Het referendum als drukmiddel
De Griekse premier Papandreou heeft het referendum, of het ‘dreigen’ daarmee verstandig ingezet. Hij begrijpt in ieder geval goed de kracht die uit het referendum spreekt: niet zozeer een volksraadpleging, maar eerder een politiek drukmiddel, zegt PvdA-coryfee Joop van den Berg.
De Griekse premier Papandreou heeft heel Europa op stelten gezet met de aankondiging van een referendum over de op 27 oktober met zo veel moeite overeengekomen maatregelen om de euro in stand te houden maar ook Griekenland als euroland te behouden. Zo zeer, dat hij zijn voorstel schielijk heeft teruggenomen. Maar niet, dan nadat hij de oppositie bereid heeft gevonden het hele pakket eveneens te aanvaarden, onder voorwaarde dat er spoedig verkiezingen zullen zijn. Men kan het gevoel krijgen dat dit van meet af aan de opzet is geweest van de ervaren en gewiekste politicus.
In heel Europa is er intussen een levendige discussie ontstaan over de vraag, of de Griekse premier zulk referendum wel ‘mocht’ uitschrijven. De vraag is immers gerechtvaardigd of in dit geval een referendum een adequaat democratisch instrument is om een probleem aan te pakken. Daarvoor is het dienstig te kijken naar de kenmerken van het referendum.
Tijdens de Franse Revolutie is het idee opgekomen dat onder bepaalde voorwaarden de bevolking niet buiten essentiële beslissingen kan worden gehouden, ook niet in een representatieve democratie. De belangrijkste voorwaarde is dat het gaat om een wijziging van de constitutionele verhoudingen.


Het Kamerdebat voorafgaand aan de Europese Raad van 24 en 25 maart over het zogeheten europact, dat verdergaande coördinatie en samenhang van economisch beleid beoogt, ging vooral over soevereiniteit.

Kanselier Angela Merkel en president Nicolas Sarkozy hebben de eurolanden compleet verrast. Met eerder onbespreekbare maatregelen dwingen zij hen in een keurslijf ter bescherming van de munt. Het Duits-Franse ‘Pact voor Concurrentiekracht’ zet de Europese instellingen in Brussel buiten spel. De andere eurolanden doen aarzelend mee. Op 11 maart verhoogt een extra topconferentie het noodfonds voor zwakke eurolanden van 560 naar 750 miljard euro.