Gastauteur

2.219 Artikelen
3 Waanlinks
25 Reacties
Achtergrond: Jay Huang (cc)
Foto: Smythe Richbourg (cc)

Rutte IV graait in gemeentekas

ANALYSE - Een gastbijdrage van David Rietveld.

Het gemeentefonds is voor gemeenten de belangrijkste bron van inkomsten, onder andere omdat gemeenten zelf nauwelijks belasting mogen heffen. En de startnota is de financiële vertaling van het regeerakkoord. Daar zitten namelijk toch wel wat opvallende dingen in, zeker als het over het gemeentefonds gaat.

Startnota kabinet Rutte IV tabel 19 gemeentefonds

Allereerst valt de reeks voor het gemeentefonds zelf op. Die loopt niet op, maar af. In 2026 krijgen de gemeenten veel minder dan nu. Dat is gek, want de afgelopen jaren hebben we vooral gehoord over financiële problemen bij gemeenten. Medio vorig jaar stuurde Minister Ollongren nog het rapport ‘Gemeenten in de knel’ naar de Kamer. Conclusie uit dat rapport was dat gemeenten investeringen uitstellen en voorzieningen sluiten door tekorten. Dit leidt volgens het rapport ’tot een sluipende uitholling van het gemeentelijke voorzieningenniveau’.

Belangrijke boosdoeners voor het feit dat gemeenten in de knel zitten zijn de opschalingskorting en de tekorten jeugdzorg, maar eerst iets over het ‘accres’. Dit zegt de startnota erover:

De jaarlijkse indexatie van het Gemeentefonds, Provinciefonds en Btw-compensatiefonds heet het accres. Dit accres is bij het coalitieakkoord tot en met 2025 grotendeels berekend op basis van de bestaande afspraken. Dit wil zeggen dat de stijging van de rijksuitgaven ook leidt tot een hogere algemene uitkering aan gemeenten en provincies. Voor 2026 en verder is het accres niet berekend, maar vastgezet op een plus van 1 miljard euro ten opzichte van de stand bij miljoenennota 2022.

Foto: Roel Wijnants (cc)

Gedoe in de coalitie hoeft geen probleem te zijn

ANALYSE - De coalitiepartijen VVD, D66, CDA en ChristenUnie hebben gedurende Rutte III meermaals en over diverse onderwerpen in de clinch gelegen. Menig keer werd dan gesproken over een potentiële kabinetscrisis. Terwijl deze incidenten juist ook bij kunnen dragen aan behoud van het electoraat van deze partijen, een analyse van bestuurskundige Aron van Balveren.

Na maanden van onderhandelen presenteerden VVD, D66, CDA en ChristenUnie op 15 december het nieuwe regeerakkoord: ‘omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst’. Sceptici stelden nog tijdens de formatie dat de kans groot is dat de regeringsperiode van kabinet Rutte IV niet zo lang gaat duren. Want zijn de tegenstellingen tussen de politieke partijen niet enorm groot, en scheerde het kabinet Rutte III niet al een aantal keer langs de rand van de afgrond voordat het uiteindelijk ten val kwam?

Discussie, onenigheid en perikelen rondom (het oplossen van) het stikstofprobleem, het kinderpardon en het klimaatakkoord. Een drietal voorbeelden van onderwerpen waarbij sprake was van een botsing tussen de coalitiepartijen in Rutte III. Deze voorbeelden zijn in de afgelopen jaren breed uitgemeten in de media. Gesuggereerd werd dat deze gebeurtenissen zo maar eens zouden kunnen leiden tot een kabinetscrisis. De termen ‘bijna-crisis’ en ‘de rand van de afgrond’ vielen. De vraag is of deze botsingen daadwerkelijk de potentie hadden om een val van het kabinet te kunnen veroorzaken, of dat dit juist onderdeel is van een gezamenlijke politieke strategie om electoraal te kunnen overleven als regeringspartijen?

Foto: Ministerie van Buitenlandse Zaken (cc)

Wie was het meest succesvol aan de onderhandelingstafel?

ANALYSE - door Simon Otjes (eerder verschenen bij Stuk Rood Vlees)

Het regeerakkoord ligt er. Na een formatie van negen maanden zijn VVD, D66, CDA en ChristenUnie eruit. We hebben het eindresultaat van de onderhandelingen. Een cruciale vraag voor politicologen is wie daar de meeste invloed op heeft kunnen uitoefenen. Journalisten stellen al de vraag: heeft de VVD niet te veel weggegeven? Volgens de Telegraaf ademt het akkoord D66. Kunnen we een beeld krijgen van welke partij aan het langste eind getrokken heeft? En kunnen we een beeld krijgen van onder welke voorwaarden een partij succes boekt?

Het meten van onderhandelingssucces

Papier is geduldig. Vage formuleringen kunnen veel conflicten afdekken. Ook dit akkoord blinkt daarin uit: “We bezinnen ons op de positie van het lokale bestuur en de positie van de burgemeester daarbinnen om het toekomstbestendig te maken.” Tussen de partijen die de burgemeester in huidige vorm willen behouden en de partijen die een directer democratisch mandaat willen, is hier een wazig compromis gesloten. Bovendien worden sommige beslissingen uitgesteld in verband met de nieuwe bestuurscultuur.

De financiële paragraaf van het regeerakkoord is een stuk preciezer. De coalitiepartijen committeren zich aan bepaalde bedragen. Bovendien: partijen hebben ook bij de doorrekening hun programma in eenzelfde mal aangeboden. Die twee, de programma’s en het regeerakkoord, zijn zo direct te vergelijken. Deze financiële paragraaf bevat het overgrote deel van het akkoord: klimaat, economie, zorg, onderwijs veel van deze voornemens hebben financiële implicaties, maar zelfs de rol van de Tweede Kamer staat in de budgettaire bijlage.

Foto: CorporatieNL (cc)

Scheefwonen of scheefhuren, er is geen verschil

COLUMN - We hadden de afbraak van de (sociale)woningmarkt wel aan kunnen zien komen. Want afbraak is het. Alleen huizenbezitters zijn volwaardige burgers in de ogen van de VVD en zij krijgen zeer lucratieve aftrekvoordelen. Het is zelfs nog schever, hoe rijker je bent hoe meer voordeel je geniet. Het nu zichtbare gevolg daarvan is een standenmaatschappij die de democratie aantast, meent Harry Bleeker.

Scheefhuren

De poging van de VVD om de sociale aspecten in de woningmarkt te framen met termen als “scheefhuurder” is niet alleen zorgelijk en betreurenswaardig, maar soms ook ronduit lachwekkend. Laat ik een poging wagen dit aan te tonen.

Scheefhuurders dat zijn vreselijke mensen die in een sociale huurwoning wonen terwijl ze best veel meer huur zouden kunnen betalen. Dit wordt met droge ogen gezegd, terwijl het in de huidige woningmarkt voor starters op de koopmarkt, maar ook voor huurders, onmogelijk is om een betaalbaar huis te vinden.

Er is een inkomensgrens waarboven je niet in aanmerking komt voor sociale huur of huurtoeslag. Ik bespreek hier de term scheefwonen en heb het niet over de huursubsidie. Wat het spiegelbeeld is en waarover nog geen onenigheid bestaat.

Soms ga je, tijdelijk of niet, meer verdienen dan die inkomensgrens en dan huur je volgens de VVD dus scheef (te weinig huur=positief scheef wonen).  Waarom een inkomensgrens? Omdat je geacht wordt een bepaald gedeelte van je inkomen aan huur te moeten besteden. Je doet de starters op de woningmarkt te kort door te blijven zitten in een voor jou te goedkope huurwoning. Is dat zo? Doe je starters niet veel meer te kort door de woningmarkt over te laten aan diegenen die, gefaciliteerd door Stef Blok, bakken geld hebben om te investeren en huurders slechts zien als de ultieme suffe melkkoeien. Op zijn minst merkwaardig in dit verband vind ik het volgende.

Foto: kosta korçari (cc)

Honderd jaar geleden aan het front op de Balkan

RECENSIE - Over de Balkan is in het Nederlands niet zo heel veel geschreven. Nederland heeft eeuwenlang nauwe betrekkingen onderhouden met het Osmaanse Rijk, maar de Balkan – als er al niet omheen werd gevaren – was niet meer dan wat zich onderweg naar Constantinopel of Smyrna bevond. Er was in het verleden weinig belangstelling voor dit gebied. Er bestaat dan ook nauwelijks iets wat voor de geschiedschrijving over de Balkan als bron bruikbaar zou kunnen zijn. Een uitzondering vormen de reportages die A. Den Doolaard in diverse Nederlandse kranten schreef over de “Macedonische vrijheidsstrijd” en de verslagen in boekvorm van majoor Lodewijk Thomson en kolonel Willem de Veer over de Nederlandse vredesmissie in Albanië in 1913-1914. In dit rijtje past ook Met Bulgaren en Montenegrijnen van Jan Fabius, dat onlangs werd heruitgegeven door Skanderbeg Books en hier wordt besproken door gastauteur Raymond Detrez.

Oorlogscorrespondent

Jan Fabius trok bijna honderd jaar geleden in de Eerste Balkanoorlog niet als militair naar de Balkan, maar als oorlogscorrespondent. Met Bulgaren en Montenegrijnen bevat brieven die Fabius naar Nederland stuurde van het Bulgaarse front bij Adrianopel (Edirne) en het Montenegrijnse front bij Skoetari (Shkodër in Noord-Albanië). In beide gevallen verliet Fabius het front vόόr het moment suprême waarop hij had zitten wachten: de inname zelf van de belegerde steden. Overigens moesten zowel Bulgaren als Montenegrijnen, nadat ze zich ten koste van ontelbare mensenlevens van respectievelijk Adrianopel en Skoetari hadden meester gemaakt, die steden naderhand in de uitvoering van de internationale vredesakkoorden weer afstaan, in het eerste geval aan de Turken, in het tweede aan de Albanezen.

Foto: Stephan (cc)

Shell slachtoffer?

COLUMN - In de Volkskrant van zaterdag j.l.schrijft Martin Sommer over Shell als slachtoffer. Onbegrijpelijk, meent Harry Bleeker. Shell heeft niet alleen de hele vorige eeuw, maar gewoon tot op de dag van vandaag, onzindelijk veel geld  verdiend, en verdient het nog steeds, met de vervuiling van de aarde.

Tot omstreeks 1990 behaalde Shell forse winsten zonder dat het bedrijf zijn eigen bijdrage aan de ondergang van ons klimaat had gedocumenteerd en geconstateerd. Na 1990 gebeurde dat dus opzettelijk en zonder enige scrupules. Ik weet niet hoe u dat noemt maar echt getuigen van brandschoon en te koesteren gedrag, vind ik dat niet. Het reeds vaak gebruikte argument door Shell zal nu ook vast zijn: we deden niets anders dan aan de vraag van de burgers te voldoen.

De 9 procent burgers die bij de door Sommer genoemde enquête negatief over Shell denkt, worden als een Leninistische voorhoede bestempeld, maar voor de 26 % die het geen reet kan schelen of Shell het klimaat naar de knoppen helpt, ontbreekt opeens een etiket. De bijdrage die Shell nu zeker levert aan schone energie is uiterst bescheiden vergeleken met de voortdurende inspanningen als olieboer, maar daar geen woord over van Sommer. Shell is geen slachtoffer maar een bedrijf dat niet het landsbelang van Nederland of het milieu voorop stelt, maar winst voor haar aandeelhouders en niks anders, daar moeten we niet geheimzinnig over doen. Het nalaten door de politiek om het grote bedrijfsleven te beteugelen zal ons nog duur te staan komen.

Foto: 葉 正道 Ben(busy) (cc)

Handboek voor Ontkenners

In deze gastbijdrage een handig naslagwerk voor ‘verdeeld Nederland’.  Met dank aan iamzero. Eerder verschenen op zijn webstek.

Voorwoord bij de eerste druk
Nog nooit in de geschiedenis van de mensheid was er ten tijde van een wereldwijde crisis zo veel informatie beschikbaar die de ernst van de situatie in alle transparantie beschreef. De waarheid lag nog nooit zo voor het oprapen, zogezegd. Maar ook nog nooit in de geschiedenis van de mensheid was er zo veel wantrouwen tegen de meest evidente wetenschappelijke feiten.

Deze proletenparadox der antifacters heeft de auteur geïnspireerd tot het opstellen van dit Handboek voor Ontkenners. Hij signaleerde dat anderhalf jaar lang onverdroten onzin ontkrachten een zware wissel trekt op bestrijders van bullshit. Steeds maar weer uitleggen dat een besmetting iets anders is dan een overlijden; na twintig maanden nog steeds dat gelul over de IFR moeten weerspreken; nog stééds gemekker over de PCR-test – dat moest efficiënter kunnen.

Voor de ontkenners biedt dit boek een lichtvoetige maar ontnuchterende confrontatie met de werkelijkheid. Voor de bestrijders van kletskoek is het een handig naslagwerk: niet langer hoeven zij keer op keer de feiten op een rij te zetten, maar kunnen zij volstaan met een verwijzing naar hoofdstuk X, artikel y.

Foto: Jernej Furman (cc)

Zwijgend verzuipen is gewoon niet mijn ding

COLUMN - een gastbijdrage van Jennifer Bergkamp, Buurtzorg verpleegkundige

Ik zit er al een tijdje over na te denken. Over wat het met mij doet en over alles wat al is gezegd. Dat de woorden steeds dringender worden en hoe breng je de boodschap over vrij van eigen angst, stress en vermoeidheid omdat juist dat alles zwarter kleurt dan nodig.

Gister zag ik Buurtzorg op het journaal en ik zag mijn collega’s in 2 zinnen proberen te vatten waar de zorg nu staat. Ik hoorde het en voelde het maar ik begreep ook de ernst omdat het mijn vakgebied behelst. Maar wat zegt het iemand die niet in de zorg staat; “Ook terminale zorg kunnen we niet meer leveren.” Dekt die zin de ernst en onze overbelaste staat van zijn?

We vragen al jaren teveel van mantelzorgers die met zoveel liefde zorgen en zichzelf inmiddels volledig wegcijferen. We werden doorgaans al te laat ingeschakeld maar nu moeten we zelfs zeggen als we ingeschakeld worden; “Het spijt ons, er is geen ruimte.” Moet je je voorstellen wat het jou zou doen als je al veel te lang en veel te intensief gezorgd hebt en je echt niet meer kunt. Je dus nergens terecht kunt. Ook niet voor de handelingen waarvoor je medisch geschoold moet zijn.

Foto: Gerard Stolk (cc)

Riskante bijwerkingen van de Kukuru-podcast

COLUMN - van Alexander Beunder.

Genoeg over Shambala, het drankje dat helpt ‘je innerlijke guru’ te vinden en ‘je hart te openen’. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) kondigde onlangs aan het kruidendrankje te onderzoeken, nadat in het televisieprogramma Radar vraagtekens werden gezet bij de veiligheid ervan. Als er voor december een uitspraak volgt, kan het wellicht alsnog veilig in de surprise of onder de kerstboom. Of moet het voorgoed in de ban.

Het zou zonde zijn als men door de Shambala-affaire het hele Kukuru afschrijft. Zo heet de populaire spirituele podcast van BNNVara-dj Giel Beelen waarmee hij Shambala lanceerde. Het is een serie diepzinnige gesprekken met bijvoorbeeld rapper Typhoon, Emile Ratelband, en vooral heel veel spirituele denkers, schrijvers en life-coaches. ‘Handige tools voor een optimaal leven’ is de slogan.

Met taal als ‘De Wereld Ontwaakt’. Zo heet de achtdelige serie gesprekken met de jonge wereldberoemde guru Bentinho Massaro. De eerste aflevering begint wat vreemd, met de constatering van Massaro dat landen op spiritueel niveau van elkaar verschillen. De vraag die hierop volgt, van Beelens sidekick Thijs Lindhout: ‘Zit er ook een bepaalde – ik wil het woord haast niet gebruiken – hiërarchie in ofzo, bepaalde levels?’ Maar Massaro weerspreekt dat en het gesprek heeft een niet al te serieuze toon. Later in de show zegt Beelen bovendien: ‘Ik wordt altijd een beetje kriegelig van levels omdat je dan al snel in een soort ranking van mensen komt.’

Foto: Iryna Kuchma (cc)

Een film uit Donetsk tegen het systeem

INTERVIEW - Een bijzondere film uit een bijzonder gebied. De art-house film ‘Zamysel’ is het eerste deel van een trilogie die van augustus 2016 tot december 2017 op verschillende locaties in de niet-erkende Volksrepubliek Donetsk werd opgenomen. Ardy Beld sprak Katerina Lasjina, de persvoorlichter van filmproducent Studio Donfilm over de film, de bouw van een studio en het leven in de Volksrepubliek.

‘Zamysel’ (het plan) gaat over een jongen die op zoek is naar antwoorden op belangrijke vragen. Hij komt terecht op een vreemde plaats waar zich gedachten bevinden. Hier vindt hij als vanzelf de ‘Hogere Laag’, de bovenwereld die alles daaronder bestuurt. De jongen ontmoet een gids die hem wegwijs maakt en die zelf een bron zoekt die hij wil “draaien” om de dingen daar beneden weer hun juiste plaats te geven. Hij is ervan overtuigd zo een einde te kunnen maken aan de kwelling van de mensen. De beide reizigers ontmoeten verschillende personages die allen op zoek zijn naar een betekenis. Ook is er sprake van een systeem ter wille waarvan alles moet wijken. De jongen wordt het voorwerp van een strijd tussen tegengestelde krachten en leert over gebeurtenissen die de wereld te wachten staan. In de verte doet de film denken aan ‘Stalker’ van Tarkovski. De acteurs zijn lokale muzikanten waarvan de meesten voor het eerst in een film optreden. Het geheel maakt desondanks een zeer professionele indruk en is een absolute aanrader voor alle liefhebbers van art house. Een film om over na te denken.

Foto: Yuri Samoilov (cc)

Als zelfs de wetenschap niet in wetenschap gelooft

Recent nam een universitair docent aan de UvA ontslag wegens het coronabeleid van de universiteit. Ginny Mooy betoogt dat hij niet voor niets grote woorden en daden gebruikt.

“Nogal melodramatisch,” noemt een kennis – werkzaam aan de Universiteit van Amsterdam – de recent verschenen publieke ontslagbrief van universitair docent Matt Cornell. De ontslagbrief werd gepubliceerd in Folia en kreeg veel aandacht in de landelijke kranten. Cornell nam ontslag uit protest tegen de volledige heropening van de universiteit, waarbij geen adequate voorzorgsmaatregelen tegen verspreiding worden genomen. Dat mijn kennis dit ‘melodramatisch’ noemt, vind ik geen verrassende reactie. Want het is nogal opzienbarend voor Nederland, dat iemand consequenties verbindt aan zijn ongenoegen over politieke beslissingen. Wij zeuren en klagen wel graag, en ook al heeft meer dan de helft van ons geen vertrouwen meer in het overheidsbeleid; als de overheid zegt dat die mondkap af kan, dan doen we dat. No questions asked. Daar mor je misschien wat over, zet een boos bericht op social media, je bent even flink verontwaardigd, maar dat is het dan wel. Cornell niet, die maakte een fors statement met zijn ontslag. En dat valt moeilijk.

“De GGD en het Outbreak Management Team, nota bene de experts die de regering adviseren, hebben geadviseerd om het hoger onderwijs voorlopig nog niet te heropenen. Door dat te negeren volgt de universiteit de lijn-Rutte, en niet het advies van Nederlandse of internationale experts op het gebied van volksgezondheid. De UvA wordt hierdoor medeplichtig aan de schandalige manier waarop dit kabinet deze crisis heeft aangepakt.”

MATT CORNELL, DOCENT AAN DE UNIVERSITEIT VAN AMSTERDAM IN AT5.NL

Foto: angus mcdiarmid (cc)

Jiddisch en antisemitisme

een gastbijdrage van Hugo Durieux

Enkele weken geleden heb ik tentamen Jiddisch 1 afgelegd aan Universiteit Antwerpen. Dat ik Jiddisch studeer, zou dat een uitdrukking zijn van mijn Joodsheid? Ik denk het niet.

Pew Research Center publiceerde niet lang geleden het rapport Jewish Americans in 2020. (Nou ja, eigenlijk gaat het alleen over Joden in de Verenigde Staten.) Pew’s vorige studie over het onderwerp dateert al van 2013, dus het weekblad Forward – Forverts (‘Jewish. Fearless. Since 1897.’) besteedde nogal wat ruimte – vanuit verschillende perspectieven – aan het nieuwe verslag. Aan Rukhl Schaechter, de editor van het magazine, viel vooral op dat Pew geen aandacht had besteed aan de mogelijke rol van Jiddisch in de constructie van Joodse identiteit in de VS vandaag: ‘What the new Pew study missed by not asking about Yiddish’ (of voor wie Jiddisch leest):

אַ שאָד וואָס די נײַע „פּיו־שטודיע‟ האָט נישט געשטעלט פֿראַגעס וועגן ייִדיש).

Schaechter verbaast zich erover dat in het nieuwe onderzoek – net als in het vorige trouwens – meer dan de helft van de vragen over Joodse identiteit gaan over religieuze aspecten, terwijl slechts één op de vijf Joden aangeeft dat religie heel belangrijk is in hun leven. (Van volwassenen in het algemeen in de VS schijnt 41% religie bijzonder belangrijk te vinden.)

Vorige Volgende