De wereld veranderen

‘De filosofen hebben de wereld verschillend geinterpreteerd; het komt er op aan haar te veranderen’. Deze stelling van Marx bij Feuerbach inspireerde mij vroeger zeer. Maar ouder wordend neemt het verschil tussen theorie en praktijk nogal toe. Ik ben bezorgd over het uitwonen van de aarde, maar rijd toch auto en sta lang onder een hete douche. Ik bemoei me wel met sommige dingen om mij heen, maar zie graag de kans op effect; als die kans ontbreekt, ben ik aan de luie kant. Wil ik de wereld wel veranderen?

De wereld begrijpen en hem veranderen zijn twee kanten van dezelfde euro, zo leert ons Gramsci. De geschiedenis die mensen zelf maken binnen historische voorwaarden, is wat zij doen, niet alleen de ideologische vorm waarin men zich bewust wordt van de contradicties in de samenleving. Het doet denken aan het moralisme van Sartre: alleen wat je doet, telt.

“Hoe meer we deden, hoe meer we konden doen en hoe meer we konden doen, hoe meer we deden.” Dit is een stelling van Vaclav Havel, waarin hij zijn positie als burger en opposant samenvat. Dat is boeiend: waar het om gaat is dat je niet handelt om een bepaald resultaat te behalen, maar omdat je actie het goede is om te doen. Havel noemde het  leven “in waarheid en liefde”.

Waarom treft mij dit? Bij Sargasso word ik uitgedaagd: waarom schrijf je? Voor wie?  Wordt de wereld er beter van?  Daarover moet ik nadenken. Gramsci schreef vanuit de gevangenis, Havel ook; kennelijk is buiten de dagelijks beslommeringen staan een goede inspiratiebron. Maar waarom schrijf ik?

Wat we meten in de wereld, heeft invloed op wat we doen. En als onze metingen niet deugen, kunnen onze beslissingen daar onder lijden. De waarheid is altijd voorlopig, zo hebben filosofen ons geleerd. Daarover moeten we open en zonder dwang met elkaar in debat. Dat betekent feiten ordenen, inzichtelijk maken en bespreken. Dan besluiten we tot de beste koers. Zoiets is het antwoord op de vraag. Het is nog wel een klus van betekenis.

Maar je hoeft geen succes te hebben om ergens aan te beginnen. Er zit minder verschil tussen mijn opvattingen in mijn  jonge jaren en die van nu, dan ik soms geneigd ben te denken.

  1. 1

    Ik lees: “Maar ouder wordend neemt het verschil tussen theorie en praktijk nogal toe“.

    Dat is vreemd, ik vind dat het juist afneemt.

    Verderop in het stukje wordt de opvatting dat dit verschil toe zou nemen trouwens ook al nogal ernstig ondergraven. Sterker nog, ik het er wel mee eens. (Met uitzondering dan van die “metingen”, daarin zie ik de opmaat van een ernstig, zij het verder niet uitgesproken reductionisme. Dat had de schrijver zelf ook wel mogen opmerken na zijn uitweiding over Havel. Waarheid en liefde laten zich immers niet meten. Als je dat zou proberen dan begin je namelijk al weer met theoretiseren.)

  2. 2

    De waarheid is altijd voorlopig, zo hebben filosofen ons geleerd.

    Zo is dat. Dat geldt voor dit commentaar en voor het stukje waar dit commentaar een reactie op is. En zo kunnen we ons eindeloos bezig houden.

    In die zin veranderd er niets en is elke verandering slechts tijdelijk en zinloos. De wereld is in flux en wij zijn daar deel van.
    De enige verandering is een thermodynamische.

    Mmm…

  3. 3

    Alleen wat je doet, telt. De vraag is waarom je in een auto rijdt: heb je hem nodig voor je werk, is het openbaar vervoer te slecht? De vraag is of dat water uit die warme douche komt van een zonneboiler op je dak en of je die al hebt laten plaatsen voordat je er zeker van was dat dit economisch rendabel was.

    De vraag is of maatschappelijke uitsluiting wilt riskeren om dat te vertegenwoordigen waar je voor staat, of dat je je voortdurend troost met de gedachte dat wat je doet onder de gegeven omstandigheden het maximum haalbare is. Of je bang bent om niet meer serieus genomen te worden en je jezelf zo belangrijk vindt, dat je besluit dat die prijs te hoog is,

    omdat je je zo tenminste kunt laten horen. Op je eentje ben je toch te klein, dus kun je beter strategische zelfcensuur plegen.

    Verstandige mensen weten waar de grenzen liggen.

    Of dat je niet handelt om een bepaald resultaat te behalen, maar gewoon grenzenloos doet en zegt wat je denkt dat je moet doen en zeggen, omdat geen enkele filosoof of partij een waarheid in petto heeft die die van jou vervangen.

  4. 5

    Mooie reacties op een kleine overpeinzing. Ik mag niet lang schrijven en ook niet kort.
    Nu probeer ik maar compact te repliceren.
    @1: het commentaar dat ik mij zelf ondermijn is juist. Ik vond het een geestige beoefening van het dialectisch denken, als mij dit ouderwetse begrip wordt vergund. “Metingen” is bewust gebruikt: ik realiseer met het gevaar van reductionisme, maar wilde wel een rationele werkwijze verdedigen. Ik bedoel: retorisch of verbaal geweld levert geen argumenten van betekenis op.
    @2: natuurlijk: wij zijn een tijdelijke uitzondering op de tweede wet van de thermodynamica. Ik probeerde de lezer even deelgenoot te maken van de moralistische verwarring die mij soms overvalt. Als anderen daar ook last van hebben helpt mij dat in het bestaan.
    @3:het zijn die vragen, die blijven knagen. Hoeveel “kwade trouw” schuilt in mijn rationele zelfverdediging? Overigens, met alle relativering die mogelijk is, ik vind dat ik op leeftijd, goed opgeleid en met kennis, niet anders dan mijn plicht doe daarover zo goed mogelijk aan anderen te berichten. Wat ik er mee wil bereiken, heb ik al vaak verteld.
    @4: het “wat je doet, telt” is mijn weergave van het moralisme van Sartre die vond dat uitvluchten door iedereen kunnen worden verzonnen. Maar wat ik doe, is mijn eigen keuze. Wat ik denk, daarover kan worden gesproken. Zoek maar eens in het archief van Sargasso, want ik deel daar veel over mee.

  5. 6

    Met dank voor de reactie, maar mijn reactie #4 was een reactie op #3, niet op het originele stuk want daar had ik al op gereageerd in #1.

    Wat uw reactie op #1 betreft (over die “metingen”), ik vind dat “metingen” iets te maken hebben met de methodologie van het empirisme. Rationalisme daarentegen kan naar mijn mening niet makkelijk verdedigd worden door een empiristische methodologie te promoten. Er zijn zelfs filosofen van naam en faam (rationalistische filosofen, wel te verstaan) die vinden dat het rationalisme en empirisme elkaar altijd als concurenten getroffen hebben.

  6. 7

    Hoeveel “kwade trouw” er schuilt in jouw rationele zelfverdediging?
    Geen enkele, als je je maar gelukkig voelt.

    Alleen weet, dat de weg naar de hel is geplaveid met goede voornemens

  7. 11

    Dat waag ik te betwijfelen.

    Een steen in het water verandert de wereld, de hardnekkigheid waarmee mensen gedurende hun leven dezelfde fouten maken is verbazend.

  8. 12

    Marx schreef dat om de wereld te veranderen het op de filosofen aankwam, maar niet op Tom van Doormaal; die werd helemaal niet genoemd. Aan het je van je beperkingen meester maken, hebben de meeste mensen al gauw hun handen vol. Marx beschouwde beweegredenen als materiële Sachzwänge, met het proletariaat als collectief subject en met hemzelf dan aan de kop van de beweging naar het communisme. Zo bedoelde hij dat.

  9. 14

    Vrolijkheid bevangt mij: als je Marx citeert is wartaal je deel.
    Wat “meten” betreft: ik ben geen empirist. Maar er zijn wel wat rationele eisen, die gesteld mogen worden aan de communicatie. Meten kan ook op allerlei schalen. De oude empirisme-discussie wilde ik niet oprakelen. Wittgenstein is streng, maar hij was ook zo streng dat hij lang tuinman is geweest, omdat er niets meer te zeggen viel.
    Wat zijn dan eisen die je kunt stellen aan communicatie? Wat we hier zien op zijn minst: verzorgde syntaxis, heldere mededelingen. Dat is geen enkele garantie tegen eindeloos misverstand, maar het is iets.

  10. 15

    Natuurlijk is dat geen garantie tegen een eindeloos misverstand, want de ontvanger moet het nog eens begrijpen.

    Gewoon nog maar eens herhalen, denk ik dan maar.