Jos van Dijk

1.236 Artikelen
607 Waanlinks
3.691 Reacties
Achtergrond: Jay Huang (cc)
Was tot 2012 docent in het HBO.
Schrijft over Europa en over het vrije verkeer van informatie.
Publiceerde in 2007 "Dit kan niet en dit mag niet; een kroniek van belemmering van de uitingsvrijheid in Nederland." Voortgezet op de website: http://freeflowofinformation.blogspot.com/
Publiceerde in 2016 "Ondanks hun dappere rol in het verzet. Het isolement van Nederlandse communisten in de Koude Oorlog" voortgezet op de website http://nederlandsecommunisten.nl/#site-header
Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Google gaat ook censureren

1 februari 2012 was een zwarte dag voor het internet volgens directeur de Vries van Xs4all. Sinds gisteren blokkeert deze provider op rechterlijke bevel de toegang tot drie websites die te maken hebben met Pirate Bay. Het voorlopige einde van de strijd van de belangenbehartigers van een obsoleet auteursrecht tegen een vrij internet.
Google maakte de dag gisteren nog zwarter door de aankondiging dat het bedrijf in navolging van Twitter bloggers gaat censureren als zij de nationale wetten dreigen te overtreden. Daarvoor zet het bedrijf net als Twitter geografische filters in. Binnen bepaalde gebieden mag je veel, binnen andere gebieden weinig. En dat wordt dan bepaald door een particuliere onderneming. Die filters kunnen vast wel op de een of andere manier omzeild kunnen worden, net als bij Pirate Bay. Maar wat hier gebeurt gaat natuurlijk veel verder dan een technische maatregel.

Twitter en Google buigen met hun geografische filters voor de nationale wetten met alle beperkingen die daarin zitten voor het vrije verkeer van informatie en de mensenrechten. Internet begon ooit als een belofte voor wereldwijde vrije communicatie. Maar met de actuele ontwikkelingen verandert die belofte meer en meer in een utopie.

De bedrijven die het internet in hun greep hebben zijn zelf multinationals met alle mogelijkheden om zich wereldwijd vrij te bewegen om de grootst mogelijke winst te behalen. Ze binden hun gebruikers echter aan wetten die de communicatie beperken en de uitoefening van burgerlijke vrijheidsrechten belemmeren. De redenen liggen voor de hand: de winst moet behaald worden uit de commerciële exploitatie van het internet en dat betekent dat je geen risico’s mag nemen om uitgesloten te worden van lucratieve markten. Aanpassing aan de regels van de lokale machthebbers is daarom vereist. De illusie dat een vrij internet gewaarborgd kan worden door particuliere ondernemers is opnieuw gebroken. Even konden we blij zijn met de steun van Google c.s. in de oppositie tegen SOPA. Bij nader inzien ging het in dit geval toch meer om de strijd tussen oude en nieuwe media. Google tegen Hollywood en niet Google voor de internetvrijheid.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Orbán stimuleert Europees debat

Het bezoek van de Hongaarse premier Viktor Orbán aan het Europese Parlement in Straatsburg was in meer dan een opzicht uniek. Orbán kwam onaangekondigd de nieuwe Hongaarse grondwet verdedigen nadat de Europese Commissie een onderzoek had aangekondigd vanwege mogelijke schendingen van Europese verdragen.  Dat de Commissie hiertoe overging was al tamelijk bijzonder. Sinds de spontane tijdelijke boycot van Oostenrijk in 2000 vanwege de deelname van Jörg Hayder aan de regering hebben we geen dergelijke gezamenlijke Europese actie tegen een lidstaat meer gezien. Dat een premier zelf onuitgenodigd zijn zaak kwam bepleiten is nog nooit vertoond. Zijn bezoek leidde tot een heftig en principieel debat (zie hier en hier) over Europese waarden en dat zien we ook veel te weinig.

Of Orbán naar Straatsburg was gekomen vanwege de Europese waarden is nog maar de vraag. Een belangrijk probleem voor hem is de weigering van EU en IMF om financiële hulp te  bieden zo lang hij niet kan garanderen dat de centrale bank onafhankelijk kan opereren. En Orbán heeft die hulp dringend nodig. Ondanks grote woorden van Orbán na zijn verkiezing dat hij het allemaal beter zou doen dan de socialisten is de staatsschuld alleen maar gestegen en inmiddels hoger dan onder de vorige regering.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Wie leverde de wapens in de Balkanoorlog?

Twee Sloveense journalisten publiceren na jarenlang onderzoek een onthullend boek in drie delen over de wapenhandel tijdens de Balkanoorlog (1991-1995).  Twee delen van “In de naam van de staat” zijn gepubliceerd, het derde deel verschijnt dit voorjaar. Intussen is een van de auteurs met de dood bedreigd.
Een (Engelstalige) presentatie van het onderzoeksproject laat zien wie er geprofiteerd hebben van de slachtingen in voormalig Joegoslavië. Met hulp van collega’s in Kroatië, Bosnië en Herzegovina, Polen, Oekraïne en Zwitserland en het Europese Fonds voor Onderzoeksjournalistiek tonen Matej Šurc en Blaž Zgaga de internationale betrokkenheid bij de burgeroorlog aan. Hun speurtocht brengt hen uiteindelijk in het Kremlin.
Meer dan 6000 geclassificeerde documenten kregen Šurc en Zgaga boven water via een WOB-procedure. Ze ordenden al het materiaal in een database en lazen alles wat ze konden vinden in relatie tot namen, plaatsen en gebeurtenissen die in de documenten werden genoemd. Ze interviewden vele betrokkenen en schakelden buitenlandse collega’s in voor nader onderzoek. Ze besloten al het materiaal te publiceren in een trilogie, een spannend, journalistiek verhaal waarin de noten naar de oorspronkelijke bronnen niet zijn vergeten.

Het eerste deel gaat over de verkoop vanuit Slovenië van wapens van het oude Joegoslavische leger aan strijdende partijen in andere delen van Joegoslavië, met name Kroatië. De winst van deze handel (40 miljoen dollar) is teruggevonden op een Zwitserse bankrekening. Hoofdrolspelers zijn twee Sloveense ministers.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Aardige Amerikanen en de moraal op zee

Het Amerikaanse vliegdekschip John C. Stennis heeft 13 Iraanse zeelieden bevrijd die op hun eigen vissersboot gevangen werden gehouden door Somalische piraten. De Iraanse vissersboot werd door de piraten gebruikt als “moederschip” voor hun acties. De Amerikanen reageerden op een noodoproep van de vissers, arresteerden de piraten en gaven de boot terug aan de Iraniërs. Vanuit Iran is verheugd gereageerd op deze Amerikaanse actie. De Amerikaanse marine verklaarde in dit soort gevallen zonder onderscheid hulp te bieden.

De NOS maakt er, geïnspireerd door een woordvoerder van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken,  een “pikant” verhaal van omdat uitgerekend de John C. Stennis (nomen est omen) onderwerp was van een escalatie van het conflict tussen Iran en de VS. Het vliegdekschip keerde volgens de VS terug naar zijn standplaats in Bahrain, terwijl Iran de VS had gewaarschuwd “uit de buurt te blijven”. Maar wat is er pikant aan onderlinge hulp in noodgevallen? Het is een ongeschreven wet op zee dat je elkaar te hulp schiet als er een schip in nood is. Bij noodsignalen zet je koers naar het schip dat hulp nodig heeft. Dat is een regel die iedereen op zee ten goede komt. Bij alle gevaren die zeelieden lopen kunnen zij hieraan een beetje zekerheid ontlenen dat ze niet in de steek gelaten worden als de nood aan de man komt.  Wie je bent, of je nu groot of klein bent, wat je op zee doet, waar je vandaan komt, dat doet er niet toe. Dat kan er ook niet toe doen, want anders werkt de regel niet. De hulp wordt zonder onderscheid geboden zoals de Amerikaanse marine vertelde. En dat is uiteindelijk in ieders belang.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Vrijheid van meningsuiting anno 2011

Het is de week van de lijstjes en de jaaroverzichten. Wat kunnen we uit 2011 melden over de vrijheid van meningsuiting in Nederland? Ik noem vier onderwerpen die er dit jaar wat mij betreft uitsprongen.

1. De vrijspraak in het proces Wilders was zoals verwacht. Het proces-dat-beter-niet gehouden-had-kunnen-worden ontaardde in een nachtmerrie voor de rechterlijke macht. Wilders en zijn advocaat kregen volop de gelegenheid de onafhankelijkheid van ons rechtssysteem in twijfel te trekken. Dieptepunt was ongetwijfeld Wilders’ chanterende opmerking dat hij het vertrouwen in de rechterlijke macht zou opzeggen als hij niet zou worden vrijgesproken. Dat zijn vrijspraak tenslotte het vertrouwen in de rechterlijke macht heeft doen toenemen , met name bij PVV-stemmers, is verontrustend. Het suggereert dat men geen boodschap heeft aan de onafhankelijkheid van de rechter bij uitingsdelicten.
Voor iedereen die nog wel gelooft in de scheiding der machten laat de vrijspraak van Wilders veel vragen open. Sommige van zijn uitlatingen waren op de grens maar niet over de grens, zei de rechter. Maar over waar we nu precies de grens moeten leggen zijn we helaas niet veel wijzer geworden. Welke uitingen zouden in de ogen van de rechter wel strafbaar geweest zijn? Hier raken we aan de problemen die de strafwetsartikelen 137 c en d met zich meebrengen. De toepassing van deze artikelen (belediging en haat zaaien) blijft lastig als je een vrij maatschappelijk debat over tal van actuele punten niet wil frustreren. Deze artikelen zouden beter kunnen worden afgeschaft of zodanig aangepast dat alleen daadwerkelijke bedreiging met geweld overblijft als grond om iemand in zijn uitingsvrijheid te straffen. In dit verband mag ook nog wel eens opgemerkt worden dat het een schande is dat een politicus in Nederland vanwege zijn uitspraken nog steeds beveiligd moet worden.

Vorige Volgende