Op zich heb ik niets tegen institutionalisering van de waarheid, zeker niet als het wetenschap betreft, welke gebaat is bij methodologische en objectieve (aka bureaucratische) benadering, maar kennis en jeugd zijn ondeugden inderdaad, dat wordt door wetenschappers nog wel eens vergeten. Kennis is des duivels, zij is misleidend.

    Neem nu Marco van Basten. Die weet zoveel van voetbal, dat hij zijn oordeel tot materialistisch feit heeft gebombardeerd. Zo heeft hij persoonlijk iets tegen Marc Van Bommel, maar bezweert hij die vete met het de vervaagde constatering dat hij ‘zijn taken niet naar behoren uitvoert.’ Ja, hallo, inderdaad Meneer Louis van Gaal Junior creativiteit laat zich niet leiden, tenzij je haar ruggegraat knakt. Weg met van Basten en zijn onderdrukt homofiele verliefdheid op alles dat naar Ajax riekt. Ontken die leugens maar eens.