Sebastiaan van der Lubben

106 Artikelen
Achtergrond: Jay Huang (cc)
Sebastiaan van der Lubben : journalist; politiek verslaggever; liveblogger; politieke theorie; geschiedenis; docent (internet) journalistiek; pop-up journalistiek (Virtuele Reportages Trouw, Radio Amerika); tools, tricks en tips; drummer (Phat Elvis); vader (van drie zonen), onderzoeker; ichikyu jiu jitsu en zeer matige schaker.
Foto: © Ximaar Aanplakbord verkiezingen

Lokale verkiezingen zeggen niets over landelijke coalitie

COLUMN - Het mag niet en elke vier jaar leggen politicologen dat opnieuw uit. Maar de verleiding is blijkbaar te groot: journalisten kunnen het niet laten om lokale resultaten om te rekenen naar een landelijk beeld. De hypothetische vraag ‘Wat betekenen deze lokale uitslagen als er nu Tweede Kamerverkiezingen zouden zijn gehouden?’ moeten media niet stellen.  

Er zijn empirische redenen om de som niet en een retorische reden om de rekensom wel te maken. De retorische reden is dat nummers objectiveren en overtuigen (wat de aantrekkingskracht verklaart). Probleem is dat de rekensom an sich buitengewoon problematisch is. Het is een aantrekkelijke gedachte om de coalitie (de Haagse dat is) de maat te nemen met een gigantisch zetelverlies of juist op te geilen met flinke winst, maar de verschillen tussen de verkiezingen op lokaal en landelijk niveau zijn gewoon te groot om net te doen alsof er (numeriek) geen verschillen zijn. Dan worden niet appels en peren vergeleken, maar appels met bromfietsen.

Duh …

De gemeente is het Rijk niet. Tussen beide bestuurslagen zitten meer verschillen dan overeenkomsten. Er is bijvoorbeeld sprake van een hierarchische verhouding tussen beide: het Rijk heeft altijd het laatste woord. En meer dan praktische bezwaren is het Rijk ook de arena voor ideologische tweestrijd. Zo is in Leiden een samenwerking binnen het college tussen SP en VVD volstrekt normaal, in Haagse kringen zal er dan nog heel wat water door de Rijn moeten stromen als die samenwerking al niet was uitgesloten.

Foto: Jon S (cc)

Verschil: vertrouwen in de media of mijn media

ONDERZOEK - Wat dit jaar bleef liggen is mooi onderzoek over vertrouwen in (Amerikaanse) media. Het maakt nogal uit of je respondenten vraagt of zij ‘media’ vertrouwen of ‘hun media’. Onderzoek van American Press Institute eerder dit jaar nuanceerde ‘het’ vertrouwen in ‘media’ door ook te vragen naar het vertrouwen in  media dat respondenten daadwerkelijk gebruiken. Consumenten blijken zeer goed in staat om media-kanalen te vinden waar ze wel voldoende vertrouwen in hebben. De resultaten van beide vragen laten steeds een gespleten beeld zien: gaat ‘media’ onderuit, ‘mijn media’ scoort steeds veel hoger (Zie grafiek –  klik voor groter beeld).

© www.americanpressinstitute.org screenshot 2017-12-22-10-27-26-228

Onderuit

De constatering eerder dit jaar is interessant, want het onderscheid tussen media en mijn media is niet gemaakt in onderzoek van bijvoorbeeld het SCP. Daar werd – ook eerder dit jaar – geconstateerd dat het vertrouwen in media door jongeren daalt. Kranten en televisie kregen in 2008 van respondenten van 18-34 jaar een 6,4 en is gedaald naar een 5,5.

Jongeren

Dit beeld van dalend vertrouwen in pers als instituut onder jongeren is nog eens bevestigd door Peter Kanne en Femke van Schelven in hun onderzoek naar “Jongeren en democratie. Onderzoek in opdracht van Vrij Nederland“. (Enschede: I&O Research, januari 2017) dat het SCP aanhaalt. Daar ging het vertrouwen tussen 2007 en 2017 onderuit van 42 naar 28 procent. Dramatische cijfers, maar ook hier geen onderscheid tussen pers en pers die jongeren vooral volgen (en waar ze mogelijk veel meer vertrouwen in hebben).

Foto: Free Gaza movement (cc)

Strategisch geblunder van Mark Rutte

OPINIE - Hadden Opstelten en Teeven eerst moeten debatteren om pas dan hun hoofd te buigen en met hun ontslagbrief ‘voor volk en vaderland’ richting Koning te togen? Een retorische vraag. Aftreden in een persconferentie waar niemand vragen mag stellen, getuigt van weinig respect voor het parlement. Misschien wel de reden dat het zo vaak gebeurt. Met meer besef van die verhoudingen zou Opstelten waarschijnlijk nooit zo in de problemen zijn gekomen. Maar dat terzijde.

Aftreden voordat een debat kan plaatsvinden is kwalijker dan de minachting die de bewindspersonen ermee uitdrukken; het laat vragen onbeantwoord terwijl het vertrek wel verschoont. Het parlement moet hele goede redenen hebben om over de Teevendeal te praten met de nieuwe minister en staatssecretaris. Twee geslachtofferde bewindspersonen sluit onderwerpen voor langdurige tijd af. Maar niet voor altijd. En daarmee blijft de deal als een zwaard van Damocles boven Justitie en Veiligheid hangen. Iedere opvolger daar zal allereerst de zuurkast met de gewraakte overeenkomst moeten schonen voordat het onherstelbare gaten in zijn reputatie brandt.

We hebben nu het tweede orde-probleem: het was geen 1,25 miljoen maar ruim 4,7. Wie verkeerd voorlicht, moet verdwijnen. Een politieke doodzonde. Maar door het voortijdig vertrek van de minister/staatssecretaris, krijgen we ook geen inzage meer in de deal zelf: het eerste orde-probleem. Wat is daar nu precies gebeurd en hoe kan je zoiets zo slecht onderzoeken dan wel compleet vergeten?

Foto: Gerard Stolk (cc)

Geheime, zwarte gaten

OPINIE - Amerikanen martelen, Nederlanders niet. Tenminste: niet zolang we er geen (journalistiek) onderzoek naar doen. Maar helaas: geheime diensten zijn in Nederlandse media weinig sexy. En zo modderen ze voort.

Het kostte de Amerikaanse politica Dianne Feinstein (81 jaar – u leest het goed) ruim zes jaar om een rapport over Amerikaanse martelpraktijken boven tafel te krijgen.

Tot dat moment, nu een maand geleden, waren er goed gedocumenteerde vermoedens in Amerikaanse media. Het was wachten op een officiële bevestiging van de CIA zelf. En die ligt er nu – binnen één generatie. Rijst de vraag wat dit rapport zegt over de openbaarheid van de praktijken van de Nederlandse geheime dienst: AIVD. Wie zou in het Nederlandse parlement zo’n rapport boven tafel kunnen krijgen? Over, zeg, de Molukse treinkapingen, acties tegen de Nederlandse kraakbeweging, optreden van Nederlandse militairen in Libanon, Joegoslavië of Afghanistan?

Waarschijnlijk niemand.

Parlementair toezicht op de AIVD valt onder de Commissie Stiekem waarin fractieleiders vooral zaken geheim houden, want zo is het nu eenmaal institutioneel verankerd. Dus zijn we aangewezen op de vierde macht – de pers. Maar wie houdt zich actief met de geheime dienst in Nederland bezig? Je moet aan diepe zelfhaat lijden om in het onderwerp te duiken. Zelden blijven zoveel deuren gesloten.

Foto: Jeroen Mirck (cc)

Wat de verborgen camera van PowNed onthulde

ACHTERGROND - Een burgemeester die flirt met een jonge man: schande! Maar waarom precies? Omdat de burgemeester er nog lang niet aan toe is, vindt Rutger Castricum van PowNed. Deel 2: juiste methode, verkeerde invalshoek (deel 1 hier).

‘Wat bleek? Bij de eerste ontmoeting… ging het eigenlijk al direct over het sociale mediagebruik van de burgemeester,’ zo leidde Castricum de ‘ontmoeting’ in tussen de anonieme bron van PowNed en burgemeester van Maastricht, Onno Hoes. Het was tijd voor de beelden met de verborgen camera.

Na de inleiding (zie vorige post) werd het tijd om barbertje op te hangen. Het gaat over direct messages die door Hoes ‘heel bedachtzaam’ werden gewist. Dat moet dan de opmaat zijn voor de normoverschrijding waarnaar het halverwege het item nog altijd raden is. We zien Hoes binnen komen lopen, onder in beeld het (vreemde) onderschrift ‘Daten met een verborgen camera’ (volgens mij is het een date met Hoes…). Het gesprek tussen Hoes en zijn date begint.

‘Op Facebook heb je privé en zakelijk, want je hebt ook gewoon een privéleven,’ zegt de bron. Blijkbaar niet, want de man heeft een camera omhangen van PowNed. Op Twitter staat bij Hoes’ functie (burgemeester) genoemd. ‘Maar ik raak je toch op een privévlak,’ zegt de bron. Hoes beaamt. Bron: ‘Met wat je stuurt, moet je oppassen! Vandaar de keus om te reageren vanuit een privébericht.’ Hoes beaamt.

Foto: Jeroen Mirck (cc)

Onno Hoes in opspraak (gelokt?)

Als de affaire Onno Hoes ergens over gaat, dan vooral over dubieuze journalistieke methoden.

Onno Hoes, burgemeester van Maastricht, heeft zich volgens PowNews ‘opnieuw’ in de nesten gewerkt. Of, zoals presentator Dominique Weesie het in zijn intro woensdag 3 december verwoordde: ‘Precies een jaar na de zoenaffaire met toy boy Ruud, blijkt de burgervader opnieuw zijn boekje te buiten zijn gegaan. En opnieuw is er een toy boy in het spel.’

Twee keer ‘opnieuw’ suggereert urgentie, belang en vooral heel veel nieuwswaarde. Maar wat is er nu echt aan de hand? Dit keer betreft ‘het’ een twintigjarige jongen die ‘de afgelopen dagen gesprekken publiceerde die hij via de WhatsApp voerde met Onno Hoes. In die gesprekken zijn onder meer fragmenten te zien van uit de agenda van de burgemeester en een foto van zijn werkkamer.’

Dit roept direct (onbeantwoorde) vragen op: 1) hoe die jongen aan de foto’s komt, 2) waarom de jongen deze foto’s heeft gepubliceerd en 3) wat Hoes precies kan worden aangerekend?

‘Hoes kwam vorig jaar ook al in de problemen nadat een affaire met een jonge man op straat kwam te liggen. De gemeenteraad oordeelde toen dat zijn optreden een burgemeester onwaardig was maar gaf hem nog een laatste kans. Mochten er opnieuw feiten naar boven komen die aantoonbare schade zouden opleveren aan het ambt, dan zou het wel eens over en uit kunnen zijn, aldus een aantal partijen in de raad destijds.’

Foto: Alper Çuğun (cc)

Schaarste aan talent en toegang: waarom een journalist zijn bronnen verzint

ACHTERGROND - We weten nog niks. Oké: Perdiep Ramesar is op staande voet ontslagen. Dat ontslag vecht hij aan. Er is een onderzoek ingesteld naar zijn artikelen waarover ernstige twijfels zijn gerezen. Er zijn bronnen onvindbaar of ‘zelfs verzonnen’. Het vertrouwen is ‘ernstig geschaad’. Funest, want vertrouwen is de kurk waarop redacties drijven.

De vraag rijst dan ook: hoe heeft dit kunnen gebeuren? Wat hebben Stephan Glass (The New Republic), Janet Cook (Washington Post) en de Hitlerdagboeken met dit laatste journalistieke schandaal gemeen? Schaarste. Schaarste aan talent en schaarste aan toegang.

Iedereen kan schrijven. Maar weinigen kunnen helder en duidelijk schrijven. Slechts een selecte groep is in staat mondiale kwesties (jihadisme, vrede en veiligheid, multiculturaliteit) kritisch, transparant, trefzeker, geloofwaardig en in tekst te vangen. Ramesar was een van die selecte groep. Hij heeft onmiskenbaar journalistieke talenten en een prachtige pen. Over zijn stijl is niemand gevallen en heeft hem waarschijnlijk gebracht waar hij zat: bij misschien wel de beste krant van Nederland. En: hij had toegang.

Toegang tot een wijk bewoners waar maar weinig kranten naar omkeken. NRC stationeerde er geruime tijd Carola Houtekamer en Freek Schravesande in de Schilderswijk. The Post Online stuurde Joost Bakker en Mark Koster.

Foto: Latvian Foreign Ministry (cc)

PX-10: Wederhoor of wetenschappelijk debat? Doe mij het laatste maar!

ACHTERGROND - Het verwijt geen wederhoor te hebben toegepast, werkt bij journalisten als een rode lap op een dolle stier. Dus klimt ook Jan Born (EenVandaag) in de pen als het ministerie van Defensie hem verwijt het RIVM geen kans te hebben gegeven te reageren op zijn aantijging: hun onderzoek naar de kankerverwekkende PX-10 (reinigingsmiddel voor wapens) deugt niet. Lang leve internet, want daar kunnen we de achterkant van de scoop keurig inzien.

EenVandaag vraagt op 9 oktober om een reactie van het RIVM, herhaalt dat verzoek op 14 oktober en krijgt (pas) op 16 oktober een uitgebreide mondelinge en een dag later schriftelijke reactie. Te laat voor verwerking in de reportage. EenVandaag besluit daarom in de uitzending te verwijzen naar de webpagina van het programma. Daarop plaatst de redactie de reactie van het RIVM integraal. Dus, concludeert redacteur Born:

Als Defensie dus beweert dat het RIVM niet in staat is gesteld om op de aantijgingen te reageren, dan is dat een onjuiste bewering. Een onjuiste bewering, ondertekend door de minister van Defensie en gestuurd aan de Tweede Kamer. U mag het misschien een detail vinden maar Dossier EenVandaag heeft hoor en wederhoor hoog in haar vaandel staan.

Foto: chiefmoamba (cc)

De BBC deed ‘ons’ werk en dat is balen

OPINIE - Panorama-journalist (BBC) John Sweeney heeft getuigen gehoord die beweren dat Russische troepen MH17 hebben neergehaald. Een serieuze bewering die een nieuw licht werpt op de verschrikkelijke ramp in Oost-Oekraine. Dus was Sweeney te gast bij Nieuwsuur. Maar wat zegt deze Panorama-productie over de Nederlandse journalistiek?

Niet veel, vrees ik. Ik bedoel: die journalistiek is dan niet zo veel. Sterker: Sweeney benadrukt dat Nederlandse journalisten Putin maar eens moeten ondervragen wie aan de knoppen van het luchtafweergeschut zat. Een aanmoediging die hij nodig acht. ‘Ik zeg niet dat de Russen het deden, maar wel dat getuigen dat beweerden. En die zijn geloofwaardig.’

Mijn vraag: waarom doet Sweeney dit en wij – Nederlandse journalistiek – niet? Wat zegt deze primeur over de staat van de Nederlandse onderzoeksjournalistiek? Maakt dat iets uit, zou je kunnen stellen. Zolang er maar journalisten zijn die het verhaal schrijven/maken/breken. De nationaliteit doet er toch niet toe?

Dat klopt: vanuit een kosmopolitisch standpunt kan iedereen dit verhaal schrijven/maken/breken. Alleen ervaar ik een soort morele verplichting van de Nederlandse journalistiek om hun verhaal te ontsluiten. Er zaten 193 Nederlanders in dat toestel, het land lag dagenlang plat en de vraag waar het vanaf dag 1 om draait, luidt: whodonnit? Waarom zitten er wel tientallen medewerkers van het OM, NFi, Buitenlandse Zaken en politie op deze zaak en interviewt Nieuwsuur de BBC-journalist die wel aan het werk toog?

Foto: Gerard Stolk (cc)

Don’t believe the hype: jihadisme

OPINIE - De voormalig chef van MI6 plaatst kanttekeningen bij de nervositeit van Westerse inlichtingendiensten aangaande jihadisten. Ze zijn vooral een probleem voor andere jihadisten. En ook over de aanpak zijn de meeste experts het wel eens. Eergisteren een interview met Peter Knoope, directeur van het ICCT die in het Radicalisation Awareness Network overlegt met geheim agenten, jongerenwerkers en familieleden en daar goede resultaten mee boekt.

Zowel de Britse geheim agent als zijn Nederlandse onderzoeker zijn het over een ding eens: de harde taal van politici werkt vaak averechts. Overtuigde ronselaars zijn er altijd, de twijfelaars hard aanpakken door bijvoorbeeld hun paspoorten in te nemen, drijft beide groepen wellicht in elkaars armen, stelt Knoope in het NRC.

En vaak is er geen ideologische keus – blijkt uit onderzoek van de Universiteit Leiden. Een jihadistisch netwerk heeft voor immigranten gewoon hele praktische oplossingen voor hele praktische problemen. En: zingeving. Waar ook generaal Uhm op doelde toen hij een parallel trok tussen Syriëgangers en zijn zoon.

Hoe moeten we, gegeven al deze berichten, de vijfentwintig miljoen extra voor de AIVD nu begrijpen? Anders gezegd: hoe kunnen wij – pers, publiek, politiek – controleren dat die vijfentwintig miljoen het ook echt waard zijn? De bureaucraten ontwaken – wie een verband kan leggen tussen zijn dossier en jihadisten, krijgt er waarschijnlijk geld bijgeklust. Heel veel fantasie is daar niet voor nodig.

Foto: Jan Krömer (cc)

Lokale onderzoeksjournalistiek: begin met een ‘eenvoudige’ reconstructie

ACHTERGROND - Er zijn nog genoeg mogelijkheden om (lokale) onderzoeksjournalistiek te bedrijven, althans zolang je een beroep kunt doen op onbetaalde krachten.

Je kan groots analyseren dat de lokale democratie geen waakhonden meer heeft. Dat de monitoring citizen wel wakker wordt als er iets onrechtvaardigs in zijn omgeving gebeurt. Dat de raadsleden de nieuwe waakhonden zijn. Kan allemaal. Dan sluit je je op in een vergaderruimte en klaag je tot er geen oplossing komt. Je kan ook praktischer aan de slag. Jat een format (in dit geval: Andere Tijden), bel wat rond met mensen in je kaartenbak (of van wie de nummers gewoon op de site staan) en ga aan de slag.

Reconstructie

De opdracht: reconstrueer de vorming van een nieuw college. Benader de hoofdrolspelers, bestudeer hun verkiezingsprogramma’s en leg dat eens naast het beleids- en bestuursakkoord en zoom tijdens de interviews in op de verschillen en overeenkomsten. Deze eenvoudige opdracht kostte zes studenten aan de master Journalistiek en Nieuwe Media twee volle weken en een paar hele drukke dagen montagetijd. Dat is heel duur.

Studenten

Dus werd de minidcumentaire niet gemaakt door het Leidsch Dagblad, maar… inderdaad: door journalisten-in-opleiding. En die kregen de lof toegezwaaid die ze verdienden (kijk zelf even). Tijdens de screening, met een aantal lokale politici vol in campagne (de docu was klaar vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2014), oogstte hun productie de nodige reacties in de zaal en naderhand aan de toog in de kroeg. Want daar kwamen nog een aantal saillante details boven tafel. Ook daar hadden de journalisten-in-spe een stuk over kunnen maken. Ze beloofden in februari met een follow-up te komen.

Wob-verzoek ingediend? Kan je wachten tot je een ons weegt!

ACHTERGROND - Elke journalistiek begint met toegang tot gegevens. Geen toegang, geen gegevens, geen verhaal. Dat kan met een belletje richting communicatieafdeling of, zwaarder, een Wob-verzoek. Dan moet de overheid dat verzoek wel honoreren. En dat gebeurt niet altijd even doortastend. Een dwangsom om binnen een termijn te reageren, is dan een prettige stok achter de deur. Maar die stok neemt Plasterk burgers nu af.

Eerlijk is eerlijk: verdienen aan de Wet openbaarheid van bestuur is van de zotte. Complexe verzoeken indienen in de hoop dat gemeenten een verplichte termijn overschrijden, is buitengewoon onwenselijk. Net zo onwenselijk als het dan maar rigoureus schrappen van deze financiële stok achter de deur door minister Plasterk. In een brief aan de Kamer belooft de minister eind van dit jaar met een nieuwe Wob te komen, waarin die dwangsom niet meer is opgenomen.

De maatregel-Plasterk – schrappen – heeft twee werkbare alternatieven. Zo kunnen de dwangsommen in een speciaal fonds worden gestort om zo persoonlijk gewin teniet te doen. Het kabinet is daarvan geen voorstander in verband met de hoge uitvoeringslasten. Die kosten worden overigens nergens onderbouwt, maar zijn waarschijnlijk lager dan de totale dwangsommen die gemeenten nu moeten betalen. De VNG kreeg eerder al ruim vijfhonderd klachten binnen op een Wob-misbruik-meldpunt. Vijfhonderd redenen om te pleiten de dwangsom uit de Wob te slopen. Als al die dwangsommen nu eens zouden terugvloeien naar gemeenten om daarmee te helpen dat verzoeken op tijd worden behandeld, dan hoeven de goede niet onder de slechten te lijden.

Vorige Volgende