Broederl, lechajim- Op je gezondheid, broertje!

In de komende weken presenteer ik op Sargasso een serie Jiddische liederen. Ik geef teksten met vertalingen, links naar filmpjes of geluidsopnamen en kort commentaar op de uitvoeringen. Vadnaag Broederl, lechajim.

De auteur van dit lied is Mordechaj Gebirtig (1877-1942). Hij was een van de belangrijkste scheppers van het Jiddische lied. Hij was een arme meubelmaker in Krakau en schreef zijn liederen ’s avonds na een dag achter de werkbank. Hij schreef in het begin alleen voor zijn vrouw en kinderen en dacht niet aan verdere verspreiding van zijn liederen, maar toch werden ze al snel heel bekend in de Jiddisch sprekende wereld. U zult in deze serie wel meer van en over Gebirtig kunnen lezen en beluisteren.

De zanger wil de toehoorder ertoe brengen, afscheid te nemen van de nuchterheid en het rijk te betreden van de roes. Daar heersen de vrolijkheid en de dans. Zorg, pijn, melancholie bestaan er niet meer.

Niet iedereen zal deze roes uit lijfelijke ervaring kunnen navoelen. Maar het verlangen naar een wereld van absoluut, ongestoord genot waar de moeilijkheden van het “echte” leven nog maar een verre herinnering zijn- wie heeft dat nog nooit ervaren? Dat maakt de tekst ook aansprekend voor mensen die niet of weinig drinken.

De melodie van het lied is tegelijk lyrisch en dansant. Ze is zo mooi, dat ze zelf al gelukkig maakt.

In het leven moeten we onze genotzucht bedwingen en de moeilijkheden het hoofd bieden. Maar in dit lied mag je er juist aan toegeven.

U vindt hieronder de tekst met daarnaast een Nederlandse vertaling.
Luister terwijl u leest naar de geluidsweergave (vierde titel van het lijstje dat u te zien krijgt) van de uitvoering door Sidor Belarsky op Judaica Sound Archives.

Trink, broeder, trink ojs

 

dos glezl bis tsoem groent,

 

west doe wern frisj oen moenter,

 

frejlach oen gezoent.

 

Oj, broederl, lechajim,

 

trink a bisele wajn,

 

dos fartrajbt di more-sjchojre,

 

jede zorg oen pajn. (2x)

 

Drink, broeder, drink

je glas tot op de bodem uit,

 

dan ben je straks weer opgewekt,

 

vrolijk en gezond.

 

Op je gezondheid, broeder,

 

neem nog een slok van de wijn,

 

dat verjaagt je melancholie,

 

al je zorg en pijn.

 

 

Mir iz ojch ’s lebn

 

amol gewen a last,

 

‘ch hob wi doe gots narrisj weltl

 

wi dem tojt gehast.

 

Oj, broederl, lechajim…

 

 

Eens was het leven

 

ook mij tot een last,

 

en net als jij heb ik Gods dwaze wereld

 

als de dood gehaat.

 

Op je gezondheid, broeder…

 

 

Itst, broeder, trink ich

 

oen fil zich frisj, gezoent,

 

wen man sjleft dem kranken ajn

 

dan sjmertst im nisjt der woend.

 

Oj, broederl, lechajim…

 

 

Maar nu drink ik, broeder,

 

en daar vaar ik wel bij,

 

laat een zieke man slapen

 

en hij voelt zijn pijn niet meer.

 

Op je gezondheid, broeder…

 

 

Itst, broeder, trink ich,

 

oen wos felt mir atsind?

 

‘ch fil zich gliklech wi a kenig,

 

frejlech wi a kind.

 

Oj, broederl, lechajim…

 

 

Ja, nu drink ik, broeder,

 

en wat ontbreekt me nu nog?

 

‘k Voel me gelukkig als een koning,

 

vrolijk als een kind.

 

Op je gezondheid, broeder…

 

<>

 

Itst, broederl, trink ich,

 

oen wen es rojst in kop,

 

fajf ich ojf der gantsn welt

 

oen tants mir, hop, hop, hop!

 

Oj, broederl, lechajim,

 

trink a bisele wajn,

 

dos fartrajbt di more-sjchoire,

 

jede zorg oen pajn.

 

Oj, broederl, lechajim,

 

oen wen es rojst in kop,

 

fajf ich ojf der gantsn welt

 

oen tants mir hop, hop, hop!

 

 

Ja, nu drink ik, broeder,

 

en heb ik zorgen aan m’n kop,

 

dan fluit ik, ’t kan me niks meer schelen,

 

en ik dans van hop, hop, hop.

 

Op je gezondheid, broeder,

 

neem nog een slok van de wijn,

 

dat verjaagt je sombere gedachten,

 

al je zorg en pijn.

 

Op je gezondheid, broeder,

 

Ondanks zorgen aan m’n kop

 

fluit ik, ’t kan me niks meer schelen,

 

en ik dans van hop, hop, hop.

Reacties zijn uitgeschakeld