Bosnië en de restanten van de Joegoslavische burgeroorlog

Serie:

Bosnië-Hercegovina staat meer dan 25 jaar na de burgeroorlog nog steeds onder toezicht van de internationale gemeenschap. De Oostenrijker Valentin Inzko (links op de foto) was de afgelopen twaalf jaar de Hoge Vertegenwoordiger die moet toezien op de vredesakkoord dat op 14 december 1995 gesloten werd in de Amerikaanse stad Dayton. Volgens dit akkoord heeft de Hoge Vertegenwoordiger in het land nog veel te vertellen. Inzko voerde deze week eigenstandig en zonder tussenkomst van het parlement een wijziging in de strafwet in waardoor de ontkenning van genocide tijdens de burgeroorlog en de verheerlijking van veroordeelde oorlogsmisdadigers strafbaar wordt. Op overtreding komt maximaal vijf jaar gevangenisstraf te staan.

Inzko, die binnenkort plaats maakt voor de Duitser Christian Schmidt, kwam tot zijn beslissing nadat er in de Bosnische politiek geen overeenstemming bleek te vinden voor strafbaarstelling. De Servische politici bleven zich er tegen verzetten. Volgens de Bosnische Serviërs uit de Republika Srpska was de moordpartij in Srebrenica een ernstige misdaad, maar geen genocide. Premier Dodik van de Servische deelrepubliek, die op dit punt de steun heeft van moederland Servië, dreigde opnieuw met afscheiding. Om te beginnen blokkeren de politieke vertegenwoordigers van de Serviërs de gezamenlijke, nationale instellingen.

Bosnië-Hercegovina was van begin af aan een instabiele staat met drie politieke gemeenschappen, Serviërs, Kroaten en Bosniakken, die het nauwelijks mogelijk maken het land te regeren. De Hoge Vertegenwoordiger is feitelijk nog de enige garantie dat de boel een beetje bij elkaar kan worden gehouden. Inzko nam met zijn laatste stap een groot risico, maar hij zag kennelijk geen alternatief. “Gebrek aan erkenning, verantwoordelijkheid en genoegdoening voor slachtoffers van misdaden heeft vernietigende effecten op de maatschappij. Dit alles voorkomt een vredige en welvarende toekomst voor Bosnië-Herzegovina,” aldus Inzko. Maar in een omgeving waarin het verleden alles bepalend is voor de onderlinge verhoudingen gooit hij daarmee ook een knuppel in het hoenderhok.

‘Dit moet nu stoppen’

De Hoge Vertegenwoordiger heeft wel aangevoeld dat zijn eenzijdig opgelegde wetswijziging de spanningen tussen de etnische gemeenschappen kan opvoeren. Zijn maatregel is niet gericht tegen een hele gemeenschap maar tegen individuen, verklaart hij:

Er zijn geen slechte naties. Dit zijn wetswijzigingen die bedoeld zijn om alle volkeren en burgers van Bosnië-Hercegovina te ontlasten. Personen die voor hun ernstige misdaden (door het Joegoslavië tribunaal, jvd) zijn veroordeeld , mogen niet worden geprezen, mogen geen openbare ruimtes op hun naam laten plaatsen of muurschilderingen ter ere van hen laten schilderen, ongeacht voor wie of tegen wie ze vochten. Door de schuld van individuen te erkennen, kunnen mensen zich ontlasten van de last van het verleden en verder gaan naar een veelbelovende toekomst(…) Iedereen wordt nu het slachtoffer van de verbale oorlogvoering over de interpretatie van de vorige oorlog, en dit moet nu stoppen! Het is belangrijk om te begrijpen dat er zonder waarheid geen gerechtigheid is, en zonder gerechtigheid is er geen broodnodige verzoening.”

Leegloop

Dayton bracht 25 jaar geleden vrede in Bosnië-Hercegovina maar daar is dan ook alles mee gezegd. Het land is verdeeld in twee deelrepublieken, de Servische en de Bosnisch-Kroatische Federatie. De laatste is dan ook nog onderverdeeld in kantons, met elk hun eigen regering. De landelijke regering wordt geleid door een roulerend driemanschap. Er is ook een gezamenlijk parlement, maar de deelstaten hebben ook een eigen parlement, een apart politiekorps, hooggerechtshof en staatsomroep. Verhuizingen na de oorlog hebben er toe geleid dat de verschillende delen etnisch homogener zijn geworden. Met aparte scholen voor elke gemeenschap waar jonge Bosniërs drie verschillende versies van de geschiedenis leren. De grootste verhuizing ging naar het buitenland. De bevolking van het land is in de afgelopen jaren met een kwart gekrompen. In een interview met Trouw, vorig jaar december, toonde Hoge Vertegenwoordiger Inzko zich niet gerust over de toekomst. In de eerste jaren na Dayton is er veel bereikt door aanhoudende druk van de internationale gemeenschap. Die druk moet nu weer worden opgevoerd, meent hij. Maar daar zijn nog geen tekenen van te vinden. Het land mag blij zijn dat de ‘Dayton’-afspraken nog niet in de prullenbak zijn verdwenen en dat de internationale gemeenschap nog steeds bereid is een Hoge Vertegenwoordiger te sturen die de vrede moet proberen bewaren in een inmiddels qua etnische identiteiten totaal verdeeld land. Een recept voor geweld.

Pelješac

Donderdag middernacht opende buurland Kroatië met een geweldige vuurwerkshow een nieuwe brug van het vasteland naar het schiereiland Pelješac. Daardoor hoeven reizigers naar het zuiden van Kroatië niet langer twee grenzen te passeren (EU uit en EU in) op het kleine stukje land bij Neum, waar Bosnië aan de Adriatische Zee grenst. De brug is door de Chinezen aangelegd met EU-steun. Bosnië vindt het een inbreuk op zijn toch al minieme opening naar de zee. Voor Kroatië telt vooral het gemak van de toeristen die nu ongehinderd kunnen doorreizen naar Dubrovnik. Om Bosnië heen, het is in zekere zin symbolisch. Terwijl de omringende voormalige Joegoslavisch staten zich elk afzonderlijk ontwikkelen blijft Bosnië geïsoleerd en verarmd achter met de sluimerende, potentiëel gewelddadige restanten van de burgeroorlog.

Reacties (3)

#1 Janos

Interessant stuk, dank!

Vraag: in hoeverre kun je spreken van een ‘burgeroorlog’ als in de titel? Toen ik nog in het onderwerp zat (inmiddels een flinke tijd terug) was dat een beetje beladen term. De oorlog begon nadat een verschillende republieken (Slovenië, Kroatië, Bosnië) zich hadden afgescheiden van Joegoslavië (waar ze het recht toe hadden, op basis van de Joegoslavische grondwet). Vanuit hun perspectief ging het dus niet om een burgeroorlog, maar om een inval/veroveringsoorlog door een ander land klein-Joegoslavië danwel Servië.

  • Volgende discussie
#1.1 Jos van Dijk - Reactie op #1

Interessante vraag. Ik heb het altijd gezien als een burgeroorlog, strijd om de macht binnen een land. Dat was Joegoslavië toch wel, dacht ik. Het was een federatief staatsverband. Die aparte Staten kregen in mijn herinnering pas na de dood van Tito meer gewicht. Ik vraag me af of Bosnië ooit een sterke staat geweest is met een nationalistische beweging zoals in Kroatië en Servië.
Toen het staatsverband uiteenviel ontstonden etnische conflicten. In Bosnië het zwaarst vanwege de gemengde samenstelling van het land. Maar ook in Kroatië waar Serven woonden was er oorlog.
Sorry, wat losse opmerkingen. Het is ook een erg complex verhaal .

#1.2 Janos - Reactie op #1.1

Ja, kan me het burgeroorlogperspectief ook wel voorstellen hoor. Puur technisch was het dat denk ik niet; Joegoslavië was inderdaad een federatief staatsverband, met 6 republieken (Servië Kroatië Slovenië Montenegro Macedonie en Bosnië) en 2 autonome gebieden (Vojvodina en Kosovo) – het belangrijkste verschil tussen zo’n republiek en autonoom gebied was dat de republieken zich formeel mochten afscheiden van Joegoslavië, de autonome gebieden niet – dat had alles te maken met Kosovo, dat in de Servische beeldvorming een enorme cultureel en religieus belang had (en heeft) als ‘bakermat van de Servische beschaving’ oa teruggaand op de veldslag daar in 1389 (historisch valt daar eea op af te dingen, maar die betekenis heeft het later wel gekregen). Afscheiding van Kosovo was toen al (jaren 60/70) onbespreekbaar, en dit was Tito’s compromis: wel autonomie voor het gebied, maar zonder afscheidingsmogelijkheid.

Hoe dan ook: zodra zo’n republiek zich onafhankelijk van Joegoslavië verklaarde was het een ander land, en een inval dan ook meer een oorlog dan een burgeroorlog. Dat gaat natuurlijk meer op voor bijvoorbeeld Slovenië, waar vrijwel alleen Slovenen wonen en waar kort gevochten is tussen de Sloveense ‘territoriale verdediging’ en het Joegoslavische leger, dan voor een Kroatië en (zeker) Bosnië, die werden binnengevallen vanuit Servië, maar waar ook binnen het land/gebied mensen die daar woonden de strijd met elkaar aangingen, omdat een deel van de mensen de onafhankelijkheid wel of niet steunden en wel / niet bij Joegoslavië wilden blijven horen. Bosnië had daar, zoals je ook aangeeft, de moeilijkste positie, met minder geschiedenis en een nog meer gemengde samenstelling.

Die etnische conflicten zijn er de afgelopen eeuw natuurlijk meerdere keren geweest, maar toch ook wel heel erg gecultiveerd en opgestookt na de dood van Tito, door dubieuze figuren, om zelf macht en invloed te verwerven. Nou ja, we hebben ze voorbij zien komen in Den Haag voor het tribunaal.

Nou ja, zoals je zelf al zegt: het is een complex verhaal, en daar kan ik het alleen maar mee eens zijn.