Joost

2.827 Artikelen
2.840 Waanlinks
25.681 Reacties
Achtergrond: Kordite (cc)
Technisch opperhoofd en voorzitter van Sargasso, wat in de praktijk betekent dat hij nog geen zak te zeggen heeft :).

Developt (?) zich in het dagelijks leven het ongans en heeft veel te veel ideeën om uit te voeren. Daarom helpt Chat (zie boven) hem tegenwoordig vaak een handje zodat er toch nog af en toe een stukje verschijnt.
Foto: Edu Raw on Pexels

Elon Musk: De biljonair, democratie en de armste vier miljard

Elon Musk is na de beursgang van SpaceX waarschijnlijk de eerste biljonair ter wereld geworden. Zijn vermogen zou door de notering boven de 1,1 biljoen dollar uitkomen, vooral door zijn belang in SpaceX. Het bedrijf haalde bij de beursgang 75 miljard dollar op en wordt nu gewaardeerd rond de 1,77 biljoen dollar. Ja, biljoen. Duizend miljard. Een miljoen miljoen. De Washington Post omschreef Musks nieuwe status terecht als rijkdom “op papier”, want het grootste deel van dat vermogen bestaat uit aandelenwaarde, verwachtingen en marktprijs.

De meest kaakzakkende vergelijking komt van Oxfam. In 2024 had de armste 46 procent van de wereldbevolking, 3,8 miljard mensen, samen een nettovermogen van 890 miljard dollar, omgerekend naar prijzen van januari 2026. Bij een vermogen van 1 biljoen dollar bezit Musk dus meer dan bijna de helft van de mensheid samen. Eén man boven bijna vier miljard mensen. Eén beursnotering boven het gezamenlijke bezit van complete continenten aan armen, schuldenaren, huurders, flexwerkers, landlozen en mensen die vooral worden meegeteld wanneer economen een grafiek over armoede nodig hebben.

De beursgang van SpaceX gaat daarmee minder over ruimtevaart dan over een economie waarin fictieve waardering echte macht produceert. Musks biljoen ligt nergens in een kluis. Het is geen stapel geld die hij morgen zonder gevolgen kan opnemen. Het bestaat grotendeels uit aandelen die alleen deze waarde houden zolang beleggers, banken, analisten, indexfondsen en markten blijven geloven dat SpaceX later nog meer waard wordt. De armste 3,8 miljard mensen leven met materiële tekorten.

Foto: Jannik on Unsplash

Het WK hoeft van de FIFA helemaal niet uitverkocht te zijn

Bij berichten over mogelijke lege stoelen tijdens het WK gaat de discussie meestal over de hoogte van de ticketprijzen. Die prijzen zijn hoog, en volgens de FIFA wordt de organisatie daartoe gedwongen. Dat weten we inmiddels wel. Interessanter is een andere vraag: wat als volle stadions simpelweg geen prioriteit zijn?

Dat klinkt misschien vreemd voor een sportorganisatie. Je zou verwachten dat het grootste voetbaltoernooi ter wereld er alles aan doet om iedere beschikbare stoel te vullen. Volle tribunes zorgen voor sfeer, betere televisiebeelden en een overtuigend bewijs dat het WK leeft onder supporters. Toch is dat alleen logisch als het doel daadwerkelijk een vol stadion is, en voor de FIFA hoeft dat niet zo te zijn.

Een organisatie die vooral naar inkomsten kijkt, hoeft niet iedere stoel te verkopen. Sterker nog, het kan financieel aantrekkelijker zijn om minder kaartjes te verkopen tegen hogere prijzen dan een stadion tegen lagere tarieven vol te krijgen. In dat model vormen lege stoelen geen probleem. Ze zijn een geaccepteerd neveneffect van een strategie die op maximale opbrengst is gericht.

Dat maakt de berichtgeving over onverkochte kaarten en woekerprijzen ook minder verrassend. Het grootste voetbaltoernooi ter wereld kampt niet met een tekort aan belangstelling. Het kampt met een tekort aan mensen die bereid of in staat zijn de gevraagde prijs te betalen. Dat zijn twee heel verschillende dingen.

Foto: SpaceX on Unsplash

SpaceX: Publieke raketten, private jackpot

Privatizing profits, socializing losses. De staat helpt bouwen, de markt mag applaudisseren, en zodra de waardering hoog genoeg is, schuift het risico door naar iedereen met een pensioenpot. Bij SpaceX wordt het principe tot het uiterste gerekt. Het bedrijf wil naar de beurs. Dat betekent dat een bedrijf dat jarenlang in private handen was, aandelen gaat aanbieden aan publieke beleggers. Voor vroege investeerders en insiders is een beursgang vaak het grote afrekenmoment: hun belang, opgebouwd in besloten kring, krijgt eindelijk een openbare prijs. SpaceX mikt op een beursgang waarbij het ten minste 75 miljard dollar wil ophalen, bij een waardering rond 1,75 biljoen dollar.

Bij SpaceX wringt dat extra. Het bedrijf is puur op zichzelf groot geworden. Het is groot geworden met publieke contracten, publieke infrastructuur, publieke afhankelijkheid en strategisch staatsbelang. NASA, defensie, vergunningen, lanceerlocaties, frequenties: de overheid staat overal in de machinekamer. Alleen verdwijnt die overheid uit beeld zodra de winst straks privaat verdeeld kan worden.

Een deel van de kritiek op de beursgang draait precies daarom. Deze prikt wel meteen een krankzinnig hoge prijs vast. Gewone beleggers en pensioenfondsen stappen straks via de index gedwongen in op dat niveau, en zodra de periode voorbij is waarin insiders nog niet mogen verkopen, kunnen zij en de vroege investeerders daar alsnog tegen uitstappen. En er speelt nog iets, gerelateerd aan die net genoemde index: aangepaste Nasdaq-regels. Vroeger moest een nieuw beursfonds normaal eerst een seasoning period doorlopen: maanden handelsgeschiedenis om prijs, liquiditeit en stabiliteit te laten ontstaan. Sinds 1 mei 2026 kan een extreem groot nieuw aandeel onder de fast-entryregel al na vijftien handelsdagen in de Nasdaq-100 belanden. En zodra zo’n aandeel in een grote index komt, moeten indexfondsen en passieve beleggingsproducten het volgen. Pensioengeld beweegt dan niet omdat SpaceX ineens een redelijke prijs heeft, maar omdat de index het zegt. En SpaceX zal direct het grootste fonds worden, en dus een significant deel van wat die fondsen moeten aankopen.

Tata had de vinger niet aan de Pols

Tata Steel dacht met Donald Pols een mooie groene laklaag binnen te halen: ex-Milieudefensie, en meteen directeur duurzaamheid én communicatie, zodat de giftige rookpluim voortaan netjes in een persbericht kon worden weggepoetst. Zijn eigen milieuclub nam per direct afstand van hem toen hij bij een van de grootste vervuilers van Nederland aanschoof, maar die groene geloofwaardigheid was natuurlijk het hele verkoopargument. De laklaag bladderde dus al vóór dag één. Een milieuactivist inhuren als luchtverfrisser voor de hoogovens, dat kan bijna niet goed gaan.

Foto: "Israel - Boycott, divest, sanction" by John Englart (Takver) is licensed under CC BY-SA 2.0

Israël: Sancties voor de figuranten

Wanneer een staat zich schuldig maakt aan mensenrechtenschendingen, bezetting of annexatie, richten sancties en diplomatieke druk zich doorgaans op die staat. Op de regering. Op de instituties die het beleid uitvoeren. Op de organisaties die ervoor zorgen dat het beleid iedere dag opnieuw werkelijkheid wordt.

Behalve bij Israël, een land dat bezig is een genocide te plegen. Daar krijgen we sancties tegen een paar kolonisten op de Westelijke Jordaanoever. Af en toe tegen een individuele minister. Soms tegen een specifieke organisatie. Alsof de bezetting en genocide het resultaat zijn van een verzameling losse incidenten. Alsof er geen regering bestaat die al decennia hetzelfde beleid voert.

Neem de kolonisten. Die worden vaak gepresenteerd als extremisten die de situatie verder op scherp zetten. Dat beeld heeft één groot probleem: kolonisten kunnen alleen bestaan en doen wat ze doen dankzij actieve steun van de Israëlische staat. Nederzettingen verschijnen niet spontaan. Er zijn wegen nodig, militaire bescherming, vergunningen, subsidies, juridische constructies, landonteigeningen en politieke dekking. Het leger bewaakt de nederzettingen. De overheid financiert infrastructuur. Rechters en ambtenaren leveren de juridische legitimatie.

De kolonist is geen uitzondering op het systeem. De kolonist ís het systeem. Sancties tegen hen zijn zinloos zolang er een regime zit dat maar al te graag meewerkt om die zo min mogelijk impact te laten hebben.

Foto: "Trump" by Cowgirl111 is licensed under CC BY-NC-SA 2.0

Weet iemand nog waar de VS mee bezig zijn?

De Verenigde Staten lijken de afgelopen maanden buitenlandse politiek te bedrijven alsof iemand halverwege een potje Risk telkens het bord omgooit. Eerst onderhandelingen met Iran. Dan signalen dat een deal “nog steeds mogelijk” is. Vervolgens weer aanvallen. Daarna opnieuw diplomatieke taal. Ondertussen stijgen olie- en gasprijzen zodra Washington besluit ergens een raket op af te sturen.

Wie probeert hier eigenlijk nog een lijn in te ontdekken?

Het klassieke beeld van de VS was ooit dat van een cynische, imperialistische grootmacht met tenminste een strategische doctrine. Die doctrine kon verwerpelijk zijn, desastreus zelfs, denk aan Irak, Vietnam of talloze staatsgrepen, alleen er zat doorgaans een herkenbare logica achter. Bondgenoten werden beschermd, vijanden – echte of bedachte – geïsoleerd, markten bewaakt, invloedssferen afgebakend. De wereld wist ongeveer waar Washington stond, ook wanneer dat standpunt neerkwam op: wij bepalen de regels.

Dat beeld valt inmiddels hard uit elkaar. Onder Trump is buitenlandse politiek steeds meer gaan lijken op een reeks losse impulsen, gestuurd door verkiezingsdruk, mediacycli, persoonlijke profilering en de behoefte om voortdurend kracht uit te stralen. Onderhandelingen ogen als tijdelijke tussenstations. Diplomatie functioneert vooral als decor tussen escalaties door. Zelfs eigen ministers lijken geregeld pas via de televisie te ontdekken welke koers Trump die ochtend heeft gekozen. Bondgenoten inlichten lijkt optioneel geworden, ook wanneer besluiten hen direct raken of wanneer tegelijk verwacht wordt dat ze loyaal meebewegen.

Foto: NASA, publiek domein

Artemis II en de illusie dat uitleg nog helpt

Sommige mensen dachten dat de maanmissie Artemis II voor Flat Earthers een eyeopener zou worden. Vier astronauten vlogen rond de maan, verder van de aarde dan de mens ooit geweest is. De missie werd live gevolgd, onafhankelijk gemonitord en leverde een continue stroom aan beelden en data op. Toch veranderde het internet vrijwel direct in een realtime complotmachine.

Livestreams werden frame voor frame uitgeplozen op TikTok, Reddit, YouTube en X. Compressiefouten, reflecties en overlayproblemen veranderden binnen minuten in “bewijs” dat NASA alles in een studio had opgenomen. Een zwevend knuffelbeest in de Orion-capsule dat kort visuele artefacten vertoonde, groeide online uit tot vermeend greenscreenbewijs. Factcheckers moesten uitleggen dat het probleem ontstond in een tv-uitzending en niet in NASA’s originele beelden.  Ondertussen gingen AI-gegenereerde nepbeelden van Artemis II viraal, waarna dezelfde accounts die NASA beschuldigden die vervalsingen weer gebruikten als bewijs dat NASA met CGI werkt.

Dat maakt Flat Earth interessanter dan alleen een bizarre nichegemeenschap. De beweging functioneert steeds meer als een uitvergrote versie van bredere (internet)mechanismen: wantrouwen richting instituties, algoritmes die emotie belonen en online ecosystemen die complete alternatieve werkelijkheden bouwen rond identiteit en verontwaardiging.

Hetzelfde patroon zie je terug bij klimaatontkenning en radicale anti-immigratieprotesten. Niet een gebrek aan informatie vormt het probleem, maar een overdaad aan selectief gebruikte informatie. Voor vrijwel ieder onderwerp bestaat inmiddels een parallel circuit van influencers en complotters die uitleggen waarom officiële cijfers, wetenschappelijke conclusies of journalistieke verslaggeving verdacht zouden zijn.

Foto: WenPhotos on Pixabay

Polarisatie als probleem, onrecht als bijzaak

Er bestaat een heel genre aan schrijfsels waarin polarisatie wordt behandeld als een probleem van toon, empathie en sociale omgangsvormen. De conflicten zelf verdwijnen daarin naar de achtergrond. Deze column is daar een goed voorbeeld van. Het stuk presenteert zichzelf als een pleidooi voor nuance en het hervinden van ‘het echte gesprek’, maar schuift daardoor al snel van inhoud naar omgangsvormen, alsof maatschappelijke tegenstellingen vooral ontstaan doordat mensen niet aardig genoeg met elkaar praten.

Dat begint al in de openingsscène. De zoon die over Gaza begint wordt neergezet als emotioneel, absolutistisch en sociaal agressief: “Het zijn gewoon de feiten, en wie dat niet wil zien, die bestaat voor mij niet.” Opvallend genoeg is dat soort taal, en vooral dat dramatische “bestaat niet voor mij”, een positie die ik buiten columns als deze eigenlijk nooit tegenkom. Het voelt vooral toegevoegd om het standpunt radicaler en onredelijker te laten klinken. Daar tegenover staat een uitspraak die inmiddels juist overal te horen is: “Begin bij 7 oktober. Jullie laten je inpakken door Hamas-fakenieuws.” Toch behandelt de column beide reacties als equivalent bewijs van ontsporende polarisatie. Daarna positioneert de auteur zichzelf erboven, als degene die ziet hoe “beide kanten” ontsporen en reflecteert op zichzelf. Dat is een bekende journalistieke reflex: het redelijke midden claimen. Alleen is dat midden zelden neutraal.

Foto: Katie Moum on Unsplash

De ‘asielcrisis’ als electoraal businessmodel

De Nederlandse asielopvang functioneert inmiddels als een ellende-carrousel. Eerst wordt de structurele opvangcapaciteit afgebouwd, vertraagd of bewust krap gehouden. Vervolgens ontstaat er “plotseling” een crisis. Gemeenten raken overbelast, Ter Apel loopt vast, mensen slapen buiten, het COA moet in paniek noodopvang regelen, en de overheid betaalt vervolgens astronomische bedragen voor hotelkamers, cruiseschepen, sporthallen en commerciële tussenoplossingen. Daarna volgt politieke verontwaardiging over “de onbeheersbare instroom”.

Dat patroon is inmiddels zo consistent dat het moeilijk nog als falen alleen te zien valt. Het begint verdacht veel op een systeem te lijken.

Nederland weet namelijk vrij goed hoeveel opvangplekken er gemiddeld nodig zijn. Toch wordt opvangcapaciteit politiek en bestuurlijk nog steeds behandeld alsof ieder leeg bed een vorm van verspilling is die zo snel mogelijk moet verdwijnen. Iedere tijdelijke daling in bezetting leidt vrijwel onmiddellijk tot afschaling, sluiting of uitstel van investeringen. Asielmigratie fluctueert, alleen die fluctuaties zijn geen onbekend natuurverschijnsel. Toch wordt opvangcapaciteit keer op keer ingericht alsof iedere stijging uit de lucht komt vallen. Structurele locaties verdwijnen zodra de druk even afneemt, langetermijninvesteringen worden uitgesteld, gemeenten krijgen onvoldoende ondersteuning en spreidingsbeleid wordt politiek opgeblazen tot nationale crisis.

Het gevolg laat zich raden: zodra de aantallen weer stijgen, ontstaat er onmiddellijk schaarste. En schaarste kost geld. Heel veel geld.

Israël: De oorlog komt altijd thuis

Een samenleving die decennialang leeft met bezetting, permanente oorlog en het normaliseren van extreem geweld, houdt dat geweld zelden netjes binnen de grenzen van het slagveld. Dat geldt voor grootmachten, koloniale regimes en staten die zichzelf permanent in een existentiële oorlogstoestand plaatsen. Israël vormt daarop geen uitzondering.

Wie generaties lang leert dat geweld een legitiem antwoord is op politieke problemen, importeert uiteindelijk dat wereldbeeld in de eigen samenleving. De grens tussen “veiligheid” en militarisering vervaagt. De grens tussen burger en vijand eveneens. En zodra een staat burgers conditioneert om permanent in termen van dreiging, zuivering en vergelding te denken, blijft dat denken zelden beperkt tot Gaza, Libanon of de Westelijke Jordaanoever.

De Verenigde Staten zagen dat na Vietnam. Politiecorpsen werden in toenemende mate gevuld met veteranen die waren getraind voor oorlogssituaties, terwijl de bredere cultuur van “warfare policing” zich steeds verder ontwikkelde. De militarisering van de politie kreeg een enorme impuls. Protesten werden behandeld als opstanden. Wijken als vijandig gebied. Zelfs taal veranderde: agenten werden “warriors”, burgers “targets” of “threat environments”. Onderzoekers en historici beschrijven al jaren hoe militaire logica langzaam het civiele domein binnendrong.

Dat proces begon overigens al eerder, maar oorlogen als Vietnam versterkten het aanzienlijk. Amerikaanse politieadviseurs die actief waren geweest in Vietnam namen tactieken, denkwijzen en trainingsmodellen mee terug naar binnenlandse politiekorpsen. Sommige betrokkenen bij repressieve operaties in Vietnam doken later weer op binnen Amerikaanse veiligheidsstructuren.

The Late Show gestopt

De stekker is uit The Late Show, de show waar Stephen Colbert een niet aflatende stroom van in humor verpakte kritiek op de regering van Trump losliet. Officieel vanwege geld, dalende reclame-inkomsten en een veranderd medialandschap. Dat klinkt ook meteen een stuk netter dan: “de president werd er boos van”. CBS benadrukt uiteraard dat politiek er niets mee te maken heeft. Toevallig gebeurde het wel vlak nadat Colbert kritiek had op Paramounts schikking met Trump. Toevallig moest er ook nog een fusie langs toezichthouders, die in Trunmps zak zitten. Toevallig vierde Trump daarna publiekelijk feest. Heel veel toeval dus.

Foto: Jm Yan on Unsplash

Waanzin als beleid: de eeuwige herhaling van mislukt rechts beleid

“De definitie van waanzin is steeds hetzelfde doen en een ander resultaat verwachten.” Het citaat wordt vaak aan Einstein toegeschreven, ten onrechte. Maar de observatie blijft staan. Wie beleid analyseert dat al decennia wordt herhaald, ziet een patroon dat weinig met ratio te maken heeft en veel met ideologie.

Neem belastingverlaging voor bedrijven en vermogenden. Het verhaal is bekend: lagere lasten leiden tot meer investeringen, hogere lonen en uiteindelijk brede welvaart. De praktijk vertelt een ander verhaal. Sinds de jaren tachtig zijn in vrijwel alle westerse landen de hoogste tarieven structureel verlaagd. De investeringen bleven achter, de lonen vlakten af, de vermogensongelijkheid groeide. Trickle-down bleef wat het altijd was: een belofte.

Deregulering van financiële markten volgt dezelfde logica. Minder regels zouden innovatie en efficiëntie brengen. Wat volgde was een reeks crises, met 2008 als dieptepunt. Banken namen risico’s die uiteindelijk publiek werden afgewenteld. De reactie: tijdelijke aanscherping, gevolgd door versoepeling zodra de druk wegviel. De cyclus herhaalt zich, met dezelfde argumenten.

Hetzelfde geldt voor flexibilisering van de arbeidsmarkt, gepresenteerd als motor van dynamiek en werkgelegenheid. Wat ontstond is een groeiende groep werkenden zonder zekerheid, met lagere inkomens en zonder onderhandelingsmacht. De beloofde doorstroom naar vaste banen blijft uit. Het antwoord op deze uitkomst is opvallend genoeg: meer flexibilisering. Alsof de vorige ronde slechts half af was.

Vorige Volgende