Dagelijkse Dosis Europese Grondwet – 66

Gastredacteur Steeph neemt de europese grondwet paragraaf-voor-paragraaf voor u door en voorziet deze van zijn eigen commentaar. De volledige serie is te vinden op zijn eigen log: Daily Dose of EU Constitution (Steeph’s Blog).

Quote du Jour: “Misschien een ambtenaar met humor die dit er in heeft gestopt”.

EU-GrondwetDeel III: Beleid en werking van de Unie (vervolg)
Titel VI – Werking van de Unie (vervolg)
Hoofdstuk II – Financiële bepalingen
Afdeling 1 – Meerjarig financieel kader

III-402 Meerjarig financieel kader
1. Het meerjarig financieel kader wordt vastgesteld voor een periode van ten minste vijf jaar, overeenkomstig artikel I-55 i.
2. In het financieel kader worden de jaarlijkse maximumbedragen aan kredieten voor vastleggingen per uitgavencategorie vastgesteld, alsmede het jaarlijkse maximumbedrag van de kredieten voor betalingen. De uitgavencategorieën, die gering in aantal zijn, corresponderen met de grote beleidsdomeinen van de Unie.
3. Het financieel kader omvat alle andere bepalingen die dienstig zijn voor het goede verloop van de jaarlijkse begrotingsprocedure.
4. Indien de Europese wet van de Raad tot bepaling van een nieuw financieel kader nog niet is vastgesteld wanneer het voorgaand financieel kader verstrijkt, blijven de maximumbedragen en de overige bepalingen betreffende het laatste jaar van het voorgaand financieel kader van toepassing totdat deze wet is vastgesteld.
5. Tijdens de gehele procedure die leidt tot vaststelling van het financieel kader, nemen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie alle maatregelen die nodig zijn om de procedure tot een goed einde te brengen.

Verschrikkelijk saai.

Afdeling 2 – Jaarlijkse begroting van de Unie

III-403 Begrotingsjaar
Het begrotingsjaar begint op 1 januari en verstrijkt op 31 december.

Prima.

III-404 Bepalingen bij vaststelling jaarlijkse begroting
De jaarlijkse begroting van de Unie wordt bij Europese wet vastgesteld overeenkomstig de volgende bepalingen:
1. Iedere instelling maakt voor 1 juli een raming op van haar uitgaven voor het volgende begrotingsjaar. De Commissie voegt die ramingen samen in een ontwerpbegroting, die afwijkende ramingen mag inhouden.
Dit ontwerp omvat een raming van de uitgaven en een raming van de ontvangsten.
2. De Commissie dient uiterlijk op 1 september van het jaar dat voorafgaat aan het betrokken begrotingsjaar bij het Europees Parlement en bij de Raad een voorstel in dat de ontwerpbegroting bevat.
De Commissie kan de ontwerpbegroting in de loop van de procedure wijzigen totdat het in punt 5 bedoelde bemiddelingscomité bijeen wordt geroepen.
3. De Raad stelt zijn standpunt over de ontwerpbegroting vast en deelt dit standpunt uiterlijk op 1 oktober van het jaar dat voorafgaat aan het betrokken begrotingsjaar aan het Europees Parlement mee. De Raad stelt het Europees Parlement ten volle in kennis van de redenen die hem hebben geleid tot het vaststellen van zijn standpunt.
4. Indien het Europees Parlement binnen een termijn van tweeënveertig dagen na deze mededeling:
a) het standpunt van de Raad goedkeurt, wordt de Europese wet houdende vaststelling van de begroting vastgesteld;
b) geen besluit heeft genomen, wordt de Europese wet houdende vaststelling van de begroting geacht te zijn vastgesteld;
c) met een meerderheid van zijn leden amendementen aanneemt, wordt het aldus geamendeerde ontwerp toegezonden aan de Raad en aan de Commissie. De voorzitter van het Europees Parlement roept in overleg met de voorzitter van de Raad onverwijld het bemiddelingscomité bijeen. Het bemiddelingscomité komt evenwel niet bijeen indien de Raad het Europees Parlement binnen een termijn van tien dagen na de toezending van het ontwerp meedeelt dat hij alle amendementen van het Parlement aanvaardt.
5. Het bemiddelingscomité bestaat uit de leden van de Raad of hun vertegenwoordigers en een gelijk aantal leden die het Europees Parlement vertegenwoordigen en heeft tot taak om, op basis van de standpunten van het Europees Parlement en van de Raad, binnen een termijn van eenentwintig dagen nadat het is bijeengeroepen, met een gekwalificeerde meerderheid van de leden van de Raad of hun vertegenwoordigers en met een meerderheid van de leden die het Europees Parlement vertegenwoordigen, overeenstemming te bereiken over een gemeenschappelijk ontwerp.
De Commissie neemt deel aan de werkzaamheden van het bemiddelingscomité en neemt alle initiatieven die nodig zijn om de standpunten van het Europees Parlement en de Raad nader tot elkaar te brengen.
6. Indien het bemiddelingscomité binnen de in punt 5 bedoelde termijn van eenentwintig dagen overeenstemming bereikt over een gemeenschappelijk ontwerp, beschikken het Europees Parlement en de Raad over een termijn van veertien dagen, te rekenen vanaf de datum van deze overeenstemming, om het gemeenschappelijk ontwerp goed te keuren.
7. Indien, binnen de in punt 6 genoemde termijn van veertien dagen:
a) zowel het Europees Parlement als de Raad het gemeenschappelijk ontwerp goedkeurt of geen besluit neemt, of één van deze instellingen het gemeenschappelijk ontwerp goedkeurt terwijl de andere geen besluit neemt, wordt de Europese wet houdende vaststelling van de begroting geacht definitief te zijn vastgesteld overeenkomstig het gemeenschappelijk ontwerp, of
b) zowel het Europees Parlement met een meerderheid van zijn leden, als de Raad het gemeenschappelijk ontwerp afwijst, of indien één van deze instellingen het gemeenschappelijk ontwerp afwijst en de andere geen besluit neemt, wordt door de Commissie een nieuwe ontwerp-begroting ingediend, of
c) het Europees Parlement met een meerderheid van zijn leden het gemeenschappelijk ontwerp afwijst terwijl de Raad het goedkeurt, wordt door de Commissie een nieuwe ontwerpbegroting ingediend, of
d) het Europees Parlement het gemeenschappelijk ontwerp goedkeurt, terwijl de Raad het afwijst, kan het Europees Parlement binnen veertien dagen na de afwijzing door de Raad met een meerderheid van zijn leden en van drievijfde van het aantal uitgebrachte stemmen besluiten alle of een aantal van de in punt 4, onder c), bedoelde amendementen te bevestigen. Indien een amendement van het Europees Parlement niet wordt bevestigd, wordt het in het bemiddelingscomité overeengekomen standpunt ten aanzien van de begrotingsonderdelen waarop het amendement betrekking heeft, ingenomen. De Europese wet houdende vaststelling van de begroting wordt geacht op deze basis definitief te zijn vastgesteld.
8. Indien het bemiddelingscomité niet binnen de in punt 5 genoemde termijn van eenentwintig dagen overeenstemming bereikt over een gemeenschappelijk ontwerp, wordt door de Commissie een nieuwe ontwerpbegroting ingediend.
9. Wanneer de in dit artikel omschreven procedure is afgesloten, constateert de voorzitter van het Europees Parlement dat de Europese wet houdende vaststelling van de begroting definitief is vastgesteld.
10. Iedere instelling oefent de haar bij dit artikel toegekende bevoegdheden uit met inachtneming van de Grondwet en van de krachtens de Grondwet vastgestelde handelingen, in het bijzonder die welke betrekking hebben op de eigen middelen van de Unie en op het evenwicht tussen ontvangsten en uitgaven.

Alweer saai.
Ik mag het noemen van het exacte getal “tweeënveertig” in (4) om de een of andere reden wel. Misschien een ambtenaar met humor die dit er in heeft gestopt (in plaats van 6 weken).
Ik heb inmiddels meerdere budget rondes in diverse organisaties mogen meemaken. Een ding heb ik daarvan geleerd, het budget is verouderd 2 dagen nadat het nieuwe fiscale jaar gestart is. Gegeven de hoeveelheid inspanning die ervoor nodig is om zo’n budget op te stellen, zouden zaken toch slimmer geregeld moeten kunnen worden. Maar mensen hebben nogal de neiging om zich vast te klampen aan een illusie van controle. En budgetten geven nou eenmaal dat gevoel.

III-405 Uitgaven in afwezigheid van een begrotingswet
1. Indien aan het begin van een begrotingsjaar de Europese wet houdende vaststelling van de begroting niet definitief is vastgesteld, kunnen de uitgaven maandelijks per hoofdstuk, overeenkomstig de in artikel III-412 i bedoelde Europese wet, worden verricht, met een maximum van een twaalfde van de in hetzelfde hoofdstuk van de begroting van het vorige begrotingsjaar opgenomen kredieten, en zonder meer dan een twaalfde te mogen bedragen van de in hetzelfde hoofdstuk van de ontwerpbegroting opgenomen kredieten.
2. De Raad kan, op voorstel van de Commissie en met inachtneming van de overige in lid 1 gestelde voorwaarden, bij Europees besluit uitgaven van meer dan een twaalfde toestaan overeenkomstig de in artikel III-412 i bedoelde Europese wet. De Raad zendt dit besluit onverwijld aan het Europees Parlement.
Dit Europees besluit voorziet in de beschikbaarstelling van de nodige middelen voor de toepassing van dit artikel, met inachtneming van de in artikel I-54, leden 3 en 4 i, bedoelde Europese wetten.
Het Europees besluit wordt van kracht op de dertigste dag volgende op de vaststelling ervan indien het Europees Parlement binnen die termijn niet bij meerderheid van zijn leden besluit die uitgaven te verminderen.

Okay.

III-406 Overdragen ongebruikte kredieten naar volgend begrotingsjaar
Onder de voorwaarden bepaald bij de in artikel III-412 i bedoelde Europese wet, kunnen de niet op personeelsuitgaven betrekking hebbende kredieten welke aan het einde van het begrotingsjaar ongebruikt zijn gebleven, worden overgedragen, evenwel uitsluitend naar het eerstvolgende begrotingsjaar.
De kredieten worden ingedeeld in hoofdstukken, waarin de uitgaven worden gegroepeerd naar hun aard en bestemming en onderverdeeld overeenkomstig de in artikel III-412 i bedoelde Europese wet.
De uitgaven:
– van het Europees Parlement,
– van de Europese Raad en van de Raad,
– van de Commissie, en
– van het Hof van Justitie van de Europese Unie,
worden als afzonderlijke afdelingen in de begroting opgenomen, onverminderd een speciale regeling voor bepaalde gemeenschappelijke uitgaven.

Je zegt het maar.

Ik hoop dat ik die laatste 10% nog ga overleven.

90.6% gelezen

  1. 1

    Chocola en appels helpen met wakker blijven.
    Stemmend per aflevering kom ik meer op niet-tegen uit dan op wel-tegen.

  2. 3

    Dat is voor mij ook een interessant verschijnsel. Zou ik puur het aantal artikelen tellen waar ik expliciet tegen of voor ben, kom ik waarschijnlijk ook op voor uit.
    Maar sommige zaken hebben meer gewicht.
    Dus ik ben nog hard aan het broeden wat voor mij de doorslag gaat geven.

    En ik wil helemaal niet wakker blijven. Ik wil nu eindelijk een slapen…..

  3. 4

    Steeph, veel dank voor je inspanningen tot nu toe. Maar iets werd me inmiddels duidelijk.

    Het belangrijkst is niet de cohesie van deze grondwet, maar de verandering t.o.v. onze huidige praktijk. Qua bevoegdheid, financien, organisatie, aanspreekbaarheid, resultaten enz enz. Deze wetstekst zegt daar bijna niks over. Lastige materie voor een burger. Als we dan de tekst van de artikelen volgen doen we het met onze goede wil natuurlijk toch op zn JBF.

    Een goede Memorie van Toelichting (waarvan geen spoor) had de echte gevolgen moeten verduidelijken. Het is vandaag 14 mei 2005 en de eerste extensieve overzichten van “tegen”-argumenten verschijnen nu op het internet. Nog twee weken te gaan. Nog steeds geen voor-affiches op de aanplakborden. Ook een veeg teken.

    Ik was overigens een beetje voor/neutraal, maar ben dat inmiddels niet meer. “Da Trend” vernam ik uit de krant.

    Groet en bedankt.

  4. 5

    Mescaline, dat “memorie van toelichting” heb ik ook sterk gemist. Daarmee had ik de zaken mogelijk toch makkelijker/beter geinterpreteerd. Nu moest ik het helemaal “droog” doen. En dat is bij dit soort teksten erg lastig, zeker om dan te kunnen bepalen hoe zo’n artikel in de praktijk gebruikt gaat worden.
    Verder vind ik het jammer dat er niet echt een samenhangende visie zichtbaar is. Een soort rode lijn door het document.
    Ik begrijp dat het voort bouwt op de bestaande wetten, maar ik had toch gehoopt dat ze het aangedurft hadden om er een consistent geheel te maken. Een soort opschoningsslag na jaren van stapelen van verschillende wensen. Dat lijkt dus niet zo te zijn.
    In het engels ben ik inmiddels klaar met de hoofdtekst (bij nummer 70). Nog eentje over de protocollen en dan over tot een samenvatting. Daar hoop ik de voors en tegens nog eens op een rijtje te zetten. Aardige stukje werk nog, zeker omdat ik gaandeweg steeds meer inzicht heb gekregen. Dus ik zal de eerste stukken nu weer anders zien en waarderen.
    We zullen zien wat er uit komt.

    Dank voor het meelezen en geven van goede commentaren alvast.