Amerikaanse Democraten zijn weer macho
Democraten zijn de afgelopen decennia in Amerika altijd de “watjes” geweest. Het zachtaardige, politiek correcte imago van de partij heeft haar ook wel de bijnaam “mommy party” opgeleverd. De Republikeinen, oftewel de “daddy party”, sponnen hier in het post-11 september tijdperk garen bij. Watjes helpen je namelijk niets in tijden van “oorlog”.
Op het eerste gezicht lijkt het dat de Amerikanen nu terugkomen van deze zienswijze door de democraten weer in het zadel te helpen. Nancy Pelosi was tijdens haar inauguratie misschien wel het prototype “mommy”, zo omringd door haar kleinkinderen.
Maar als je iets verder kijkt zie je niet dat de Amerikaanse kiezer “softer” is geworden, maar dat de Democraten “tougher” zijn. De nieuwe kandidaten van de partij zijn niet zelden voormalige FBI- of CIA-hotshots of komen rechtstreeks uit het leger.
Patrick Murphy, bijvoorbeeld, was een leraar op de West Point militaire academie, aanklager en veteraan van de Irak-oorlog. Chris Carney zat bij de Marine en Joe Sestak is een voormalig vice-admiraal die in Afghanistan heeft gediend.
Dit is uiteraard geen toeval, maar compleet geregisseerd. Amerikanen willen meer “stoere mannen” in de politiek? Dan kunnen ze ze krijgen. De commissie die hielp de congreskandidaten te selecteren zocht daarom vooral in die hoek.
Slechts een paar maanden geleden leden de Amerikaanse Republikeinen een zware nederlaag. Kort daarna volgde een rapport van de Studiegroep Irak, waarin de nadruk werd gelegd op diplomatie en minder op troepen. Alles wees erop dat er eindelijk wat realiteitszin in het Irak-beleid van de VS zou komen. Helaas blijkt dat Bush’ naaste medewerkers al die tijd niet naar de Studiegroep Irak hebben geluisterd, maar naar de denktank American Enterprise Institute (AEI), waar ook onze geliefde altijd genuanceerde Ayaan Hirsi Ali deel van uitmaakt.
Gisteren was het 10 jaar geleden toen voor het laatst de elfstedentocht verreden werd. Volgens het KNMI