Europa op weg naar gezamenlijke staatsschuld
Een bijdrage van Jan Werts van het Montesquieu Instituut.
Nederland moet accepteren dat Europa opschuift naar gezamenlijk af te lossen staatsschulden. Tegelijk is het beschikbare instrumentarium reddingsmiddelen flink verruimd. Ondanks nieuwe megagrote steun aan Griekenland blijft de houdbaarheid van de euro onzeker. Duitsland en Nederland kregen voor elkaar dat de banken voortaan meebetalen. Onder druk van de speculanten is tijdens de speciale Eurotop van 21 juli een crisis afgewend.
Griekenland niet gered
Er komt een tweede reddingsplan voor Griekenland van totaal circa 215 miljard euro tot 2020. Over onderdelen van dat onvoorstelbaar grote bedrag wordt nog tussen belanghebbenden gesteggeld. Vast staat dat tot 2014 via EU (eurzone) en IMF 109 miljard beschikbaar komt voor o.a. herfinanciering van Griekse schulden en schuldkwijtschelding
De private sector (banken, pensioenfondsen, verzekeraars) levert tot 2014 circa 50 miljard. In totaal dragen de particuliere financiers tot 2020 106 miljard bij. Verder is voor Griekenland nog 45 miljard beschikbaar uit het vorige hulppakket dat 110 miljard euro beliep. Tenslotte maakt Athene zelf 50 miljard vrij uit de verkoop van staatsbezit. Je kunt samengevat zeggen dat Griekenland zeker tien jaar aan het infuus blijft hangen.

Het Kamerdebat voorafgaand aan de Europese Raad van 24 en 25 maart over het zogeheten europact, dat verdergaande coördinatie en samenhang van economisch beleid beoogt, ging vooral over soevereiniteit.

Kanselier Angela Merkel en president Nicolas Sarkozy hebben de eurolanden compleet verrast. Met eerder onbespreekbare maatregelen dwingen zij hen in een keurslijf ter bescherming van de munt. Het Duits-Franse ‘Pact voor Concurrentiekracht’ zet de Europese instellingen in Brussel buiten spel. De andere eurolanden doen aarzelend mee. Op 11 maart verhoogt een extra topconferentie het noodfonds voor zwakke eurolanden van 560 naar 750 miljard euro.