De mythe van de Boston Tea Party
GeenCommentaar heeft altijd ruimte voor gastloggers. Dit is het eerste deel van een stuk van Koekebakker, dat eerder verscheen op zijn eigen weblog. Het tweede deel volgt later.

Vaak hoor je in commentaren over de politiek in Amerika dat het een conservatief land is en dat de mensen vooral geen verzorgingsstaat willen zoals die in Europa. Het conservatisme zou niet alleen blijken uit de religiositeit van de Amerikanen maar vooral in de zeer grote vrijheidszin. Deze opvatting is vooral populaire bij conservatieve commentatoren. Maar is dat wel zo? Ik analyseer een commentaar over de recente hervormingen van de ziektekostenverzekering in de Verenigde Staten: Chris Rutenfrans in het panel gesprek in ObaLive (26 maart 2010, radio 5).
Voor sommige conservatieve Amerikanen is het duidelijk wat ‘echt Amerikaans’ is. Sarah Palin bijvoorbeeld maakt onderscheid tussen de echte Amerikanen die vooral in het ‘hartland’ leven en andere (minder goede) Amerikanen, die vooral aan de kusten wonen (zeewind doet goed?). Echte Amerikanen zijn conservatief, vaderlandslievend natuurlijk, maar vooral vrijheidslievend. Ook Chris Rutenfrans gaf onlangs in het radio programma ObaLive van 26 maart 2010 een dergelijke karakterisering van de Amerikaanse geest. Volgens hem is (rond 34 minuten in het tweede deel):
Vlak voor de verkiezingen lijkt de gevestigde orde de sociale status quo van de laatste vijftig jaar in Nederland te herstellen. Dat is op zijn zachtst gezegd opmerkelijk, aangezien Nederland zich in onrustig vaarwater bevond de laatste tien jaar. De moorden op Theo van Gogh en Pim Fortuyn zette de politieke verhoudingen op zijn kop. Wilders profiteerde van grote etnische spanningen tussen de blanke autochtone middenklasse en ontevreden jongeren van Marokkaanse afkomst uit de onderklasse, die weliswaar geboren en getogen zijn in Nederland maar niet doorstromen naar die middenklasse. Bovendien zitten we nog midden in de grootste economische crisis van na de oorlog, waarin banken van nationale trots, vlaggenschepen van de Nederlandse economie, ten onder gingen en de overheid met ongekende sommen publiek geld de economie moest behoeden voor de totale ondergang. De politieke discussie vlak voor de verkiezingen gaat vooral over persoonlijkheden en de economie. Hamvraag is: hoeveel gaat wie waar bezuinigen? Zelfs socialisten twijfelen niet aan de economische noodzaak van bezuinigingen: het Salonfähige PvdA, de groene tak van GroenLinks, noch de nationaal populisten van de SP. Dat zou elk gewoon mens moeten verbazen, temeer omdat zij wel allemaal de juiste analyses van de financiële crisis maakten.

Twee berichten in de krant afgelopen donderdag waaruit de grote macht van onafhankelijke marktautoriteiten over de samenleving blijkt. Dit zijn instanties zoals de Nederlandse Mededingingsautoriteit (


