Mission accomplished: oorlog gewonnen, regime gechanged
De Verenigde Staten hebben opnieuw een oorlog gewonnen. Of preciezer: ze hebben verklaard dat ze gewonnen hebben. Minister van Defensie Pete Hegseth sprak over een “decisive military victory”. Iran zou effectief teruggedrongen zijn en tot een staakt-het-vuren zijn gebracht.
Dat roept een basale vraag op: wat is er precies veranderd? De Straat van Hormuz is weer open, maar dat was hij voor dit conflict ook. Iran bestaat nog steeds. De machtsstructuur in Teheran staat overeind. De regionale spanningen blijven intact. Alleen de context is verschoven: meer schade, meer wantrouwen, minder controle. Een systeem dat al fragiel was, draait nu onder nog hogere druk. En ondertussen gaat Israël rustig door met het Gaza-stijl bombarderen van Libanon.
Dit type overwinning voelt bekend. Tijdens de Golfoorlog van 1991 werd Koeweit bevrijd, waarna de machtsverhoudingen grotendeels bleven zoals ze waren. Saddam Hoessein bleef aan de macht. De regio ging door met dezelfde spanningen, aangevuld met sancties, no-fly zones en permanente militaire dreiging. De oorlog als onderhoudsmechanisme voor instabiliteit.
Regime change als administratieve vervanging
Interessanter is de manier waarop het begrip “regime change” verschuift. Ooit verwees het naar een daadwerkelijke breuk: een ander regime, andere machtsbasis, een structurele verandering. In de huidige praktijk betekent het blijkbaar iets anders. De strategie richt zich op het uitschakelen van leiders. De top wordt verwijderd, waarna opvolgers uit dezelfde structuren hun plaats innemen. De organisatie blijft, de logica blijft, de belangen blijven.
