Competentiegericht leren? Boeien!

SaillantLOGOZolang er onderwijs bestaat, zolang wordt er over geklaagd. De kritiek van de laatste jaren is wel erg fundamenteel: er wordt niet meer geleerd. Vooral het zogenaamde competentiegerichte onderwijs zou daar debet aan zijn. Ook luidt de kritiek dat er nauwelijks meer wordt les gegeven. Dus daarom maar terug naar toen? Eén ding is duidelijk: juist aan de onderkant van onderwijsland rommelt het. En dat is juist waar je gerommel het slechtst kunt gebruiken. Diversiteit in het onderwijsaanbod, in plaats van fusies, kan een oplossing zijn. Die vermaledijde wet op de vrijheid van onderwijs kan zo eindelijk nuttig worden ingezet.

Veel kennis heeft een houdbaarheidsdatum. Dus waarom kinderen nu iets leren dat bij hun diploma-uitreiking verouderd is. Het alternatief: competentiegericht leren. Niet zozeer proberen heel veel kennis in de kids te pompen, maar er voor zorgen dat leerlingen – vraaggestuurd – vaardigheden en houdingen krijgen waar ze een leven lang lerend profijt van hebben. Daar is iets voor te zeggen. Maar de kritiek – zowel van docenten als leerlingen zelf – is dat hierdoor te weinig geleerd wordt. Docenten moeten zich daarbij meer als een soort coach opstellen en leerlingen in relatieve vrijheid aan hun competenties laten werken.

Voor de SP en GroenLinks is het voorlopig even afgelopen met de zoveelste van bovenaf opgelegde vernieuwing in het onderwijs, zij verklaarden het onderwerp controversieel in de Tweede Kamer. En daarmee blijft de invoering van competentiegericht onderwijs in het MBO voorlopig nog even experimenteel.

De hele discussie rond competentiegericht leren is al oud en speelt zich af tegen de achtergrond van andere problemen. De enorme groei van scholen, de bureaucratisering die dat veroorzaakt en de relatief kleinere binding die de docent daardoor zowel met zijn vak als zijn leerlingen heeft. De rol van ‘coach’ bij het ontwikkelen van competenties draait nogal eens uit op het pogen leerlingen te motiveren om onder lestijd niet te chatten op de computer. Of ze er vriendelijk van te overtuigen dat samenwerken beter gaat zonder koptelefoon en mp3-speler. Tel daarbij op de slechte resultaten op het gebied van taal en rekenen. Het zijn problemen die zich met name voordoen bij het middelbaar beroepsonderwijs, het vervolg op het al langer kwakkelende voorbereidende beroepsonderwijs VMBO. Bovendien is het de juist onderwijssector die kwetsbaar is voor andere maatschappelijke problemen.

Als er komende tijd ergens aandacht voor moet zijn, dan is het juist voor de onderwijskansen aan de basis van het voortgezet onderwijs. Daar is de segregatie op haar scherpst, daar zijn de problemen met dropouts, geweld en cultuurverschillen het grootst, daar is de experimenteerwoede het hevigst, zijn de leerlingen het minst weerbaar, is de taak voor docenten het zwaarst, de diversiteit aan problemen binnen een klas het breedst en juist daar wordt niet alleen gewerkt met kansen, maar te vaak ook met ‘laatste kansen’. Ongetwijfeld zullen er leerlingen zijn die gebaat zijn bij competentiegericht onderwijs, maar dan gaat het wel om de leerlingen die hun basale kennis zonder problemen op orde kunnen krijgen. De competentie ‘goed communiceren’ is waardeloos zonder kennis van de spelling. De competentie ‘ondernemend’ waardeloos zonder economische kennis.

Wellicht de grote misvatting is dat leerlingen op VMBO en MBO gebaat zijn bij een ‘one size fits all’ oplossing: waarbij competentiegericht onderwijs nu in de mode is. Voor een deel van de leerlingen werkt het niet. Voor sommigen is directief lesgeven beter. Bij anderen zul je rekenen en taal nooit op niveau krijgen, maar lassen of meubels maken kun je ze wel aanleren. Toch bestaat er een wens om juist op VMBO en MBO niveau de slimme dyslectische leerling in dezelfde klas te plaatsen als de verre van slimme dwarskop met alcoholistische ouders. Om maar wat te noemen. Alles moet kennelijk bij elkaar, juist op VMBO en MBO-niveau.

De belangen van goed onderwijs op het basisniveau zijn voor iedereen enorm groot. Te groot om van bovenaf te bepalen wat voor iedereen goed is. Competentiegericht onderwijs is prima. Voor sommige leerlingen dan. Maar zorg dan dat er ook voor niet-competentiegevoelige kids iets te kiezen valt. En die keuze moet niet – zoals nu – alleen een keuze in onderwijsniveau zijn, er moet ook keuze zijn in onderwijskundige alternatieven binnen de verschillende niveau’s. Het bovenaf beslissen over het onderwijskundige klimaat voor alle leerlingen maakt dat onmogelijk. Laat die keuze daarom aan de school zelf.

Ouders en leerlingen krijgen zo iets te kiezen, er ontstaat een grotere kans op passend onderwijs, en de eindeloze discussies over het didactische en pedagogische klimaat hoeven niet meer in het parlement plaats te vinden. Als dat vermaledijde artikel 23 voor onderwijsvrijheid ergens _wel_ een nuttige functie kan hebben, dan is het wel in het scheppen van een didactisch en pedagogisch divers aanbod aan onderwijs.

  1. 2

    Wat denkt u, zou het kunnen helpen als de leerplicht wordt vervangen door leerrechten? Elke jongere krijgt recht op een aantal jaren onderwijs en gaat dat genieten op het moment dat hij/zij daar behoefte aan heeft c.q aan toe is. Garandeert de leraar een gemotiveerde leerling en beperkt en passant de kosten voor detectie-poortjes.

  2. 3

    Helaas is competentiegericht onderwijs ook doorgedrongen tot de lerarenopleiding.

    Mensen die niets kunnen maar daarvan wel een leuk digitaal dossier samenstellen lijken in dit systeem betere studenten te zijn dan mensen die alles kunnen behalve een dossier samenstellen.
    De meer verbaal ingestelden (dames met name) voelen zich in dit systeem stukken beter thuis dan de heren, van wie we er in het onderwijs toch al steeds minder krijgen.

    En dat staat straks allemaal voor de klas te Twitteren.

  3. 4

    Deze oplossing klinkt in eerste instantie logisch. Echter, ook al zouden middelbare scholen en het MBO zelf hun didactische vorm(en) mogen kiezen, dan nog komt men op het HBO en ook (in mindere mate) op de universiteit nu in de competentiegerichte vorm terecht. Vervelend voor doorstromers.
    HBO’s differentiëren op didactische vorm zal moeilijker gaan; aangezien die minder wijd verpreid zijn en vaak al vakgerelateerde specialisaties hebben, waardoor leerlingen weinig keus hebben.

    Verder misschien een gekke vraag, maar wat heb je überhaupt aan competenties als Google-skills en een flitsende presentatie, als de software waarmee je dat alles doet dat steeds meer voor jou automatiseert?
    Vroeger was iets zoeken met een zoekmachine idd nog iets waarmee de minder ervarenen moeite hadden, maar tegenwoordig kan een zesjarige kleuter al precies alle feiten opzoeken die hij nodig heeft. Je krijgt ook steeds meer meta-websites die informatie voor jou ordenen zoals Wikipedia. En elke idioot kan een mooi filmpje of powerpoint-showtje maken met de software van tegenwoordig.

    De enige belangrijke competenties die dan over zijn, zijn sociale vaardigheden. Het is zeer amusant om te zien hoe men eerst besluit tieners met elkaar te laten samenwerken, waardoor ze, in de afwezigheid van volwassenen, versterkt worden in hun onderlinge tienertaaltje en -cultuurtje; en vervolgens beseft dat deze “straattaal”/”straatcultuur” niet gaat werken bij sollicitaties, en hen deze taal en cultuur weer af probeert te leren.

  4. 7

    Wat is er mis met gewoon rekenen en taal? Die basis kennis is al eeuwen hetzelfde en vooral rekenen zal ook nog eeuwen zo blijven. 1+1 was 2, is 2 en blijft 2.

    Daar kan geen competentie tegen op.

    Wat leer je met competentie onderwijs? Niet dat je iets weet, maar dat je de ander kan overtuigen van het feit dat je iets zou weten.

    M.a.w. je leert lullen ipv inhoudelijk iets waar men zelf (of een ander) iets aan heeft.

    Men kan goed samenwerken, alleen jammer dat de uitkomst van die samenwerking bagger en complete onzin is omdat men nergens meer inhoudelijke kennis van heeft.

  5. 8

    competentiegericht onderwijs
    is de grootste hell voor de MBO en HBO student als we ook kijken naar de onderzoeken rondom de zelfstandig heid van personen blijkt dat je tot je 23 je ontwikkeld en dan pas echt verantwoordelijkheid kan nemen.

  6. 9

    Welig tieren de begripsverwarringen vandaag. Zo’n non-entiteit is de “MBO en HBO student”.

    Die zich naar verluid tot zijn 23ste ontwikkeld en dan pas echte verantwoordelijkheid kan nemen… goh. Maar dat is precies na zijn laatste examen !

    I love samenhang tussen onderwijspolitiek, wetenschap, Volksempfinden