Mogen Kamerleden met ambtenaren praten?
Vandaag overlegt de Tweede Kamer met Minister Donner over de toelaatbarheid van contacten tussen Kamerleden en ambtenaren. Guido Enthoven, directeur van het Instituut Maatschappelijke Innovatie, zet de voors en tegens tegen elkaar af. Het stuk is overgenomen van Publiekrecht & Politiek.
Premier Rutte toonde zich daar begin dit jaar voorzichtig voorstander van, maar minister Donner lijkt daar vooralsnog weinig voor te voelen. Het is één van de meest fundamentele vragen in de informatierelatie tussen wetgevende en uitvoerende macht. Mogen Kamerleden direct toegang krijgen tot die massieve bron van beleidsinformatie die in de hoofden van ambtenaren aanwezig is? Of dient de Kamer juist bewust afstand houden van deze bureaucratische kennis en logica? Het is ook geen gemakkelijk te beantwoorden vraagstuk, omdat het gaat om twee concurrerende argumentatielijnen, elk met een eigen bijna dwingende logica. In wetenschappelijke termen gaat het om twee concurrerende paradigma’s op de toekomst van het openbaar bestuur.
Perspectief staatsrecht
De motieven en argumenten van voorstanders van de bestaande situatie, waarbij contacten gereguleerd worden via de band van de minister, luiden in staccato: Scheiding der machten, de regering regeert en de Kamer controleert. De Kamer moet niet gaan meebesturen. Ministeriële verantwoordelijkheid betekent dat de minister aanspreekbaar is op ambtelijk handelen. De minister vormt het scharnier van informatie tussen departementen en Kamer. Hij moet kunnen beslissen wie een vraag van een Kamerlid beantwoordt: hij zelf of een door hem aangewezen ambtenaar. Ambtenaren worden geacht loyale uitvoerders te zijn van de politieke lijn van de minister en voor zover ze eigen beleidsopvattingen hebben, dienen ze deze naar buiten toe niet kenbaar te maken. Het enige wat hoort te tellen, is de formalisering van ideeën en opvattingen door de minister. De Kamer dient op hoofdlijnen te controleren en kan bij directe contacten met ambtenaren in het bureaucratisch discours worden gezogen en zich gemakkelijk verliezen in details. Het risico dat oppositieleden gaan ‘stoken’ in een departement. Vrij contact kan leiden tot ‘wild-west-taferelen’. Het belang van loyaliteit als richtinggevend principe in het ambtelijk apparaat. Het kan niet zo zijn dat ambtenaren aan Kamerleden het touw leveren waaraan ‘hun’ minister opgeknoopt wordt. Ambtenaren kunnen via de band van de Kamer alsnog ‘hun gelijk halen’ in een strijd die ze op het departement hebben verloren. Het kan leiden tot aantasting van de bescherming van intern beraad, en daarmee een effectieve besluitvorming frustreren, die immers gebaat is met een zekere beleidsintimiteit en een binnen het departement ‘frank en vrije’ gedachtewisseling.
Nasr Ibrahim Alean was een 23-jarige boer uit 