“U heeft nog zes dagen om af te treden”
ELDERS - Onrust in Montenegro. De grootste oppositiepartij roept premier Djukanovic op om te vertrekken. De regering vermoedt een Russisch complot.
Afgelopen zaterdag ontruimde de politie in Podgorica met veel geweld een tentenkamp van demonstranten voor de deur van het parlement. Duizenden mensen trokken zondagavond door de hoofdstad uit protest tegen het politie-optreden en als ondersteuning van de eis van de oppositie aan premier Djukanovic om af te treden. Oppositiewoordvoerder Mandic van het Democratische Front gaf Djukanovic nog zes dagen de tijd. “Anders komt heel Montenegro zaterdag hier weer voor een nieuw protest”. Dat is dus morgen.
Van alle voormalige delen van het voormalige Joegoslavië is Montenegro misschien nog wel het langst rustig gebleven. Het land maakte tot 2006 deel uit van een federatie met Servië. In dat jaar stemde de meerderheid van het land voor onafhankelijkheid. Montenegro, een bergachtig land in het Zuid-Westen van de Balkan, heeft niet meer dan ruim 600.000 inwoners, van wie de meesten (45%) Montenegrijnen, een grote minderheid Serviërs (28%) en verder nog Albanezen en Bosniakken. Milo Djukanovic van de Democratische Socialisten van Montenegro (DPS, een voortzetting van de Communistische Partij die tot de burgeroorlog aan de macht was) is er feitelijk al sinds 1990 de baas. Hij was aanvankelijk nauw gelieerd aan de Servische premier Milosevic, maar koerste later op onafhankelijkheid van Montenegro. Zijn partij, inmiddels ook lid van de Europese Socialisten, won in een coalitie van pro-Europese partijen de verkiezingen van 2012. Sinds 2010 is Montenegro kandidaat-lid van de EU. Nu ligt Djukanovic sinds enkele weken onder vuur op beschuldiging van corruptie en electorale fraude. Het conservatieve Democratisch Front van Miodrag Lekic, dat hem de wacht heeft aangezegd is pro-Servisch en heeft de andere oppositiepartijen opgeroepen niet meer in het parlement te verschijnen.