Het beste jongetje van de klas
Het Nederlandse pleidooi voor een automatisch sanctiemechanisme bij slordige overheidsfinancien, kan nog wel eens als een boomerang terugslaan. Nederland wil het beste jongetje van de klas zijn, maar is dat helemaal niet, betoogt Sebastiaan Princen, universitair hoofddocent aan het departement Bestuurs- en Organisatiewetenschap aan de Universiteit Utrecht.
In de Europese discussie over de schuldencrisis, heeft de Nederlandse regering zich van haar strengste kant laten zien. Strikt toezicht op de financiën van de Eurolanden, uit te voeren door een onafhankelijke Eurocommissaris, met een interventieladder van automatisch oplopende sancties voor landen die zich niet houden aan de afspraken uit het Stabiliteits- en Groeipact. Dat is de strekking van het voorstel voor de versterking van het bestuur in de Eurozone die de Nederlandse regering in haar brief van 7 september uiteen heeft gezet.
Een vergelijkbare inzet is gekozen in de discussie over het zogenaamde ‘six pack’: zes maatregelen om het toezicht op de begrotingen en economische ontwikkeling van de Eurolanden te versterken. Op basis van deze maatregelen krijgt de Europese Commissie de bevoegdheid haar aanbevelingen aan individuele lidstaten kracht bij te zetten met financiële sancties, die alleen door een gekwalificeerde meerderheid van stemmen door de Raad van Ministers ongedaan kunnen worden gemaakt. Dit ‘semi-automatische’ sanctiemechanisme was precies wat de Nederlandse regering wilde, om te voorkomen dat zich een situatie zou herhalen als in 2003/2004, toen Duitsland en Frankrijk met succes sancties tegen zichzelf wisten tegen te houden.


Het Kamerdebat voorafgaand aan de Europese Raad van 24 en 25 maart over het zogeheten europact, dat verdergaande coördinatie en samenhang van economisch beleid beoogt, ging vooral over soevereiniteit.

Kanselier Angela Merkel en president Nicolas Sarkozy hebben de eurolanden compleet verrast. Met eerder onbespreekbare maatregelen dwingen zij hen in een keurslijf ter bescherming van de munt. Het Duits-Franse ‘Pact voor Concurrentiekracht’ zet de Europese instellingen in Brussel buiten spel. De andere eurolanden doen aarzelend mee. Op 11 maart verhoogt een extra topconferentie het noodfonds voor zwakke eurolanden van 560 naar 750 miljard euro.