Democratie is altijd ‘werk in uitvoering’

RECENSIE - Is er sprake van een crisis in de democratie?

Of je deze vraag nu positief of negatief beantwoordt, het boek dat Jan de Kievid over deze materie schreef kan ik van harte aanbevelen. Democratie; ideaal en weerbarstige werkelijkheid is oorspronkelijk een studieboek dat de Kievid schreef als docent aan de opleiding voor leraren Maatschappijleer. De geheel herziene en (tot de zomer van 2019!) geactualiseerde versie van het boek is een must voor iedereen die wat te zeggen wil hebben over politiek en bestuur. Om meerdere redenen. Het boek begint met een begripsmatig deel waarin visies, dilemma’s en theorieën die in de loop van de tijd opgang hebben gedaan worden behandeld. Dan volgt een deel over de geschiedenis en de actualiteit van de democratie in Nederland, in andere westerse landen, Oost-Europa en de rest van de wereld, met een apart hoofdstuk over India. Tenslotte zijn nog twee delen van dit breed opgezette en ambitieuze overzichtswerk gewijd aan problemen, dilemma’s en bedreigingen van de democratie.

Het grote aandeel van de geschiedenis in dit boek biedt een realistisch en relativerend beeld van de pogingen die overal ter wereld worden gedaan om het bestuur van een land te democratiseren. De talloze voorbeelden uit de contemporaine geschiedenis laten zien dat democratie mensenwerk is, onderhevig aan oneindig veel verschillende omstandigheden, een grillige en weerbarstige praktijk waar idealen moeilijk vat op kunnen krijgen. Het boek is rijk aan feiten over politieke ontwikkelingen in de afgelopen decennia uit alle delen van de wereld. Dat levert niet alleen een update op van je kennis van de politieke geschiedenis maar ook, door de vergelijking met andere landen, een nuttige relativering van de situatie in eigen land.

En het biedt tegelijkertijd heel veel stof voor discussie.

De factor welvaart

De politicoloog Dahl schreef al in 1956 dat sociale voorwaarden voor een democratie een veel groter gewicht in de schaal leggen dan procedures en regelgeving. De Kievid noemt er een tiental, waaronder: de sociaal-conomische ontwikkeling en markteconomie, niet te grote sociale ongelijkheid, een democratische politieke cultuur, een civil society en internationaal gunstige omstandigheden. De sociaal-economische ontwikkeling is vaak genoemd als voorwaarde: democratie komt met een grotere welvaart. De Kievid laat in het tweede deel van zijn boek aan de hand van verschillende voorbeelden zien dat deze theorie niet opgaat. In China en Arabische oliestaten is de democratie nog steeds ver weg, in sommige Afrikaanse landen is democratisering niet belemmerd door economische achteruitgang, integendeel. Anderzijds blijkt dat mensen als er gekozen moet worden voor welvaartsgroei òf democratie, toch vaak de voorkeur geven aan de welvaart, zoals Polen recentelijk ook heeft laten zien.

Ontstaansgeschiedenis en politieke cultuur hebben gezorgd voor een grote diversiteit in de praktijk van de democratie. Niet ten onrechte wijst de Kievid op het grote verschil tussen Oost en West-Europa: terwijl veel landen in het westen een lange aanloop hebben gehad om met vallen en opstaan democratie uit te proberen is er in Oost-Europa veel meer sprake van pogingen om in één klap een nieuw democratisch stelsel in te voeren. Een verschil in politieke cultuur tussen Nederland en veel andere landen is ook dat het cliëntelisme elders, en dan hoeven we echt niet ver te gaan, positiever wordt beoordeeld dan wij vanuit onze opvattingen over democratie wenselijk achten.

Koude Oorlog onderbelicht

Internationale ontwikkelingen vind ik op enkele plaatsen onderbelicht. Dat geldt bijvoorbeeld voor de rol van de Verenigde Staten in Chili en de rest van Latijns Amerika, en in Irak en andere landen in de regio. Ook de impact van de Koude Oorlog, zowel op de democratieën in het westen als op de gedekoloniseerde landen had wat mij betreft wel wat meer aandacht verdiend. De NATO komt in het boek niet voor, ook niet als factor in een nieuw type Koude Oorlog dat de instandhouding van een autoritair regime in landen van de voormalige Sovjet-Unie bevordert. Ook Israël en Palestina zijn volledig afwezig, terwijl aan vergelijkbare, enigszins positievere ontwikkelingen in Zuid-Afrika wel aandacht wordt besteed.

Wat is democratie?

Het inleidende deel over begrippen en theorieën biedt talrijke aanknopingspunten voor een stevige discussie. De Kievid gaat in zijn definitie uit van het begrip van de liberale democratie zoals wij die in Nederland kennen:

een (politiek stelsel) dat het mogelijk maakt op basis van meerderheidsbesluiten op vreedzame en ordelijke wijze conflicten op te lossen en afspraken te maken over de inrichting van de samenleving, waarbij belangrijke vrijheden en rechten van burgers gewaarborgd zijn (p.22)

Het gaat dus over de inrichting van de samenleving, niet alleen over de staat. Dat lijkt me een belangrijk punt omdat daarmee ook andere verbanden buiten de enge Haagse kaasstolp in beeld komen om op de criteria voor democratie te beoordelen. Zeker sinds er binnen die kaasstolp een grote drang is om de staat zo klein mogelijk te maken moeten we het des te dringender hebben over een democratische samenleving buiten het Haagse gebeuren. Over economische democratie bijvoorbeeld. Helaas valt dat een beetje buiten de scope van dit boek. Zeggenschap van werkende mensen in hun bedrijf ontbreekt. De verdeling van de welvaart kan beschouwd worden als een onderwerp dat in het verlengde ligt van een van de twee visies op democratie die door het boek heen aan de orde komen: de sociaal-collectivistische visie versus de liberaal-individualistische. De laatste beperkt zich tot formele gelijkheid, negatieve vrijheid en weinig staatsingrijpen. De eerste bevordert positieve vrijheid, sociale gelijkheid en een participatie van burgers ook buiten verkiezingstijd. Ik herinner me ter vergelijking het onderscheid van de Vlaamse filosoof Kruithof: input- en outputdemocratie. Wie vooral de outputkant in beeld wil brengen zal net als de sociaal-collectivistische benadering aandacht vragen voor verdelingsvraagstukken, sociale gelijkheid, economische macht, geld, belastingen etc. De Kievid blijft over het algemeen meer aan de input-kant.

Wie heeft/krijgt het uiteindelijk voor het zeggen?

De meerderheid beslist: dat is de algemene opvatting over democratie. In de praktijk blijken er toch nog wel wat beren op de weg te zijn. Kijken we naar de Nederlandse democratie dan zien we bijvoorbeeld een verschuiving van de macht van parlement naar regering. De oppositie heeft weinig in te brengen als alles wordt afgekaart in een omvangrijk regeerakkoord. Dan is er vervolgens nog de vierde macht, de ambtenarij die de kracht en invloed van de volksvertegenwoordigers niet zelden overtreft. Zitten we zo langzamerhand niet in een technocratie? En hoe democratisch zijn die politieke partijen eigenlijk?

De Kievid wijdt terecht een heel hoofdstuk aan alle problemen rond burgerschap en participatie, en dan niet alleen bij verkiezingen, maar vooral tussen de verkiezingen. Enerzijds goed dat die gelegenheid meer geboden wordt dan voorheen, vooral op het lokale bestuursniveau. Anderzijds moeten we constateren dat de participatie uit het oogpunt van representatie van alle burgers behoorlijk ongelijk is. De civil society van groepen burgers en organisaties die de democratie levend houdt door inspraak, acties en eigen initiatieven voor een leefbare samenleving bestaat in meerderheid uit hoger opgeleiden. Zij zijn net als veel politici en ambtenaren rationeel en hebben respect voor procedures. Boze burgers die reageren op wat in hun ogen een aanval is op ‘gewone mensen’ hebben niet zelden het nakijken. ‘Er wordt niet naar ons geluisterd’, heet het dan.

In het boek staat een mooi citaat over dat luisteren van Herman van Gunsteren, die al in 2003 schreef dat het voor de hand ligt dat mensen

vertellen wat ze zouden doen als ze de baas waren. Wat ze dan, onbedoeld, geven is een tiranniek antwoord. In een politieke democratie gaat het niet om wat de burger zou doen als hij de baas was, maar wat hij zou willen als regel voor een samenleving waar niemand permanent de baas is over een ander.

Globalisering als bedreiging van de democratie

Meer om over na te denken staat in het laatste deel van De Kievid’s studieboek over mogelijke bedreigingen van de democratie. De globalisering brengt een toename van grensoverschrijdende problemen met zich mee, maar internationale verbanden zoals de Europese Unie zijn tot nu toe niet in staat om die op een democratische wijze op te lossen. Maar waar zit precies de bedreiging? Hier mis ik de invalshoek van de economische democratie. De EU heeft als vierde bestuurslaag zeker een democratisch tekort. Maar de oorzaak van dat tekort is toch vooral gelegen in de neoliberale bouwstenen van de Europese samenwerking en de overmacht van moeilijk in toom te houden multinationals. Ik zie hier een probleem, maar globalisering als bijzondere bedreiging? Dezelfde oorzaken knagen ook aan de nationale democratie.

Medialogica

De media, die krijgen ook vaak de schuld van alles wat er niet goed gaat in Nederland, en sinds enige tijd dan vooral de sociale media. De Kievid uit zijn zorgen over de waakhondfunctie van de media. Die loopt gevaar als journalisten uitsluitend gestuurd worden door wat het best verkoopt: sensatie, personen en politieke conflicten. Sociale media waarmee burgers zich rechtstreeks, zonder tussenkomst van de journalistiek kunnen uiten, versterken vaak deze tendens en bevorderen polarisatie, wantrouwen en vijanddenken. En dat doet afbreuk aan de deugden die een gezonde democratie overeind moeten houden.

Populisme

De laatste door De Kievid behandelde potentiële bedreiging van de democratie is het populisme. ‘Correctie of bedreiging?’ zet hij terecht boven dit hoofdstuk. Want dat staat inderdaad nog ter discussie. Even afgezien van hier en daar opdoemende bruine vlekken in de achterban van PVV of AfD gaat het toch hier en elders voor het merendeel om partijen die deelnemen aan het democratische proces, en die aan de inrichting van de democratie niets willen afdoen. Waar ze wel een bedreiging voor kunnen vormen dat is de rechtsstaat. Het onderuit halen van de scheiding der machten en het uitsluiten van minderheden: daar zit vooral het gevaar. Zonder een rechtsstaat is geen echte democratie denkbaar. In het stem geven aan een deel van de bevolking dat zich voorheen niet gehoord voelde kun je anderzijds misschien ook wel een correctie zien.

Wat te doen?

Ik geef De Kievid het laatste woord. Wat kunnen we doen?

Waakzaam zijn en ingrijpen of protesteren als de democratische rechten worden aangetast en wanneer politici, partijen of organisaties democratische normen ondermijnen. Sleutelen aan procedures heeft slechts beperkt effect, verbeteren van sociale voorwaarden voor democratie waarschijnlijk meer (…) Vooral verminderen van sociale ongelijkheid en bevorderen van een betrouwbare staat, inclusief een verzorgingsstaat, zijn belangrijk

Jan de Kievid, Democratie; ideaal en weerbarstige werkelijkheid. ProDemos-Huis voor democratie en rechtsstaat, Den Haag, 2019

 

  1. 1

    ‘ de sociaal-conomische ontwikkeling en markteconomie, niet te grote sociale ongelijkheid, een democratische politieke cultuur, een civil society en internationaal gunstige omstandigheden’

    Niet zo gek dat de Oost-Europese democratieen zich niet zo hebben ontwikkeld, aangezien bijna alle factoren afwezig waren. Wellicht de grootste blunder van de EU sinds ontstaan; denken dat met wat marktwerking en verkiezingen je ineens een democratie hebt.

    Vooral het gebrek aan civil society speelt parten. Die zie je evenwel nu snel oprukken in landen als Slowakije, Polen, Oekraine, dus er is nog hoop.

  2. 2

    Niet zo gek dat de Oost-Europese democratieen zich niet zo hebben ontwikkeld, aangezien bijna alle factoren afwezig waren. Wellicht de grootste blunder van de EU sinds ontstaan; denken dat met wat marktwerking en verkiezingen je ineens een democratie hebt.

    Blunder of briljante strategische zet? Als je de gezondheid van de democratie in de voormalige communistische lidstaten van de EU met die daarbuiten vergelijkt, dan gaat het zo slecht niet zou ik zeggen. De EU is een flinke motivator voor het bestendigen van gunstige democratische ontwikkelingen, en een rem op het afglijden naar een dictatuur. Vanzelfsprekend verre van perfect (vul hier je voorbeelden in), maar toch zeker niet te onderschatten.

    En er zijn ook hoopvolle ontwikkelingen, zoals je zelf aanstipt.

    @Jos: klinkt als een interessant boek!

    Even nog een reactie op deze zin:

    Kijken we naar de Nederlandse democratie dan zien we bijvoorbeeld een verschuiving van de macht van parlement naar regering.

    Ik weet natuurlijk niet wat het boek hier over te melden heeft, maar volgens mij klopt dit niet. Wat we zien is juist een verschuiving van de macht van regering naar parlement: de onzekere en verschuivende verhoudingen met wisselende meerderheden zorgen er juist voor dat het beleid hoofdzakelijk wordt bepaald tussen de fractievoorzitters van de coalitie in het parlement met de vicepremiers, en niet in de ministerraad. Zie deze verhelderende column van Tom Jan Meeus:
    https://www.nrc.nl/nieuws/2019/10/12/ben-je-minister-zit-je-in-die-hoge-toren-blijkt-dat-jij-de-beslissingen-niet-neemt-a3976516

    Door het gebrek aan meerderheid in de eerste kamer werkt een dichtgetimmerd regeerakkoord tussen regeringspartijen niet meer; oppositiepartijen hebben meer invloed dan ooit. En daarom maken ze geen gezamenlijke vuist, er valt immers wat te halen bij het kabinet.

  3. 3

    @1: Ook wel handig bij democratie zijn gevestigde klassestructuren met elites en middenklasse. Die zijn in Oost-Europa nog in ontwikkeling en veel te verongelijkt en kom je dus uit bij muurbloempjes als Orban.

  4. 4

    De auteur diept de mate van representatie en vertegenwoordiging van democratieën niet goed uit. Dat is juist het kernprobleem in West-Europa, met een oververtegenwoordiging van een zelfvoldane, grootstedelijke, hoogopgeleide, techno- en bureaucratische elite in regering, parlement en openbare besturen. Daar tegenover staat een snel verarmende middenklasse en een zich opbouwend, onverschillig lompenproletariaat, dat zich afwendt van politiek en democratie of onderdak vindt bij populistische groepen of zelfs een aparte politiek klasse ontwikkelt, zoals de gele hesjes.

  5. 5

    @2:

    verschuiving van de macht van regering naar parlement

    Inderdaad lijkt hier de laatste tijd wat verandering in te komen door het verlies van de meerderheid van de coalitie. Het boek meldt dat niet overigens. Dat een of twee oppositiepartijen zich op onderdelen bij de coalitie aansluiten lijkt me echter nog geen doorbraak naar het dualisme. De move van GroenLinks om alle begrotingen zonder meer te laten passeren vind ik onbegrijpelijk.
    En wat Meeus schrijft, dat de fractievoorzitters de regie nemen, noemt hij zelfs supermonisme. Pas op het moment dat een minderheidsregering voortdurend met het parlement moet onderhandelen, zoals in Denemarken en Zweden, kun je echt van verschuiving spreken.

  6. 6

    @5: Deze trend is natuurlijk al een stuk langer aan de gang dan ‘de laatste tijd’, in elk geval sinds 2010/12 met de komst van gedoogconstructies en het verlies van een meerderheid in de eerste kamer, die er daarna zelden is geweest.

    Ik ben overigens wel benieuwd naar wanneer er bij jou sprake is van ‘dualisme’. in Nederland is op dit moment de invloed van oppositiepartijen behoorlijk groot; tegelijkertijd is er bij besluitvorming geen noodzaak (of wenselijkheid) van unanimiteit, en dat betekent dat oppositiepartijen aan de flanken meestal hun zin niet krijgen. Er is in Nederland dan ook niet zoiets als ‘het’ parlement die iets vindt; het is altijd een deel. In Nederland is dat nu flexibeler, er zijn meer partijen betrokken, dan dat lange tijd is geweest.

    De move van GroenLinks om alle begrotingen zonder meer te laten passeren vind ik onbegrijpelijk.

    De meeste partijen stemmen uiteindelijk voor de meeste begrotingen. Met andere woorden, Klaver zegt openlijk wat de PvdA straks in de praktijk ook gewoon gaat doen. Alleen let niemand daar meer op. Dus ik ben benieuwd naar waar je bezwaar in ligt, in het daadwerkelijk voorstemmen, of in de beeldvorming van het geen ruziemaken?

  7. 7

    @2 Binnen of buiten was niet mijn punt, maar om een democratie te zien als niet meer dan een afzetmarkt met verkiezingen. EU had eerder dan ze gedaan hebben moeten beginnen met bouwen van de genoemde civil society.

  8. 8

    @7: in hoeverre kan je dat van buitenaf opleggen? Ik vraag me af hoe slecht die civil society nou eigenlijk was in Oost-Europa rond de val van de muur – ze hebben immers een belangrijke rol gespeeld in de val van het communisme in die landen.

    Door de uitkomsten te vergelijken wordt zichtbaar dat de EU wel degelijk een positief effect heeft gehad op de democratie in Oost-Europa, ondanks dat er nog veel te wensen overblijft. Het verbouwen van de maatschappij kost nu eenmaal tijd en is niet zo makkelijk van boven- of buitenaf te sturen.

    De grootste weeffout van de EU is m.i. niet het gebrek aan aandacht voor ‘civil society’, maar het gebrek aan sturing als je eenmaal lid bent. Zodra een land lid is, valt de wortel en de stok om te veranderen acuut weg. De regels voor aspirant lidstaten op het gebied van democratie en rechtstaat zijn heel streng, en de EU kan die ook afdwingen, bij de zittende lidstaten is dat een stuk minder effectief.

  9. 9

    OMG. Waar te beginnen. Is dit het artikel waarmee D66 probeert haar straatje schoon te vegen? Want daar heeft het veel van. En D66 heeft zelf nogal wat anti-democratisch vuil in haar straatje liggen, de laatste tijd.

    ‘Maar de oorzaak van dat tekort is toch vooral gelegen in de neoliberale bouwstenen van de Europese samenwerking en de overmacht van moeilijk in toom te houden multinationals.’

    WTF. Het heeft dus allemaal niets te maken met het feit dat het Europese parlement, het enige direct democratische instrument dat de EU burger tot zijn beschikking heeft, nul is. Tuurlijk niet, het is allemaal de schuld van het kapitaal.

  10. 12

    @6: Ik had liever gezien dat Klaver met de andere oppositiepartijen de regering meer had uitgedaagd tot aanpassingen. Ik begrijp ook wel dat het ten dele puur symbolisch is. Maar door op voorhand met de pootjes omhoog te gaan liggen frustreert hij ook de samenwerking met andere oppositiepartijen. En hij maait het gras voor de voeten weg van de EK fractie. Die moet dan natuurlijk hetzelfde doen. Het is dus het tegendeel van dualisme waarin het parlement onafhankelijk, los van bindingen met de regering, een standpunt opmaakt en uitdraagt.

  11. 13

    @12: Op zich heeft Klaver gedaan wat jij wil: geheel onafhankelijk van de regering en andere oppositiepartijen zijn standpunt bepalen ten opzichte van de voorliggende wetgeving van de regering…

    Alleen is dat niet het standpunt wat je graag van GL wilt zien ;-)

    Belangrijkste is denk ik de realisatie dat de legitimiteit van een democratie niet alleen zit in de procedures (is alles volgens de regeltjes, of meer abstract, zoals een democratie hoort te zijn, gegaan) maar ook in de uitkomsten (levert het goed beleid op en/of beleid waar ik het mee eens ben). Over elk gegeven onderwerp zijn er altijd meer dan 2 gezichtspunten (wat fraai tot uitdrukking komt in ons proportionele en gefragmenteerde parlement), maar er kan er maar 1 beleid worden. In het Nederlandse parlement wordt dat opgelost door partijen coalities te laten sluiten met gedetailleerd uitgewerkte overeenkomsten. Dat werkt over het geheel genomen best goed, maar heeft zeker ook nadelen.

  12. 14

    Jemig, we zijn een ontzettend democratisch land. Zo lang het maar in het politieke discours past, anders krijg je etiketje op van de politiek correcte media. Of wordt er zelfs in richting van censuur gesproken door een Engelstalig rapport met korte nietszeggende Nederlandse samenvatting over allemaal verkeerde invloeden op onze samenleving.

    Lazer toch op met die democratie. Zelfs in gemeenten zie je wethouders, hoge ambtenaren, grote bedrijven het beleid maken.

    Grappig dat mensen over lokaal niveau, of buurt beginnen. Zijn altijd dezelfde mensen die met zogenaamde initiatieven komen met steun van lokale politici. Anders krijg je vergaderingen waar gapende ambtenaren bijzitten vanwege controle op de subsidies.

    Nee, dit boek is veel te idealistisch. Voor hoger opgeleide mensen die veelal niet meer weten wat er buiten hun witte enclaves in de randstad gebeurt.