Europa, depolitisering en democratie
Is er sprake van een democratisch deficiet in Europa? Het probleem is vooral politiek en niet institutioneel, concludeert Joop van den Berg in dit naschrift op zijn drieluik over democratie.
Ik heb in een drietal columns actuele problemen van de democratie besproken. Die lieten alle zien dat zij aan sterke veranderingen onderhevig is. In een kwetsbaar politiek stelsel als de democratie is het dan altijd oppassen geblazen. Aan de democratie spreekt namelijk niets vanzelf. Zij moet steeds laveren tussen het beslissend oordeel van de meerderheid en de terechte beperkingen door de waarden van de rechtsstaat eraan gesteld. De democratie kan het, zo betoogde ik vervolgens, niet stellen zonder elites. Zij kan het evenmin stellen zonder sterk beleefde politieke overtuigingen. De belangrijkste traditionele tegenstellingen en de daarbij behorende politieke stromingen, product van de industriële samenleving, hebben echter sterk aan betekenis verloren.
De Europese integratie vormt zo langzamerhand een zelfstandig probleem van de democratie. Veelal wordt gesproken over het democratisch deficit van de Europese Unie. Traditioneel wordt dan gewezen op de beperkte bevoegdheden van het Europese Parlement of op het ontbreken van herkenbare politieke tegenstellingen zoals die in nationale parlementen (nog) wel bestaan. De vraag is of daar het hoofdprobleem ligt. De bevoegdheden van het Europees Parlement zijn nauwelijks geringer dan die van de meeste nationale parlementen. Als medewetgever levert het parlement prestaties waarvan de nationale zusterinstellingen, het Nederlandse incluis, nog veel kunnen leren. Spoeddebatten vinden daar slechts plaats als er reden voor is; dat kan van de Tweede Kamer niet steeds worden gezegd.
